Op deze pagina algemene informatie over Engeland.        

 

Londenstartpagina leukestart I-uk Engeland vgids Engeland pagina britishcouncil anglo-netherlands neerlandia
citylunch dutchchurch nederlandse ambassade Belgen, wonende in Londen, bloggend over de stad Borrelboot Londen      

 

 

 

LONDEN DOET SUV'S IN DE BAN

Amsterdam wil geen oude auto's in het centrum, Londen wil geen grote auto's in The City. Burgemeester Ken Livingstone verdirevoudigt daarom de zogenaamde Congestion Charge, een file-toeslag in het centrum, voor grote SUV's naar 25 pond per dag (ongeveer €33,50). De verhoging gaat in oktober in en zal van invloed zijn op ongeveer 33.000 auto's. Verwacht wordt dat ongeveer eenderde van deze auto's het stadscentrum zal mijden om de filetoeslag te ontlopen. Doen ze dat niet, dan betekent dat behoorlijke inkomsten voor het stadsbestuur, dat nu al denkt tussen de 40 en 65 miljoen euro per jaar binnen denkt te halen. Het geld gaat grotendeels worden besteed aan nieuwe fiets- en wandelroutes. Volgens Livingstone wordt de maatregel door 71% of Londenaren gesteund. 'Ik heb alle begrip voor Schotse boeren die een 4x4 nodig hebben om zich te kunnen verplaatsen, maar dergelijke vervuilende wagens hebben in Londen niets te zoeken.'

MUZIEKBEAT IN HET NOORDEN SNELLER

Mensen die in het noorden van Groot-Brittannië wonen, luisteren naar muziek met meer beats per minuut dan die in het zuiden. Volgens muziektijdschrift Uncut is er een verschil van liefst 110 beats per minuut tussen de favoriete muziek van de Schotten en die van de Zuid-Engelsen. Ook de muzikale voorkeur verschilt sterk. Countrymuziek is het meest populair in Noord-Ierland, rock in Schotland en disco-achtige muziek in het zuiden van Engeland. 'Als je junglemuziek neemt. Daar dansen mensen op 160 beats per minuut. In Londen hebben de mensen maar negentig beats nodig om zich spontaan te gaan bewegen, in Hull is dat opgelopen tot 160 beats en in Schotland is dat zelfs 200 beats', aldus onderzoeker John Lewis. Het blad onderzocht de regionale verschillen in cd-verkopen, de hitlijsten in de regio's en de concerten in clubs en concertzalen.  Heavy metal is de muzieksoort die het meest algemeen wordt gewaardeerd. Het is bijna overal even populair. Maar country & western wordt vooral geapprecieerd in Noord-Ierland en de Schotse Hooglanden, de Welsh zijn net als de Schotten gek op rock, maar houden ook van indie en folk. Londen is het bastion van de klassieke muziek. De helft van alle in Groot-Brittannië verkochte klassieke cd's wordt via twee winkels in Londen aan de man gebracht. In Londen wordt niet alleen meer klassieke muziek, maar ook meer jazz verkocnt dan in de rest van het land. Reggae is het populairst in de Midlands. East-Anglia is de regio met de minste muziekliefhebbers. Daar komen ook relatief weinig bands vandaan. (5-2-2008)

 

Dinsdagavond swingt Londen

 

Wie in Londen young and loaded [jong en mateloos rijk) is, kiest zijn uitgaansavonden zorgvuldig uit. Dinsdagavond is de favoriete avond voor jongeren die willen laten zien dat ze zoveel geld hebben dat ze eigenlijk niet hoeven te werken. Ze zijn dan onder elkaar – zonder de armoedzaaiers en carrierejagers die aan het grote geld nog slechts mogen ruiken en pas in het weekeinde de bloemetjes buiten zetten. Ze hebben ook hun eigen clubs in de stad die te duur zijn voor het eenvoudige gepeupel. In deze clubs kunnen ze samenzijn met film- en popsterren en mogelijk ook prinsen zoals William en Harry en hun aanhang. Zij frequenteren bijvoorbeeld Boujis aan 43 Thurlou Street (SW7) in Kensington, Kitts aan 1 Sloane Square (SW1), Tramp aan 40 Jermyn Street (SW1) en Mahiki aan 1 Dover Street (W1). Topvoetballers vermaken zich het liefst in de Embassy aan 29 Old Burlington Street (W1), vlakbij Mahiki in Mayfair. De meeste van deze clubs zijn privé en niet toegankelijk voor buitenstaanders. Van de buitenkant vallen ze amper op, behalve dat er vaak paparazzi voor de deur staan. Ook de prijzen weren pottenkijkers. Een plaats aan een tafeltje alleen kost al 500 pond. De prinsen bestellen bij Boujis bijvoorbeeld een Treasure Chest – een halve fles wodka, halve fles champagne, vers fruit, ijs en acht rietjes die 112,50 pond kost

 

 

 

TIEN BELACHELIJKSTE ENGELSE WETTEN

Het is personen bij wet verboden te overlijden in de Britse parlementsgebouwen. Dat weinig bekende justitiële gebod heeft de twijfelachtige eer uitverkoren te worden als meest belachelijke wet van het land. Bijna 4000 mensen werd gevraagd om de belachelijkste wetten te selecteren uit een door de omroep opgestelde shortlist. ‘Het is een daad van verraad om een postzegel met daarop de beeltenis van de Britse koning of koningin ondersteboven te plakken’, kwam op de tweede plaats.
 
Een eervolle derde stek was weggelegd voor de bepaling dat het vrouwen in Liverpool niet toegestaan is topless in het openbaar te verschijnen behalve als ze werken als bediende in een winkel voor tropische vissen.
 
Andere bizarre veelal oude wetsartikelen gingen onder meer over het verbod op eten van pasteitjes op eerste kerstdag. Daarnaast hebben zwangere vrouwen in het Verenigd Koninkrijk het wettelijk recht hun behoefte te doen op elke plek die ze maar willen, inclusief de helm van een politieman. Internationaal scoorde de Amerikaanse staat Ohio het hoogst met haar verbod vissen dronken te voeren. Op de tweede plaats komt een draconische bepaling in Indonesië dat de straf voor masturbatie onthoofding is. (7-11-2007)

NA DE BROKKENMAKER NU DE ANGSTHAAS

 

Tony Blair heeft zich volkomen onzichtbaar gemaakt ma zijn aftreden als premier in juni. Zijn opvolger Gordon Brown laat zich echter ook niet horen. In jaren is het niet mee zo stil geweest vanuit Londen. En dat is geen goede zaak.

 

Na Tony de Roepende is er Gordon de Zwijgende. Sinds eind juni is het stil geworden in Downing Street. Na de dominee is er de domineeszoon, maar hij valt de wereld niet lastig met zijn preken. Liever geen visie dan de verkeerde visie, lijkt het motto van Browns premierschap.

 Na bijna vijf maanden weet de wereld nog altijd niet waar de nieuwe Britse premier Gordon Brown voor staat. Is hij eurofiel of euroscepticus? Zal hij ook het schoothondje van Bush zijn of iemand die zoals hij aanvankelijk werd afgeschilderd in een cartoon, een buldog die op Bush’s zijn schoenen plast?

 Deze week op het jaarlijkse City Banquet van de Lord Mayor lichtte Brown leek het net of hij een tipje van de sluier wilde oplichten. ‘Nuchter internationalisme’ vatte hij zijn buitenlandse beleid samen. De premier is dus geen isolationist, unilaterist of multilaterist, maar weet nog niet wat hij wel is. Hij zei geen woord over bijvoorbeeld de noodtoestand in Pakistan of de opstandige monniken in Birma.

 Tien jaar geleden verscheen Tony Blair op het internationale toneel. De new kid on the block ging als een wervelwind van start. ‘Moderniseren of ten onder gaan’ hield hij de andere leiders in zijn eerste maanden als premier voor tijdens topontmoetingen in Noordwijk, Malmö, Bonn, Denver en Amsterdam. En: ‘deze regering is vastberaden een vuist te maken tegen gevaarlijke dictators’, liet hij al weten in de richting van Saddam Hussein. De arrogantie van de snotjongen irriteerde leiders als Kohl, Jospin en ook Kok, maar dwong ook in binnen- en buitenland bewondering af. Groot-Brittannië telde weer mee.

 Blair was in 1997 een onbeschreven blad - iemand die zelf tot zijn achttiende maar een keer over de grens was geweest en in zijn verkiezingscampagne van toen het woord buitenland maar één keer had genoemd. Zijn opvolger Brown is iemand van een heel ander kaliber. Hij heeft al tien jaar ervaring als minister en is overal in de wereld geweest.

 Maar terwijl Blair in zijn jeugdige overmoed een lans durfde te breken, zoals in de Kosovo-kwestie, blijkt Brown een pas op de plaats te maken. Zijn minister van Buitenlandse Zaken David Miliband sprak op het laatste Labour-congres van een ‘tweede golf van buitenlandse politiek’ na Blairs ‘eerste golf’. Maar terwijl de golven van Blair schuimkoppen hadden, lijken die van Brown wegkabbelende rollertjes te zijn.

 Iets nieuws heeft Brown na vijf maanden premierschap nog niet gedaan. Zelfs de aankondiging de Britse troepen in Irak volgend jaar te halveren, is eigenlijk een besluit dat al door Blair was genomen hoewel Brown er goede sier mee probeerde te maken. De vraag zou zijn wat Brown zou doen, als de veiligheidssituatie daar weer verslechtert. Gaat hij dan ook door met het terugtrekken van troepen of zullen zelfs nieuwe troepen moeten worden ingebracht? Daarop is geen antwoord.

 Veel Britse diplomaten verlangen al stilletjes terug naar Tony Blair. Hij kon een buitenlands beleid presenteren. Hij kon zich sterk profileren dankzij zijn overtuigingen – of ze die nu deelden of niet. Voor Blair – de omhoog gevallen politicus - was de wereld duidelijk: een gevecht tussen goed en kwaad. Voor Brown – de geboren politicus – is die veel complexer. Hij bekijkt de wereld door een economische bril.

 Brown mist Blair retorische overtuigingskracht. Hij zit ook in een strakker politiek keurslijf. Als minister van Financiën heeft Brown zich vooral bezig gehouden met het ondermijnen van Blairs beleid, bijvoorbeeld met de lancering van de vijf economische tests waarvoor het land zou moeten slagen voordat de euro zou mogen worden ingevoerd. Nu hij zelf beleid moet maken, lijkt hij in wanhoop zijn handen ten hemel te heffen.

 Na vijf maanden is Brown een poedel noch een buldog. Hij is eerder een angsthaas die bang lijkt de steun van de grote meerderheid, de etnische minderheden, de vakbonden, de zakenlieden, de burgerrechtgroeperingen, de linkervleugel en de rechtervleugel van zijn partij te verliezen. Door zo weinig mogelijk te zeggen over buitenlandse politiek kan hij zich tenminste geen buil vallen.

 Brown heeft gezegd geen referendum te houden over het Europese grondwetverdrag. Dat lijkt dapper in het eurosceptische land, maar is het niet. Het zegt meer over zijn vastbeslotenheid vast te houden aan zijn positie dan over zijn houding ten opzichte van Europa. Brown weet dat hij een referendum niet kan winnen en dat een nederlaag hem de kop zal kosten.

 Onduidelijkheid en angst in de Britse buitenlandse politiek zijn internationaal een probleem. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw leek Groot-Brittannie er niet zoveel meer toe te doen. De Britse buitenlandse politiek leek toen vooral te worden overschaduwd door nostalgie naar het verleden. De inval in Suez in 1956 en het besluit niet mee te doen aan de EEG een jaar later bewezen de stelling van de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Dean Acheson - ´Groot-Brittannie heeft een wereldrijk verloren en is er niet in geslaagd een nieuwe rol te vinden.´

 Maar vijftig jaar later is dat veranderd. Dankzij Margaret Thatcher en Tony Blair is Groot-Brittannie weer een zelfverzekerde natie geworden. Het heeft geen imperium meer en is ook geen supermacht, maar is wel een van ´s wereld invloedrijkste naties. Het is een vooraanstaand lid van de EU en geniet een culturele invloed in de wereld die in geen verhouding staat tot de omvang van het land, het heeft het voordeel van de Engelse taal, het is een financieel centrum en heeft cool Londen, de stad met zijn theaters, popsterren en de BBC.

