Op deze pagina eerdere reisverhalen.

Inhoud:

Dagtrip naar 18-zoveel        

17-04-2007
   
SHAKEN, NOT STIRRED 11-11-2006
   

Gods Own Country          

30-09-2006
   

Romeins Lusthof of iets uit Asterix en de Britten          

01-09-2006
   

Nottingham. capital of crime

24-06-2006
   
York! Waar zijn uw spoken?                17-06-2006
   
Portsmouth versus Southampton 18-03-2006
   
Brighton 08-10-2005
   
Wandeling langs Muur van Hadrianus 30-07-2005
   
Norwich 02-04-2005
   
IJspret aan de Theems 04-12-2004
   
Sheffield 20-11-2004
   
Stratford-upon-Avon 28-08-2004
   
Londonderry/Derry 31-01-2004
   
Jack de Ripper-wandelingen 29-11-2003
   
Pilgrims Way en North Downs Way 12-07-2003
   
Oxbridge     05-04-2003
                                                              

 

Nazareth naar Bethlehem in Wales 21-12-2002
 
Buiten-Hebriden 08-09-2001
   
Eden-project 17-03-2001
   
Liverpool 30-12-2000

                                                       

 
Torquay en Fawlty 19-08-2000
   

 

 

IN 'CONSTABLE COUNTY, GENOEMD NAAR DE FAMEUZE BRITSE SCHILDER, STUIT JE VANZELF OP EEN VERGEZICHT UIT DE NATIONAL GALLERY. ALLES WORDT OP ALLES GEZET OM HET LANDSCHAP TE HOUDEN ZOALS HET WAS.

DAGTRIP NAAR 18-ZOVEEL

Het mooiste dorp van Engeland? Mijn Engelse vrienden Maureen en David dachten even na. 'O ja, natuurlijk. Dedham!' Dedam?' vroeg ik. ˜Dedham, in Constable Country. Daar moeten we heen.'
 Ik heb in de countryside tientallen mooie Engelse dorpen gezien waar, afgezien van de pinautomaat bij de kassa, de tijd lijkt te hebben stilgestaan: in Sussex, Dorset, Yorkshire, Devon, de Cotswolds, het Lake District. Allemaal hebben ze pittoreske Tudor-huisjes met bloembakken, tearooms, snuisterijenwinkeltjes, een museumpje, een middeleeuws kerkje, een postkantoortje en een eeuwenoude pub.
 Maarr wat heeft Dedham dat al die andere dorpen niet heeft? 'De BBC heeft het uitgeroepen tot het perfecte Engelse dorp' zegt Maureen.
 Ah, dat is een argument. Het gezag van auntie Beeb is nog altijd onaantastbaar. De nationale omroep stelt vast wie de grootste Brit is, wie het lekkerste eten maakt en wat het perfecte dorp is. Dedham staat voor fatsoen, continuïteit, orde en oude normen en waarden, kortom alles waar ook het koningshuis, de regering van Tony Blair, de BBC en onze middenklasse-vrienden voor staan. Alleen het weer laat zich niet tot in de perfectie regelen. Die zondag, de dag dat we zullen gaan, regent het pijpenstelen.
 Eerst denken we nog, en we hopen het ook een beetje, dat Maureen en David de dagtrip zullen annuleren. Maar daarin vergissen we ons. De verlokkingen van de countryside op zondagmiddag zijn groot voor een Londenaar die de dynamiek van de Big Smoke wil ontvluchten. '˜Nee hoor, wij hebben geen problemen met dit weer. Je kleedt je er gewoon op. Wij vinden dat we gewoon moeten gaan.'
 Dedham ligt in Essex - ongeveer het laatste graafschap waar je het perfecte dorp zou verwachten. Essex is synoniem voor de lagere klasse of minder allooi. Een Essex Girl is een dom blondje, een Essex Man een weinig subtiele middenklasse-man die Tory stemt. Harlow en Basildon zijn synoniem voor onaangename naoorlogse overloopsteden. En Ian Dury stak de draak met de bevolking van Billaricay in zijn song Billaricay Dickie.
 Toch ligt daar, helemaal in het noorden op de grens met Suffolk, een van de mooiste delen van Engeland: Constable Country, genoemd naar de schilder John Constable. Onze vrienden staan erop dat zij rijden. 'Anders kunnen jullie niet om je heen kijken. Het is een prachtige route.' Anderhalf uur neemt het in beslag om van Londen binnendoor naar Dedham te komen. Het landschap, dat ten noorden van de hoofdstad nogal vlak is, wordt verderop weer iets glooiender. Maar de regen slaat zo hard tegen de ruiten dat we van de omgeving weinig kunnen zien.
 Een parkeerplek vinden in het centrum lukt niet. We zetten onze auto dus op een speciale voor toeristen en wandelaars bestemde parkeerplaats buiten het dorp. 'Kijk, daar begint het wandelpad', zegt Maureen. ˜Maar we gaan eerst lunchen.' Engelsen nemen zondermeer aan dat wij, buitenlandse toeristen, hoe dan ook in een romantische tearoom scones willen eten, voordat we de omgeving verkennen waar Engelands meest geliefde schilder zijn romantische landschappen creëerde met molens en sluisjes bij de rivier Stour.'
 Het regent nog steeds. '˜Kwam John Constable hier ook met dit weer?' Ja, hij was gefascineerd door het wisselvallige Engelse weer, hoewel hij hier toch vooral schilderde als het hoogzomer was. Op geen enkel schilderij van hem is een paraplu te zien.  In de Essex Rose Tea House zijn in het te kleine portiek de paraplu's in een grote bundel tegen elkaar gezet. In Engelse tearooms is alles te klein, vooral met koude en regen als alle bezoekers zijn uitgerust met papaplu's, regenjassen, laarzen, mutsen en wanten. De stoeltjes zijn op smalle zitvlakken berekend en de tafeltjes zijn te klein voor het servies, dat gepaard gaat met de traditionele high tea. Daarnaast zijn er ook te veel tafeltjes neergezet in de te kleine ruimte, zodat het moeite kost niets om te stoten. Hier de wandelkaart uitspreiden en een route uitstippelen boven de theekopjes en chutney-sandwiches, het valt niet mee. Natuurlijk willen we zodra het droog is alle plekjes zien waar Constable met de ezel moet hebben gezeten, toen hij de landschappen creëerde die we zo vaak in de National Gallery hebben gezien.
 Hij werd in 1776 geboren in Suffolk aan de andere oever van de rivier Stour. 'Ik zal mijn eigen omgeving het beste kunnen schilderen, want schilderen is slechts een ander woord voor gevoel', schreef hij in 1821.
Constable was geinspireerd door de Nederlandse landschapsschilder Jacob van Ruisdael. Terwijl van diens landschappen nu weinig authentieks meer is terug te vinden, zijn die van Constable nog helemaal intact.
 In bijna twee eeuwen is er weinig veranderd in Constable Country. De bruggetjes zijn hetzelfde, net als de sluisjes en de weidegronden. Op de wandeling van Dedham naar Flatford zijn zelfs in de stromende regen de vergezichten van Constable een voor een te herkennen. Een kudde jonge stieren blijft gestaag voor ons uit lopen, ouders met kinderen trotseren de weersomstandigheden en sommigen hebben zelfs een bootje gehuurd waarin vader driftig roeit tegen de stroom in.
 
Constable zelf was gefascineerd door lichteffecten en wolkenluchten. Hij wilde de natuur vastleggen zoals die was, en schilderde daarom direct in de natuur. De wandeltocht vanuit Dedham duurt een klein uur en eindigt in Flatford. De gebouwtjes die aan het doodlopende weggetje staan zijn nog hetzelfde als die in Constable' tijd. Willy Lottâ's House - de boerderij die is vernoemd naar de boer die er in de tijd van Constable woonde - is te zien op het schilderij The Hay-Wain (hooiwagen) uit 1820, een van Constables beroemdste werken. De sluisjes rondom Flatford Mill, een van de molens die zijn vader bezat, zijn terug te vinden, net als Flatford Mill zelf.
 Sinds 1943 heeft de National Trust veel van de gebouwen opgekocht; de organisatie doet er nu alles aan om de landschapsgezichten in stand te houden. Zelfs aan de hoogte van bomen en heggen wordt paal en perk gesteld; sluisjes en bruggetjes worden teruggebracht in de stijl van het begin van de negentiende eeuw. Dat geeft spanningen, erkent de portier bij de ingang van het Constable-museumpje. Want de belangen van de pachtboeren die van het land moeten leven, liggen anders dan die van de bezoekers die naar Flatford komen voor herkenbare scenes van schilderijen.
 De toeristen lijken de strijd te winnen. Zelfs in de stromende regen voelt het alsof je deel uitmaakt van een schilderij van Constable. Een groep schoolkinderen arriveert in Flatford voor een aantal excursiedagen; ze krijgen les van een pinnige juffrouw die geen gezeur over het slechte weer duldt. Op de terugweg naar Dedham gaat het langs weilanden en boomgaarden die in 1969 tot een Area of Oustanding Beauty werd uitverkoren. Dedham zelf is, inderdaad, Engelser dan Engeland zelf en zo authentiek dat het bijna onecht is. Van de kerk tot Ivy House, van Mill House tot de Essex Rose Tea House, van The Marlborough Head tot de Old Grammar School (waar Constable zelf les kreeg) - elk van deze gebouwen is minimaal vijfhonderd jaar oud. Tuinen en huisjes in het dorp zijn perfect onderhouden en aan de omgeving aangepast.
 Het is niet verwonderlijk dat Dedham tot het perfecte dorp is uitgekozen. Straatsverlichting en moderne gebouwen worden geweerd. En als er al iets nieuws gebouwd wordt, dan moet het meteen eeuwenoud lijken. Buitenstaanders in het verderop gelegen Colchester willen Dedham wel eens smalend als een pleisterplaats voor rijke gepensioneerden en andere nietsnutten afschilderen. Middenklasse-intellectuelen hebben er een eldorado voor architecten van gemaakt zonder zich af te vragen of iemand hier ook zijn geld zou kunnen verdienen.
 Op deze zondag is er geen lokale bewoner te zien. Er lijken alleen gehaaste toeristen te zijn, op zoek naar een schuilplaats in de dorpspub of de tearoom. '˜Yes, Constable, he was a perfect painter, hoor ik ergens in een hoek fluisteren. De bruggetjes zijn hetzelfde, net als de sluisjes en de weidegronden'. (17-04-2007)

 

John Constable

Bij leven en welzijn gold John Constable (1776-1837) niet als een succesvol schilder. Hij verkocht beter in Frankrijk dan in Engeland en werd pas op zijn 43ste geaccepteerd als lid van de Royal Academy. Maar na zijn dood werd hij al snel de populairste schilder van het land. Constable was de zoon van een graankoopman, die eigenaar was van drie verschillende molens aan de rivier Stour. Hij werd ook molenaarsleerling, maar in zijn vrije tijd tekende en schilderde hij. Hij besloot in 1799 een opleiding te volgen voor kunstschilder. In de zomervakanties trok hij door zijn geboortestreek.  '˜Het geluid van water dat ontsnapt van de molendammen, de wilgen, het vergane hout aan de rivieroevers, de staken in het landschap, de bakstenen muurtjes... Zo lang ik schilder, zal ik nooit kunnen ophouden die plekken vast te leggen.'

 

 

 

VOLGENDE WEEK GAAT DE NIEUSTE BOND-FILM CASINO ROYALE IN PREMIERE. OP ZOEK NAAR DE ERFENIS VAN IAN FLEMING IN KENT. DE GOLFCOURSE UIT GOLDFINGER IS NOG STAATSGEHEIM.

 

SHAKEN, NOT STIRRED

 


St. Margarets Bay Museum                                    Five Bells in Ringwood                                  Clubhuis St. George’s

 

Waar werd geheim agent 007 geboren? ‘In Pett Bottom bij Canterbury. Hier werd hij opgevoed door zijn tante Charmain en klaargestoomd voor de public school’, schreef auteur Ian Fleming.

 Het afgelegen gehucht – verscholen in een glooiend landschap met koeien en paarden in de wei – staat in schril contrast met de wereld van glitter, glamour en avontuur waarin James Bond zich ophoudt.

 Op zondagmiddag drinken enkele boeren in blauwe overalls hier een pint in de Duck Inn, de plattelandspub waar Ian Fleming enige tijd verbleef en You Only Live Twice schreef. Het is bepaald geen eldorado voor womanizers. Het ruikt er bijna naar hooi en mest. Er kan een wodka-martini worden besteld – shaken, not stirred – maar niemand van de gasten waagt zich daaraan. Eentje trekt zelfs en vies gezicht als het drankje wordt gesuggereerd.

 Maar op oudjaaravond zal er tenminste een James Bond fancydress-party worden gehouden, zo staat op een affiche aan de muur te lezen. ‘Ik heb al een tweedehands smoking gekocht bij de chartityshop. Nu heb ik alleen nog een girl nodig’, grapt een van de klanten.

 De James Bond Tour door het oosten van Kent krijgt toch nog een waardig besluit. Het is tot dan toe nog geen feest van de herkenning geweest. De door het toeristenbureau van Kent bedachte routes – de noordelijke Goldfinger en de zuidelijke Moonraker die met elkaar kunnen worden gecombineerd – zitten niet vol met ‘oh ja’s’, mogelijk ook omdat de boeken zo vaak verschillen van de veel bekendere films.

 Als hoogtepunt was een bezoek gepland aan de golfcourse van Royal St. George’s, dat als Royal St. Marks figureert in het boek Goldfinger. Hier speelde James Bond op een infiltratiemissie voor tienduizend dollar tegen de grote vijand Auric Goldfinger. Ian Fleming wijdde in Goldinger twee hele hoofdstukken aan de wedstrijd. ‘Golf spelen op schitterende meidag als de veldleeuweriken zingen over de mooiste golfbaan ter wereld’, schreef hij. Maar we zijn niet welkom op het exclusieve golfcompex bij Sandwich. ‘Dit is privéterrein. U mag er niet komen’, zegt de steward boos. ‘Is dit golfcomplex nog staatsgeheim? Mogen alleen Blair, de koningin en prins Philip hier komen?’, antwoord ik. ‘You’ve got it’, zegt hij.

 Gelukkig hebben we al gelopen over de vanwege Goldfingers valse spel bekende hole 6 – maiden geheten maar in het boek tot Virgin omgedoopt - voordat we worden weggestuurd. En vanaf een openbaar wandelpad dat loopt tussen Sandwich en de zee is de course eveneens goed te zien. Wie echter het boek nooit heeft gelezen maar alleen de golfwedstrijd in de film heeft gezien zal niets herkennen. De golfwedstrijd in de film werd opgenomen op Stokes Poges Golf Club in Slough, ten oosten van Londen.

 Volgende week (17 november) zal de film Casino Royale in premiere gaan, de 21-ste film over geheim agent 007, de fameuze gentleman-spion en rokkenjager die zo vaak de ondergang van de wereld voorkwam. De James Bond-cyclus is nog altijd de meest succesvolle serie in de filmhistorie. Met de nieuwe hoofdrolspeler Daniel Craig is de serie een nieuwe fase ingegaan.

 In de films staan veelal exotische oorden als Monte Carlo, Jamaica of Hongkong centraal, maar auteur Ian Fleming had zelf veelal het oosten van zijn eigen graafschap Kent voor ogen toen hij zijn spionageromans schreef.  Twee van zijn veertien 007-boeken spelen zich voor een belangrijk deel zelfs hier af. Golfinger uit 1959 is gelokaliseerd in de omgeving van Ramsgate en voor het vier jaar eerder geschreven Moonraker koos Fleming als decor de kust bij Walmer en de A20 in de richting van Canterbury en verder langs Leed Castle in de richting van Maidstone.

 Ian Fleming vestigde zich in 1951 in Kent, twee jaar voordat hij zijn eerste Bond-roman Casino Royale schreef. Hij kocht van zijn vriend Noël Coward het witte strandhuis aan St. Margaret’s Bay waar hij bij helder weer aan de overkant Frankrijk kon zien liggen. Het uitzicht op het continent en de vele overgebleven defensiewerken uit de Tweede Wereldoorlog waren een inspirerende omgeving voor het schrijven van spionageromans.

 Hij woonde er tien jaar voordat hij in 1961 verhuisde naar Bekesbourne bij Canterbury, waar hij een oud paleis van de aartsbisschop had gekocht. Drie jaar later overleed hij aan een hartaanval, nadat hij op de golfbaan van St. George’s in elkaar was gezakt.

 Kent probeert inmiddels zijn nalatenschap als een toeristische attractie te exploiteren. Twee routes zijn uitgezet: de Golfinger- en de Moonraker-route. Maar ze zijn nog heel ouderwets alleen op papier verkrijgbaar bij her toeristenbureau in Canterbury. De routes hadden eigenlijk op de website moeten staan, maar dat is nog niet gebeurd. ‘Helaas’, zegt de woordvoerder van het toeristenbureau.

 Omdat Canterbury nog ver weg is, moeten we de verschillende punten zelf met elkaar te verbinden. De route wordt op de M20 opgepakt bij Maidstone. Bij afslag 4 is het Thomas Wyatt Hotel te zien, waar Bond-girl Gala Brand probeerde de slechterik Hugo Drax om de tuin te leiden. Op de door de fraaie Kentse downs leidende A20 tussen Leeds Castle en Charing achtervolgde Bond in zijn Bentley de Mercedes 3005 van Drax met de gekidnapte Brand. ‘Dax nam de afslag links bij Charing en stoof de lange heuvelweg op.’

 Via Chilham en Canterbury vervolgde Bond de weg in de richting van Dover. Even ten westen van Bridge aan de A20 is Higham Park te vinden. Hier had de fameuze racechauffeur count Zborowski zijn antieke autocollectie die de inspiratie vormde voor Flemings andere creatie Chitty Chitty Bang Bang, het kinderverhaal dat hij schreef voor zijn zoon Caspar.

 De route bereikt de kust bij St. Margarets Bay. Het Pines Garden Museum geeft hier informatie over het leven van Fleming, maar het is helaas alleen in de zomermaanden geopend. Een pittoresk weggetje voert van daar naar beneden waar in een fraaie baai de zomerresidentie White Cliffs House van Ian Fleming is terug te vinden met het bord ‘Privébezit’. In zijn huis – herkenbaar aan het rode dak in het rijtje woningen – ontving hij zijn schrijvende vrienden Noël Coward, Evelyn Waugh en W. Somerset Maughan.