 En daarnaast is het land een permanent lid van de Veiligheidsraad en lid van de G8. Het heeft de op vier na grootste economie ter wereld, een actief ontwikkelingsprogramma, kleine maar zeer efficiente strijdkrachten en meer overzeese investeringen dan welk land ter wereld ook met uitzondering van de VS.

 Zo’n land heeft een ambitieuze buitenlandse politiek nodig met mondiale uitstraling. Misschien was Blair met zijn voortrekkersrol een brokkenpiloot, maar hij heeft nagedacht over de rol van de internationale gemeenschap ten opzichte van tirannen, genocide, armoede en aids. Hij stelde vast dat de wereld een dorp was geworden en dat problemen elders ook binnenlandse problemen (terreuraanslagen, immigratie, drugs op straat) veroorzaken. In zijn enthousiasme overal orde op zaken te stellen ging hij met de aanval op Irak alleen te ver.

 Ook Brown is een internationalist, maar niet de man die initiatieven lijkt te willen nemen. De premier zal het Europese project niet willen frustreren, maar zal ook niet in de frontlinie van veranderingen staan. Hij heeft nu al gezegd dat er na het grondwetverdrag tien jaar een pas op de plaats zal moeten worden gemaakt. Groot-Brittannië zal niet het hart van Europa staan, ook niet met de rug naar Europa maar keurig aan de zijlijn van Europa.

 Dezelfde koers lijkt hij te willen volgen in zijn relatie met de VS. Hij zal de historische gegroeide speciale relatie met de Amerikanen koesteren – ‘de VS is onze belangrijkste bondgenoot’, zei hij deze week  - maar zal niet alleen met de Amerikanen een militair avontuur aangaan. Met de machtige Amerikanen zijn gemakkelijk oorlogen te winnen, maar is het heel wat moeilijker vrede te winnen, stelde zijn minister Miliband. De nieuwe Britse regering lijkt de voorkeur te hebben aan soft power (onthouden ontwikkelingsgelden, diplomatie) boven hard power (economische sancties, militaire interventie) om veranderingen te bewerkstelligen.

 In zijn soms grenzeloze zelfoverschatting kondigde Tony Blair elke partijconferentie een splinternieuw vredesinitiatief aan voor het Midden-Oosten, waarvan meestal noch Israel, de Arabische landen, de VS en zelf niemand van zijn eigen Foreign Office iets van afwist. Ook daar zal Brown een rol op de achtergrond spelen. Als er conflicten moeten worden beslecht in het Midden-Oosten dan is het de taak van instituten als de VN, de NAVO of de EU. Dat geldt niet alleen voor het Midden-Oosten, maar ook voor Zimbabwe, Darfur, Columbia en Birma.

 Militaire overwinningen zijn niet altijd militaire oplossingen, zo stelde Miliband onlangs vast. Het is een terechte opmerking, maar het lijkt ook een excuus om weinig te willen doen. Goede bedoelingen alleen, zoals Tony Blair die had, zijn niet meer genoeg. Zelfs gedeelde waarden en normen niet meer. Brown wil alleen in de achterhoede meehobbelen als er brandhaarden moeten worden geblust.

 Blair wilde Turkije zo snel mogelijk lid maken van de EU, zodat een brug zou kunnen worden geslagen tussen het westen en het oosten of tussen het christendom en de islam. Met Turkije als lid zou de EU geografisch ook de nieuwe grote nieuwe economieën van India en China naderen. Ook hierover houdt Brown zich stil.

 De Franse president Sarkozy lijkt soms meer de natuurlijke opvolger van Blair dan de eigen Labour-premier Brown. Hoewel Brown tien jaar op Blairs positie heeft geaasd, weet hij nu eigenlijk niet wat hij ermee moet.

 Misschien wacht Brown de gebeurtenissen af – de ontwikkelingen in Irak en Iran, de nieuwe president in de VS, de houding van de andere Europese landen over het grondwetverdrag – voordat hij zijn positie bepaalt. Bij Blair bepaalde uiteindelijk de crisis in Kosovo en 9/11 het buitenlandse beleid. Maar in de eerste maanden had hij al een visie ontvouwd – iets wat Brown maar niet durft.

 

Uit de Volkskrant van 17-11-2007

 

Dit artikel is gebaseerd op twee lezingen voor diplomaten bij instituut Clingendael.

Peter de Waard is redacteur van de Volkskrant en schrijver van het boek ‘Tony Blair, opkomst en ondergang van een politieke held’

 

 

 

 

EEN, TWEE OF DRIE KUSSEN

Wat is er mis met de ouderwetse handdruk? In Groot-Brittannië worden nu de nare Franse en Russische gewoonten overgenomen om elkaar bij de begroeting te kussen. Vroeger kuste je alleen familieleden en de beste vrienden, nu word je door vage kennissen al begoet met een zoen. Wie zijn hand uitsteekt, krijgt een wang toegedraaid. En als je na de eerste kus, weer afstand wilt nemen, wordt de andere wang toegedraaid.
 Britten worden er flink door in verlegenheid gebracht. Vaak moeten ze blozen of gaan ze zelfs giechelen. In het 21-ste eeuwse Groot-Brittannie is niemand meer zeker van de etiquette. Het aantal soorten begroetingen varieert van handenschudden tot omarmingen en kussen. Zelfs zakenmensen zitten ermee in hun maag. Hoe begroet ik de mensen die op de vergadering komen? Moet ik de vrouwen - goed bekend, vaag bekend - een hand geven, twee handen, een handkus, een luchtkus of een kus op de wang of zelfs de lippen? En hoeveel kussen? Een, twee of drie?
 Niemand weet het meer in  dit land. PR-mensen stellen zelfs ranglijstjes op: Amerikanen kussen nooit, Argentijnen twee en Fransen vier. Alleen met de Britten weet je het niet. Voor hen is de begroeting een sociaal mijnenveld geworden. Sommige Britten voelen zelfs behoefte aan begroetingswetgeving: een hand bij de eerste kennismaking, een luchtkus bij de derde, drie luchtkussen na tien (twee aan de rechterkant en een aan de linkerkant) en een hug na een partijtje golf. (12-10-2007)

Lijstje met hoeveelheid kussen bij begroeting:

Vier; Parijzenaars

Drie: Nederlanders, Egyptenaren, Russen en Zwitsers

Twee: Spanjaarden, Oostenrijkers, Hongaren, Grieken

Eén: Belgen

Alleen familieleden: Duitsers, Italianen

Niet: Amerikanen, Japanners (in dit geval buigen)

 

NEE TOCH, OOK DE SEX PISTOLS WEER BIJEEN

Houd het nu nooit op. Dat oude rockers weer bijeen komen is tot daaraan toe, maar dat nu ook punkers reunieconerten gaan geven is een stap te ver. Punkers met grijze haren... Zestigers vermomd als rebellen...Jonny Rotten als John Lyndon... Geen mooie popherinnering is meer heilig. En de critici vinden het verbazend genoeg allemaal nog prachtig - die AOW´ers die hun oude nummertjes met krakende stemmen opdreunen. The Police blijft een unieke band, zo las ik in de kranten na hun reunieconcert in Nederland. Vanzelfsprekend uniek. Maar bieden ze ook wat nieuws? Nee dus. Zouden ze zich niet beter tot hun oudemannenhobby´s kunnen beperken zoals het jureren van Idols-achtige competities? De Spice Girls kunnen zich niet eens meer koesteren als voetbalvrouwen en huismoeders. Ze beginnen een wereldtoernee in december. Led Zeppelin - volgens sommigen de grootste rockband uit de jaren zeventig - maakte vorige week bekend na 29 jaar weer een eenmalig concert te geven. En vandaag kondigen zelfs de Sex Pistols een reunieconcert aan: op 8 november in de Brixton Academy in Londen. Is het geldhonger? Is het verlangen naar de groupies van weleer? Uiteraard brengen de Sex Pistols meteen een reunieplaat uit. De kassa rinkelt. Maar God Save The Queen en Anarchy in the UK klinken toch heel anders in 2007 dan in 1977. Ik hoef er niet bij te zijn in de Brixton Academy. (18-09-2007)

 

EEN VERGISSING IN UW VOORDEEL

Waarom lezen we dat nooit in de Nederlandse kranten? Lopen Nederlanders niet zo snel naar de rechter of heeft het meer te maken met het bizarre Britse karakter, hun fascinatie voor criminaliteit en hun drankgebruik? Het beste deel van Britse kranten is misschien wel de rechtbankverslaggeving. Neem The Times van vanmorgen. Er is driekwart pagina uitgetrokken voor een zaak tegen een zeer charmant uitziende in mantelpakje geklede vrouwelijke huisarts – ja, er staat natuurlijk een foto bij – die aangeklaagd is door twee politiemannen die zij ‘stomme boeren’ heeft genoemd.. Simone Lester schold de beide agenten uit in het Arsenal-stadion nadat haar de toegang tot de spelersruimte was ontzegd. ‘I’m a f****ing doctor, I want your f****ing names and numbers. I am not moving until you give me your f****ing names and numbers.’ Tegen een agent zei ze ook nog: ‘I bet you’ve got a f****ing small c**k.’ Simone Lester geniet in Londense kringen een grote reputatie. Ze is zo integer dat ze ondermeer werd ingeschakeld bij het onderzoek naar de gifmoord op Alexander Litvinenko. Maar in het stadion had ze twee pints bier gedronken. Ze wilde zo graag een handtekening van een van haar voetbalhelden dat ze door het lint ging. Maar zoals een dokter betaamt, beweert ze niet te hebben gevloekt. Ze zegt zelf nooit het woord f****ing te hebben gebruikt, maar bloody te hebben gezegd.
En wat te denken van het verhaal van de 20-jarige Sarah Jane Lee uit Blackburn. Het arme kind had nog geen zeven pond op haar bankrekening staan toen haar Abbey National daar ineens per ongeluk 135.000 pond bijstortte. ‘Een vergissing van de bank in uw voordeel: 200 pond’ luidt een kanskaartje in het Monopoly. Lee gaf tienduizenden ponden weg aan vrienden, ging vrolijk op vakantie en kocht een nieuw bankstel voor haar appartement. Nu moest ze voorkomen wegens diefstal. Volgens de 1968 Thief Act is ‘iemand ook schuldig aan diefstal als hij ten onrechte geld krijgt overgemaakt, dat beseft en geen stappen onderneemt om het terug te draaien’. Als het maar 100 pond was geweest, had Lee nog kunnen wegkomen met het excuus dat ze het niet had ontdekt dat ze een douceurtje had ontvangen. Nu loopt ze het risico enige tijd in de cel te belanden. Misschien had net als de Poolse bordenwasser die ten onrechte 8000 pond kreeg overgemaakt, zich snel uit de voeten moeten maken. (30-8-2007)

 

 

 

ENGELSE HUMOR 2007

 

 

 

 

 

'EEN BEKEERDE REPUBLIKEIN'

Hij is de meest begeerde intellectueel van het land. Vraag in Groot-Brittannië een willekeurige vrouw boven de 25 met een academische opleiding welke drie personen ze willen meenemen naar een onbewoond eiland, en de naam van Jeremy Paxman valt.

 Zijn sex-appeal is inmiddels even beroemd als zijn vasthoudendheid, zijn ongelovige blik en wantrouwend rollende ogen.

 ‘Hij is zo intelligent’, zegt mijn buurvrouw die hem vooral van de fameuze studentenquiz University Challenge kent. Maar voor de meesten in Jeremy Paxman (57) de rottweiler van het BBC-programma Newsnight, beroemd geworden omdat hij politici desnoods veertien keer dezelfde vraag voorlegt. Zijn interviewtechniek heeft de Oxford Dictionary al een nieuw woord opgeleverd: Paxmanesque.

 Na boeken over het establishment (Friends In High Places), de Engelsen (The English), politici (The Political Animal) en zijn passie vissen (Fish, Fishing & The Meaning of Life) heeft Paxman een boek over een ander merkwaardig soort van het menselijk ras geschreven: koningen en prinsen. In On Royalty onderzoekt hij de historische rol van de monarchie in Groot-Brittannië en van andere landen die nog een koningshuis hebben.