 Daarna wordt de route vervolgd op de A258 in de richting van Kingswold. De pub Five Bells in Ringwolds zou in Moonraker hebben gefigureerd voor The World Without Want Inn, waarin veiligheidsofficier majoor Tallon wordt vermoord door een van de medewerkers van Drax. Maar barvrouw Jane Gisby kijkt verwonderd op. ‘Is dat zo? Ik sta hier vijftien jaar achter de bar, maar ik heb er nooit van gehoord.’

 Even na de pub gaat de route rechtsaf naar Kingswold en de golfbaan waar Hugo Drax zijn raketbasis had.

In tegenstelling tot de Royal St. George’s worden we hier door de voorzitter met bijna alle égards ontvangen. ‘Eigenlijk is dit een privéclub, maar gelukkig een heel andere dan St. George’s. Hier betaalt u 650 pond contributie per jaar. Bij St. George’s kun je alleen op invitatie lid worden.’

 Hij wil zelfs een hele rondleiding geven. U zoekt ‘het grote huis dat lag verscholen achter een twee meter dikke muur’ uit Moonraker. Dat was vermoedelijk ons clubhuis. De muur is er niet meer. Het plaatsje Walmer ligt hier beneden. U kunt afdalen over het wandelpad daar op de klif, net zoals Bond deed met zijn Bond-girl Gala Brand. Weet u dat mijn schoonzuster erbij was toen Fleming overleed in het ziekenhuis van Canterbury’, ratelt hij door. De plek waar Bond met Gala Brand over de zee staarde kan worden gevonden op de kruising van Oldstairs Road en Undercliffe Road.

 Op deze plek gaat de Moonraker-route over in die van Goldfinger. De tocht voert over een smal en hobbelig B-weggetje vol kuilen dat vlak langs de krijtrotsenkust voert door Warden, dat de Engelsen vooral kennen doordat Julius Ceasar in het jaar 55 voor Christus hier an land zou zijn gekomen. Voorbij Deal doorkruist de links(aan de kust liggende) -golfcourses Cinque Ports en Princess. Ineens blokkeert een slagboom de weg en moet vier pond aan tol worden betaald voor het recht van overpad. We worden verrast en zelf een beetje opstandig als de man bij de slagboom zegt dat het serieus is en geen grap: ‘het onderhoud moet worden betaald’.

 Daarna wordt het pittoreske Sandwich bereikt met de golfcourse van St. George’s. Fleming was hier zelf lid, net als koning Edward VIII. Hij kreeg er les van Albert Whiting die in Golfinger Alfred Blacking wordt genoemd en een zoon heeft die Cecil heet. Cecil blijkt in werkelijkheid te bestaan en zelfs nog te leven. Hoewel hij inmiddels ver in de tachtig is, herinnert hij zich Ian Fleming nog. ‘Hij speelde met zijn vriendenclub Le Cercle genaamd. Hij had het net tot captain van de club geschopt, maar toen overleed hij in 1964.’

 Van Sandwich kan over de A253 en A299 naar Reculver worden gereden, van waaruit Goldfinger zijn goudsmokkeloperatie uit India regelde. In de fabriek The Grange werd het goud verwerkt tot nieuwe deurpanelen voor zijn Rolls Royce. Daarna wordt de tocht vervolgd over de A2 in de richting van Londen.

 Een andere mogelijkheid is om via de A257 in de richting van Canterbury te rijden. Vlak voor de stad moet worden afgeslagen naar Bekesbourne. Van daar voert een smal weggetje naar de Duck Inn, waar Ian Fleming zijn steak & kidney pie at en zeventig sigaretten per dag rookte, terwijl hij You Only Live Twice voltooide. Volgens de eigenaar van de pub ontleende Fleming de code 007 aan de bus die hier elke dag de pub passeerde. Maar Bond-freaks hebben zo hun twijfels. Een van de vele andere theorieën is dat de code 007 afkomstig zou zijn van een geheime Duitse code die door de Britten was ontcijferd. Maar

 Om het door Ian Fleming zelf in de wereld gebrachte verhaal dat de wees James Bond boven de pub zou zijn geboren en daar was opgevoed zijn tante Charmian, moeten de klanten hartelijk lachen. ‘Dan was hij boer geworden’, roept er een.

 Na de tour door Kent is het mysterie over de afkomst van Bond niet opgehelderd, noch zijn alle vragen over het leven van Fleming en zijn inspiratiebronnen beantwoord. Gelukkig heeft de tour een prachtige tocht door het oude Engeland opgeleverd die zelfs niet-Bond fans tot verrukking zal brengen. (11-11-2006)

 

ATTRACTIES IN OOST-KENT

 

Het oosten van Kent werd jarenlang het land genoemd dat ‘De Treinen Waren Vergeten’. Engelsen kwamen er niet en buitenlanders reisden na aankomst in Dover, Folkestone of Ramsgate meteen snel door. De eerste overnachting werd minimaal voorbij Canterbury gepland. Het kalkrijke grasland was geen toeristenattractie, evenmin als de enigszins verpauperde en geïsoleerde badplaatsen als Margate, Deal en Broadstairs.

 Agent 007 moet daar verandering inbrengen. Niet alleen vestigen zijn routes de aandacht op de plaatsen waar hij zelf verbleef, ook brengen zij de vele onbekende attracties onder het voetlicht. Daarnaast zal de nieuwe hoge snelheidstrein Channel Link er volgend jaar voor zorgen dat dit gebied met de trein nog maar een half uur reizen van Londen ligt in plaats van de huidige anderhalf uur. Een van de redenen waarvoor Ian Fleming naar dit gebied kwam, was het feit dat zich hier een aantal van de mooiste golfcoures van het land bevinden, waaronder de Royal St. George’s, de enige course in zuid-Engeland waar eens in de zoveel jaar het Britse Open wordt gehouden.

 

Bezienswaardigheden langs de Bond-routes

 

The Pines Garden & St. Margarets Museum Teleurstellend weinig te zien van James Bond. Hoogstens de vermelding dat de schrijver Ian Fleming er leefde. Gelukkig iets meer van de schrijver Noël Conward naar wie de tearoom is genoemd. Er is zelfs een schilderij van hem te vinden.. Voor de rest veel scheepsmemorabilia. Van mei tot september, woensdag tot en met zondag van 14.00 tot 17.00 uur. De tuinen zijn het hele jaar geopend.

 

Dover Castle Het kasteel uit de 12e eeuw herbergt een militair museum evenals een tentoonstelling over de spiontactieken van geheime agenten uit de Tweede Wereldoorlog. Er is tevens een uitgebreid netwerk van ondergrondse tunnels die sinds de middeleeuwen zijn gebruikt. Hele jaar geopend vanaf 10.00, in de zomer sluit het kasteel om 18.00 uur, in de winter al om 16.00 uur en tussen december en januari woensdag dicht.

 

White Cliffs Walk Kustwandeling over de fameuze witte krijtrotsen met uitzicht over de Straat van Dover en bij helder weer op de veertig kilometer verderop gelegen Franse kust. Eindpunt is de 3,5 kilometer verderop gelegen vuurtoren van South Foreland.

 

Leeds Castle Ooit het lieflijkste kasteel ter wereld genoemd. Verschillende koningen woonden hier, zoals Hendrik VIII. Het domein beslaat ongeveer 200 hectaren en bestaat voor een groot deel uit een Engelse tuin. Maar er is ook een Engelse cottagetuin, een wijngaard, een vogelpark, een doolhof en zelfs een museum van halsbanden voor honden. Hele jaar geopend vanaf 10.30 uur. In de zomermaanden open tot 17.00 uur, in de winter tot 15.00 uur.

 

 

Deal Castle Het kasteel werd in 1540 gebouwd en is het mooiste voorbeeld van lage forten uit het tijdperk van Hendrik VIII. Het heeft 119 kanonposities, een buitengracht, een ophaalbrug en een ijzeren poort. Geopend van 1 april tot 30 september van 10.00 uur tot 17.00 uur

 

Canterbury Cathedral World Heritage Site. De kathedraal van Canterbury is Engelands beroemdste kathedraal en de moederkerk van het anglicaanse geloof. De geschiedenis van de kathedraal gaat terug tot het jaar 597. In dat jaar bracht St. Augustinus, die werd gestuurd door Paus Gregorius, het christelijke geloof naar in het Angelsaksische Engeland. St. Augustinus stichtte een kerk en werd de eerste aartsbisschop. In 1170 werd aartsbisschop Thomas Becket in de kathedraal vermoord en vanaf die tijd groeide Canterbury uit tot een belangrijk bedevaartsoord. Geopend hele jaar door de week vanaf 9.00 uur tot 18.00 uur, in de wintermaanden tot 17.00 uur. Op zondag open van 12.30 tot 14.30 en 16.30 tot 17.30 uur

 

 

 

In de voetspoor van 007

 

Goldfinger Route

 

‘Hij had de A2 gekozen in plaats can de A20 naar Sandwich, omdat hij even wilde kijken in Reculver en die melancholisch stemmende verlaten stranden van de Theems die Golfinger had gekozen als zijn gebied. Daarna reed hij door het Isle of Thanet naar Ramsgate. Hij liet daar zijn tas achter, nam een vroege lunch en reed door naar Sanwich.’

Ian Fleming in Goldinger

 

Bond-auto: Aston Martin DBIII

 

Ga van St. Margarets Bay via Deal en de A258 naar Sandwich. Volg de A256 naar de haven van Ramsgate, neem dan de A253 en A299 naar Reculver. Vervolg rij over de A2 in de richting van Faversham, Chatham en Rochester

 

 

Moonraker Route

 

‘Om zes uur op die dinsdagavond tegen het einde van de maand mei scheurde James Bond de grote Bentley over de Dover Road langs het rechte stuk dat naar Maidstone voert’.

Ian Fleming in Moonraker

 

Bond-auto: Bentley 4,5 liter

 

 

Neem van Londen de A20 en sla vervolgens af naar de A20. Volg de A252 van Charing Hill naar Chilham en de A28 naar Canterbury. Neem hier de A2 naar Dover.

 

 

 

 

YORKSHIRE MAG HET VIJFDE LAND VAN HET VERENIGD KONINKRIJK WORDEN GENOEMD. GODS OWN COUNTRY BIEDT EEN COMBINATIE VAN LIEFLIJK GRASLANDSCHAP, WOESTE NATUUR, INDUSTRIELE ARCHEOLOGIE, HISTORISCHE STEDEN, EINDELOZE NETWERKEN VAN WANDELPADEN EN VOORAL EEN EIGENZINNIGE BEVOLKING.

 

GODS OWN COUNTRY

 

Loop naar Top Withens. Die wandeling door de spookachtige West Pennine Moors naar de Woeste Hoogte is echt de beste ter wereld, zo wordt mij door de eigenaar van de B&B in Keighly verzekerd. Twee dagen daarvoor was mij door iemand van de Tourist Office in de Yorkshire Dales verteld dat beste wandelroute ter wereld juist in het noorden van de Dales lag.

 Alles in Yorkshire is the best int’world. Hun patat is best chippy int’world, hun bier best pint int’world en dus hun wandelingen zijn uiteraard de best strolls in’tworld.

 Het is ineens duidelijk waarom Yorkshiremen in Engeland bekend staan als arrogant en bloody-minded (stijfkoppig). Tegenwoordig wordt zelfs de tot voor kort zo grauwe vissersplaats Kingston upon Hull, waar de veerdienst uit Rotterdam aanmeert, met superlatieven aangeprezen.

 Hull dat drie jaar geleden tot het meest desolate oord (crumpiest town) van het land werd verkozen, heeft nu The Deep, het grootste diepzeeaquarium ter wereld, en een gerenoveerd historisch centrum.

 De Yorkshiremen hebben van de haven van Hull een toeristische trekpleister gemaakt zoals ze van hun oude spoorlijnen, voormalige mijnen en gesloten staalbedrijven museums hebben gemaakt.

 Als vreemdeling (non-Tyke) voel je al gauw een beetje naïef in Gods Own Country. En non-Tykes zijn niet alleen de mensen van overzee. Ook de Engelsen van andere graafschappen en zelfs het grootste deel van de eigen inwoners wordt in Yorkshire als buitenstaander beschouwd.

 Yorkshiremen, zo grapte een kennis die daar al twintig jaar een zomerhuisje had, zien iedereen als binnendringer die in zijn bloedlijn een familielid heeft die na het jaar 1123 ooit op bezoek is geweest bij een vriend in Wales.

 Het countycricketteam van Yorkshire accepteerde tot 1992 geen spelers die niet in Yorkshire waren gebaard. Hoogzwangere vrouwen uit Yorkshire die in Londen of op een andere plaats in het land woonden, reisden daarom voor de geboorte van hun kind even terug naar Yorkshire.

 In de rest van Engeland doet de streek of het graafschap er niet zo toe, maar de inwoners van Yorkshire steken hun liefde voor het eigen gebied niet onder stoelen of banken. Ze zijn trotser op hun county (graafschap) dan op hun country (land).

 Bij een bezoek aan Yorkshire ga je zelfs denken dat het Verenigd Koninkrijk eigenlijk bestaat uit vijf landen: Noord-Ierland, Schotland, Wales, Engeland en…Yorkshire.

 Er valt iets voor te zeggen om van Yorkshire een apart land te maken. Yorkshire is het veruit grootste graafschap van Engeland. Het heeft met steden als Sheffield (staal) en Bradford (textiel) een rijke industrieel verleden. Het heeft met Leeds een modern financieel centrum en trendy universiteit.

 Het heeft met York een van de meest historische steden van het land. Het heeft de oudste badplaats van het land – Scarborough. En het heeft twee nationale parken – de Yorkshire Dales en de North York Moors – plus een gedeelte van het Peak District. Het heeft een eigen taal Tyke, een Engels dialect dat mensen van buiten Yorkshire al bij de begroeting tot totale wanhoop brengt: het ‘Owdo tha sees?’ (How are you?) moet worden beantwoord met ‘Champerton’ (Very well).

 Yorkshire viert elk jaar op 1 augustus een eigen nationale feestdag, waarop massaal het volkslied ‘On Ilkla Moor Baht’at’ (op Ilkla Moor zonder hoed) wordt gezongen.  Yorkshiremen dragen platte petten, eten beef dripping op brood, luisteren naar brassband en vermaken zich het best op whippet races. Het moderne kosmopolitische Engeland van Tony Blair lijkt aan Yorkshire voorbij te zijn gegaan. Hier ligt Linke Loetje nog op de bank en toert de veearts James Herriot in een oldtimer over het platteland.

 Het oude Engeland is vooral terug te vinden in de natuur van Yorkshire. Het graafschap is een paradijs voor wandelaars. Het geologisch zo interessante en serene landschap van de Yorkshire Dales is het meest populaire wandelgebied. De Dales bieden uitdagende hikes, maar je kunt er ook rustig kuieren en genieten van het magnifieke vergezicht over Pen-Y-ghent. Wie een grotere uitdaging zoekt, kan zich een weg banen door de moerassige lavender- en heidevelden van de North York Moors. Het ruige kustlandschap en kraters als The Devil’s Punchbowl zijn even adembenemend mooi als deprimerend. De complete rust is te vinden in de agrarische Wolds dat meer lijkt op het landschap van zuid-Engeland maar met authentiekere dorpjes zonder de toeristische tea-rooms.

 Honderd mijl westelijker lonken de Wuthering Heights in Brontë’s West-Yorkshire. De Pennine Moors van Cathy en Heathcliff zijn doorsneden met van opgestapelde stenen gemaakte afscheidingen. In de pastorie van Haworth schreven de Brontë-zusters hun romans. De pastorie is een bedevaartsoord geworden voor de vele liefhebbers van de boeken of de daarop gebaseerde kostuumdrama’s zoals het nu door de BBC uitgezonden Jane Eyre. Hayworth ligt bijna zo ingeklemd tussen de industriesteden Leeds en Yorkshire aan de oostkant en Blackburn en Manchester aan de westkant dat de authenticiteit alleen kan worden geloofd als je er zelf bent geweest. En het is lang niet zo toeristisch als de Rough Guide suggereert en een stuk minder druk dan bijvoorbeeld Padstow in Cornwall waar Rick Stein zijn restaurant heeft. Op een zomerse dag staan we op de parkeerplaats vrijwel alleen en kan in alle rust over de fameuze keien worden gelopen. De Engelen houden tegenwoordig meer van hun televisiekoks dan schrijvers.

 De rust, het gemoedelijke dorpsleven en de sprookjesachtige vergezichten over heuvels waar je bij mist zo gemakkelijk kan verdwalen, zijn verraderlijk. Alle zes Brontë-kinderen overleden op jonge leeftijd. In de eerste helft van de negentiende eeuw heerste hier kommer en kwel. Hier lag de bakermat van de industriële revolutie en waren de allereerste arbeidersrevoltes. De mills die nu gewijd zijn aan de geschiedenis van de wolindustrie, stonden ooit voor ongekende sociale ellende. Nu herinneren alleen de zwartgeblakerde gevels van de huisjes nog aan de rokende schoorstenen.

 De bakstenen industriële archeologie aan de ene kant en de woeste natuur aan de andere kant werken inspirerend. Je zou in navolging van de Brontë-zusters juist hier de scene voor een klassieke roman willen plaatsen. De eigenaar van de B&B die de wandeling als de beste ter wereld verkoopt, waarschuwt voor de gevaren van de stroll. Op de regenachtige zomerdag hangt Top Withens in de nevel en kan het hier plotseling zo mistig worden dat je de weg kwijtraakt. ‘Neem een kompas mee’, adviseert hij. De beklimming over keien en door schapenvelden is zwaar. Op de Woeste Hoogte is door de nevel niets van het sprookjesachtige vergezicht te zien. Het stemt melancholiek.

 Geen wonder dat zoveel drama in Groot-Brittannië juist in Yorkshire is geplaatst. In Whitby aan de kust huisvestte Bram Stoker zijn Dracula. Castle Howard is bekend van Brideshead Revisited en biedt zelfs een hele tentoonstelling over het peperdure kostuumtelevisiedrama van Evelyn Waughs roman over de teloorgang van de aristocratie. En dan is er James Herriot’ Alle Creatures Great and Small en The Last of the Summer Wine.