 Paxman is hiervoor uitgenodigd op Buckingham Palace en Sadringham, waar lakeien zijn Marks & Spencer-ondergoed opvouwden en in de lade legden. Hij vond het bizar maar niet afschrikwekkend. Uiteindelijk trok de republikein de opvallende conclusie: een koningshuis is zo slecht nog niet voor een land. Het is een bindende factor voor een natie en het geeft een band met het verleden. ‘Landen met een koningshuis - de Scandinavische landen en Nederlanden – zijn vaak stabiel, terwijl het in landen met een president een chaos is.’

 Het interview vindt heel passend plaats in de tearoom van het Londense warenhuis Fortnum & Mason waar koningin Elizabeth de kerstpakketten koopt voor haar personeel. Paxman neemt de tijd. ‘Hoeveel regels moet u schrijven? Ik heb onlangs een Britse journalist gesproken die van een kwartier interview een verhaal van 2500 woorden moest maken. Ik kan het mij niet voorstellen.’

 Hij wil er anderhalf uur voor uittrekken, maar is vast niet van plan te stoppen na die tijd. Af en toe heeft hij moeite om zich in de positie van geïnterviewde in plaats van interviewer te bevinden. ‘Hoe lang zit je hier? Wat ga je hierna doen? Hoeveel vaste correspondenten heeft jullie krant? Hoe heet jullie premier ook weer? Oh, ja met die bril. Noemen ze hem Harry Potter? Wat is jullie fascinatie voor hem? Volgende week zijn er verkiezingen. Wat denk je?’ Elk antwoord leidt tot een wedervraag.

 Hij is gefascineerd door het integratiedebat in Nederland. ‘Ik denk dat jullie al weer een stap verder zijn dan wij hier in Engeland.’ Hij is het oneens met de oorlog in Irak, maar noemt Blair een geweldige politicus.

 ‘De beste die we ooit hebben gehad. Een verbazingwekkende en briljante man. Zag je gisteren hoe hij tijdens prime ministers question time de vloer aanveegde met Cameron. Het is niet mijn methode, maar het is fascinerend.’ (15-12-2006)

 

Waarom willen de Britten dan toch af van Blair?
‘Ze zijn op hem uitgekeken. Verveling is de grootste vijand van een politicus. Mensen willen wat anders.’

Elizabeth zit al 54 jaar op de troon. En die is nog heel populair.
‘Elizabeth is niet belerend zoals een politicus. Zij zegt niet wat we moeten doen. Dat is een heel belangrijk verschil. Ze is zo wijs geen opinies te uiten.’

 Waarom een boek over koningshuizen. U bent een republikein.

 ‘Dat klopt. Dat was ik. Een echte. Toen ik al de mensenmassa’s zag bij de begrafenis van de koningin-moeder in 2002 ben ik mij gaan afvragen wat die mensen toch zien in het koningshuis.’

 En nu bent u bekeerd?
‘Ja, dat is het probleem. En dat is een probleem voor ieder weldenkend en intelligent mens.

 Waarom is dat een probleem?
‘In mijn hoofd ben ik nog altijd een republikein. Een monarchie is ten slotte ouderwets, onlogisch en ondemocratisch. Dat is allemaal waar. Intellectueel is er geen enkele grond voor te vinden. Maar er is een verschil tussen het hoofd en het hart. De monarchie is wat we hebben en het is veruit te prefereren boven al het andere wat ik mij kan voorstellen. Het werkt goed. Dus ik wind mij er niet meer over op.’

 U wordt misschien te oud.
‘Nee, dat is het niet. Wat zo opvallend is dat bij ieder evenement: hoe jonger het publiek hoe minder republikeinen er zijn te vinden. Jongeren in Groot-Brittannië zijn geen gepassioneerde monarchisten, maar ze hebben geen argument om er nog tegen te zijn. Vijandigheid heeft plaats gemaakt voor onverschilligheid.’

 Al lezende in het boek lijkt het dat u van de persoon Elizabeth bent gaan houden. Ze is wijs, ze is hardwerkend, ze is de enige in het land die geïnteresseerd naar vervelende gesprekken van saaie mensen wil luisteren.’
‘Wie wil de koningin prijzen? Niemand toch eigenlijk. Ik verkeer in een weinig modieuze positie. Het is niet alleen moeilijk om van haar een politieke uitspraak te vinden, het is zelfs moeilijk om van haar een interessante opmerking te vinden.’

 Kent u het heel rijtje koningen nog zoals dat in Groot-Brittannië op school wordt geleerd?
‘Willy, Willy, Harry, Steef, Harry. Dick, John, Harry III. Daarna kan ik het van mij niet meer herinneren.’

Wie kennen jongeren nog?
‘Willem de Veroveraar, Hendrik VIII, Karel I misschien, Victoria, mogelijk George VI en dan de huidige vorstin. Maar daaruit blijkt de deplorabele staat van het onderwijs in dit land.’

 U hebt bij de Windsors mogen logeren. Wat voor familie is het?
‘Een heel rare familie. Charles bijvoorbeeld is bijna zestig. Maar zelfs als een volwassen man is hij doodsbang van zijn moeder. Het is niet alleen wij van buiten die met ontzag naar Elizabeth kijken. Het zijn ook de mensen van die familie zelf.’

  Je kunt koningshuizen niet over één kam scheren?
‘Zeker niet. Als ik naar Holland kijk… van heel ver… dan lijkt het een heel andere familie. Het is meer een republiek met een kroontje. Het idee dat de koning of koningin met pensioen kan gaan.’

 Dat zou in dit land onvoorstelbaar zijn
‘Elizabeth gaat niet met pensioen. Maar het is haar religieuze overtuiging dat ze met haar kroning een akkoord heeft gesloten met God.’

  Er staat in uw  boek een anekdote in over een ontmoeting tussen Tony Blair en koningin Beatrix in 1998 in Amsterdam. Beatrix komt naar Blair toe en vraagt hem iets, waarop Blair antwoordt: “wie bent u” en zij zegt: “de koningin van Nederland”. Volgens mij is dat een verhaal van Blairs spindoctor Alastair Campbell.
‘Daar heb ik het niet van. Ik heb twee bronnen voor het verhaal: de een is een medewerker van Blair en dat is niet Alastair Campbell en dat andere is iemand uit de huishouding van de Oranjes.’

Kent u de Oranjes?
 ‘Uw kroonprins heb ik nooit ontmoet. Maar Friso ken ik wel goed. We hebben gezamenlijke vrienden. Ik heb met hem een weekje gevist op Cuba. Een amusante kerel’

Diana belde u een keer spontaan op, omdat ze een interessant gesprek wilde
‘Dat is het voordeel als je Diana heet. Je kunt iedereen spontaan opbellen en dan weet je ook nog bijna zeker dat die ook komt opdagen.’

 Jullie koningshuis zit in een andere categorie dan andere vorstenhuizen. Ze zijn internationale sterren, terwijl de Nederlandse en Scandinavische koninklijke families vooral nationaal bekend zijn.
‘Het klinkt misschien wat arrogant, maar ik denk dat de Windsors de toetssteen zijn voor andere vorstenhuizen. Als de Britten de monarchie afschaffen is het voor andere landen moeilijk om hun monarchie nog te verdedigen.

Waarom zijn landen met een monarchie stabieler dan landen met een presidentieel stelsel?
‘Dat is voor mij een zeer intrigerende vraag. Er zijn vele andere factoren waardoor een natie een hechte band heeft zoals historische elementen. Maar een koningshuis is ook de ultieme expressie van een natie. Het is het huis der huizen. Het maakt het begrip natie meer toegankelijk voor mensen die geen politieke overtuiging hebben.’

Het maakt de geschiedenis interessanter, omdat het gebeurtenissen met mensen verbindt.
‘Daarin zit een element van waarheid. Je voelt je meer betrokken bij je geschiedenis als je een herkenbaar figuur hebt. Gebouwen als erfgoed vereisen veel meer van je voorstellingsvermogen.’

 Hoe moet een modern koningshuis overleven?
‘Ik sluit mij aan bij twee adviezen die Martin Charteris heeft gegeven, de favoriete privé-secretaris van de koningin. De tweede is: ‘Steek nooit een helpende hand toe op de barbecues van de koningin. Te veel mensen zijn uitgescholden door de Duke of Edinburgh als hij de worstjes verbrandt. De belangrijkste is: ‘Vergeet nooit dat je bezig bent in de geluksbusiness’

 Wat gebeurt er in dit land als Elizabeth overlijdt?
‘Charles wordt koning. Maar ik weet van zeker drie landen in het Gemenebest die dan overwegen de monarchie op te heffen. En ik verwacht dat zeker eentje dat ook misschien doet. Maar schrijf ‘misschien’ met hoofdletters. Het is nogal ingewikkeld om te doen. Republikeinen moeten heel snel handelen want de opvolging van een koningshuis is binnen jaar geregeld. En ik ken geen land waar de republikeinen zich zo goed georganiseerd hebben dat ze dat ook redden.’

 Stel dat Elizabeth blijft leven tot 2015, 2016, dan is Charles bijna zeventig. Kan hij alsnog koning worden?
‘Natuurlijk. Leeftijd heeft daarmee niets te maken. Het is geen baan waar je met pensioen gaat. Er zijn geen leeftijdsbeperkingen. Dus dat is irrelevant.’

Wil hij zelf dan nog wel?
‘Het vereist heel veel van een mens om je hele leven te wachten op een bepaalde functie en het dan niet te mogen doen omdat je te oud bent.’

Als ik uw boek lees is het koningschap een verschrikkelijke baan. Wat is de motivatie om het te doen?
‘Plichtsbesef. Elizabeth heeft het, Charles ook. Ze behoren tot een generatie die dat nog heeft.’

Heeft u soms medelijden met de Windsors?
‘Nee, dat vind ik patroniserend. Maar ik benijd ze zeker niet. En ik ben heel blij dat ze het doen.’

U accepteert nu vast een ridderslag van de koningin als u wordt voorgedragen. Sir Jeremy Paxman?’
‘Nee, ridderordes en andere onderscheidingen worden gedaan op voordracht van politici. En journalisten moeten geen onderscheidingen accepteren van politici. Dus ik zou weigeren.’

Dus u blijft de luis in de pels van het Britse establishment
 ‘Het oude establishment is verdwenen. Margaret Thatcher begreep als eerste dat het niet meer werkte. Tony Blair heeft geprobeerd het op een andere manier opnieuw uit te vinden. En tot een zeker punt is hij daarin ook succesvol geweest. Hij heeft een nieuwe orthodoxie geschapen – een soort sociaal model hoe de wereld moet worden georganiseerd door paternalisme en een osmotisch begrip van hoe dingen werken. Mensen die deze overtuiging delen zijn aan de top gekomen van alle instituten in dit land- universiteiten, museums, de rechterlijke macht. Het is niet corrupt maar de macht ligt ergens anders.’’

Dat geldt voor Londen. Maar ook voor het platteland?
‘Ogenschijnlijk is daar meer hetzelfde gebleven. Maar de oude landadel is zijn autoriteit kwijt. Ze functioneert nu als de koningin met een soortgelijk plichtsbesef. Ze voelen zich verantwoordelijk voor de burgerij, ze doen aan liefdadigheid. Je kunt niet zeggen dat het de consequentie is van Blairism of Thatcherism, het is een langzaam proces geweest dat zich in de laatste decennia heeft afgespeeld. Engeland mag er nog vaak hetzelfde uitzien, het is niet meer hetzelfde. Het is een gefragmentiseerde en mobiele samenleving.

 

 

VERHAAL GENOMINEERD ALS STORY OF THE YEAR VOOR MEDIA AWARDS

 

Verhaal over ijshockeyclub gelauwerd

 

Een verhaal van Volkskrant-correspondent Peter de Waard  over een non-sektarische ijshockeyclub in Belfast is als tweede geeindigd bij de verkiezing van story of the year bij de internationale media awards in Londen. Het verhaal verscheen op 10 januari dit jaar in de Volkskrant. Peter de Waard was hierdoor ook automatisch genomineerd  in de categorie journalist van het jaar.

 De awards werden op 28 november door de Duke of Gloucester uitgereikt op een groot gala in het Park Lane Hilton in Londen. Behalve de Britse minister van Buitenlandse Zaken Margaret Beckett waren veel bekende sterren als acteurs en popartiesten, onder wie de leden van Pink Floyd, aanwezig. Speciale awards gingen naar de familieleden van de vermoorde Russische journaliste Anna Politskovskya en de eerder door de Taliban gekidnapte en later vrijgelaten fotojournaliste Gabriele “Kash” Torsello.

 Beckett zei in haar speech dat journalisten dankzij hun fysieke en morele moed ertoe hebben bijgedragen de wereld beter te begrijpen. Ze constateerde dat de wereld was veranderd en kleiner is geworden. ‘Via internet kunnen we overal tegelijkertijd zijn. Er is niet meer zoiets als het buitenland. Zowel het ministerie van Buitenlandse Zaken als buitenlandse journalisten moeten daarmee om proberen te gaan en hun rol definiëren. Met 24 uur nieuws en internet hoeven mensen niet altijd meer te worden verteld wat er gebeurt, ze kunnen het nu vaak zelf zien. Journalisten moeten de onderliggende oorzaken aan de kaak stellen.’

 Beckett herdacht 49 journalisten die dit jaar omgekomen zijn tijdens hun werk. Presentator Jon Snow van Channel 4 News reikte de speciale award uit aan de nicht van de omgekomen Anna Politskovskya.

 Time Magazine haalde de eerste prijs in der categorie story of the year. Het juryrapport beschreef Peter de Waard zijn verhaal als ‘Een origineel verhaal dat vanuit een verrassende hoe keen unieke blik geeft op Noord-Ierland.’ Het Volkskrant-verhaal was het enige in een niet-Engelstalig medium gepubliceerde artikel dat de shortlist voor deze internationaal prestigieuze prijs haalde. De Waard kreeg als runner-up een oorkonde uitgereikt.

 

EEN CLUB ZONDER GELOOF

 

Door Peter de Waard

 

De Noord-Ierse ijshockeyclub Belfast Giants is uitgegroeid tot een vredesinstituut: het telt niet of de spelers protestant of katholiek zijn. Een Nederlander, Albert Maasland, is voorzitter en eigenaar. 'Wij staan boven de verschillen.'

 

 

Een ijshockey-arena is een bizarre plek als metafoor voor vreedzaamheid. Twee kleerkasten meppen met hun vuisten en sticks op elkaar in nadat een van hen te hard tegen de boarding is gesmeten. Vlak voor tijd krijgen de supporters van de Belfast Giants nog een echt vuistgevecht voorgeschoteld dat met groot gejuich wordt begroet.

Albert Maasland, voorzitter annex clubeigenaar, kijkt toe - hoofdschuddend, maar geamuseerd. 'Vorige week kreeg de vechtersbaas van ons team een puck tegen zijn mond. Zijn lip was totaal aan gort. En nu speelt hij niet alleen weer, hij kleunt er ook al weer in.'

Maasland ziet a good fight ook een beetje als slagroom op de taart van een avondje entertainment in de Odyssey Arena in Belfast. Zijn Belfast Giants winnen met 4-1 van Coventry Blaze, de landskampioen van het vorig jaar, en nemen daarmee een voorschot op het kampioenschap van de Britse Elite-ijshockeyleague. 'De wedstrijd bood alles. Ik denk dat het publiek tevreden is. It was a good night out', concludeert hij.

Mannen, vrouwen en kinderen in Giants-outfits klappen na afloop de handen stuk voor de ijshockeyhelden. De club is populair in Belfast. De Giants zijn eensgezind door protestanten en katholieken in de armen gesloten. 'Dit is geen protestantse of katholieke club. Dit is new age', zegt supporter Addie Smyth (34), die hier vanavond is met zijn twee kinderen Emy (6) en Andrew (5).

Pas na enig aandringen wil Smyth kwijt dat hij protestant is. 'IJshockey boeit mij als sport. Het is snel en spectaculair. Daarnaast is de entourage familievriendelijk. Kijk maar hoeveel gezinnen hier zijn. Maar ik vind het ook heerlijk dat deze club de geloofsbarrières doorbreekt. Misschien zit ik naast een katholieke familie, maar dat maakt niet uit. IJshockey verenigt ons.'

In hetzelfde tribunevak zit Mark McAllister ('Ja, ik ben katholiek') die zich een fanatiek aanhanger van de club noemt en zelfs met alle uitwedstrijden meegaat. 'De Giants hebben meer gedaan voor de vrede dan alle politici', zegt hij. 'In deze arena vergeet je je geloof.'

De Belfast Giants zijn eigenlijk de enige non-sektarische sportvereniging in een stad waar elke andere vereniging katholiek of protestant is. En de club waakt er ook voor dat het zo blijft. Het beeldmerk van de club is Finn MacCool, een mytische figuur van voor Christus. De slogan luidt: 'In het land van de reuzen is iedereen gelijk.'

Het groen van de republikeinen en het oranje van de unionisten zijn op de tribunes verboden, net als de shirts van de protestantse Glasgow Rangers of het katholieke Celtic, voetbalclubs uit Schotland. 'We willen in geen enkel opzicht met een religie worden verbonden. We gaan een stap verder dan het overbruggen van geloofsverschillen. Wij staan boven de verschillen', zegt Maasland.

De 45-jarige Maasland ziet zich niet als de Roman Abramovitsj van het Britse ijshockey. 'Er is een verschil in vermogen', zegt hij met gevoel voor understatement. 'De Russische olietycoon en eigenaar van Chelsea gaat met een privévliegtuig naar de wedstrijden, ik met een toestel van easyJet.'

Maasland reist van Belfast International Airport met de bus naar het stadion. 'Dat is goedkoper en net zo snel als een taxi.' Niet dat hij zuinig is; de Belfast Giants hebben hem al miljoenen gekost. 'Mijn vrouw bewondert mijn gaven als entrepreneur. Maar die ijshockeyclub vond ze vanaf het begin maar niets. En ze heeft gelijk gehad. Financieel tenminste.'

Hij krijgt er iets anders voor terug. In Belfast is hij een held; hij is erin geslaagd protestanten en katholieken te verenigen in een sport. 'Jarenlang heb ik in Londen gewerkt, in de City, en daar gezien dat geld niet gelukkig maakt. Ik denk dat ik later misschien wel met de meeste voldoening terugkijk op het ijshockey-avontuur.'

Maasland is een avonturier die de wereld ziet als een dorp. Zijn ouders kwamen uit Den Helder (zijn moeder was de dochter van de bekende Tweede-Kamergriffier Arnold Scheper), hij werd geboren in de VS, verhuisde jong naar Canada, richtte daar een keten op van dierenzaken, werd computerwizard in Brussel en Parijs en vervolgens investment banker in Londen, voordat hij een reeks eigen bedrijven begon, waaronder dierenzaken en tuincentra in Engeland en safariparken in Zimbabwe. Op dit moment zet hij voor Standard Chartered in Singapore een valutadesk op. 'De Koreaanse wong, de Indiaase roepie en de Chinese rimbini zijn nu de meest verhandelde valuta ter wereld.'

Tussendoor reist hij zo vaak mogelijk van zijn woning in Riverhead (Kent) naar de wedstrijden van de Belfast Giants. Zijn club. 'Ik heb zelf ijshockey gespeeld, maar een echte grote fan was ik eigenlijk nooit. Totdat ik met die club begon.'

Zijn roeping als vredesapostel is louter toeval. In 1998 werd hij door een bevriende journalist benaderd om financieel te participeren in een nieuw op te richten ijshockeyclub. 'Het zou om een klein bedrag gaan: 30 duizend dollar. Die vriend wist nog niet waar die club moest komen. Toen ik in New York was, belde hij mij midden in de nacht op. 'Ik weet een plek: Belfast!', zei hij. Ik dacht dat het een grap was, want ik kende de stad alleen van bommen en geweld.

'Het was nog voor het Goede Vrijdag-vredesakkoord. Maar toen ik ernaar toeging, was ik meteen verkocht. Het zag er beter uit dan ik dacht. En er was dankzij een donatie van het Millennium Fund een magnifieke arena gepland die bij uitstek geschikt leek voor ijshockey.'

Er werden Canadese spelers van het tweede garnituur aangetrokken, spelers die het net niet hadden gered of op hun retour waren in de Amerikaanse National Hockey League. In 2000 deden de Belfast Giants voor het eerst mee aan de competitie. 'Het eerste seizoen kwamen mensen vooral uit nieuwsgierigheid. In het tweede seizoen was Belfast ijshockey-boomtown geworden. De club werd kampioen en alle wedstrijden waren uitverkocht', vertelt ijshockeyverslaggever Stuart McKinley van de Belfast Telegraph.

In 2003 was er een crisis toen sponsor Rover bankroet ging, maar nu is met bierbrouwer Coors een nieuwe grote sponsor aangetrokken. En na vijf jaar van ups en downs, is ijshockey de vierde sport van de stad geworden (na voetbal, rugby en gaelic football). McKinley zegt dat ijshockey zich als sport in de stad heeft bestendigd. 'Maasland is geen eendagsvlieg. Hij heeft nu twee andere financiële participanten aangetrokken. Daarnaast heeft hij de eigenaar van een grote koffieshop-keten in Belfast tot directeur benoemd, zodat de club ook bestuurlijk in de Noord-Ierse gemeenschap staat.'

Hoewel de IRA sinds 1994 een bestand in acht neemt en vorig jaar zelfs de wapens heeft vernietigd, wordt het hele maatschappelijke en politieke leven in Belfast nog bepaald door de geloofsstrijd. Tijdens verkiezingen speelt er slechts één thema: wie katholiek is en aansluiting wil met Ierland, stemt op de nationalisten of de republikeinen van Gerry Adams; wie protestant is en bij Groot-Brittannië wil blijven, stemt op de unionisten van dominee Paisley.

Partijen die de geloofsgrenzen willen overschrijden met thema's als kleinschaliger onderwijs, meer werk of betere gezondheidszorg, maken geen kans. 'Mensen kiezen ook hun sportvereniging op grond van hun geloofsachtergrond. De historie bepaalt nog alles', aldus McKinley.

Het grote voordeel van ijshockey is dat de sport geen traditie in Noord-Ierland heeft - en daardoor geen traditionele band met een bepaalde religie. 'Mensen die zeggen dat Belfast niet de goede plaats zou zijn voor een nieuwe sport, hebben hun huiswerk niet gemaakt', stelt Maasland.

Juist de Noord-Ierse hoofdstad heeft de gemiddeld jongste bevolking van het land. De inkomens zijn hier de laatste jaren sneller gestegen dan in de rest van Groot-Brittannië - enerzijds als gevolg van de miljoenen die de Britse politiek in publieke voorzieningen investeert om de vrede veilig te stellen, anderzijds dankzij het succes van de 'Keltische tijger' in het zuiden van Ierland.

De generatie van jonge, welgestelde Noord-Ieren wil afrekenen met dertig jaar burgeroorlog. Laura Townsend is fotomodel en maakt deel uit van de tien cheerleaders die elke thuiswedstrijd van de Giants opvrolijken. 'We zijn met tien meiden, maar we weten niet eens wat elkaars geloof is.' Graham Walton, geboren en getogen in Belfast, is een van de lokale helden in het ijshockeyteam. 'De Canadezen die hier spelen, praten niet over geloof. En wij ook niet. Ik sta eigenlijk verbaasd over hoe de mensen in Belfast dat waarderen.'

Lynne Alsopp, ijshockeyfan: 'Ik heb een paar vrienden verloren tijdens de Troubles, de ongeregeldheden: twee vrienden die werkten bij de politie, de Royal Ulster Constabulary. Er zijn maar heel weinig mensen hier die geen kennissen verloren hebben. Maar ik wil het er niet meer over hebben. Religie is veel te belangrijk gemaakt. Boven zit toch maar één man. We hebben misschien allemaal een andere weg om daar te komen, maar we moeten naar die ene man.'