 Het is zo Engels of eigenlijk zo Yorkshire.

 

TIPS

 

Wat en waar?

 

WANDELEN

 

Hoewel Yorkshire fietsen en het openbaar vervoer propageert is het bij uitstek een graafschap voor wandeltochten.

Meerdaagse Wandelingen:

Brontë Way Wandeling van 69 kilometer langs vele punten uit het leven van de Brontë-zusters zoals hun geboorteplaats Thornton en latere woonplaats Hayworth. Alles is Brontë; van de Brontë Bridge tot de Brontë Falls. Wuthering Heights (Woeste Hoogte) wordt door de meeste kenners gelokaliseerd ten westen van Hayworth op Top Withens, een oude schuur.

Wolds Way Wandeling van 127 kilometer door het kalkrijke en agrarische heuvellandschap van East-Yorkshire.

Cleveland Way Wandeling van 175 kilometer over de moors en langs de kust van North-Yorkshire

Dales Way Wandeling van 135 kilometer door de Dales in de richting van het Lake District

Herriot Way Wandeling van 84 kilometer door de noordelijke Dales van Wensleydale en Swaledale, gebaseerd op de vakantie van de dierenarts James Herriot en zijn zonen.

Kirklees Way Wandeling van 117 kilometer door het westen van Yorkshire. Schitterende vergezichten en veel herinneringen aan de industriele revolutie.

Coast to Coast Walk Ruim driehonderd kilometer lange wandeling van kust tot kust. De wandeling begint in St. Bees en voert door het Lake District, de Yorkshire Dales en North York Moors naar Robin Hood Bay. Voor wie de tijd heeft en alles wil zien.

Twee dagwandelingen in de Dales:

Dent naar Ribblehead Wandeling van 14,8 kilometer over heuvels, heidevelden met prachtige vergezichten

Crummack Dale Wandeling van 12 kilometer vanaf Clapham Station in Crummack Dale naar Ribblesdale

 

ZIEN

 

Bolton Abbey Turner en vele andere artiesten werden geïnspireerd door de ligging van deze ruines in het landschap.

York Minster De meest bezochte kathedraal van Engeland

Robin Hoods Bay Het kustdorpje waar auto’s verboden zijn

Castle Howard Het barokke meesterwerk waar Brideshead Revisited werd opgenomen

Burton Agnes Hall Magnifiek Elizabethean landhuis met fraaie tuinen

Temple Newsam House Het Hampton Court van het noorden. De grootste collectie van Chippedale-meubilair is hier te zien.

National Museum of Photography, Film and Television Fascinerend museum in Bradford voor wie wat anders wil zien dat oude huizen en tuinen.

 

ETEN

 

Yorkshire gaat er prat op het beste pubfood van het land te bieden. Hier kunnen de Chinezen en curryrestaurants worden overgeslagen. Geen graafschap in Engeland heeft zoveel lokale gerechten, die meestal een working class-achtergrond hebben. De Yorkshire Pudding – geen pudding maar een maagvulling van deeg en jus – is het beroemdste lokale gerecht en is het nationale gerecht geworden voor de Britse zondagmiddag.

Yorkshire Lamb Meat Lamsvlees uit de Dales

Savoury Ducks De Yorkshire variant van een gerecht met varkenslever

Yorkshire fat rascals Biscuit dat bij de thee wordt geserveerd

Yorkshire Curd Tart Gebakken kaascake is een specialiteit van Yorkshire

Yorkshire Oatmeal Scones In het noorden van Engeland groeit haver beter dan tarwe. Havercake werd gemaakt op verhitte stenen boven een open vuur.

Yorkshire Blue en Wensleydale Lokale kaassoorten

Dockpudding Alleen in Yorkshire te proeven.

 

 

 

Uit de Volkskrant van 30-9-2006

 

 

 

BATH HEEFT ZIJN EEUWENOUDE SPA-TRADITIE WEER HERSTELD. SINDS BEGIN DEZE MAAND IS THERMEA BATH SPA OPEN. VOOR HET EERST SINDS 1978 KAN IN HET HISTORISCHE CENTRUM VAN DE STAD WEER WORDEN GEKUURD.

 

ROMEINS LUSTHOF OF IETS UIT ASTERIX EN DE BRITTEN

 

Zullen de Romeinen tweeduizend jaar geleden ook hun rugpijn hebben genezen door op het broeiende hooi van een Alpenweide te gaan liggen? Lieten ze zich ook als een sliert zeewier behandelen om te relaxen? Waren er toen al Vichy-showers, Kraxen-stoves, Body Wraps en Pevonia-facials?

 Wie weet, hoewel het anders zal hebben geheten. Qua spiritualiteit doen de kuurbezoekers van Bath nauwelijks onder voor de Romeinen die hier hun Goden aanbaden. Ze geloven even heilig in de therapieën als de Romeinen in Minerva.

 Als beginnend kuurder in Thermea Bath Spa voel je je onwennig tussen 18-de eeuwse Romeinse bogen en borstbeelden van muzen en nimfen. De gang van de ene naar de volgende rustgevende behandeling is zelfs enigszins griezelig. Wat doen ze nu weer met mijn lijf? Smeren ze het in met turf of olie? Is dit een Romeins lusthof of iets uit Asterix en de Britten? Ben je Julius Ceasar of Caligula?

 Het meest ontspannen en weldadig is eigenlijk de ervaring van een paar uur eerder toen vanuit een zetel in het warme dakbad naar de torenspitsen van de St. John Kerk en Bath Abbey en de groene heuvels van Somerset kon worden uitgekeken. Sinds begin deze maand is Aquae Sulis zoals de Romeinen de Engelse stad Bath noemde, als kuuroord in de oude luister hersteld. Op 7 augustus ging Thermea Bath Spa open midden in het centrum van de stad. Er zijn vier baden, een stoomruimte, twintig behandelruimten en een yoga- en pilatusstudio.

 Dankzij deze futuristische oase in een 18-de eeuwse omgeving zal niet langer dagelijks een miljoen liter water die in Bath sinds mensenheugenis bij een temperatuur van 45 graden Celsius naar boven borrelt, hoeven te worden geloosd in de rivier. Er kan nu weldadig in worden gepoedeld, zij het dat de temperatuur daarvoor wel tien graden is afgekoeld.

 Wie andere kuuroorden kent zal misschien niet meteen onder de indruk zijn van de omvang, noch van de luxe of de variëteit van wellness-behandelingen. ‘Beoordeel ons niet op de dikte van de vloerbedekking. Het water is hier de ster’, zegt marketingdirecteur Peter Rollins. Thermae Bath Spa onderscheidt zich in nog twee dingen van andere kuuroorden: de historie en de locatie.

 De Kelten dichtten het mineraalrijke water hier al geneeskrachtige werking toe. De Romeinen vestigden hier het grootste badcomplex buiten Rome. Maar na een legionellabesmetting in 1978 was er ineens niets meer. Engelands enige openbare kuuroord ging dicht.

 In de jaren negentig besloot de gemeente in het kader van het nieuwe millennium de badcultuur nieuw leven in te blazen. Doel was de massaal toestromende dagjesmensen iets te kunnen bieden dat hun verblijf zou verlengen. Zes jaar te laat en voor vier keer zoveel geld als oorspronkelijk was begroot is er nu een nieuw kuurbad, geëxploiteerd door mede-oprichter Henk Verschuur van Thermea 2000 in Valkenburg.

 De locatie in het midden van het historische centrum van de stad is uniek. Het ontwerp van de architect Nicholas Grinshaw steekt als een glazen kubus uit boven de lichtbruine kalkstenen gebouwen van de world heritage site. Er is een klein bad met zijn eigen bron, de zogenoemde Cross Bath, waar iedereen kan experimenteren met het poedelen. Het is niet meer dan een grote badkuip, waar pardoes van de straat kan worden binnengestapt. Het is officieel ook een heilige plek, omdat hier de Kelten en Romeinen hun Goden aanbaden.

 Maar na het lokkertje willen de meesten al gauw the real thing: het Minerva-bad (genoemd naar de Romeinse Godin), het Hot Bath (het oorspronkelijke Georgian bad met de behandelkamers) en vooral het dakbad. In het laatste bad kan iedereen genieten in het warme water met een fenomenaal uitzicht over de oude stad en de heuvels van Somerset. Vooral op winterse avonden als de temperatuur buiten zakt en het water stoomt, zal dit een aparte ervaring zijn. Jammer dat er zo zelden sneeuw ligt in Somerset.

 In het Hot Bath kan na deze overweldigende ervaring tot rust worden gekomen met een watsu-behandeling, waarbij men liggend in het thermische water wordt gemasseerd – ‘de tedere massage die je terugbrengt naar de tijd van het verblijf in de baarmoeder.’ Het is kiezen. Twaalf hoog opgeleide therapeuten bieden vijftig verschillende behandelingen: van traditionele therapieën als shiatsu, reiki en reflexologie tot meer orginele als Hot Stone en Pantai Luar.

 Verschuur vindt zelf de stoomruimte het mooist – met vier glazen koepels, elk met een eigen geur en kleur. In het midden staat de enorme watervaldouche, het pronkstuk van deze ruimte.

 Het restaurant met de vermaarde kok Martin Blunos als chef moet de aantrekkingskracht van het nieuwe complex vergroten. ‘Kuren heeft geen zin als er niet tegelijkertijd verantwoord wordt gegeten’, zegt Verschuur. Alle prodcuten komen uit België waar ze niet alleen gezonder eten maar ook goedkoper.

 Helemaal af is het nog niet. En helemaal tevreden is Verschuur evenmin. Hij had graag het restaurant voor de toegangshekjes willen hebben. En er is geen hotel. De kledinghaakjes hangen er nog lang niet allemaal. De watervaldouche in de stoomruimte moet koud zijn. Maar ook dat is niet gelukt. ‘Hoe koel je water van 45 graden Celsius?’ Verschuur zegt nog niet ontspannen in zijn eigen bad te kunnen gaan liggen. ‘Dan zie ik allemaal wat er nog niet deugt. Maar we zijn open en de mensen stromen toe.’

 

TIPS:

 

Therma Bath Spa: tel: 00-44-1225 33 1234

www.thermaebathspa.com

 

Thermea Bath Spa: geopend 362 dagen per jaar (gesloten op kerstdag, oudjaarsdag en nieuwjaarsdag) van 9.00 uur tot 22.00 uur. Toegangsprijs voor twee uur durende sessie 19 pond sterling (28 euro). Handdoeken, badjassen en slippers kunnen worden gehuurd voor een extra 7,50 pond.

 Er worden daarnaast (niet inclusief) vijftig verschillende behandelingen aangeboden om het lichaam te ontspannen en de geest te kalmeren. Wie veel wil en voordeliger uit wil zijn, kan een pakket nemen: van een zogenoemde spataster (bad met massage voor 58 pond) tot een totale thermal experience (vier uur inclusief massage, Vichy Exeperience en Kraxen Stove voor 105 pond) en pure Pervonia (dag sessie inclusief gezichtsmasker, voetbehandeling en menu voor 195 pond). En dan hebben we de midweek escape niet eens genoemd (vier uur Spa, plus massage en diner voor 95 pond)

 

Hotels: Thermea Bath Spa heeft geen eigen hotel. Maar veel hotels in Bath bieden combinatietarieven aan voor verblijf en toegang. Het elegante Bath Spa Hotel aan de buitenkant van de stad – een hotel dat ook zelf een Spa heeft – biedt een overblijf van één nacht, plus diner plus toegang tot Thermea Bath Spa aan voor 278 pond per persoon, een besparing van 131 pond. Het Francis Hotel – op vijf minuten lopen van het kuurbad – vraagt 78 pond voor één nacht verblijf, diner en een sessie van twee uur. Een ander alternatief is het vijfsterren B&B Oldfields Hotel dat een tweepersoonskamer aanbiedt voor 65 pond. Zonder toegang tot het nieuwe kuuroord.

 

NOTTINGHAM - EEN VAN DE MEEST MULTICULTURELE STEDEN VAN ENGELAND - HEEFT EEN SLECHTE REPUTATIE. MAAR HET HEEFT OOK TOERISTISCHE JUWELEN.

 

PLEK VOOR ALCOHOL EN LIEFDE

 

Capital of crime, capital of guns, capital of booz (hoodstad van de misdaad, hoofdstad van het schiettuig, hoofdstad van de drank).

 Nottingham heeft gezien de koppen van de tabloidkranten geen bijster beste reputatie. ‘Ten onrechte’, zegt Tom Callaghan die voor een van de talloze clubs in het centrum flyers uitdeelt voor een bezoek aan de New York Disco ‘Envy’. ‘Het is hier niet zo erg als de Londense kranten willen doen geloven.’

 ‘Onzin’, zegt ook de eigenaresse van de lodge waar we slapen. ‘Het is hier een stuk veiliger dan bij jullie in Rotterdam.’ ‘Het is beslist niet waar’, roept de 18-jarige Hannah die haar paspoort moet tonen om een club binnen te mogen gaan. ‘Het is hier cool.’ Ze vindt Nottingham veel leuker – ‘en veiliger’ – dan haar eigen woonplaats Bolton.

 Maar volgens de statistieken van de denktank Reform vinden in Nottingham gerekend per inwoner de meeste misdaden (van inbraken en zakkenrollerij tot moord en doodslag) plaats van Groot-Brittannië. Maar de stad zelf noemt dat onderzoek ondeugdelijk. ‘Er zijn leugens, grote leugens en statistieken’, aldus Jim Heelie van Nottingham Experience. Hij beweert bij hoog en laag dat Reform de verkeerde data heeft gebruikt.

 Wie spreekt de waarheid? Donderdagavond in bus 69 van mijn lodge aan Third Avenue naar het stadscentrum klinkt er een hoop kabaal van feestvierende jongeren. Een gezet meisje van 19 jaar wordt provocerend door jongens gevraagd hoeveel vriendjes ze al heeft gehad. Ze kijkt uitdagend terug.

 Nottingham is een van de meest levendige uitgaanscentra van het land. De stad heeft een grote universiteit. Daarnaast zijn de opleidingen voor de verzorgende sector in deze stad geconcentreerd. Nottingham heeft daardoor een groot meisjesoverschot en is mateloos populair bij jongens op de versiertour. ‘Als je in Nottingham studeert en geen seks hebt dan moet je homo zijn’, vertelde een jongen mij eens.

 Geweld wordt afgekeurd. Maar Nottingham koestert zijn reputatie als de plek voor alcohol en liefde. Het is de stad van de oudste pub van het land – de Ye Olde Trip to Jerusalem Inn uit 1189, het jaar dat  Richard Leeuwenhart zijn kruistocht naar het Heilige Land begon – en de op een steenworp afstand gelegen andere pub – Ye Olde Salution Inn – die ook beweert de oudste te zijn. Beide pubs zijn historische juwelen, maar niet de lokaliteiten waar de clubbende jongeren of de beruchte stag night-party’s (vrijgezellenfeesten) plegen neer te strijken. De zwoele romantiek van Nottinghams literator Lord Byron heeft in de 20-ste eeuw plaatsgemaakt voor de openlijke seks van D.H. Lawrence, de andere grote schrijver uit deze stad. Zelfs op het nachtkastje van de kamer in mijn lodge ligt Lady Chatterley’s Lover in plaats van de bijbel.

 Op donderdagavond – na een WK-voetbalwedstrijd – is het  groot feest rond Lace Market, waar de jongerenclubs, bars en pubs zijn geconcentreerd. De politie heeft met een lint een deel van het plein voor Theatre Royal afgezet na een steekpartij. Verderop gooit een jongen met grote kracht een half leeggedronken blikje bier tegen een winkelruit. Bar Circle biedt twee cocktails of drie shooters aan voor 5,50 pond. Jongeren lijken verveeld te zwalken van de Ocean naar de Lizard Lounge om telkens aan een kleerkast weer een identiteitsbewijs te laten zien. Binnen vijfhonderd meter ben ik al drie keer door een dakloze aangesproken voor een fooi – een beetje bizar in de geboortestad van Leger des Heils-oprichter William Booth.

 Het lijkt aanvankelijk niet erg fijngevoelig in Nottinhham toe te gaan in deze stad. Maar als de avond vordert blijkt het uitgaanscentrum toch minder gewelddadig en beschaafder te zijn dan aanvankelijk gedacht. Eigenlijk kun je overal veilig heen lopen. Lang niet iedereen is totally pissed. De meeste jongeren zien er hier beter – slanker, netter gekleed – uit dan in andere uitgaanscentra. En ze zijn ook vriendelijker. Er is een goed gesprek mogelijk – tenminste in de uitgaansgelegenheden waar je je enigszins verstaanbaar kunt maken.

 De volgende ochtend heeft Lace Market en de rest van het stadscentrum een metamorfose ondergaan. Het is ineens het centrum van winkelende mensen en uitgaande gepensioneerden die op de terrassen zijn neergestreken en cappuccino nuttigen met een scone. De Council House op het terrein van de voormalige ganzenmarkt – in de Tudor-tijd was Nottingham de meest eerlijke handelsplaats – is nu een onderkomen voor de exclusieve winkels. Alleen de namen van de straten eromheen herinneren nog aan de markt: The Poultry, Cheapside en Beastman Hill.

 Maar als toerist word je onmiddellijk weer met misdaad en straf geconfronteerd. De populairste toeristenattractie is die van de Prince of Thieves, Robin Hood. En de beste is de Justice Galleries met zijn in 1996 buiten gebruik gestelde rechtbank en gevangeniscomplex. Een inwoner van Nottingham zegt dat dit zijn vierde bezoek is. ‘Ik raak er niet uitgekeken.’ Bezoekers kunnen ook een enquete invullen. Zouden moordenaars ook nu nog moeten worden opgehangen? 22 Procent van de bezoekers zegt ‘ja’, aldus de tussenstand.

 De Tales of Robin Hood en Justice Galleries zijn samen te veel misdaad voor één dag – zeker als je de avond ervoor tot de kleine uurtjes heb moeten drinken.