Albert Maasland mengt zich de hele wedstrijd onder de fans. 'Er is een vip-box voor mij, maar daar zit ik nooit.' Om half zeven de volgende morgen staat hij weer op het busstation voor de rit naar Belfast International Airport - daarna met easyJet terug naar Londen Gatwick. 'Beetje hoofdpijn. Met de fans doorgezakt. Ineens zag ik dat het één uur was en bedacht ik dat ik ook nog slaap nodig had.'

 

Belfast als therapie

 

Theo Fleury (37), het enfant terrible van het Canadese ijshockey en een van de tien beste spelers ter wereld, speelt bij de Belfast Giants. Hij won als ijshockeyer alle prijzen - van de Stanley Cup tot olympisch goud - en speelde voor topclubs als de Calgary Flames, de New York Rangers en de Chicago Blackhawks. Hij scoorde 455 goals in de National Hockey League, de sterkste ijshockeycompetitie ter wereld.

Maar zijn schouders konden de weelde niet dragen. Hij raakte verslaafd aan crack en drank, belandde in bordelen en vervolgens in de goot. 'Ik was de beste in ijshockey en de beste in drinken', zegt Fleury. Hij voelt zich thuis in de stad die ook George Best heeft voortgebracht. 'Het is mijn lot. Ik kom altijd in de vreemdste uithoeken van de wereld terecht.'

Fleury zegt dat het leven in Belfast hem bevalt. 'Ik vind het leuk, mijn verloofde voelt zich hier thuis. Ik had geen idee waar ik terechtkwam, maar het is mij alles meegevallen.' Het spelniveau schat hij niet zo hoog in ('Iets beter, denk ik, dan jullie in Nederland en iets minder dan in Duitsland'), maar hij zegt dat de club 'heel veel passie' uitstraalt. 'En ik ben ambitieus. Ik ben overal kampioen van geweest, maar nog niet van Groot-Brittannië.'

Fleury verdient in Belfast 26 duizend dollar per seizoen, een schril contrast met de 8,5 miljoen die hij bij de New York Rangers opstreek. Maar geld is niet belangrijk. 'IJshockey is mijn hobby. En hier kan ik er nog titels mee halen. Misschien is een verblijf in Belfast wel de beste therapie die ik mij kan wensen.'

 

Uit de Volkskrant van 10-1-2006

 

FOTO'S VAN DE AWARDS-CEREMONIE

 

 

   
     

 

   
   

 

 

De glijbanen in de turbinehal zien eruit als de suisbuizen in een zwemparadijs. Afdalen is net als een parachutesprong: recht naar beneden. ‘ Wat is er mis met een kermisattractie?’

AFDALEN IN DE TATE

Omdat geen ballen- of waterbak de klap verzacht, kwamen sommige bezoekers na een afdaling van vijftig kilometer per uur wat hard neer. Een enkeling liep zelfs een schaafwondje op. Maar grote ongelukken blijven uit. Vijf glijbanen – waarvan een van ruim 55 meter lang – zijn de nieuwste attractie van de Tate Modern in Londen, het populairste museum voor moderne kunst in de wereld.

 De glijbanen die eruit zien als de suisbuizen in een Center Parcs-zwemparadijs, maken deel uit van het kunstwerk Test Side. Ze zijn gecreëerd door de in België geboren en in Duitsland woonachtige kunstenaar Carsten Höller als zevende en laatste project in de zogenoemde Unilever-serie.

 Höller zegt ze te hebben bedoeld als speeltuin voor het menselijke lichaam en de geest. ‘En iedereen die ik er vanmorgen vanaf heb zien glijden had een glimlach op het gezicht. Er was nergens een uitdrukking van afschuw’, stelde hij tevreden vast.

 Höller kon op zijn beurt zelf slechts glimlachen op de vraag of het nu kunst of een kermisattractie is. ‘Wat is er tegen een kermisattractie?’ Tate Modern-directeur Vicente Todoli gaf er ook geen duidelijk antwoord op.

 ‘Höller heeft geprobeerd iets te doen met de enorme ruimte die de turbinehal van de Tate Modern biedt. Deels is het vermaak, deels is het een beeldhouwwerk. Maar omdat er kunst omheen staat in plaats van andere kermisattracties, voelt de reis door de ruimte anders aan. Maar ieder mag er zijn eigen interpretatie aan geven.’

 Geen kunstwerk in de geschiedenis zal zo populair zijn als Höllers Test Side. Meteen na de opening maandagmorgen verdrongen zich hele schoolklassen op de vijfde verdieping van Tate Modern om op een jutekleedje naar beneden te glijden.

 Höller is een grote propagandist van het gebruik van glijbanen in gebouwen. Hij is zelfs van plan een heel gebouw te creëren die bestaat uit glijbanen. ‘Het is een zoektocht naar middelen om mensen op hun reis te bevrijden van stress. Ik ben daar al een hele tijd mee bezig. Dit is mijn laatste poging om iedereen de voordelen te laten inzien. Als niemand dat doet, dan heb ik pech gehad.’

 Een bezoeker vergeleek de kick van de afdaling in Tate Modern met een parachutesprong. ‘Je gaat in het begin recht naar beneden. Goh, het ging echt met een griezelige snelheid.’ Maar ze liet zich hier niet door afschrikken en ging meteen weer naar boven om het nog een keer te proberen. De vijf glijbanen hebben allemaal andere vormen, waardoor de afdaling telkens anders is. Nu al is duidelijk dat er in de komende maanden rijen voor de glijbanen zullen staan. De Tate is bijna veranderd is een soort Disneyland met allerlei stewardsdie de mensen moeten helpen bij het instappen en een oogje in het zeil moeten houden.

 Test Site zal zonder twijfel de grote klapper worden in een serie die al zeer spraakmakend en populair is geweest. De Unilever-serie van kolossale kunstwerken ging in 2000 van start met Louise Bourgeois reuzenspin. Veel van de werken in deze serie hadden een groot entertainment-karakter. Rachel Whitereads Embankment – een doolhof van witte dozen – was de voorlaatste in de serie. Olafur Eliassons Weather Project – een rode zon – leidde ertoe dat Londenaren in het weekeinde massaal op de grond neerstreken voor een uurtje onthaasting.

 De serie heeft veel bijgedragen aan de popularisering van controversiële hedendaagse kunst in Londen. Afgelopen week kreeg die een nieuwe dimensie met de opening van de Turner Prize-expositie in Tate Britain met ondermeer een kantoor van drie mensen die onderzoek doen naar de gevolgen van reality televisie. Tegelijkertijd opende in de Royal Acadamy of Arts een nieuwe tentoonstelling van superverzamelaar Charles Saatchi die vanwege de expliciete seksuele uitstraling al tot grote ophef heeft geleid. En dan gaat deze week in Londen ook de Frieze Art Fair van start, de grootste beurs voor hedendaagse kunst.

 Van de glijbaan van Carsten Höller zal tot april kunnen worden afgedaald. Maar als het aan Möller ligt, zal zijn kunstwerk een permanent plekje aan de zuidoever van de Theems, mogelijk in de nieuwe vleugel van het museum die in 2012 moet worden geopend. (10-10-2006)

 

Hier 2 filmpjes:     http://news.bbc.co.uk/nolavconsole/ifs_news/hi/nb_rm_fs.stm?news=1&nbram=1&nbwm=1&nol_storyid=6034325
                               http://player.omroep.nl/?aflID=3372471&md5=3b6a4c0b17c53c38536ccc5155cb1c73    (van 11.34 tot 11.55).


 

Toekomst van het ritse buitenlandse beleid, lezing 22 oktober 2007 voor diplomaten

 

Lezing Peter de Waard voor Instituut Clingendael op 22 oktober 2007-10-13

 

Iedereen die pogingen doet trends in de buitenlandse politiek van een land te signaleren loop het risico zich belachelijk te maken. Voorspellingen die nu voor de hand liggen, kunnen hem of haar later blijven achtervolgen. Wat te denken van Neville Chamberlain die in 1938 na het Akkoord van München riep ‘Vrede voor Deze Tijd’ te hebben gebracht.

 Dus het is begrijpelijk en zelfs aanbevelingswaardig dat u enigszins sceptisch zal zijn over wat ik zal zeggen. Drie weken geleden had ik mogelijk voorspeld dat we op 1 november in Groot-Brittannië verkiezingen voor een nieuw Lagerhuis zouden hebben gehad. Maar de nieuwe premier Gordon Brown heeft iedereen voor gek gezet – de analisten, de journalisten, zijn eigen achterban en eigenlijk ook zichzelf – door te zeggen dat er deze herfst en waarschijnlijk zelfs volgend jaar geen verkiezingen worden gehouden.

 Politieke landschappen veranderen snel. Labour lag drie weken geleden mijlen voor in de peilingen. In een weekeinde veranderde het tij en hebben de Conservatieven Labour ingehaald. Nu staan zij volgens de laatste peilingen ver voor.

 De Britse buitenlandse politiek is in vele opzichten onvoorspelbaar. Ten eerste heeft zich dit jaar een machtswisseling voorgedaan op Downing Street. Blair ging en Brown kwam. Na tien jaar wisten we ongeveer waar de flamboyante Tony Blair voor stond. Maar Brown is nog altijd een groot vraagteken. Misschien wacht hij de gebeurtenissen af – de ontwikkelingen in Irak, de nieuwe president in de VS, de houding van de andere Europese landen over het grondwetverdrag – voordat hij zijn positie bepaalt.

 Echte nieuwe beleidspunten zijn niet ontwikkeld, hoewel zijn minister van Buitenlandse Zaken David Miliband op het laatste Labour-congres sprak van een ‘tweede golf van buitenlandse politiek’ na Blairs ‘eerste golf’.

 Maar hoe die golven zich onderscheiden laat zich nog raden. Zal er ook schuim op Browns golf staan, zoals die van Blair, of wordt het een uitkabbelend rollertje?

 Iets nieuws heeft Brown na vier maanden premierschap nog niet gedaan. Zelfs de aankondiging de Britse troepen in Irak volgend jaar te halveren, is eigenlijk een besluit dat al door Blair was genomen hoewel Brown er goede sier mee probeerde te maken. Maar Blair had al besloten dat in de Britse zone de verantwoordelijk voor de veiligheid zou worden overgedragen aan de Iraki’s zelf. En nu het aantal aanslagen daar sterk is verminderd, kon dat ook probleemloos. De vraag zou zijn wat Brown zou doen, als de veiligheidssituatie daar ineens weer verslechtert. Gaat hij dan ook door met het terugtrekken van troepen of zullen zelfs nieuwe troepen moeten worden ingebracht? Daarop hebben we nog geen antwoord.

 Browns retoriek tot nu toe is tamelijk obligaat. Hij zegt dat de alliantie met de Amerikanen een feit is, dat samenwerking met landen in Europa wordt toegejuicht en dat het Gemenebest nog altijd een hoeksteen is. Het klinkt even vaag als Blairite.

 Brown lijkt nog geen doordacht buitenlands beleid te hebben. Ik denk dat veel Britse diplomaten al stilletjes terugverlangen naar Tony Blair. Hij kon een buitenlands beleid presenteren. Hij kon zich sterk profileren dankzij zijn overtuigingen – of ze die nu deelden of niet.

 Voor Blair – de omhoog gevallen politicus - was de wereld duidelijk – een gevecht tussen goed en slecht. Voor Brown – de geboren politicus – is die veel complexer. Hij bekijkt de wereld meer door een economische bril. Hij weegt Britse belangen af aan de economische voordelen voor het eigen land en de rest van de globe. Brown is een supporter van het grote zakenleven en huldigt neo-liberale economische opvattingen. Hij denkt dat vrije handel elk probleem kan oplossen – zelfs de armoede in Afrika.

 Blair was in 1997 een nieuwkomer, een onbeschreven blad. Iemand die tot zijn achttiende maar een keer over de grens was geweest en in zijn verkiezingscampagne van toen het woord buitenland maar een keer had genoemd.

 Brown is de ervaren rot. Voordat hij premier werd was hij al tien jaar chancellor – minister van Financiën. Maar hij liet zich zelden uit over buitenlandse politiek. De enige twee dingen wat we van hem weten was zijn vastberadenheid iets te doen aan de armoede in Afrika en zijn fameuze vijf tests waarvoor het land zou moeten slagen voordat de euro zou mogen worden ingevoerd.

 De vraag is of Brown in het buitenlands beleid voorzichtiger zal zijn dan Blair. Zal hij minder vaak zijn nek uitsteken? Zal hij bij zijn besluitvorming meer rekening houden met wat het Britse volk denkt? Brown lijkt op het eerste gezicht banger te zijn dan Tony Blair om de steun van etnische minderheden, de vakbonden, de burgerrechtgroeperingen en de linkervleugel van zijn partij te verliezen. Door zo weinig mogelijk te zeggen over buitenlandse politiek kan hij tenminste iedereen te vriend houden.

 De wereld zal het hem minder in dank afnemen. Onduidelijkheid in de Britse buitenlandse politiek is internationaal een probleem. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw leek Groot-Brittannie er niet zoveel meer toe te doen. Het land werd gezien als een natie die het niet was gelukt de transformatie van een imperiale macht naar een gewoon land te maken. De Britse buitenlandse politiek leek altijd te worden overschaduwd door nostalgie naar het verleden. De inval in Suez in 1956 en het besluit niet mee te doen aan de EEG een jaar later bewezen de stelling van de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Dean Acheson - ´Groot-Brittannie heeft een wereldrijk verloren en is er niet in geslaagd een nieuwe rol te vinden.´

 Het oordeel was toen een schot in de roos. Maar vijftig jaar later is dat veranderd. Dankzij Margaret Thatcher en Tony Blair is Groot-Brittannie weer een zelfverzekerde natie geworden. Het heeft geen imperium meer en is ook geen supermacht, maar wel een van ´s wereld invloedrijkste naties. Het is een belangrijk en soms ook leidend lid van de EU, het is natuurlijk een leidend lid van het Gemenebest, het geniet een culturele invloed in de wereld die in geen verhouding staat tot de omvang van het land, het heeft het voordeel van de Engelse taal, het is een financieel centrum en heeft cool Londen, de stad met zijn theaters, popsterren en de ---nog-----onverslaanbare BBC waarmee de hele wereld de ogen worden uitgestoken.

 En daarnaast is het land ook nog een permanent lid van de VN en lid van de G8. Het heeft de op vier na grootste economie ter wereld, een actief ontwikkelingsprogramma, kleine maar zeer efficiente strijdkrachten en meer overzeese investeringen dan welk land ter wereld ook met uitzondering van de VS.

 Zo’n land heeft een ambitieuze buitenlandse politiek nodig met mondiale uitstraling.

 Dus gaan we toch proberen de trends op een aantal beleidsterreinen vast te stellen met het risico ons belachelijk te maken.

 

In de eerste plaats Europa:

 

De relatie met Europa is mogelijk de grootste obsessie en frustratie van Britse politici. Het is ook voer voor een hoogoplopend debat dat het land al generaties splijt. En het is ook het terrein waar de schandaalbladen hun grootste invloed laten gelden. Het Europa van de EU is in hun ogen een grote geldverspilling. Als er over EU wordt geschreven gaat het over geld over de balk smijterij zoals nieuwe dienstauto’s, champagneparty’s en enorme declaraties. Europa is een groot Frans/Duits samenzweringsproject.

 Premiers zijn daardoor al bij voorbaat gijzelaar van het volkspopulisme.

 De hele paradox is dat het Europa van de EU een Britse uitvinding is – hoewel een Frans/Duitse creatie. Winston Churchill was in 1945 de eerste die opriep tot de vorming van een Verenigde Staten van Europa die harmonische relaties, economische samenwerking en een soort van Europese identiteit zou moeten propageren.

 Als oppositieleider pleitte Churchill na 1945 even vurig voor Europese samenwerking als dat hij als oorlogsleider had opgeroepen tot bloed, zweet en tranen in de strijd tegen het nazisme.

 Op de conferentie van de Europese beweging – hier in Den Haag van 7 tot 10 mei 1948 – zette Churchill zijn visie voor Europa uit. Hij benadrukte dat het onmogelijk zou zijn om economische en militaire samenwerking niet gepaard te laten gaan met een politieke structuur. Hij riep op tot de vorming van een Europese Assemblee en sprak over de drie pilaren van de Verenigde Naties: de Sovjet-Unie, de VS en een Raad van Europa met daarin Groot-Brittannië verbonden met zijn Imperium en Gemenebest. Hij sprak de hoop uit dat ook Britten trots zouden kunnen zeggen; ‘Ik ben een Europeaan’.

 Maar toen hij in 1951 weer premier werd verstomde zijn enthousiasme voor Europa. De dekolonisatie, de koude oorlog, het einde van het imperium, de moeizame relatie met de nieuwe Amerikaanse president Eisenhower en zijn eigen ouderdomskwaaltjes verbruikten al zijn energie.

 Zijn retoriek van de jaren daarvoor mondde uit in een enorme ambivalentie ten opzichte van Europa. Toen de EGKS in 1952 en de EEG vijf jaar later werden gevormd nam Groot-Brittannië geen deel. Pas in de jaren zestig toen de Britse economie in het slop raakte en de economie op het continent de wind in de zeilen kreeg, wilden de Britten wel lid worden. Maar de Franse president de Gaulle zag de Britten als een soort Amerikaans paard van Troje en sprak zijn veto uit. Toen De Gaulle ontslag nam pakte Edward Heath – mogelijk de enige echte eurofiel van alle na-oorlogse Britse premiers – zijn kans. Groot-Brittannië werd EEG-lid, hoewel een referendum daarover twee jaar later net goed afliep.

 Het referendum vernietigde bijna de Labourpartij. Tien jaar later splitste Labour ondermeer hierdoor in de Old Labour van Michael Foot en de SDP van Roy Jenkins. Het zou niet de laatste keer zijn dat een grote Britse partij bijna aan Europa tenonder ging.

 Margaret Thatcher, die in 1979 premier werd, was aanvankelijk pro-Europees. Maar dat veranderde snel toen het leidende Europese duo – de Franse president Giscard d’Estaing en Helmut Schmidt en later ook hun opvolgers Mitterand en Kohl – de as Bonn-Parijs niet wilde vergroten met een Londense variant. Thatcher trok liever op met de Amerikaanse president Ronald Reagan en de nieuwe Russische leider Gorbatsjov – mensen met wie wel zaken te doen vielen.

 Thatcher werd een uitgesproken euroscepticus. ‘God heeft niet voor niets Het Kanaal geschapen’, werd haar patrool.

 En toen zij in 1990 moest opstappen, liet zij een Tory-partij achter die tot op het bot verdeeld was over Europa en verdergaande samenwerking zoals de in het Verdrag van Maastricht vastgelegde Economische en Politieke Unie.

 Tony Blair zou alles veranderen toen hij in 1997 aan de macht kwam. Groot-Brittannië zou in het hart van Europa moeten staan. Blair tekende vol enthousiasme het Verdrag van Amsterdam. Maar dingen veranderden heel snel. Gordon Brown – zijn minister van Financiën – zag minder in de Europese landen met hun verouderde economische structuren waarbij vakbonden nog de dienst uitmaakten. Brown frustreerde al Blairs pogingen om de euro in te voeren met zijn zogenoemde vijf tests. 9/11 deed de rest. Blair kon nooit zijn wens realiseren om Groot-Brittannië in het hart van Europa te plaatsen. Brown is eurosceptischer dan Blair. Hij wantrouwt de oude economieën, de tete a tetes van de Duitse en Franse leiders en de onafhankelijkheid van de Europese centrale bank.

 Maar dat betekent niet dat het beleid nu drastisch zal veranderen. Niet alleen heeft Brown een Blairite als minister van Buitenlandse Zaken benoemd – David Miliband – hij heeft zelfs beloofd net als Balkenende geen referendum te houden over het nieuwe grondwetverdrag – overigens een belofte die Blair ook deed en daarna weer brak.

 Europa is een achilleshiel voor elke Britse politicus. De ervaren Brown beseft dat. In de komende drie maanden zal hij in het Lagerhuis moeilijk genoeg krijgen met dit voornemen geen referendum te houden. Niet alleen de Tory’s zullen hem het vuur na aan de schenen leggen, ook veel labour-parlementariërs. Sommigen voorspellen al dat Labour hier even verdeeld zal uitkomen als de Tory’s na het debat over Maastricht in 1992.

 Brown zal niet het Europese project willen frustreren. Maar hij zal ook niet de grote visionair willen zijn, zoals Blair die alles op zijn kop wilde zetten maar eigenlijk nergens in slaagde. Brown kondigde afgelopen vrijdag al aan dat na het grondwetverdrag tien jaar lang geen nieuwe bevoegdheden aan Brussel zullen worden overgedragen. Brown zal in Europa niet in de frontlinie staan. Hij zal ook niet zijn rug naar Europa keren. Keurig zal hij aan de zijlijn staan.

 

De Speciale Relatie

 

Net als Tony Blair en George Bush is Gordon Brown een praktiserend christen. Maar hij ziet de wereld toch meer door een economische kijker dan door religieuze opvattingen van goed en slecht.

 De linkervleugel van Labour die Blair altijd hebben gezien als een schoothondje van George Bush, hopen in Brown een minder trouwe bondgenoot van Washington te hebben gevonden. In een cartoon werd Brown getekend als een bulldog die op de schoenen van Bush plaste.

 In wezen is Brown echter een trouwere atlanticus dan Blair. Hoewel hij zich minder makkelijk door George Bush in militaire avonturen zal laten meeslepen, zal hij zeker geen afstand nemen van de VS. Brown heeft een grote voorkeur voor het economische model van de VS met zijn flexibele arbeidsmarkten boven dan van het continent met de starre regels.

 Sinds de Tweede Wereldoorlog is de relatie tussen Groot-Brittannië en de VS altijd hecht gebleven. De speciale relatie zoals Churchill die in de oorlog noemde, is steeds in tact gebleven. Er zijn meningsverschillen geweest – zo waren de Amerikanen kritisch over de Britse invallen in Suez in 1956 en de Falklands in 1984 en deden de Britten niet mee aan de oorlog in Vietnam in de jaren zestig – maar hun visie op de wereld is al sinds Pearl Harbour bijna hetzelfde.

 Zeker in de laatste dertig jaar waren de koppels Thatcher/Reagan, Major/Bush sr. en Blair met Clinton en Bush jr bijna onafscheidelijk. Gordon Brown en David Cameron – de Toryleider die eventueel na de verkiezingen premier zou worden - zullen even nauw bevriend zijn met de volgende Amerikaanse president – wie dat ook mag worden.

 De Britten realiseren als geen ander hoe machtig de Amerikanen zijn in de wereld van vandaag. De VS zijn zo groot en zo speciaal – zo vol potentie en kansen – dat zonder Amerikaanse inmenging geen conflict in goede banen kan worden geleid.

 Het Amerikaanse isolationisme zoals dat gepredikt werd in de negentiende eeuw, mag in Britse ogen ook nooit meer klinken. Sinds Woodrow Wilson in de Eerste Wereldoorlog de VS een baken van licht noemde met de plicht vrijheid en democratie te brengen in alle hoeken van de wereld, zijn ze onafscheidelijk met de Britten.

 Blair besefte dat het conflict in Bosnie en later in Kosovo alleen met Amerikaanse hulp was op te lossen. Gordon Brown zou zeker ook een beroep willen doen op Amerikaanse militaire hulp als dat nodig mocht zijn. Maar hij zal niet alleen met de Amerikanen een militair avontuur aangaan. Daarvoor is te veel geleerd van Irak. ‘Vier keer hebben we onze mensen in een oorlog gestuurd om te vechten voor onze waarden en normen’, zo zei zijn minister van Buitenlandse Zaken Miliband tijdens het Labourcongres. ‘En dat was volgens mij ook de juiste beslissing. Maar terwijl we de oorlog makkelijk wonnen, bleek het moeilijker te zijn om de vrede te winnen.’

 De regering van Brown zal eerder kiezen voor wat zij zachte macht – soft power – (bestemming ontwikkelingsgelden, diplomatie) noemt om veranderingen in andere landen te bewerkstelligen dan voor harde macht – economische sancties en militaire interventie. Brown is overtuigd dat geld een wapen is om arme landen te winnen, hoewel de daders van de aanslag van 9/11 rijke Saoedi’s waren.