 Voor de zaak van de beroemde ontwerper Paul Smith – Tony Blair draagt overhemden en stropdassen uit Nottingham – komt er meteen een vrouw naar mij toe als ik even aarzelend op de plattegrond kijk naar de locatie van de Galleries of Justice. ‘Oh, dan moet u zo lopen.’ Ze geeft meteen advies over de beste restaurants en uitgaansgelegenheden. ‘U moet zeker een sandwich eten in St. Peters Coffee Room. Dat ligt tussen St. Peters Church en Marks & Spencer. Het is heel goedkoop. En het wordt gerund door vrijwilligers.’ Het is inderdaad verbazend goedkoop – waar in Engeland kun je een sandwich kopen voor 80 p?

 De mensen in Nottingham zijn heel vriendelijk tegenover buitenlandse toeristen, vermoedelijk omdat ze er niet zo vaak mee worden geconfronteerd. Als toerist ben je hier nog speciaal.

 Niet dat ze geen buitenlanders gewend zijn. Nottingham is net als het iets zuidelijker gelegen Leicester juist zeer multicultureel. En net als daar gaan de rassen eigenlijk heel goed met elkaar om. De eigenaresse van de lodge is hierover zeer uitgesproken: ‘Als er iemand stopt voor een zebra, is dat niet een blanke Engelsman maar een Aziaat, een moslim of een Afro-caribbean. Die mensen zijn zo beschaafd en heel erg op de familie gericht. De kinderen worden daar nog goed opgevoed.’ In Nottingham en Leicester krijgt de rechts-extremistische BNP geen voet aan de grond in tegenstelling tot de noordelijke industriesteden en sommige wijken van Londen.

 Misschien is sport een goede uitlaatklep. Nottingham is ook een van de toonaangevende sportsteden van het land. Welke provinciestad in Europa kan zeggen twee keer de belangrijkste Europese voetbalbeker te hebben veroverd? Nottingham Forest steekt Chelsea en Arsenal de loef af. De paardenrenbaan en de cricketground van Nottingham zijn toonaangevend in dit land, net als de tennis- en ijscentra. Van de drie stellen in onze lodge komen er twee voor de paardenkoersen en een voor het cricket. Als toeristenstad heeft Nottingham nog een lange weg te gaan. Maar misschien maakt dat de stad ook zo aardig.

 

Nottingham

388 duizend inwoners

www.visitnottingham.com

 

 

Doen:

Galleries of Justice. Een schitterend geconserveerde Victoriaanse rechtszaal met daaronder een mensonterend gevangeniscomplex met pikdonkere en zeer onplezierige cellen, ouderwetse en moderne galgen, martelwerktuigen, een complete vrouwengevangenis. De helse ervaring van een veroordeling in de Victoriaanse tijd is hier mee te maken. De goaler (cipier) eist geld voor zijn verzorging.

 Maar het participerende theaterstuk geeft ook inzicht in de ontwikkeling van 250 jaar justitieel systeem. Zeer de moeite waard. Trek er minimaal vier uur voor uit.(www.galleriesofjustice.org.uk)

The Tales of Robin Hood. De man die het geld stal van de rijken en gaf aan de armen. De meest populaire attractie van de stad. Niemand weet of hij heeft bestaan. En als hij al heeft bestaan is het niet zeker dat hij van Nottingham komt. Maar de stad claimt hem al te graag. En dankzij de research van een serieuze professor van Cambridge is er zelfs een echt Robin Hood-avontuur te maken. Educatief plezier, vooral voor jongeren. Je kunt zelfs leren boogschieten (zes pijlen voor 2,50 pond). (www.robinhood.uk.com)

Nottingham Castle. Vlak naast The Tales of Robin Hood. Hier huisde ooit de gehate sheriff van Nottingham. Het middeleeuwse kasteel is vervangen door een 17-eeuwse hertogelijk huis dat een kunstgalerie huisvest. Onder de ‘castle’ zijn grotten te vinden die werkelijk dateren uit de middeleeuwen.

Museum of Costume and Textile. De beste van de andere musea. Nottingham is bekend vanwege de kantindustrie.

 

Uitgaan:

World Service. Veelvuldig onderscheiden kwaliteitsrestaurant. Maar niet altijd waar voor je geld. (www.worldservicerestaurant.com)

Hart’s Restaurant. Ook heel goed. En goedkoper.

Bell Inn. Vijftiende eeuwse herberg met drie bars: Tudor bar, Elizabethan bar en Snack bar.(www.thebell-inn.com)

Ye Olde Trip to Jerusalem. Oudste pub ter wereld. (www.triptojerusalem.com)

Screen Room. Met twaalf zitplaatsen ’s werelds kleinste bioscoop (www.screenroom.co.uk)

 

 

Slapen:

Greenwood Lodge. Kleine zes kamers tellende lodge. Heel erg Engels, hoewel de eigenaar uit Schotland komt.(www.greenwoodcityguesthouse.co.uk)

Hilton hotel. Hier logeren de great & good die Nottingham bezoeken, zoals het testcricketteam.

Rutland Square hotel. Tegenover Nottingham Castle en de Tales of Robin Hood. (www.forestdale.com).

 

YORK! WAAR ZIJN UW SPOKEN?

 

De kopjes bewegen niet. Noch daalt plotseling de temperatuur of klinkt er wanhopig gekras op de ramen.

 Zelfs in de pub Golden Fleece waren deze dag geen spoken rond. De spookstad van Groot-Brittannië doet zijn naam niet altijd eer aan. Misschien heeft een Duitse markt even verderop – toch heel vreemd juist in de meest Engelse stad van dit land Bockwurst en Tischdecken aangeprezen te zien worden – de spoken zoveel schrik te hebben aangejaagd dat ze zich niet laten zien.

 ’s Avonds om half acht begint de gids niettemin zijn Ghost Hunt. Liefst 33 mensen hangen aan zijn lippen, een enorm aantal gezien het feit dat er op hetzelfde moment nog zeven concurrerende spooktochten plaatsvinden zoals de Ghost detective, Ghost Trail en Original Ghost Walk.

 De gids van de Ghost Hunt moet de beste zijn. Een echte acteur. Met zijn starende holle ogen, zijn zwarte pak en hoed en vooral zijn prachtige gevoel voor Engels understatement zorgt hij voor een uur lang topentertainment. Net zoals zoveel van zijn collega-gidsen is hij afgestudeerd aan de Royal Academy of Dramatic Arts (RADA), de Londense leerschool voor Hollywoodsterren.

 Hij – ‘Ladies and gentlemen, my name is unimportant’- is geen echte griezel. In de eerste plaats is hij komiek. ‘Het eerste waarmee ik begin is…THE MONEY! Het is drie pond voor kinderen tot 18 jaar, vijf pond voor volwassenen en tien pond voor 65-plussers omdat die zo langzaam lopen.’

 Hij int het geld en loopt daarna weg. ‘Zo dat was het dan.’ Later neemt hij plaats voor de Romeinse column tegenover York Minster en vraagt een gezette vrouw van middelbare leeftijd naast hem te gaan staan. ‘Wilt u eerlijk antwoorden? Zowel tegenover mij als tegenover de groep?’ ‘Ja’, zegt ze, verlegen door alle aandacht. Pauze. ‘Heeft u ooit een man gezien met zo’n erectie?’ ‘Nee’, antwoordt ze blozend. Hij vraagt de deelnemers aan de tour met zijn allen hun gezicht tegen de ruit van een pizzeria aan te drukken  en gekke bekken te trekken naar de mensen die daar eten. Hij krijgt ook iedereen zo ver.

 Hij vertelt even verderop een triest verhaal. Van de geest van het negenjarige meisje dat in de middeleeuwen de pest kreeg. Haar vader en moeder sloten haar op in haar slaapkamer, verlieten het huis en schilderden een rood kruis erop als teken dat het huis besmet was. Het kind krast nu nog elke avond op de ramen.

 De Golden Fleece beweert de pub te zijn met de meeste spoken. Het trekt hiermee extra klandizie. Want iedereen wil ook in de avond wel even iets spannends doen, zelfs als men niet in spoken of geesten gelooft. Ieder optrekje in deze stad heeft daarom zijn eigen spook. En ook daarbuiten. Bram Stoker zette Dracula in het veertig mijl verderop gelegen Whitby. Zelfs de Yorkshire kust kent zijn ghost-wandelingen. Wat hebben Yorkshiremen en women toch met bijgeloof? Heeft het te maken met de Vikingen, de Middeleeuwen of het spookachtige landschap van de moors? ‘Nee’, zegt de gids. ‘Het is meer de traditie van het vertellen van folkloristische verhalen. En een spookwandeling laat je plekjes zien waar je als toerist anders niet komt.’

 Voor de meeste toeristen zijn de spoken slechts bijzaak. Zij komen naar York voor de geschiedenis en de winkels. York afficheert zich als Engelands favoriete vakantiebestemming –  net als Bath. En niet voor niets. York was al een reisdoel toen het woord vakantie nog moest worden uitgevonden. Jaarlijks komen hier vier miljoen toeristen, waarvan twee miljoen een spooktocht doen. ‘De geschiedenis van York is de geschiedenis van Engeland’, zei koning George VI over de stad aan de Ouse.

 York koestert tweeduizend jaar geschiedenis – zijn Romeinse tijd toen het Eboracum heette, de Saksische periode toen de stad Eoforwick werd genoemd, zijn Viking-overheersing als Jorvik, zijn middeleeuwen, de Tudor-tijd en de Stuart- en Georgian perioden. De middeleeuwse muur rond de stad is de langste van Engeland. En binnen de muren is alles zo goed bewaard gebleven: van de beroemde kathedraal York Minster tot de straten Stonegate en Petergate die dezelfde route hebben als de Via Praetoria en Via Principales in het begin van de jaartelling.

 Als er iets aan York voorbij is gegaan dan is het de industriële revolutie. Tot de Victoriaanse tijd was het de tweede stad van het land. Nu is het qua omvang slechts een provincieplaats. Dat heeft voor toeristen zo zijn voordelen. Alle bezienswaardigheden en attracties zijn bereikbaar binnen een kwartier loopafstand. Hoewel het krioelt van open toerbussen, treintjes en ander toeristenvervoer, zijn de benen het beste vervoermiddel. Het historische centrum is verkeersluw. En York is op zijn mooist in de smalle en duistere steegjes: de zogenoemde snickleways en ginnels die de stad de pleisterplaats hebben gemaakt van spoken en geesten. Coffee Yard (vergeet niet de nog maar twintig jaar geleden ontdekte Barley Hall te bezoeken), Swinegate, Grape Lane, Mad Alice Lane en Whip-Ma-Whop-Ma-Gate (de kortste straat van York) worden nu beheerst door modieuze boetieks, café’s en restaurants. De oudste en meest beroemde winkelstraat (in 1086 kreeg de straat al een vermelding in de Domesday Book) is The Shambles, een voormalig centrum van slagerijen die de best geconserveerde Middeleeuwse straat van Europa mag worden genoemd.

 Wie niet genoeg van de mysterieuze oudheid heeft gesnoven, kan nog samen met andere duizenden toeristen een wandeling maken over de 3,5 kilometer lange muur. Als die tenminste toegankelijk is.

 York is niet alleen oude geschiedenis. Er is een museum voor moderne kunst en een spoorwegmuseum met een reuzenrad, de op 12 april dit jaar geopende Big Wheel van het noorden. Wie de toeristenhorden wil vermijden kan een rondvaart maken over de Ouse of een alternatieve wandeling zoals de Georgian Trail langs de beide oevers van de Ouse, de Railway Trail of de Roman Trail.

 Er zijn zelfs meer exotische wandelingen, die allemaal een beetje vies, mysterieus of macaber zijn. Er is een Saints & Sinner Trail, een Guy Fawkes Trail (de Bin Laden van begin zeventiende eeuw werd geboren aan Stonegate), een Graveyard, Coffin- en Plague Trail en zelfs een Toilet-trail voor wie in de geschiedenis van de toiletgang is geïnteresseerd en een echte Viking-drol wil zien. Als er geen spoken en geesten kunnen worden gevonden dan biedt de historie genoeg om van te griezelen.

 

York

200 duizend inwoners

www.visityork.org

Kathedraal: Een bezoek aan York is niet compleet zonder een bezoek aan York Minster, de grootste Gotische kathedraal ten noorden van de Alpen en de meest bezochte in Groot-Brittannië. Het kolossale pronkstuk van de religieuze architectuur vergde 250 jaar om te kunnen worden voltooid. Het is de zetel van de aartsbisschop van York, na die van Canterbury de hoogste religieuze autoriteit in het land.

 De kathedraal is tegelijkertijd ook erg toeristisch. Ondanks de enorme omvang is er geen hoekje te vinden waar ongestoord kan worden gekeken zonder dat een gids murmelt, een medewerker de vloer zuigt of een collectebus rammelt voor een nieuwe gift. Maar de glas-in-lood ramen – de East Window uit 1405 is met een omvang van 128 vierkante meter de grootste ter wereld – moeten een keer worden gezien.

 

Museums: Te veel voor een dagtrip. Er zijn er meer dan dertig. Spoorwegliefhebbers mogen het National Railway Museum niet missen. Het is gratis toegankelijk en alle beroemde en historische treinen zijn hier te zien: van de Mallard – ’s werelds snelste stoomaandrijving – tot de Japanse kogeltrein. Een must in de collectie zijn de koninklijke treinen. En voor echte freaks: het museum heeft een archief van 1,5 miljoen foto’s, vijftienduizend boeken en zevenduizend posters van treinen.

 De New Jorvik – een interactieve visie van York in de tiende eeuw. Je kunt hier zien, horen, ruiken en voelen hoe het was om in het jaar 975 in York te zijn. Heel toeristisch, maar kinderen vinden het educatief en de moeite waard.

 York Castle Museum – een collectie van honderdduizend items uit de geschiedenis van York: kostuums, gebruiksvoorwerpen, militair materiaal en veel zaken uit de sociale geschiedenis.

 York City Art Gallery – meer dan zeshonderd schilderijen van Italiaanse altaarstukken tot het werk van Lowry.

 Richard III museum – klein museum gewijd aan Engelands meest boosaardige koning.

 

Winkelen:

Kay Hyde van York Tourism zegt dat de stad zijn lokale winkels koestert. ‘De grote ketens zie je hier niet.’ Ze overdrijft. Na een uur wandelen door het historische centrum zijn alle bekende namen gevonden: Marks & Spencer, Woolworth, Next, Boots, Border en zelfs een Debenhams. Maar gelukkig zijn hun gevels aangepast aan de lokale hoedenzaken, antiekwinkels en snuisterijenboetieks. Er zijn veertig zaken die alleen in York zijn te vinden. Opvallend is het grote aantal designershops waaronder veel tailors. Yorkshiremen laten hun kleren nog maken.

 Hoewel er voldoende attracties zijn voor een week, is York juist populair voor een dagtrip. Het lonkt nu ook veel Nederlanders voor die trips. Met P&O die de veerdienst tussen Rotterdam en Hull onderhoudt, kan een dagje York worden gedaan. Heen en terug slapen de toeristen op de boot. Veel tijd hebben ze niet. Maar York is ook in een dag te doen, als je de museums tenminste overslaat, door de York Minster heen snelt en je beperkt tot de winkels.

Eten:

Waar eten toeristen in York? Vooral in tea-rooms, Italiaanse restaurants en brasseries. Er zijn luxe restaurants als The Pavillion en The Ivy, maar de massa mijdt die. De concurrentie is heel scherp. Wij zaten alleen in ons restaurant Tricksters Lane, terwijl de brasseriën aan de overkant volgeboekt waren. Aan het eten lag het niet. ‘Dit restaurant ademt vervlogen tijden uit. Vrijdag gaan we dicht. En dan opent hier zes weken later Harvilles’, zegt de serveerster. Een andere avond aten we in Wildes Wine Bar aan Grape Lane, waar nog heel laat een maaltijd kon worden gekregen.

 

Slapen:

Marmadukes. Het hotel van Sir Charles Marmaduke en Lady Emily. Wij waren hier te gast toen het net opnieuw werd ingericht. De bedden zijn gemaakt door Jonathan Tebbs die ook de vliegende bedden voor de Harry Potter-films ontwierp.

Guy Fawkes Hotel. Niet alleen koningen en keizers verbleven in York. Guy Fawkes – de man die het parlement wilde opblazen – werd hier geboren. Zijn geboortehuis herbergt nu twaalf speciaal ontworpen kamers

Churchill Hotel. Luxueus hotel in voormalig Georgian buitenhuis. Het hotel heeft voordelige pakketaanbiedingen.

B&B’s. Zoals het een Engelse toeristenstad betaamt, heeft York talrijke Bed & Breakfasts.

 

 

 

 

 

PORTSMOUTH VERSUS SOUTHAMPTON

Waarom is Portsmouth interessanter dan Southampton? Bij de een zijn de beroemde schepen aangemeerd, bij de ander zijn ze gezonken of liggen ze in verboden gebied. Beide havensteden liggen naast elkaar aan de Solent, de zeestraat tussen het eiland Wight en de Britse zuidkust. De een – Portsmouth – is de verdediging voor de ander – Southampton. Maar het zijn ook grote rivalen. Vooral op het voetbalveld.

In Portsmouth is het elke dag Sail

‘Waar komen jullie vandaan? Ah. Nederland. We hebben heel veel oorlogen tegen elkaar gevoerd. Begonnen jullie die nu of waren wij dat?’
Linda is de barvrouw van de pub The Mary Rose in het midden van het oude garnizoensgedeelte van Portsmouth. Als zij er is, hoeven er geen andere klanten te zijn. Ze praat honderduit. Vooral over de oorlog. ‘Je moet naar het D Day Museum gaan. Heel indrukwekkend. Heb ik het verhaal al verteld van mijn moeder. Ze woonde tijdens de oorlog in Portsmouth. Elke nacht vielen er bommen. Als de Luftwaffe nog bommen overhad, werden die op de terugweg losgelaten boven Portsmouth. Mijn moeder sliep onder de trap. Je kon niet elke nacht naar de schuilkelder gaan. De rest van mijn familie komt uit Coventry. Die stad is verschrikkelijk gebombardeerd geweest. Maar dat was maar een keer.’
In Portsmouth denken de mensen continu aan de strijd. Hier regeert Groot-Brittannië nog altijd over de wereldzeeën. Elke pub is naar een schip of admiraal vernoemd. En elk restaurant of publiek gebouw heeft tenminste een foto, schilderij of afbeelding van een oorlogsschip.
In de pub Mary Rose hangt ook een oude poster: ALL SEAMAN AND ABLE-BODIED LANDMAN willing to serve on his majesty’s ship BEAULIEU OF 40 GUNS The right honourable W. Earl of Northefk commander now fitting out in Portfmouth Harbour.
Honderd meter verderop hangt buiten een groot spandoek ROYAL NAVY AND ROYAL MARINES recruit now 08456 075555. Behalve de spelling van sommige woorden is er in al die eeuwen weinig veranderd. Linda: ‘Wij beginnen eigenlijk nooit oorlogen. Maar als de oorlog begonnen is, dan “we enjoy it”.
Behalve een marinebasis is Portsmouth een garnizoensstaat. De overzeese strijd heeft de burgers van deze stad door de eeuwen heen te eten gegeven. De kust is bezaaid met forten en verdedigingswerken. Boven vanaf het historische Roundhouse zie je nu nog elke tien minuten een marineschip de haven uitvaren. ‘Vlak voor de invasie van Normandië in 1944 kon je over de schepen heenlopen naar het eiland Wight’, vertelt Jacquie Shaw van het toeristenbureau. Ze leidt de wandeling over Roundhouse en de 18 guns battery waarvan in het verleden familieleden hun jongens uitzwaaiden die nieuwe koloniën gingen veroveren of landen gingen bevrijden.
Portsmouth is in tegenstelling tot Southampton compact. De beroemde historic dockyard ligt vlak bij de nieuwbouw. Hier liggen bij elkaar de HMS Victory waarvan Nelson de slag bij Trafalgar leidde en de HMS Warrior, het eerste ijzeren oorlogsschip. Sinds het in 1982 uit de haven werd gelicht, wordt hier ook de Mary Rose geconserveerd – het enige bewaard gebleven oorlogsschip uit de zestiende eeuw. Het wordt al 23 jaar natgehouden om te voorkomen dat het uit elkaar valt.
Portsmouth pronkt ook buiten de historic dockyard graag met zijn achthonderd jaar oude maritieme geschiedenis vol zeeslagen en invasies. Er is een ‘Overwinningen-, Slagen- en Blunders’-wandeling, er is een D-Day-wandeling en er is uiteraard een Nelson-trail. Alle grote zeehelden, admiraals en generaals liepen hier over de kade, bepaalden hun strategieën en vermaakten zich zo goed als dat in Portsmouth mogelijk was.
Maar de stad is niet alleen nostalgie naar de tijd van Britain rules de waves. In 2003 heeft de stad een nieuw ijkpunt gekregen. Een 170 meter hoge toren is het visitekaartje van de nieuwe stad. De Spinnaker Tower zoals het gebouw heet lijkt nog het meest op Burj-al-arab in Dubai. Vanuit het kraaiennest in de top is er een fenomenaal uitzicht over de omgeving.
Niet alle inwoners zijn enthousiast over het controversiële millenniumproject. Het gebouw werd jaren te laat opgeleverd en was ver over de begroting. Veel inwoners schudden nog elke dag hun vuist in de richting van de toren die midden in het nieuwe winkelcentrum Gunwharf Quay is gelegen.
Gelukkig heeft Portsmouth een andere kant – even weg van de zee. Het is de stad van de grote engineer Isambard Kingdom Brunel die juist de spoorlijnen aanlegde. Het is ook de geboortestad van Charles Dickens, Rudyard Kipling en de acteur Peter Sellers. Southampton moet het doen met komiek Benny Hill.




Tips Portsmouth

Portsmouth (ook bekend als Pompey – spreek uit pompie) is een stad van 196 duizend inwoners die is gelegen op Portsea Island aan de zuidkust van Engeland. Het is een marinehaven en garnizoensstad met de oudste droogdok ter wereld.

Hotels: wij sliepen in de Holiday Inn aan Pembroke Road. Het was gunstig gelegen. In de lounge kon alleen een groot glas wijn worden besteld – ‘neen, een klein glaasje doen we niet’ – en het was daar erg onrustig – televisie aan met voetbal, radio aan en continu mensen die in en uitliepen van en naar het zwembad.
- Portsmouth Marriot (viersterrenhotel) aan Southampton Road. Voor wie meer rust wil
- Florence House Hotel aan Malvern Road in Southsea. Klein zeven kamers tellend boutiek-hotelletje in oud Edwardian huis.


Pubs: The Old Custom House in Gunwharf Quays. Home of torpedo & mine. Moderne pub in een monumentaal gebouw uit 1790. Het was jarenlang de stamkroeg van de bemanning van HMS Vernon. Het gebouw is in de oude staat hersteld, met vele kleine ruimten waar in alle rust gegeten of gedronken kan worden. Bangers Mash en Beer Battered Cod + chips voor 4,95 pond.
- The Mary Rose aan St. Georges Road. Pub met de leukste barvrouw (Linda) van de stad. Oude pleisterplaats voor reizigers naar Wight. Vooral in de zomermaanden is het afgeladen vol.
- Still & West Country House. Klassieke pub uit 1733 op het mooiste puntje van de haven. ‘Well behaved children’ zijn welkom, aldus een bord.


Restaurants: we aten in het Yellow River Café in Gunwharf Quays. Hier promoveert de Beer Battered Cod tot Tiger Beer Battered Cod en wordt het gerecht meteen twee pond duurder. Er zijn echter ook uitgebreide menu’s met namen in de haventraditie van de stad zoals Silk Trade en Spice Merchant.
- The American Bar in Old Portsmouth. Bekend visrestaurant.
- The Spice Inn Leuk klein restaurant


Bezienswaardigheden: The Historic Dock Yard is een absolute must. Drie beroemde schepen uit de Britse historie - Hendrik VIII’s Mary Rose, Nelsons Victoria en HMS Warrior - liggen hier naast elkaar. De schepen geven een heel goed idee van het leven aan boord honderden jaren geleden. Daarnaast zijn er musea en winkels met veel interactief vermaak. Niet alleen volwassenen maar ook kinderen zullen zich een dag lang geen moment vervelen. En het kost maar 15 pond per persoon (familiekaart 40 pond). En wie het niet allemaal gezien heeft, mag de volgende dag het kaartje nog een keer gebruiken.
- Het D Day Museum. Het enige museum ter wereld dat geheel gewijd is aan de invasie in Normandië op 6 juni 1944. Zeer de moeite waard.
- Geboortehuis van Charles Dickens. De beroemde schrijver woonde hier alleen toen hij nog in de luiers lag, maar zijn geboortehuis is prachtig in de oude stijl gerenoveerd.


Winkelen: Gunwharf Quay heeft trendy boetieks.


Omgeving: Bosham – pittoresk dorpje in de haven van Chichester, tien kilometer van Portsmouth. Hoogtepunten – prachtige cottages aan de haven, toeristisch Arts & Craft Centre en vooral een boulevard die bij vloed onder water loopt. Ondanks alle waarschuwingen parkeren toeristen hier hun auto’s wat tot grote hilariteit kan leiden.
- Wight – 20 minuten varen van Portsmouth. Aan te raden Osborne House – het vroegere paleis van koningin Victoria.
- Porchester Castle – kasteel met Romeinse historie. Hendrik V verzamelde hier zijn troepen voor Agincourt en Richard II woonde er. Perfecte plek voor een picknick.


Verbindingen: 70 minuten met de trein van London Waterloo
- Veerdiensten uit verschillende Franse steden
- (Le Havre, Cherbourg en Caen) en Spanje                           (Bilbao)


www.vistportsmouth.co.uk
www.portsmouth.gov.uk


 

SOUTHAMPTON MIST MONUMENT VOOR IJSBERG

‘Waarom hebben jullie geen monument voor een ijsberg opgericht?’ vraag ik provocerend aan de mijn vriendelijke blue badge-gids Lesley Tudor Pole. Ze heeft mij langs zeven Titanic-monumenten gevoerd – de laatste ter herinnering aan de postbeambtes die op het schip zijn omgekomen.
Maar op de kade waarvan het onzinkbaar geachte schip in 1912 vertrok voor zijn eerste en laatste tocht mag ik niet komen. Er is aan het begin van de kade een gele lijn getrokken na al weer een monument. ‘Als je hier overheen stapt maait een van de veiligheidsmensen je neer met een machinegeweer’ grapt ze. De Britse politie is zo bang dat terroristen zullen toeslaan in de thuishaven van de grote cruiseliners Queen Elizabeth 2 en Queen Mary 2 dat ze buitenstaanders verbieden de kades te betreden.
Het is een anti-climax. Als je zo veel met Titanic wordt geconfronteerd tijdens een rondleiding, wil je ook de real thing zien. ‘Er gaat wel een speciale bus langs’, zegt Lesley. ‘Maar wandelend mag je er niet komen.’
In 1914 werd een eerste monument voor de slachtoffers opgericht, een jaar later een tweede. En nu zijn er liefst zeven: van een voor de muzikanten, de postbestellers en de engineers tot een voor de omgekomen obers op het schip. Maar de twee uur durende Titanic-wandeling door Southampton beperkt zich niet tot monumenten. Alles wat in de verste verte iets met het schip te maken heeft, is inmiddels een toeristische attractie – de plek waar de post gesorteerd werd (‘de RMS van RMS Titanic staat niet voor niets voor Royal Mail Ship’, vertelt Lesley) tot het oude kantoor van de White Star Line en de hotels waar ontwerper Thomas Andrews en veel van de miljonair-passagiers sliepen.
Een monument voor de ijsberg zou eigenlijk geen gek idee zijn. De ijsberg die in de weg stond van de Titanic, heeft ten minste de stad toeristisch op de kaart gezet.
Southampton heeft meer tragedie gekend, maar die zijn met minder romantiek omgeven dan de ondergang van de Titanic. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het de meest gebombardeerde stad van het land. Niet vreemd als bedacht wordt dat juist hier de door de Luftwaffe gevreesde Spitfires werden gemaakt.
De bombardementen hebben het huidige stadspatroon bepaald. Southampton is voor Britse begrippen groen. Er zijn vele grote parken. En de wegen zijn breder dan in welke andere Britse binnenstad ook, waardoor het een van de weinige steden in het zuiden van Engeland is waar redelijk veilig kan worden gefietst. Maar Southampton mist daardoor ook karakter. De door de Luftwaffe veroorzaakte kraters lijken te zijn opgevuld met studentenappartementen, bejaardenwoningen en foeilelijke flats.
Southampton mist in tegenstelling tot Portsmouth een eigen kathedraal. Maar het heeft na York wel de best behouden middeleeuwse stadswal van Engeland en een prachtige stadspoort Bargate aan het begin van de High Street, de grote winkelstraat. De muren waren zo sterk dat zelfs de Luftwaffe ze niet klein kreeg. Ze staan ook zo dicht aan het water dat het soms oude dijken lijken. In de gewelven die tijdens een georganiseerde wandeling kunnen worden bezocht, is het koud en vochtig.
Het nieuwe winkelcentrum West Quay is tegen de stadswal aangeplakt. De combinatie van oud met nieuw zal niet iedereen meteen aanspreken. Maar Southampton koestert zijn positie als de vijfde winkelstad van het land. Mogelijk heeft het te maken met het karakter van zijn bezoekers: cruisepassagiers doen blijkbaar niets liever dan winkelen.
Southampton koestert zijn handelstraditie zoals Portsmouth zijn militaire traditie. ‘Dit is de plek waar de wol werd geëxporteerd en de wijn geïmporteerd. Weet je dat deze stad eeuwenlang het monopolie had voor de wijnimport’, zegt de eigenaar van een club. Als rijke handelsstad was Southampton in de geschiedenis een doelwit van piraten. De Grimaldi’s namen uit Southampton het zilver mee en financierde daarmee de oprichting van hun eigen staatje Monaco.
Er bestaat grote rivaliteit met Portsmouth. Southampton pocht niet alleen de grotere maar ook de betere universiteit te hebben – de afdeling oceanografie is wereldberoemd. En tot voor kort had de stad ook altijd de beste voetbalclub. Maar The Saints degradeerden twee seizoenen geleden, terwijl Pompey juist net naar de premiership gepromoveerd was. Die rolwisseling doet de inwoners veel pijn. Gelukkig heeft Southampton nog zijn jaarlijkse botenshow waarmee Portsmouth niet kan concurreren. En de stad heeft nog een ander sterk punt ‘Southampton is de op twee warmste plek van het Verenigd Koninkrijk. We liggen aan de zuidkust in de beschutting van het eiland Wight’, zegt Lesley Tudor Pole.
Helaas zegt ze het op een dag dat het bitter koud is en zelfs een echte ijsberg hier niet zou smelten.





Tips voor Southampton

Southampton is een stad van 221 duizend inwoners aan de zuidkust van Engeland. Het heeft een belangrijke koopvaardij- en cruisehaven. Het was de haven waar de Pilgrims Fathers in 1620 vertrokken op de Mayflower naar Amerika en de Titanic in 1912 zijn eerste en tevens laatste reis begon.

Hotels: The Dolphin. Jane Austen danste er, Nelson sliep er, Charles de Gaulle keek er tijdens de oorlog naar zijn geliefde Frankrijk en een kamermeid werd er zwanger gemaakt en pleegde vervolgens zelfmoord. The Dolphin is het veruit leukste hotel van Southampton. Iedere kamer is ingericht door een andere artiest. Kamer 204 was de populairste, zo werd mij verzekerd door de receptioniste. Kamers kosten tussen de 115 en 190 pond per nacht. Te duur voor deze krant. Daarnaast dwalen de spoken van Nelson en de kamermeid er nog rond.
- Jurys Inn. Splinternieuw hotel dicht tegen het centrum. Wij sliepen hier op de tiende verdieping. Mooi uitzicht. Jammer dat de stad zo saai is. De tuna melt die onder de middag is besteld komt pas na drie kwartier met duizend excuses. En de douchekop valt spontaan naar beneden, net als het zeepbakje. Maar dat zijn kinderziekten.
- The Grapes. Fraai gelegen B&B aan Oxford Street, de sjiekste straat van de stad. Sommige passagiers van de Titanic verslaapten zich hier op de dag van het vertrek van het schip nadat ze te veel hadden gedronken in de bar. Ze zullen de alcohol dankbaar zijn geweest.
- De Vere Grand Harbour. Vijfsterrenhotel voor de miljonairs onder onze lezers.


Pubs: The Standing Order aan High Street. Een JD Wetherspoon Pub, hetgeen meestal niet een aanbevelingswaardig teken is. Op de maandagavond dat wij er waren, was het hengstenbal. Maar uiteindelijk werd het wel gezellig. Er is een kleine bibliotheek en de drankjes zijn voor Engelse verhoudingen spotgoedkoop. Waar krijg je in dit land een fles Chablis voor tien pond en een Chardonnay voor zeven pond?
- De Duke of Wellington. Al in de 12-de eeuw importeerde deze localiteit bier uit Amsterdam. Sinds 1488 een echte public house. En Amsterdam is nog steeds heilig. De pub serveert Amstel, chilled in Amsterdam.
- Platform Tavern. Een herberg waar een van de Titanic-passagiers zijn kaartje vergokte. Hij kon later zijn geluk niet op.


Restaurants: Bleu aan Dolphin Lane. Een grill & wine gallery in het leukste steegje van de stad. Goede bediening, heel gezellig en een leuke aanbieding. Het enige smetje was dat de manager zei dat de aanbieding niet meer gold, maar beloofde dat hij ons de Grand Vina Soll toch voor 7,95 pond zou serveren. Aan het einde van de avond wist de Poolse serveerster er niets van en eiste ze 8,95 pond.
- Dockgate 4. Onderdeel van het South Western House, het hotel waar dertien miljonair-passagiers van de Titanic verbleven en de koningin-moeder zou hebben gedanst en dronken is geworden.


Bezienswaardigheden: City Art Gallery. Southampton pretendeert na Londen de beste plaats te zijn om moderne kunst te zien. Een absoluut juweel van een museum is de City Art Gallery met 3500 werken.
- Maritime Museum aan Town Quay. Aardig museumpje over de historie van de grote passagiersschepen.


Winkelen: West Quay Nieuw overdekt winkelcentrum met bekende warenhuizen als John Lewis en Marks & Spencer naast de oude stadswal van Southampton.


Omgeving: New Forest. Het nieuwste nationale park van Engeland. Het beroemdste Engelse bos.
- Beaulieu. Het nationale motormuseum met speciale expositie van de auto’s uit de James Bond-filmserie.
- Winchester Cathedral. Even oud als indrukwekkend. Het is altijd speciaal om over dezelfde tegels te lopen als mensen duizend jaar geleden.


Verbindingen: 90 minuten met de trein van London Waterloo.
- Verschillende luchtvaartmaatschappijen onderhouden rechtstreekse verbindingen van Amsterdam naar Southampton International Airport. (18-3-2006)


www.visit-southampton.co.uk
www.southampton.gov.uk


TAXI TAXI

Roger Bannister (60) voor zijn London cab in Portsmouth

Bannister is taxichauffeur in Portsmouth sinds 1975. Hij rijdt nog een oude Londen cab. In totaal heeft Portsmouth daarvan nog 80. Nieuwe taxi’s in Portsmouth moeten zilverkleurig zijn en van de merken Peugeot, Citroen en Fiat. Tarief 2 pond + 1,39 pond voor elke mijl.



Eldon Seandron (47) in zijn London cab in Southampton.

Seandron is taxichauffeur in Southampton sinds 1995. Alle taxi’s in Southampton zijn verplicht wit. Seandron rijdt een van de 23 nog actieve Londen cabs. Tarief 1,90 pond + 20 pence voor elke 200 yards.

 

LOLTRAPPEN IN BRIGHTON

BRIGHTON, 'CITY BY THE SEA', IS DECADENT EN DEFTIG. CLUBBERS EN BOHEMIENS VINDEN ER EEN BRUISEND CULTUREEL LEVEN. FRANK GEHRY MAG ER STRAKS TWEE TORENS BOUWEN.