 Brown wil graag de brugfunctie tussen de VS en Europa weer terug die Groot-Brittannië door Irak heeft verloren. Op elke Europese top moet Groot-Brittannië het land worden dat niet de echo is van de VS, maar die beter als ieder ander weet wat zich in Washington afspeelt en kan zeggen hoe de Amerikanen voor het karretje zijn te spannen. En telkens zullen de Britten erop hameren dat de VS cruciaal zijn voor de Europese veiligheid en welvaart.

 Uit electoraal oogpunt zal Brown misschien iets meer afstand nemen van de VS. Hij zal Blairs politiek ten aanzien van Amerika in eigen land niet openlijk prijzen, maar hij zal diens beleid ook niet begraven. Zonder de VS zal er voor Groot-Brittannië op het wereldtoneel geen grote rol te spelen zijn, zo weet ook Brown.

 

Het Midden-Oosten

 

In zijn soms grenzeloze zelfoverschatting kondigde Tony Blair elke partijconferentie een splinternieuw vredesinitiatief aan voor het Midden-Oosten, waarvan meestal noch Israel, de Arabische landen, de VS en zelf niemand van zijn eigen Foreign Office iets van afwist.

 Als premier leden alle plannen schipbreuk, nu mag hij het als speciaal gezant proberen.

 Blair was overtuigd dat de oorlog tegen de terreur niet kon worden gewonnen zonder vrede tussen Israel en de Palestijnen. Traditioneel is Groot-Brittannië een vriend van de Arabische landen en een pleitbezorger voor de Palestijnse zaak. Sinds Lawrence of Arabia de Arabische sultans hielp in hun onafhankelijkheidsstrijd heeft Londen altijd een innige relatie gehad met de landen, waarvan ze ook veelal de koloniale heerser was.

 Sinds het begin van de creatie van de joodse staat stond de relatie met Israel onder druk. Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van de zionisten werd ondermeer het King David Hotel in Jeruzalem opgeblazen, het hoofdkwartier van het Britse mandaat over Palestina. Dat gaf zo’n grote schok in Londen dat sinds die tijd de relaties slecht zijn gebleven. De grote universiteiten van Engeland als Oxford en Cambridge hebben altijd veel Arabische studenten gekend of Britten die arabistiek studeren. Meestal eindigen zij op het Foreign Office.

 De VS en niet Groot-Brittannië is altijd de grote bondgenoot van Israel geweest. Britse premiers liet zich graag zien met Arabische royalty, presidenten of zelfs dictators.

 Tony Blair was de eerste premier in vele decennia die ook nauwe relaties met Israel probeerde aan te knopen. Vorig jaar zomer steunde hij openlijk de Israelische inval in Libanon. Hiermee joeg hij zijn hele kabinet en zijn partij tegen zich in het harnas. Sommigen denken dat dit hem uiteindelijk ook zijn baan als premier kostte.

 Gordon Brown zal meer afstand houden van Israel. David Miliband – hoewel een Blairite – was vorig jaar nog iemand die de Israelische acties in Libanon bekritiseerde. Brown is van plan na het Irak-debacle de banden met de Arabische landen aan te halen. Mark Malloch – een criticus van de Irak-oorlog – werd door Brown zelfs in het kabinet geparachuteerd als staatssecretaris voor Afrika. En Douglas Alexander – nu minister voor Ontwikkelingssamenwerking – is bijna een symbool van terughoudendheid in de oorlog tegen de terreur.

 In een eventueel conflict met Iran zal mogelijk Frankrijk en niet Groot-Brittannië de grootste bondgenoot van de VS zijn. In buitenlandse politiek is Sarkozy misschien een waardiger opvolger van Blair dan Brown.

 Groot-Brittannië voelt de behoefte een pas op de plaats te maken in de oorlog tegen de terreur. Miliband heeft al erkend dat het moeilijk is om vrede te winnen en dat de Britten bij zichzelf te rade moeten gaan waarom de aanvallen op Irak en Afghanistan zoveel Arabieren hebben geërgerd. Groot-Brittannië zal onder Brown in conflicten meer willen rekenen op multilaterale instituten als de VN, de NAVO of de EU. Dat geldt niet alleen voor het Midden-Oosten, maar ook voor Zimbabwe, Darfur, Columbia en Birma. Militaire overwinningen zijn niet altijd militaire oplossingen, zo zei Miliband onlangs. Goede bedoelingen alleen, zoals Tony Blair die had, zijn niet genoeg, gedeelde waarden zijn zelfs niet genoeg, het Westen zal bij een eventueel nieuw conflict de Arabische wereld eerst ook moeten winnen voor gezamenlijke instituten.

 Een kans daarvoor is Turkije zo snel mogelijk lid maken van de EU. Groot-Brittannië ziet dat als een mogelijkheid om een brug te slaan tussen het westen en het oosten of tussen het christendom en de islam. Londen licht geen land een zo cruciale rol toe dan Turkije. Daarbij wordt zelfs verder gekeken dan het Midden-Oosten. Met Turkije als lid nadert de EU ook geografisch de grote nieuwe economieën van India en China. Turkije vormt niet alleen het front in de strijd tegen islamitisch extremisme, het ligt ook op de kruising tussen Oost en West.

 Uitbreiding van de EU past overigens in een lange termijnbeleid van de Britse europese politiek. De Britten zijn altijd de grootste voorstanders van uitbreiding geweest. Hoe groter de EU, hoe minder de macht van de as Berlijn-Parijs en hoe groter de steun voor Londen. In de beroemde sitcom Yes Minister wordt het al zo mooi gezegd.:

 

Secretaris-generaal Sir Humphrey Appleby zegt tegen zijn minister: ‘Groot-Brittannië heeft dezelfde buitenlandse politiek voor 500 jaar: het creëren van een verdeeld Europa. Voor die zaak vochten we met de Nederlanders tegen de Spanjaarden, met de Duitsers tegen de Fransen en met de Fransen en Italianen tegen de Duitsers en met de Fransen weer tegen de Duitsers en Italianen. Verdeel en heers, ziet u. Waarom zouden we dat veranderen nu het zo goed werkt.´

 ´Maar dat is toch geschiedenis´, antwoordt minister Hacker. Sir Humprhey: ‘Ja, geschiedenis en huidig beleid. Om de hele EU op te breken moesten we lid worden. We probeerden het van buitenaf, maar dat lukte niet. Nu we lid zijn maken we er een zootje van door de Duitsers op te zetten tegen de Italianen, de Italianen tegen de Nederlanders en ga zo maar door. Iedereen is hier bij mee, vooral het ministerie van Buitenlandse Zaken.´

 ´Maar waarom willen we dan meer landen erbij´, vraagt Hacker.

 Sir Humphrey - ´Dat lijkt mij duidelijk. Hoe meer leden er zijn, hoe meer discussies en ruzies er zijn, hoe meer onbelangrijk onvruchtbaar het is.

 ´Maar dat is heel cynisch´, weerspreekt Hacker.

 ´Wij noemen dat diplomatie. Minister.´

 

 

Rusland en China

 

Het eerste wat Gordon Brown en zijn nieuwe minister van Buitenlandse Zaken David Miliband deden of eigenlijk waren gedwongen te doen, was het uitwijzen van vier Russische diplomaten over de Litvinenko-affaire. Het leidde tot de ergste crisis in de onderlinge betrekkingen sinds het einde van de Koude Oorlog.

 Het gebeurde niet van het ene op het andere moment en het is ook niet uitsluitend een bilaterale crisis. Ook de VS en andere Europese landen maken zich zorgen over het autoritaire bewind van president Poetin, zowel binnenlands als buitenlands.

 Maar de Britse relaties met Rusland zijn het meest onder druk komen te staan. Van alle kanten is de ontwikkeling negatief. Britse bedrijven voelen zich buitengesloten bij joint-ventures in Rusland, ambassadestaf en andere Britse organisaties voelen zich geïntimideerd door Putin-aanhangers en Londen is het domicilie geworden voor veel zeer rijk geworden Russische zakenlieden die in ongenade bij Putin zijn gevallen. Een van deze zakenlieden Boris Berezovsky die door de Russische regering als een handlanger van terroristen werd beschouwd, stak niet onder stoelen of banken liefst Putin via een coup af te zetten. Rusland vroeg om zijn uitlevering, maar kreeg nul op rekest.

 De Litvinenko-affaire, waarbij een Russische dissident in november vorig jaar werd vergiftigd met radio-actief materiaal in Londen en postuum de schuld gaf aan Poetin, was slechts een escalatie. Nu wees Londen naar KGB-figuren in Moskou, maar kreeg op zijn beurt nul op rekest bij een uitleveringsverzoek.

 Eigenlijk is het vreemd dat het zo gelopen is. Sinds de ontspanning in de jaren tachtig was Groot-Brittannië het eerste land waar de perestroijka en glasnot doordrongen. Margaret Thatcher riep Gorbastjov uit als een man waarmee zaken konden worden gedaan. In 1992 was premier John Major de eerste westerse leider die een Russische president uitnodigde voor het G7-overleg. Tony Blair bezocht Putin al voordat hij tot president werd gekozen – zeer tot ongenoegen van veel Russen. Hij zag in Putin een man die terroristen tot de orde zou kunnen roepen. Putin werd zelfs de eerste Russische leider sinds de tsaar die een officieel staatsbezoek bracht aan Groot-Brittannië.

 De verslechtering trad vier jaar geleden langzaam in toen Putin aarzelde met zijn steun aan de oorlog tegen Irak. De Britse steun aan een Amerikaans rakettenafweersysteem in Polen en Tsjechië zorgde voor boze gezichten in Moskou.

 Dat Groot-Brittannië zich daarna ook nog eens ontpopte als een hoofdkwartier voor vijanden van Poetin leidde tot een anti-Britse stemming, niet alleen in het Kremlin maar in de hele Russische samenleving. Britse multinationals als Shell en BP moesten joint-ventures opgeven bij de olie- en gaswinning. Pro-Poetin jeugdorganisaties intimideerden de Britse ambassadeur in Moskou en kantoren van de British Council kregen invallen te verduren van in bivakmutsen uitgeruste politie die zeiden dat er belasting werd ontdoken.

 Op dit moment lijkt de Britse relatie met China beter dan die met Rusland, ondanks de schendingen van de mensenrechten in dat land. Groot-Brittannië heeft de Chinezen hard nodig – niet alleen door hun grote invloed in landen als Birma en Darfur – maar vooral ook doordat Londen na Beijng de Olympische Spelen mag houden.

 

En hoe gaat het dus nu verder met Gordon Brown?

 

Niet zo veel anders dan met zijn voorganger Tony Blair. Zijn minister van Buitenlandse Zaken – zo vaak de helderste geest in het hele kabinet genoemd en voormalig hoofd van Blairs Policy Unit – zal geen belangrijke veranderingen doorvoeren. Tijdens de top in Lissabon hielden de Britten zich afgelopen weekeinde erg gedeisd, ondanks de anti-Europese campagne die de kranten rond deze top hadden ontketend. Brown lijkt voorlopig niet te willen zwichten voor de roep naar een referendum over het grondwetverdrag dat hervormingsverdrag moet worden genoemd.

 Groot-Brittannië zal internationale actie ondersteunen tegen de dubbele dreiging van terreur en massavernietigingswapens. Misschien zal het nieuwe kabinet van Gordon Brown een minder luidruchtige en vooraanstaande rol vervullen dan dat van Blair, maar ze zal ook niet willen achterblijven bij de Fransen of de Duitsers. Brown zal samen optrekken met Sarkozy en wie de nieuwe Amerikaanse president ook mag zijn. Groot-Brittannië zal deelnemen aan elke coalitie. Miliband heeft al gezegd dat Groot-Brittannië standvastig zal zijn in de eisen tegenover Iran. Als de mullahs vastbesloten zijn verder te gaan met hun nucleaire programma, zal Groot-Brittannië zij aan zij staan met George Bush. Het enige verschil is dat pas meegedaan zal worden een militaire aanval gedaan op Iran in het kader van een veel grotere coalitie en met alle resoluties van de VN.

 Groot-Brittannië zal een wereldmacht willen blijven. Daarom heeft het land besloten om aan zijn kernarsenaal vast te houden. Blair heeft al besloten de kernonderzeeërs na 2020 te vervangen. Groot-Brittannië is niet bestemd voor de periferie van de wereld.