Brighton & Hove - sinds 2000 is het één stad - heeft zich altijd willen onttrekken aan de slechte reputatie van de Engelse badplaats. Chinese paleizen en Frank Gehry-torens in plaats van vervallen Victoriaanse hotels, sterrenrestaurants in plaats van fish & chips en in het park lezende studenten in plaats van de beruchte dronken jongeren. De stad (250 duizend inwoners) aan de Engelse zuidkust noemt zichzelf geen badplaats, maar een city by the sea. Het is er tegelijkertijd deftig en decadent. De bezoekers van Brighton zijn voor een groot deel gegoede burgers of bohemiens.

Brighton & Hove is een centrum voor kunst en kitsch en een el dorado voor homo's. De stad telt twee universiteiten en een fameuze kunstacademie. Brighton heeft ook twee pieren, waarvan er een al jarenlang als een uitgebrand geraamte in het water ligt. De befaamde architect Frank Gehry heeft onlangs toestemming gekregen voor de bouw van twee asymmetrische torens aan de boulevard, die de stad een nieuw aanzien moeten geven. Volgens de barkeeper van de Sussex-pub is het karakter van Brighton gevormd door zijn beroemdste inwoner George IV. De inwoners van Brighton zijn pleasure seekers, zegt hij. En dat uit zich in een warme belangstelling voor 'drank, seks en kunst'.

George IV, koning van Engeland tussen 1820 en 1830, stond bekend als een drinkebroer, rokkenjager, gokker, kunstliefhebber en rebel. Hij creëerde het befaamde Royal Pavilion - nu de belangrijkste toeristische attractie van de stad - en vulde het met zoveel oosterse kitsch dat koningin Victoria niet meer in het Chinese paleis wilde wonen en op het eiland Wight haar eigen zomeronderkomen bouwde. Met uitzicht op zee, want van de zee was vanuit de Pavilion volgens Victoria niets te zien. Van de fameuze vijf s'en waarop Engelse badplaatsen worden beoordeeld (sun, sand, sea, style en sex) ontbreekt in Brighton eigenlijk alleen de tweede. Een Duitse toerist die hier om onduidelijke redenen is terechtgekomen op het moment dat Tony Blairs Labourpartij er het najaarscongres houdt, zoekt naarstig naar een plekje waar de kinderen kunnen ravotten. Maar strand is er niet te vinden, afgezien van een paar bakken zand waar beachvolleybal wordt gespeeld.

Vader zal de portemonnee moeten trekken. Er is een tram langs de kust en er is een pier vol met speelautomaten, snoeptenten en kermisattracties. Met zijn skatebanen en basketbalarena's lijkt Brighton meer op het Californische Santa Monica dan op Zandvoort. Het najaar kan hier zonnig en aangenaam zijn. De kuststreek van Sussex heeft de meeste zonuren van heel Engeland. De latere koning George IV werd hier door zijn artsen naartoe gestuurd ('take the waters') om zijn door alcohol gesloopte lichaam te laten herstellen. Hij volgde er braaf therapie (zwemmen in de zee en het drinken van zeewater) en kon zijn maîtresses ontvangen zonder dat de Londense roddel-scene het merkte.

Brighton, op nog geen honderd kilometer van Londen, werd een populair kuuroord en de locatie voor een dirty weekend. Dr. Richard Russell moedigde met zijn standaardwerk Use of Sea Water in the Affection of the Glands de Londense society aan hier te komen. Tegenwoordig staat het Royal Albion Hotel op de plek van zijn huis. Op een plaquette ter herinnering aan hem heet het: 'Als je zijn monument zoekt, kijk rond.' Brighton onderscheidt zich duidelijk van familiebadplaatsen als Blackpool, Skegness, Weymouth of Weston-super-Mare. Niet dat er geen clubbers zijn, ofwel tieners die laveloos over straat rollen na een avondje binge-drinken. Ze zijn verbannen naar de gewelven onder de wandelpromenade van de boulevard waar de clubs zijn geconcentreerd. Hier worden de vrijgezellenfeesten gehouden, lopen meisjes zelfs met vrieskou bijna bloot rond en gedragen de jongens zich zo macho mogelijk. Wie vanuit London Victoria op het 19de eeuwse Brighton-station arriveert, ziet een andere kant van de stad. North Laine is de pleisterplaats voor studenten en ander hip volk. Er zijn talrijke boetiekjes, die nog T-shirts met afbeeldingen van Che Guevara, lp's en new age-spullen verkopen. Ze dragen namen als Hell's Kitchen en Dumb Water Experience. In de North Laine drink je een cappuccino voor 1,20 pond, terwijl die in de Lanes 1,95 pond kost.

Duur of goedkoop - Brighton is een uitgaansstad. Er zijn hier meer pubs per vierkante kilometer dan waar ook in het Verenigd Koninkrijk. In Brighton ga je stappen. 'Driekwart van onze bezoekers zijn mensen zonder kinderen', zegt Nick Vowles van het toeristenbureau. Overdag ga je winkelen en flaneren, niet op het strand liggen. Brighton is een stad van kleding en schoenen. Er zijn zelfs vegetarische schoenen te koop. Ten oosten van de pier ligt Kemp Town, ook wel Kamp Town of Soho-On-Sea genoemd. Het is de uitgaanswijk voor homoseksuelen. In Brighton zouden er 25 duizend wonen. De Sidewinder heeft een prachtige patio om op mooie zonnige dagen neer te strijken, ook in de winter. En Amsterdam (met sauna) is een van de meest populaire homobars aan de kust. De Schwarz Bar is exclusief voor leernichten. Maar hetero's kunnen zich er ook vermaken. Kemp Town staat vol met winkeltjes van liefdadigheidsinstellingen waar voor een habbekrats kleding en spullen kunnen worden gekocht.

TIPS:

Brighton & Hove heeft in Engeland de meeste restaurants per hoofd van de bevolking na Londen. Als we de Britse televisiekoks moeten geloven, is Due South het meest trendy restaurant van de stad. Je moet ver van tevoren boeken om het verse, onbespoten en lokaal geproduceerde voedsel te mogen proeven. De locatie - in een gerestaureerd visserijgewelf onder de wandelpromenade tussen de twee pieren - is ongeëvenaard.

Voor architectuurliefhebbers is Brighton & Hove een must. De nieuwe Jubilee Library is wereldwijd geprezen als een meesterwerk. Er is ook een bouwvergunning verleend voor het door Frank Gehry samen met filmster Brad Pitt ontwikkelde sportcentrum met twee asymmetrische torens van 45 en 42 verdiepingen.

Behalve aan de Royal Pavilion is een bezoek aan het Brighton Museum and Art Gallery aan te raden. Er zijn veel gekke musea in de stad, zoals het politiemuseum, het Booth Museum met zijn collectie vogels en spinnen, het National Museum of Penny Slot Machines en het binnenkort te openen Surf Museum.

Het Brighton Festival in een van de grootste culturele evenementen in Engeland met straattheater, dans, concerten en debatten. Jaarlijks komen een half miljoen bezoekers af op de zevenhonderd voorstellingen. Het volgende festival, de 40ste editie, is van 6 tot 28 mei 2006.

De Vere Grand, het beroemde hotel waar premiers verblijven tijdens de politieke partijcongressen en waar de IRA in 1984 de gevel uitblies, is een van de meest luxueuze hotels aan de boulevard. Een kamer kost hier gauw 250 pond per nacht. Even de sfeer proeven kan ook bij een afternoon-tea. Budgethotelletjes zijn te vinden in Kemp Town.

Prijzen:

Cappuccino 1,50 pond

Bacon-sandwich 1,60 pond

Battered cod, chips & peas 4,95 pond

Veggie breakfast 5 pond

Hotel 80 pond

(8-10-2005)

 

MUUR MET KLAPHEKJES

DE MUUR VAN HADRIANUS HOUDT AL BIJNA TWEE MILLENNIA STAND IN NOORD-ENGELAND. MAAR NU IS ER EEN NIEUW WANDELPAD, EN DREIGT HET BOUWWERK TE BEZWIJKEN ONDER MARCHERENDE TOERISTEN. 

Aan de bar van de Twice Brewed Inn, een donkerbruine pub in een uithoek van Engeland, worden over en weer adviezen gegeven. 'Je klimt over die stile en dan ga je twee mijl langs de muur. Daar moet je er weer vanaf.' 'Hoe lang doen jullie erover?' 'Zes dagen'. 'Heel knap, we doen het in acht dagen. En ik had na twee dagen al blaren.' In de eeuwenoude herberg klinkt dagelijks soortgelijk geroezemoes. Wandelaars genieten s'avonds van een pint bitter na een etappe te hebben voltooid van de lange-afstandswandeling langs Hadrians Wall, de Muur van Hadrianus, op de grens van Schotland en Engeland. De volgende ochtend zitten ze gezamenlijk aan een full English.
Daarna gaan de khaki-broeken en bergschoenen aan, worden pleisters geplakt en rugzakken omgebonden. Plukjes bijna identiek geklede wandelaars vertrekken achter elkaar voor een nieuwe etappe van klimmen en dalen. 'Zullen we vandaag samen lopen?'

Wie bijvoorbeeld de pelgrimsroute van Winchester naar Canterbury kiest, komt soms dagen niemand tegen, maar dat zal langs de Muur van Hadrianus niet gebeuren. De wandeling langs de door de gelijknamige Romeinse keizer tussen 122 en 128 jaar na Christus gebouwde muur is in korte tijd uitgegroeid tot de populairste van het land. De redenen zijn simpel: de wandeling is relatief kort (135 kilometer), voert langs historische bouwwerken en door een ruig landschap met de mooiste vergezichten van Engeland. Bovendien krijgen wandelaars in talrijke musea, afgravingen en forten een lesje Romeinse militaire geschiedenis, Romeinse eetcultuur, Romeinse bouwkunde, ceremonies, geneeskunde en zelfs antieke bordspelen - Ludus Duodecim Scriptorum en Ludus Latrunculorum. 'Wat hebben de Romeinen voor ons gedaan, behalve het bouwen van een toeristische attractie, het verbouwen van kruiden en het aanleren van spelletjes?' parafraseert een wandelaar een oneliner uit de Monty Python-film Life of Brian. Wandelaars deinzen er niet voor terug zich Romeinse namen aan te meten. 'Ik heet al zes dagen Liberalis.' 'Ja, en ik heet Asterix!.'

De versterking van Hadrianus is een heidens pelgrimsoord geworden sinds het in 2003 gepromoveerd werd tot een National Trail. Een lange afstandswandeling langs de muur is tegenwoordig iets wat je een keer in je leven moet hebben gedaan. Zeker als wandelaar en dat zijn de Britten bij gebrek aan fietspaden bijna allemaal. Jaarlijks lopen nu 200 duizend wandelaars de route, tien keer zoveel als bij de opening nog werd gedacht. Niet alle archeologen zijn blij met de stormloop. Nogal wat wandelaars slaan de countryside code om niet over de muur zelf te lopen in de wind, zodat het bouwwerk erodeert. Maar ook de paden lijden er onder. Van vele paden is de in het natte klimaat zo kwetsbare vegetatie totaal platgetrapt. De B&B's, herbergen, campings en hotels varen er echter wel bij. Zelfs in de toeristenonvriendelijke maanden - als de koude de wandelaars hevig teistert - is bijna geen accommodatie te krijgen. In de Twice Brewed Inn zijn vanavond negen van de twaalf kamers bezet door Britse wandelaars. Verder zijn er twee Noren en een Australische vrouw (die overigens niet wandelt maar met de streekbus Engeland doorkruist). De herberg ligt bij Haltwhistle ergens tussen Carlisle en Newcastle. Het is een van de meest afgelegen plaatsen van het land, maar pretendeert desondanks het middelpunt van het eiland Groot-Brittannië te zijn. De Twice Brewed Inn tapt zijn eigen biertje -  een beetje zurige bitter - die alle klanten even willen proberen om daarna toch maar over te stappen op een pils. De 58-jarige Tom Hanblin uit Newcastle zit samen met zijn 57-jarige vriend Dave Wardle aan de bar. '˜Vroeger speelden we golf. Maar nu hebben we wandelen ontdekt. We doen acht dagen over de 84 mijl,“ elke dag ruim tien mijl. Dat lijkt niet veel, maar het is een zware wandeling. De grote kunst is blaren te voorkomen, want als je die krijgt is de lol eraf.'

De mannen zijn nu drie dagen onderweg. '˜Tot nu toe is het goed te doen. We beginnen om negen uur en zijn s' middags om half vier altijd bij de eindbestemming. Meestal moet je een stukje van het pad af om je guesthouse of B&B te vinden.' Alle B&B's en guesthouses langs de route zijn afhankelijk van de wandelfreaks. '˜Wie Hadrian's Wall wil lopen, moet zich goed voorbereiden', zegt Tom Hanblin. 'Al maanden van tevoren moeten onderkomens worden geboekt, want anders kun je het vergeten.' En er moet natuurlijk worden getraind. Hanblin wil niet zeggen dat hij aan wall fever lijdt, maar hij denkt dat het niet de laatste keer is dat hij deze route zal lopen.

Historici debatteren nogal eens over de functie van de muur in de Romeinse tijd. Hadrianus zou de muur opgetrokken hebben als een versterking die het Romeinse rijk moest beschermen tegen in Schotland wonende barbaren, de zogenoemde Picten. Voor een deel was het ook een echte versterking '- drie meter breed en vier tot vijf meter hoog met forten die nog geen mijl van elkaar waren verwijderd - maar naar het westen toe werd het meer een afscheiding en uiteindelijk slechts een wal van turf die door een argeloos schaap zou kunnen worden overgestoken. Sommige historici beweren dan ook dat de muur meer een symbool van macht was dan een echt verdedigingswerk. De muur vormde drie eeuwen lang de noordgrens van het Romeinse rijk in Britannia. Daarna raakte het bouwwerk in verval. De muur werd voor een groot gedeelte afgebroken en de stenen werden gebruikt voor het bouwen van huizen. De van turf opgetrokken wal aan de westkant verdween in de open haard van de lokale bevolking. Pas in de negentiende eeuw raakte het land zich bewust van het historische belang van de muur. Langzaam werden pogingen gedaan de rest van de muur te behouden, de forten te restaureren, het landschap te beschermen en de vele marktplaatsen langs de route toeristisch te ontwikkelen.

Unesco bombardeerde de muur tot een Werelderfgoed. Maar het zou tot 2003 duren voordat een aaneensluitende wandelroute langs de muur kon worden geopend. Liefst tien miljoen euro aan investeringen was nodig om grondbezitters schadeloos te stellen, overpad te regelen, delen van de muur zelf te herstellen en klaphekjes, bruggetjes en overstaphekjes (stiles) aan te leggen. De National Trail sterkt zich nu uit van kust naar kust: van Wallsend in het oosten naar Bowness-on-Solvay in het westen. Aan de westkant is geen muur meer te vinden. Het beste en hoogste deel van de muur is te vinden in het midden (waar de Twice Brewed Inn staat).

De wandeltocht langs de muur begint voor het merendeel bij Wallsend in Newcastle, hoewel een deel de tegenovergestelde richting kiest. In Newcastle zelf moet flink worden gepuzzeld langs de Tyne om de juiste route te vinden. Na tien kilometer maakt de bebouwing plaats voor de countryside. Daarna wijst de weg zich vanzelf, ook omdat andere wandelaars meestal in zicht zijn en al te graag de weg willen wijzen. De route is niet eenvoudig. Er moet worden geklommen over gemene rotsen, trappetjes en smalle paden of er moet worden overgestoken over landerijen. Iedereen klaagt onderweg over blaren. 'Marcheer of ga dood, legionairs',  zo beveelt een leider zijn groep. Onder de wandelaars heerst grote solidariteit. Iedereen heeft dezelfde uitdaging. s'Avonds komt men elkaar tegen op een camping, een B&B of een herberg.

Onze kamer kijkt uit over het meest imposante gedeelte van de enkele honderden meters verder gelegen muur - de Steel Rigg. Wie er bij ondergaande zon naar toeloopt, voelt in de avondstilte de zware romantiek van de muur. Het grimmige monument geeft een band met de natuur en historie. In de buurt is na een klimmetje ook de 'Robin Hood Tree te vinden, de boom die werd gebruikt in het begin van de kaskraker Robin Hood met Kevin Costner. Morgen wacht een nieuwe nietsontziende etappe. Wie echt niet meer wil of de pijn van open blaren niet meer kan verdragen, heeft een alternatief. Er kan een rustdag worden ingelast. En tegenwoordig rijdt er ook een bus langs Hadrian's Wall, waar je voor een vast tarief vrij in- en uit kan stappen bij alle monumenten. Het is bijna te verleidelijk.

TIPS

De KLM vraagt 228 euro (incl.) voor een retour Newcastle, de ferry IJmuiden-Newcastle rekent 278 euro. Ervaren wandelaars kunnen het 135 kilometer lange traject in zes dagen afleggen, minder ervaren hebben zeker acht dagen nodig.

Op de website www.nationaltrail.co.uk/hadrianswall/bureaus zijn bedrijfjes te vinden die de wandeling langs de muur regelen en ook de bagage verplaatsen.

Veel info op www.nationaltrail.co.uk/hadrianswall en www.hadrians-wall.org. Op die laatste site staat ook een lijst met evenementen. Van ontmoetingen met Romeinse legionairs (Chester Roman Fort, 22 tot 26 augustus, Birdoswald Roman Fort, 3-4 september), tot de Hadrian's Wall Country Food & Craft Festival (Corbridge Roman Site, 17-19 oktober).

(30-7-2005)



BIDDEN VOOR DE STAD

NORWICH LEEK OOIT OP EEN NEDERLANDSE BUITENPOST, MAAR TEGENWOORDIG IS DE STAD BRITSER DAN BRITS.

Norwich mag vele banden met Nederland hebben, het is een stad die Britser is dan de Britten zelf. Mogelijk zal de geisoleerde ligging ermee te maken hebben dat de officieuze hoofdstad van Norfolk zo Brits is. Hier lijkt de gemeenschapszin nog groot, hier gaat iedereen ogenschijnlijk nog naar de pub en naar de kerk. Wie door Norwich wandelt, ziet overal kerken en café's. Een gezegde over Norwich is: een andere pub voor elke dag van het jaar en een andere kerk voor elke zondag .