 Een tweede prioriteit van Brown zal een veilig Europa zijn. De uitbreiding van de EU en de Navo krijgen Britse steun, omdat dit de veiligheid bevordert, ofschoon het verdere integratie kan blokkeren. Brown zal het pond sterling de komende jaren niet opgeven.

 De derde prioriteit is het versterken van internationale instituties als de Verenigde Naties. Hoewel Tony Blair bij de inval in Irak de VN passeerde, denkt de Britse regering dat de organisatie een sleutelrol moet vervullen. De VN heeft niet alleen al miljoenen mensen gered van armoede, onderdrukking en tirannie, zonder de VN is er geen toekomst voor de oplossing van conflicten in Sierra Leone, Birma en ga zo maar door.

 Ten vierde zal Brown zich misschien nog meer als Blair inspannen om een einde te maken aan de armoede in de wereld. Brown denkt dat de problemen van Afrika niet alleen kunnen worden opgelost door schuldkwijtschelding en ontwikkelingshulp maar juist door het wegnemen van handelsbelemmeringen en het einde van subsidiëringen in rijke landen. Binnen de EU wordt nog 35 procent van het inkomen van boeren door de staat verstrekt. Groot-Brittannië zal volgend jaar opnieuw de discussie over het Europese landbouwbeleid aanzwengelen.

 Brown is net als Blair een globalist. Hij denkt dat instabiliteit in andere landen - drugsproductie in Columbia en Afghanistan – rechtstreeks invloed heeft op de onveiligheid in Britse wijken.

 

 

De vraag rest of en  hoe Brown zijn persoonlijke stempel op het buitenlands beleid zal zetten. Tony Blair haalde de besluitvorming weg bij het Foreign Office en bracht het naar Downing Street. Zijn eigen adviseurs waren belangrijker dan de minister van Buitenlandse Zaken – zeker in de aanloop naar de oorlog in Irak. Brown heeft nog geen apparaat opgetuigd. Ook daarom is het moeilijk om te speculeren wat hij precies zal gaan doen.

 Net als Blair zullen gebeurtenissen de buitenlandse politiek ban Brown bepalen. Event..dear boy, events’, zei ex-premier Harold McMillan ooit over hoe de uitslag van verkiezingen worden bepaald. Brown heeft dat in zijn oren geknoopt. Kosovo en 9/11 bepaalden Blairs buitenlandse beleid. Bij Brown weten we niet wat zijn Kosovo en zijn 9/11 zullen zijn.

Dank u wel

 

 

 

 

 Zie verder: eerdere lezingen

 

 

 

OLDTIMERS DOOR DE COUNTRYSIDE

  

 

 

 

Daar sta je dan? Links van Devil’s Dyke hopeloos verdwaald in de South Downs van Engeland, omdat een MG TC uit 1947 niet meer kan worden bijgehouden.

 ‘Wat jakkeren die Engelsen toch met die oldtimers?’ klaag ik. ‘Maar waarom volg je ook die wagen? We hadden in Poynings bij de kerk rechtsaf gemoeten’ roept mijn partner die de routebeschrijving leest. ‘Zeg dat dan eerder.’ ‘Ja, maar jij rijdt blindelings achter die andere auto aan.’ ‘Sorry, ik dacht dat die de weg wist.’

 Het is de irritatie van het pre-sattelietnavigatietijdperk. Geen picknick in het green & pleasant land. We parkeren onze auto maar op een stuk asfalt langs de weg, eten staande een broodje en hebben al spijt van het zondagse avontuur.

 Waarom zou je van Petersfield in Hampshire naar Eastbourne in East-Sussex rijden zonder een TomTom? Waarom doen we in hemelsnaam mee aan een rally van oldtimers? Wat is er leuk aan peperdure benzine te verspillen, het milieu te vervuilen en met zweet op het voorhoofd negentig mijl te laveren in een doolhof van smalle weggetjes? Ik benijd de wandelaars die met rugzakken over de South Downs trekken en tenminste de tijd hebben om zich heen te kijken en van de spectaculaire vergezichten te genieten.

 Sinds ik drie jaar geleden mijn eigen MGB (bouwjaar 1971) had gekocht – goedkoop in de verzekering, geen wegenbelasting – was het mijn grote ideaal een keer aan zo’n rally mee te doen om mij even Engels als de Engelsen te voelen. ‘Moet je doen’, had een buurman mij aangeraden. ‘Maar zorg dat je onderweg de motorkap niet opendoet, anders ben je uren opgezadeld met een freak die jou de hele mechaniek gaat uitleggen.’

 Bij de start in Petersfield lijkt het nog zo mooi: de enorme parkeerplaats met oldtimers, het groepsgevoel onder de honderden liefhebbers en de perfecte organisatie die elke auto voorziet van een magnetisch deelnamebewijs en routebeschrijving.

 Het weer is schitterend voor een open auto. Dat is meegenomen. Maar het is hierdoor ook enorm druk op de landweggetjes, waar twee auto’s elkaar nauwelijks kunnen passeren. Telkens staan we vast of moeten zelfs het oude vehikel in de achteruit zien te krijgen naar een plek waar wat ruimte is om een tegemoetkomende zondagsrijder langs te laten. Je kunt je blik geen seconde van de weg halen zonder een fatale aanrijding te veroorzaken. En dan moet je ook nog vragen beantwoorden: wie zong ‘Rolling along in my automobile…’

 Al na vijf mijl zijn we verdwaald, omdat de afslag naar South Harting wordt gemist. Grappig genoeg rijden in dat geval vijf auto’s achter ons aan zodat er massaal op een te smalle weg moet worden gekeerd in auto’s zonder stuurbekrachtiging.

 Eigenlijk willen we bij een uitnodigende countrypub iets drinken. Maar het is volstrekt onmogelijk daar een parkeerplaats te vinden. Laat staan dat het aanlokkelijk is de lange rijen te trotseren om iets te bestellen.

 Is dit echt ontspanning? We leggen het dilemma voor aan de Engelse deelnemers van de rally. Ze reageren met ongeloof op mogelijke bedenkingen. Zij hebben engelengeduld. Hoe drukker het is, hoe mooier ze het vinden. Angela (68) en Arthur (71) Magee hebben deze zomer in hun Midget uit 1961 al aan zeven rally’s door de Britse countryside meegedaan. Vorige week reden ze nog de Cotswolds Rally. Arthur liefkoost zijn autootje als een ander zijn kleinkind. Hij heeft zelfs de hele geschiedenis van de Midget op de voorruit geplakt: ‘gebouwd in Abingdon in 1961, geregistreerd in Gloucester in juli 1961, verhuisd naar Londen eind jaren zestig, opgelegd in Selby tussen 1972 en 1991, gered en gerestaureerd door John James en door de huidige eigenaar verkregen in 1995.’ En daarna volgt de technische informatie: van 0 tot 60 mijl in 16,4 seconde, het benzinegebruik enz.

 De liefde van de Engelsen voor klassieke auto’s is even bizar als hun hang naar andere tradities. Elk graafschap heeft minimaal een automuseum. Het beroep van autorestaurateur wordt met minstens evenveel eerbied uitgesproken als dat van dominee.In de zomer lijkt van elke tien auto’s op de weg er minimaal één een oldtimer. Maar zelfs in de winter deinzen de Engelsen er niet voor terug om beschermd met Burberry-petten en Barbour jassen in een model uit de jaren dertig rond te rijden.

 ‘In het verleden waren de oude MG’s, Triumphs, Jaguars en TVR’s vooral verzamelobjecten. Ze werden gekocht om te worden gekoesterd en gepoetst. De eigenaren reden er voor de rest eigenlijk alleen mee in het voorjaar naar een groot veld buiten de stad tien mijl verderop. Ze zetten hun trots daar neer en praatten er daarna de hele dag over met andere liefhebbers. Nu willen ze er allemaal afstanden mee rijden’, zegt Mike Goodbun, adjunct-hoofdredacteur van het blad Classic Cars Magazine.

 Tegenwoordig worden de auto’s gebruikt. De eigenarenclubs van de Jaguar E Type, MGB, Triumph TR6 en een klassiek Aston Martin uit de jaren zestig en zeventig (James Bond-auto) zijn volgens Goodbun nu de populairste rally-auto’s.

 Het succes van zijn blad en dat van tientallen andere op die markt – er zijn er alleen al drie voor de Porsche 911 – bewijst de groeiende belangstelling voor oldtimers. Er zijn nu alleen al vijfhonderd speciale rally’s per jaar voor oude auto’s. Aan de door de MG Owners Club georganiseerde South Downs Rally doen deze zondag een recordaantal van 320 auto’s mee. Organisator Roger Cato zegt dat het voorbereidende werk elk jaar omvattender is. ‘Maar ook leuker. We proberen telkens een iets andere route.’

 Volgens de omslag van Classic Cars is de MGB uit de jaren zeventig ‘seksier dan ooit’: “sneller, scherper en beter’. Maar aan de rally doen weinig mensen mee uit de leeftijdsklasse van Michael Schumacher. Dertigers zijn er niet en veertigers bij hoge uitzondering. De vijftigers vormen zelfs nog een minderheid. De meerderheid van de chauffeurs lijkt minimaal de leeftijd van zestig te hebben gepasseerd.

 Paul Inglis (43) uit Essex die samen met zijn vrouw en een ander jonger stel aan de rally meedoet, toont met trots zijn MGB uit 1978. Achterop staat een enorme picknickmand. ‘Ja, eigenlijk ben ik te jong hiervoor’, lacht hij. ‘Maar ik vind het leuk Engeland op deze wijze te ontdekken.’ Hij heeft zijn autootje drie jaar geleden gekocht voor 1800 pond en er heel veel aan versleuteld. ‘Ik krijg er nu 4500 pond voor. Maar ik heb er wel tienduizend pond ingestoken.’ Veel van het geld is besteed om de wagen er nog ouder uit te laten zien. De kunststof bumpers zijn vervangen door chromen, zodat ook Paul voor elke rally zijn auto helemaal kan oppoetsen.

 De show wordt echter gestolen door de vooroorlogse types. John Packard (62) uit Lewis rijdt rond in een MG M Type uit 1932. Is hij niet bang voor pech onderweg? ‘Nee hoor. En als het zo mag zijn, dan repareer ik het graag zelf. Deze auto’s zijn veel simpeler dan moderne wagens.;

 Packard zegt onderweg te genieten. ‘Het is doorrijden, vooral ook omdat je eerst naar de startplaats in Petersfield moest zien te komen. Maar ik heb onderweg al twee keer kunnen opsteken.’ Martin Simmons (77) zegt zijn auto – een MG TF uit 1956 – tien jaar geleden te hebben gekocht voor 15 duizend pond. ‘Ik had een mooie erfenis gekregen. En ik had altijd al wat met oude auto’s. Toen ik jong was, heb ik ooit een Triumph gehad.’

 Hij doet elk jaar mee aan minimaal zeven of acht rally’s. ‘Eigenlijk is het telkens een reünie. En je steekt er altijd iets van op hoe je de auto kunt verbeteren.’

 De rally eindigt aan de Engelse zuidkust in Eastbourne, waar voor het Grand Hotel een groot gazon aan het strand is gehuurd waar de auto’s kunnen worden geparkeerd. De organisatie schuift voor alle zekerheid onder elk oud model een stuk karton om te voorkomen dat de badplaats wekenlang naar olie zal ruiken.

 Er speelt een Dixielandband. En er worden hamburgers verkocht. Maar weinig deelnemers hebben daar belangstelling voor. Ze lopen langs de andere auto’s en wisselen technische kennis uit. En daarnaast gaan de picknickmanden open en wordt de wijn uitgeschonken.

 Een bejaarde Brit die van het strand komt, ziet het hoofdschuddend aan. ‘Toen ik jong was, wilde ik altijd de nieuwste modellen. Ik weet niet wat mijn landgenoten bezield. Waarom willen we nooit iets nieuws maken…’ Een Poolse immigrante die in Eastbourne in de horeca werkt, ziet het ook hoofdschuddend aan. ‘Ik denk dat het nog heel lang zal duren voordat de Polske Fiat zo populair zal zijn.'

 

Uit de Volkskrant van 12 september 2006