Twee keer per jaar zit de kathedraal van Norwich vol: de ene keer met Kerstmis, de andere keer tijdens de jaarlijkse gebedsdienst voor Norwich Football Club. Vorig jaar werden de gebeden verhoord, want de club promoveerde naar de hoogste divisie waar het zich dit seizoen moet zien te handhaven. Maar er wordt in de kathedraal ook elk jaar nog een aparte dienst in het Nederlands gehouden (dit jaar op 8 mei ), waar zo'n tachtig tot honderd landgenoten komen - veelal afstammelingen van suikerbietenboeren uit de omgeving van de stad . Wie op de andere dagen van het jaar iets van Nederland wil terugvinden in Norwich, kan naar het Castle Museum gaan, waar de schilderijen van de Norwich School te zien zijn, de eerste kunstbeweging buiten Londen die werd geinspireerd door Nederlandse landschapschilders als Ruysdael en Hobbema.

De band tussen Norwich en Nederland is heel oud. In 1311 had een zekere John de Fryssoland bezittingen in Norwich. Erasmus bezocht de abijkerk. Peter Peterson, kleinzoon van Peter Peterzoon Nederlander, was in de Elizabethaanse periode de belangrijkste zilversmid van de stad. Zonder Nederlanders had de stad misschien niet eens meer bestaan. In 1566 was de weefkunst in Norwich bijna ten onder gegaan. Vierentwintig Hollanders en zes Walen werden uitgenodigd om de stad en de bedrijfstak te redden.
Ten tijde van de Reformatie vestigden zich vierduizend protestantse Nederlanders zich in de stad. Zij polderden in de Norfolk Broadlands met behulp van Hollandse bovenkruiers een moerasgebied in dat groter is dan alle droogmakerijen in Nederland.

De band met Nederland is deze dagen beperkt tot de sheriff van de stad, de 64-jarige Paul King, die met een Nederlandse is getrouwd en best iets in het Nederlands over de stad wil vertellen ('Al doe ik het liever in het Engels'). 'Er zijn nog vijftien steden in Engeland die een sheriff hebben. De functie van sheriff van Norwich dateert al uit 1404. Vroeger inde de sheriff ondermeer de belastingen. Sinds 1974 is het alleen nog maar een ceremoniele functie', zo vertelt hij (in het Engels). In 1579 waren er van de zestienduizend inwoners liefst zesduizend van Nederlandse nationaliteit. Maar ze lijken in het niets te zijn verdwenen. De laatste mis in de Nederlandse kerk werd in 1929 opgedragen.

Norwich zelf kent al lang niet meer een Nederlandse kolonie en is zelfs geen belangrijke toeristenbestemming voor Nederlanders. Op dit moment komen er vooral veel Amerikanen. 'Het heeft niet alleen te maken met hun liefde voor oude Engelse steden. Rond de stad waren in de Tweede Wereldoorlog 40 duizend militairen van de US Airforce gelegerd. Hiervan zijn er zo'n zevenduizend omgekomen', vertelt King.Pronkstuk van de stad is de bijna duizend jaar oude kathedraal die jaarlijks 600 duizend bezoekers trekt. In 1096 werd het gebouwd als een klooster voor Benedictijner monniken, later werd het een van de moederkerken van de Church of England. De stenen van de bogen zijn allemaal gebeeldhouwd met taferelen van het nieuwe en oude testament. Van binnen is de kathedraal opvallend licht dankzij de heldere ramen in het middenschip en de roze kleur van de stenen.

Naast het oude klooster (cloister) heeft de kathedraal ook een heel nieuw gedeelte, de zogenoemde rectory, waarvan het ontwerp is gebaseerd op de voormalige pastorie. Onlangs werd aan de nieuwbouw een prestigieuze prijs voor moderne architectuur toegekend. Behalve een restaurant zijn er ruimten voor lezingen en tentoonstellingen. Wandelen door Norwich is vermoeiender dan door Alkmaar of Delft. In vergelijking tot de rest van Norfolk is Norwich opvallend heuvelachtig. De meest gefotografeerde plek van de stad is Elm Hill met zijn Tudor-huisjes en zestiende eeuwse keitjes waar je als Nederlander het idee hebt in de voetsporen te lopen van verre voorvaderen. Boven de stad en een nieuw winkelcentrum torent het grote 12de eeuwse kasteel dat het museum herbergt met de schilderijen van de Norwich School .

Een van de bekendste ingezetenen van Norwich is Deliah Smith, de moeder van alle televisiekoks. Zij laat zich vooral gelden als grootaandeelhouder en supporter van Norwich Football Club. In en rond het stadion heeft ze ook diverse restaurants. Eten in haar City Brasserie is niet bepaald goedkoop - honderd pond voor een couvert inclusief wijn - maar je kan er tenminste makkelijker terecht dan in de trendy gelegenheden van Jamie Oliver en Gordon Ramsey in Londen. Ondanks de slechte wegverbinding met Londen (de treinverbinding is uitstekend) is Norwich niet de geïsoleerde provinciestad van weleer. Dankzij de komst van de University of East Anglia in de jaren zestig heeft de stad zich een klein beetje een kosmopolitisch karakter kunnen aanmeten. n

Norwich ligt van alle Britse steden geografisch het dichtst bij Nederland, op nog geen honderd mijl (160 kilometer) afstand. De historische band met Nederland is overal vereeuwigd. De stenen rozetten in het plafond van de kathedraal werden in 1416 gebeeldhouwd door een Nederlander genaamd Brice. Het embleem van de voetbalclub - de kanarie - is aan Nederlanders te danken. Nederlandse zeevaarders brachten de vogel uit de Canarische Eilanden mee naar Norwich.Ook de tulp en de Nederlandse geveltop zijn overal in de stad terug te vinden. Zelfs het Engelse dialect dat er wordt gesproken is doorspekt met Nederlandse woorden. Hier klinkt nog landscap, hier wordt tegen een poetsdoek dwile (dweil) gezegd en heet een plein nog een plain. In Norwich is er een bekende grap: 'De dichtstbijzijnde snelweg is die naar Amsterdam.' Hiermee wordt niet alleen de band van de stad met Nederland uitgedrukt, maar vooral ook het ongenoegen over de regering in Westminster die Norwich - in de 15de en 16de eeuw de tweede stad van het land - nooit met een snelweg heeft willen ontsluiten.Misschien had Norwich liever bij Nederland willen horen. Maar de Nederlandse bezoekers mijden de stad. Mogelijk is het te dichtbij. Nederlanders die arriveren in Harwich zijn geneigd meteen het gaspedaal in te drukken en richting Cambridge en Londen te rijden op zoek naar het echte Engeland. Weinigen rijden even omhoog naar het noorden voor een bezoek aan Norwich, waar het werkelijk echte Engeland veel beter is te ontdekken dan in het kosmopolitische Londen of internationale Cambridge. De stad telt 32 middeleeuwse kerken (meer dan welke andere stad in Engeland), een majestueuze kathedraal, de na Londen mooiste Guildhall van het land, en een 12de eeuws kasteel.

TIPS

St. Andrew's Hall en Blackfriar's Hall: voormalig onderkomen van een kloosterorde. Honderden jaren lang was hier de Nederlandse kerk gevestigd. Nu een plek voor trouwerijen, concerten en antiekbeurzen.

St. Peter Mancroft: een van de mooiste en grootste parochiekerken van Engeland die vaak wordt verward met de kathedraal. Een absolute must voor toeristen. Dankzij gulle giften van goud-en zilversmeden beschikt de kerk over een beroemde kunstcollectie. De kerk was oorspronkelijk opgedragen aan St. Peter en St. Paul. De toevoeging mancroft komt vermoedelijk van magna crofter, Latijn voor 'groot veld'.

De achthoekige toren van Norwich Cathedral is na die van Salisbury -de hoogste van het land. De bouw begon in 1096 en het gebouw biedt vooral aan de oostzijde een indrukwekkende aanblik. Dagelijks geopend van halfacht tot zeven (zomer) of zes (winter). Adlards: in het stadscentrum gelegen restaurant dat een Michelin-ster heeft. De chef-kok David Adlards was ooit een wetenschapper, maar hij gaf de voorkeur aan een plek achter het fornuis.

Het serveert Britse gerechten met een Franse ondertoon.

Brideswell Museum: Een van de leukste musea van de stad.

De voormalige stadsgevangenis exposeert oude machines, historische advertenties en gereconstrueerde winkels als herinnering aan de geschiedenis van Norwich als handelsstad.

Sir Garnet Wolseley Pub: Het enig overgebleven oorspronkelijke alehouse aan het marktplein. De andere werden door de bourgeoisie gesloten om te voorkomen dat de arbeidersklasse te veel zou drinken.

De KLM vliegt dagelijks rechtstreeks op Norwich. De ticketprijs is 250 euro inclusief luchthavenbelasting. Vanaf Schiphol vliegen geen andere maatschappijen op de stad. Binnen drie jaar geopend, begint vanuit de nieuwe buitenhaven van Great Yarmouth een veerverbinding met IJmuiden.

Bier (pint bitter): £ 2,10, Cappuccino: £ 1,85, Overnachting: van 25 pond per nacht voor een single in een B&B tot 200 pond voor een sjiek hotel.

(2-4-2005)

 

 

EEN ENGELSE WERELDKAMPIOEN IS ONBEKEND, OP WEDSTRIJDEN LANGEBAANSCHAATSEN SCHITTEREN BRITTEN DOOR AFWEZIGHEID. NIETTEMIN HEEFT HET LAND EEN OUDE SCHAATSTRADITIE> PETER DE WAARD BOND IN LONDEN DE IJZERS ONDER,

 

IJSPRET AAN DE THEEMS

 

Their balance is shocking', waarschuwt de kaartjesknipper bij de icerink voor Somerset House. Ruim tweehonderd krabbelende Engelsen hebben een plekje gevonden op de ijsbaan aan de rand van de West End in het hartje van Londen. Op discomuziek proberen ze hun rondjes te draaien.
 Of ze ooit van Gianni Romme hebben gehoord? Of Jochem Uytdehaage? Zelfs de namen van Ard Schenk en Eric Heiden doen de jongeren op de gladde ijzers slechts grinniken alsof het gaat om exotische vogels. Neen. 'Torvill en Dean. Dat zijn de enige namen van schaatsers die mij te binnen schieten', zegt de 22jarige Jodie Wallace. Ze is met een groep meiden uit Nottingham een dagje naar Londen gekomen voor een bezoek aan de Getty Images Gallery en de ijsbaan voor Somerset House.
 Niemand van hen kent een ha
rdr
ijkampioen, noch een van de langebaan, noch een van de shorttrack. Het gaat hier niet om de snelheid, maar om de gekkigheid. De ijsvloer wordt gebruikt als een veredelde zeepbaan. IJspret is er in overvloed. Er wordt heel veel gegild. Maar schaatsen? Hó maar. De meeste Britten bewegen zich als clowns over het gladde ijs. Ze kunnen zich alleen staande houden door zich angstvallig vast te houden aan de boarding. Als ze even geen steuntje hebben, dan belanden ze onmiddellijk gillend in een spagaat. Sommigen krabbelen wat handiger aan de binnenkant van de baan.
 Een enkeling heeft ervaring en beweegt zich soepeltjes door de massa van schaatsers op de duizend vierkante meter ijsvlakte die tegen de klok in hun rondjes draaien. Het midden van de ijsvloer is voorbehouden aan een aantal in gele hesjes geklede marshalls die nauwlettend in de gaten houden of iemand een ander in gevaar brengt. In een stad waar het Diana Memorial al werd gesloten na een enkele glijpartij, durft niemand een risico te nemen van ongelukken op een ijsvloer.
 Engelsen en schaatsen: het blijft een contradictio in terminis. De schaatskledij is geen trui met joggingbroek, laat staan een snel schaatspak. 'Wij schaatsen in onze lange Engelse winterjassen', concludeert Jodie Wallace als ze om zich heen kijkt. De 33-jarige John Robinson draait zijn rondjes in krijtjesstreepkostuum en stropdas. Er schaatsen zelfs secretaresses in mantelpakjes die na een lange dag in de City hier even willen relaxen.
 Groot-Brittannië telt vijftig indoorkunstbanen, maar die zijn tamelijk steriel. Het schaatsen lijkt pas een grote vlucht te hebben genomen nu ook openluchtbanen worden geopend. In Londen zijn er dit jaar liefst zes. De ijspistes zijn allemaal voor de meest markante en historische gebouwen van de stad gelokaliseerd. De ijsbaan in de 18de eeuwse courtyard voor Somerset House is voor het vijfde jaar geopend. Fakkels en een enorme kerstboom uit Finland zorgen voor een feeërieke sfeer. Schaatsen met op de achtergrond Somerset House met zijn Hermitage Rooms en Gilbert Collections en het Courtauld Institute geeft een bijna vorstelijk gevoel.
 De Engelsen zelf vinden het 'hartstikke leuk, maar duur'. Voor een enkel uurtje schaatsen moet in de avonduren elf pond (bijna zeventien euro) worden betaald, inclusief huur van de schaatsen. Bij de 'koek en zopie' kan een mulled wine (de Engelse variatie van glühwein) voor 3,50 pond worden gekocht en zelfs een fles champagne voor 38 pond.
 Maar de prijzen zijn geen obstakel. Alle avondsessies van een uur zijn tot kerstmis uitverkocht. 'Geen kaart meer te krijgen', zegt de cassière. Iedereen huurt schaatsen. Wie zelf schaatsen heeft, wordt met een merkwaardige blik aangekeken. 'Vorige week kwam er iemand met eigen schaatsen aan. Ik herkende haar niet, maar hoorde later dat het een oudwereldkampioen kunstschaatsen was', vertelt ze.
 Deze week ging voor ook een schaatsbaan open in Kew Gardens, de grootste botanische tuin ter wereld - vlak voor de schitterend verlichte kassen. Minstens zo fraai is de ijsbaan voor Hampton Court - het paleis van Hendrik VIII en zijn zes vrouwen. In Greenwich helemaal aan de andere kant van Londen zal vandaag een ijspiste worden geopend voor het monumentale Old Royal Naval College, het grote barokke meesterwerk van de Engelse architectuur dat door Unesco op de lijst is geplaatst vanwege de 'buitengewone universele waarde'.
 Donderdag opende ook een schaatsbaan voor Marble Arch - ooit gebouwd als toegangspoort tot Buckingham Palace - aan het einde van Oxford Street. Alle Londense schaatsbanen hebben een ding gemeen: de ene locatie is nog mooier dan de ander. Londen mag dan vlak voor kerst een geliefde winkelstad zijn, het is bijna net zo uniek als wintersportoord.
 Elke ijsbaan heeft zijn eigen karakter. Kew biedt een klassieke Victoriaanse ervaring. De ijsbaan voor Somerset House - beroemd geworden dankzij de film Love Actually - zegt zich met name te richten op verliefde jonge stelletjes. Tot nu toe zijn het allemaal commerciële voltreffers. De piste voor Somerset House laat één avond per week de muziek zelfs verzorgen door een BBC-dj. Een groot deel van de bezoekers waagt zich niet eens op de ijsbaan. Ze kijken rond en laven zich in de café's rond de piste en genieten van de winterse gezelligheid. Wie niet kan schaatsen hoeft echter niet te wanhopen. Schaatsleraren - guides genoemd -nemen per sessie vijftien beginnelingen bij de hand. Zoals in het politiek correcte Engeland het geval is, mogen zelfs rolstoelen zich op het ijs begeven.
 De Britse televisie heeft al geanticipeerd op de toenemende populariteit van het schaatsen. Volgend jaar zal er een competitie worden gehouden, waarbij celebs (beroemde Britten) door het ijsdanspaar Torvill en Dean geleerd wordt zich op schaatsen te bewegen - in navolging van het huidige razend populaire BBC-programma Strictly come dancing. Het zal een uitdaging worden.

 

Londense society dol op kunstrijden op schaats

De Engelsen zeggen nog net niet het schaatsen te hebben uitgevonden, maar ze pretenderen er wel een vorstelijke sport van te hebben gemaakt. Koning Jacobus II en zijn dochter Mary hebben al in de zeventiende eeuw geschaatst, zo is door dagboekenier Samuel Pepys onomstotelijk vastgelegd.

Hollandse waterbouwdeskundigen introduceerden in dezelfde periode schaatsen op het drassige grasland van Cambridgeshire, de zogenoemde fens (afgeleid van veen). Hardrijden op houten schaatsen met een niet doorgezette krul werd in dit veel op het Hollandse landschap lijkende gebied een van de populairste sporten. In 1683 bevroor tijdens de Great Frost zelfs de Theems en waagde Pepys zich zelf op het ijs, in het gezelschap van de maîtresse van Jacobus II. De Britten zeggen in 1742 de oudste ijsclub ter wereld te hebben opgericht: de Edinburgh Skating Club. Leden moesten een toelatingsexamen doen: een cirkel schaatsen op een voet en springen over achtereenvolgens 'een, twee en drie hoge hoeden'. In 1841 zakte prins Albert, de echtgenoot van koningin Victoria, zelfs door het ijs van de vijver van Buckingham Palace. Hij overleefde ternauwernood.

Hoewel kunstrijden op de schaats in de Londense society de populairste ijssport werd, bleef Cambridgeshire het centrum van het hardrijden. In 1879 werd zelfs de huidige schaatsbond de National Skating Association opgericht om regels op te stellen, omdat Britten grote bedragen inzetten op schaatswedstrijden op de fens. Het hardrijden bleef onverminderd populair. Koning Edward VII zat in 1905 op de tribune toen Albert Tebbit langebaankampioen op de schaats werd.

Malcolm Robinson, zelf boer en organisator van de Fenschaatskampioenschappen, zegt dat er daarna de klad in kwam.

'Twee factoren speelden een rol. Het schaatsen werd hier vooral gedaan door landarbeiders die als er ijs lag de schaatsen konden onderbinden, omdat ze toch niets anders te doen hadden. Toen de landbouwsector inkromp, waren er ook minder arbeiders. En daarnaast zijn de winters zachter geworden. Vroeger schaatste ik elk jaar wel minstens een keer. Nu heb ik het al jaren niet meer kunnen doen.'

De laatste fenschaatskampioenen werden in 1997 gehouden. Toen kon op een ondergespoten stuk land in de buurt van Peterborough een vierhonderd meter (440 yards)baan worden aangelegd. Behalve over één, anderhalve en drie mijl vonden de officiële Britse kampioenschappen plaats over een en twee rondes. Een van de prijzen was de Prince of Orangebokaal.

Engelsen die nu op de langebaan willen schaatsen, moeten in vorstloze periodes uitwijken naar Nederland. De laatste schaatser die serieus heeft meegedaan aan langebaanwedstrijden was Julian Green, bijna tien jaar geleden. Nu moeten de Britten het doen met een aantal shorttrackschaatsers.  (4-12-2004)

 

TIPS

 

Schaatsbanen Somerset House Geopend: 25 november tot 30 januari van 10.00 uur tot 22.00 uur. Toegang: 9,50 pond (dag), 11 pond (avond) www.somersethouse.org.uk

 Kew Gardens Geopend: 27 november tot 9 januari van 10.00 tot 22.00 uur. Toegang: 9 pond, 28 pond familiekaart. www.kewgardensicerink.com

Old Royal Naval College Greenwich Geopend 4 december tot 16 januari van 10.00 tot 22.00 uur. Toegang 9 pond, 28 pond voor families. www.greenwichicerink.com

 Hampton Court Geopend 4 december tot 16 januari van 10.00 tot 22.00 uur. Toegang: 9 pond, 28 pond (familie)wwww.hamptoncourticerink.com cerink.com

Marble Arch Geopend 2 december tot 16 januari van 10.00 uur tot 21.30 uur. Toegang 10,50 pond. www.marblearchonice.co.uk

Broadgate Kleine baan bij Liverpool Station. Geopend oktober.tot april van 12.00 tot 17.00 uur (week) en 11.00 tot 19.00 (weekeinde) Toegang 7 pond www.broadgatgeicerink.co.uk

 



LELIJK SCHILDERIJ IN MOOIE LIJST

OOIT WAS DE STAD HET ARBEIDERSBASTION VAN ENGELAND. NA HET EINDE VAN DE STAALINDUSTRIE IS DE TIJD STL BLIJVEN STAAN IN SHEFFIELD. PETER DE WAARD GING OP ZOEK NAAR NIEUWE ATRRACTIES EN VOND EEN AARDIG CENTRUM MET VEEL GROEN. MAAR SEXY? NOU, NEE.

'Wat is de derde stad van Engeland. Na Londen en Birmingham?', vroeg iemand mij onlangs in de pub. 'Manchester? Liverpool? Misschien Newcastle, als je Gateshead erbij rekent?' 'Nee. Sheffield. Met ruim 600 duizend inwoners', zo beweerde de Deedar, zoals de bijnaam voor de geboren Sheffielders luidt vanwege de wijze waarop ze de woorden thee en thou uitspreken.

Sheffield was na bijna vijf jaar correspondentschap ongeveer de enige grote stad in het land, waar ik nog nooit was geweest. Eigenlijk wist ik er geen attractie te noemen, behalve het Crucible Theatre, de home of safety's, fluke's en midsession intervals, waar elk jaar het WK Snooker wordt gehouden. O ja, en je kunt er op wintersport. Sheffield herbergt het grootste kunstsneeuw skicentrum van Europa, Ski Village, waar je 364 dagen per jaar een serieuze afdaling kan maken. 'Is er ook een kathedraal?', vroeg ik. 'Ja', antwoordde hij. 'En het is een City. De City of Sheffield.'

Indien Manchester als centrum van de katoenindustrie ooit Cottonpolis werd genoemd, zou Sheffield de bijnaam Ironpolis mogen hebben gehad. Het was eeuwenlang het centrum van de Britse ijzer en staalindustrie. In 1740 werd in Sheffield een methode bedacht voor de massafabricage van staal, in 1912 ontdekte Harry Brearly hier het roestvrij staal. Maar de gloriedagen van Sheffield als de werkplaats van Engeland zijn al lang verleden tijd. De staalwerknemers werden in de jaren zeventig en tachtig massaal op straat gezet. In de in 1997 in Sheffield opgenomen film The Full Monty zochten ze een nieuw broodwinning als stripper, maar de meeste hebben een nieuw bestaan gevonden in meer sophisticated industrietakken of de dienstverlening.

Staalverwerking vindt er in Sheffield nog volop plaats - vooral bestek - maar een arbeidersbastion is de stad al lang niet meer. Misschien staat de teloorgang van de arbeiderssport bij uitstek daarvoor symbool. De stad, waar in 1855 de allereerste officiële voetbalclub ter wereld werd opgericht, Sheffield FC, heeft nu niet eens meer een vertegenwoordiger in de Premier League. Sheffield FC speelt regionaal, Sheffield United verkeert in de eerste divisie en Sheffield Wednesday nog zelfs een divisie lager. Toch komen er nog elke week twintigduizend mensen bij Wednesday op Hillsborough kijken, zo blijkt. Voor mij staat Hillsborough echter in het geheugen gegrift als het stadion van de 'ramp' uit 1989 waarbij negentig Liverpoolsupporters om het leven kwamen. Terwijl andere 'grauwe' Engelse industriesteden in de afgelopen tien jaar dankzij de loterijgelden een metamorfose hebben ondergaan en zijn verrijkt met prestigieuze en succesvolle toeristische attracties (Manchester Salford met de Lowry en het Imperial War Museum, NewcastleGateshead met de Millennium Brug en de Baltic Gallery, Liverpool met de Tate en het Beatles Storymuseum) heeft de tijd in Sheffield ogenschijnlijk stilgestaan.

In 1999 werd in Sheffield het Museum voor Populaire Muziek (National Centre for Popular Music) geopend, maar dat werd een jaar later al weer wegens gebrek aan voldoende belangstelling gesloten. Sheffield is een combinatie van Victoriaanse soliditeit en twintigste eeuwse steriliteit. Net als Rome is Sheffield op zeven heuvels gebouwd. De stad heeft ook eigenlijk iets bijbels met zijn rokende valleien, onstuimige vergezichten en steile oevers.'Sheffield is een lelijk schilderij in een mooie lijst', zo karakteriseerde de pubbezoeker zijn eigen geboorteplaats. Vijf mijl buiten de stad begint het oudste en mogelijk mooiste nationale park van Engeland, het Peak District. Hier bevinden zich fraaie landgoederen zoals Chatsworth House, de residentie van de hertog van Devonshire, en Hardwick Hall. Maar in de laatste jaar is getracht het schilderij tenminste in het midden te restaureren. De nieuwe Millennium Galleries met de overdekte tuin Winter Garden en de met fonteinen volgeplempte Peace Garden - genoemd naar Chamberlains uitspraak uit 1938 'Vrede in onze tijd' - hebben de binnenstad verfraaid en doen ademen.

Sheffield is groen - met liefst vijftig publieke stadsparken is de stad zelfs groener dan alle andere steden in Engeland. En het heeft historische gebouwen in overvloed. De kathedraal van St. Peter and St. Paul heeft zelfs nog delen van de oorspronkelijke vijftiende eeuwse kathedraal, wat een wonder mag zijn gezien de verschrikkelijke bombardementen waar Sheffield tijdens de oorlog bloot aan stond. De vernieuwing - het zogenoemde Hearth of the Cityproject - heeft zich vooral geconcentreerd rond de historische Town Hall. Sheffields paradepaardje zijn de Millennium Galleries met vijf musea, waaronder een voor de Ruskin-collectie die in 1875 aan de stad werd gegeven om de werkomstandigheden van de arbeiders te verbeteren. Er zijn in de stad tal van andere galerieën zoals de Graves Art Gallery met werken van Picasso en Turner.

Op voetbalgebied mag Sheffield niet meer in de hoogste divisie uitkomen, op kunstgebied spreekt de stad nu een woordje mee in de Premier League. De stad verloochent zijn nauwe band met de staalindustrie niet. In Abbeydale Industrial Hamlet kan een ouderwetse staalfabriek worden bekeken. Het Kelham Island Museum is speciaal gewijd aan de geschiedenis van de staalindustrie. Met Meadowhall heeft Sheffield ook een van de grootste winkelcentra van Europa gekregen. Sheffield was jarenlang het centrum van de dansscene in GrootBrittannie, maar dance is een beetje uit de mode geraakt, en de befaamde Gatecrasherclub waar jarenlang studenten en tieners zich verzamelden in fluorescerende kleding en beschilderde gezichten heeft moeite vol te komen. 'Is Sheffield sexy?', vraag ik aan iemand op straat. 'We hebben nog het beste nachtleven van heel Engeland', zegt hij. 'Nee. Sheffield is niet sexy. Het centrum mag er leuk uitzien, maar pak de supertram en kijk hoe de rest er bijligt.'

Sheffield blijkt niet eens de derde stad van Engeland te zijn. Het is al lang overvleugeld door het eveneens in Yorkshire gelegen en veel sneller groeiende Leeds.

TIPS

Vliegen Sheffield heeft een eigen vliegveld, maar dat wordt alleen gebruikt voor privé-charters. De dichtstbijzijnde vliegvelden zijn EastMidlands en LeedsBradford. Beide vliegvelden onderhouden rechtstreekse verbindingen met Amsterdam.

Musea Kelly Island Museum. Museum over de industriële geschiedenis van Sheffield. Alma Street. Toegang vrij. Hele jaar geopend

Abbeydale Industrial Hamlet. Abbeydale Road South. Toegang vrij. Open van 4 april tot 3 oktober.

Millennium Galleries. Arundel Gate. Toegang vrij. Hele jaar geopend. Winter Garden. Toegang vrij. Hele jaar geopend.

(20-11-2004)


SHAKESPEARE-INDUSTRIE

STRATFORD-UPON-AVON TREKT JAALIJKS MILJOENEN BEZOEKERS. DIE BEKIJKEN ZIJN GEBOORTEHUIS, SLENTEREN LANGS DE RIVIER EN VALLEN LANGZAAM IN SLAAP TIJDENS DE VOORSTELLING 

In de B&B aan Evesham Place logeren drie vrouwen uit Oslo. Ze gaan elke avond naar een stuk van Shakespeare en hebben elke ochtend een lezing over de beroemdste Engelse schrijver. 'We behoren tot een groep van 21 Noorse vrouwen die allemaal lid zijn van een Shakespeare Society en meer van Othello en Romeo houden dan van hun eigen man', grapt een van hen aan de ontbijttafel. Niet iedereen in Stratford-upon-Avon is Shakespeare-adept. 's Avonds bij de ingang van het Royal Shakespeare Theatre rijden de bussen met toeristen af en aan. Amerikaanse en Japanse touroperators lijken bijna alle kaarten van de voorstelling van Macbeth te hebben opgekocht.
'We doen in tien dagen Engeland, Schotland en Ierland. We zijn vanmorgen uit Oxford gekomen en rijden na de voorstelling naar Windsor', zegt een 69-jarige Amerikaanse vrouw die speciaal voor de voorstelling een enorme waaier heeft gekocht. Vanmiddag heeft ze het geboortehuis van de schrijver bezocht. 'Het lijkt mij een heel interessante man. Als ik terug ben in Colorado, zal ik zeker iets van hem lezen.' De paradox van Shakespeare is dat veel bekend is over zijn stukken en heel weinig over zijn leven, maar dat de toeristen veel meer interesse hebben in de persoon dan in zijn werk.

Stratford-upon-Avon (dertigduizend inwoners) zal nooit meer dan een pretentieloos marktplaatsje zijn geweest als William Shakespeare er niet was geboren. Zeventig jaar na zijn dood in 1616 arriveerden al de eerste nieuwsgierige Shakespeare-liefhebbers in Stratford op zoek naar de achtergrond van de legendarisch schrijver. Maar de Shakespeare-industrie in Stratford kwam echt op gang na het door de acteur David Garrick georganiseerde Shakespeare Festival in 1769. Meubelen uit het geboortehuis van de schrijver werden in stukken gehakt en als souvenirs verkocht. De eerste Amerikaanse toeristen reisden af naar Stratford, onder wie de latere presidenten John Adams en Thomas Jefferson. Circuseigenaar P.T. Barnum wilde het pand zelfs kopen en naar de VS laten verschepen.

Maar de Britse elite, onder wie Charles Dickens, liet zich het culturele erfgoed, niet ontnemen. Het geboortehuis werd in 1847 voor de toen astronomische som van drieduizend pond gekocht door de Shakespeare Birthplace Trust. Dertien jaar later werd een spoorlijn naar Stratford-upon-Avon geopend en in 1864 het eerste speciaal voor Shakespearevoorspellingen gebouwde theater. De toeristengroei was daarna onstuitbaar: van 700 in 1810 tot 2500 in 1850, 30 duizend in 1900, 150 duizend in 1950 tot meer dan twee miljoen in het begin van de jaren negentig. 'In 1959 was ik hier voor de eerste keer en toen stonden er al rijen voor Anne Hatheway's Cottage', herinnert de Noorse bezoekster zich. Delen van het Shakespearemeubilair zijn niet meer te koop, wel vlakgommen met het opschrift Out Damned Spot uit Macbeth. De Shakespeare Birthday Trust breidde het aantal toeristenattracties in Stratford later uit met andere huizen van zijn familieleden. De woning van Shakespeare's dochter Susanna (Hall's Croft), kleindochter Elizabeth (Nash's House) en de buiten het dorp gelegen ouderlijke optrekjes van zijn vrouw Anne (Anne Hatheway's Cottage) en zijn moeder Mary Arden (Mary Arden's Farmhouse) werden eveneens tot trekpleisters gebombardeerd. Alleen de kerk met de graftombe van de schrijver is niet door de trust opgekocht.

Ondanks de Shakespeariaanse mallemolen is het in Stratfordupon-Avon met zijn pittoreske bootjes op de Avon en parken langs de rivier op een zwoele zomeravond goed toeven. De bontgekleurde tuintjes, die de bewodoor ners ogenschijnlijk verplicht hebben moeten volplempen met eenjarige planten (afrikanen, petunia's, violen), vormen een prettige afwisseling van de talrijke Tudormonumenten. Maar het hoogtepunt van elk bezoek is de Shakespeare-voorstelling. Iedereen hoopt in Stratford-upon-Avon een Shakespeare te zien, al is het alleen maar om de Hollywood-sterren van de toekomst (de nieuwe Olivier, Gielgud of Dench) te aanschouwen. Een groep van 33 acteurs en actrices van de vermaarde Royal Shakespeare Company (RSC) geeft elke dag voorstellingen in het Royal Shakespeare Theatre, een enorme bakstenen monster aan de Avon.

Voormalig artistiek directeur Adrian Noble had het gebouw in 2001 willen slopen en vervangen door een hypermodern theatercomplex, bijgenaamd Shakespeare Village. Hij stuitte op massaal verzet van de lokale bevolking en prominenten als Judi Dench en prins Charles. Uiteindelijk verloor Noble het gevecht en zijn baan. De restaurants in Stratford zijn al aan het einde van de middag afgeladen vol. De voorstellingen beginnen om zeven uur (een lange Shakespeare) of half acht (een kortere). Vanavond staat Macbeth -  door veel Engelsen zelf laatdunkend 'het Schotse stuk' genoemd - op het programma in het Royal Shakespeare Theatre. Van veel toeristen, die net rijk besprenkelde maaltijden hebben genoten, vergt het al gauw te veel uithoudingsvermogen. Zij dommelen weg onder het geweld van de woordenbrij. Hoofdrolspeler Greg Hicks, die Macbeth vertolkt, raakt bij het zwaardgevecht op het einde echt gewond, maar niemand heeft er eigenlijk erg in.

Na afloop verzamelt de cast zich in de pub Dirty Duck aan de overkant. Greg Hicks staat daar in een hoekje met een grote pint bier. Hij zegt eigenlijk liever in een Shakespeare in Londen te spelen. 'Hier zijn de bezoekers deelnemers aan georganiseerde reizen. In Londen is het publiek stukken deskundiger.'

TIPS

Huizen Shakespeare's Birthplace, Nash's House en New Place, Anne Hatheway's Cottage, Mary Arden's House, Hall's Croft en Holy Trinity Church zijn het hele jaar geopend. Toegangsprijzen voor alle vijf huizen 13 pond, voor drie huizen in de stad 10 pond. Kortingen voor kinderen en families. Shakespeare Birthplace Trust: www.shakespeare.org.uk of 00-44-1789-20401/6 > Theaters Royal Shakespeare Theatre, Swan Theatre, The Other Place Theatre. Ticketprijzen van 5 pond tot 42 pond. RSC Box Office 00-44-1789403434 of www.rsc.org.uk. Online boeken mogelijk.

> Restaurants & Pubs Kingfisher Fish Bar (13 Ely Street), Number 6 (6 Union Street), Lamb's Café Bistro (12 Sheep Street), The Opposition (13 Sheep Street), Dirty Duck (53 Waterside), The Garrick Inn (25 High Street), Queen's Head (54 Ely Street).

(28-8-2004)


OPGEKRABBELD UIT DE TROUBLES

DERTIG JAAR LANG WAS LONDONDERRY (DERRY) HET TONEEL VAN DE BLOEDIGSTE ONGEREGELDHEDEN IN NOORD-IERLAND. PETER DE WAARD ZAG HOE DE GEHAVENDE STAD TOCH NOG AANTREKKELIJK IS GEWORDEN

'Waar kom jij vandaan?', vroeg een verbaasde middenstander in Derry-/Londonderry tien jaar geleden aan een Indische toerist die er na een trektocht door Ierland per ongeluk was beland. 'Ik kom uit Delhi', antwoordde de man beleefd. 'Jij komt niet uit Delhi. Jij komt uit Londondelhi', gaf de protestantse winkelier hem van repliek.

Tegenwoordig wordt niemand meer onheus bejegend over de naam van de stad. Je mag Derry zeggen tegen een protestant. En Londonderry tegen een katholiek. Uiteraard noemen de katholieken zelf de stad Derry - de naam die het had voordat Engelse handelslieden er in 1613 Londonderry van maakten - maar ze gaan er praktisch mee om. En geen katholiek kijkt boos op als je zegt dat je een Nederlander ben - een Oranjeman eigenlijk. 'Do you know Van Nistelrooij?', luidt de reactie, niet anders dan op welke plek dan ook in de wereld.

Nederlanders komen er in steeds grotere getale. Amsterdam is dankzij Easyjet de enige stad op het continent met een rechtstreekse verbinding op Noord-Ierland. En met Ryanair kan men via Londen Stansted zelfs naar de regionale luchthaven van Derry/Londonderry vliegen. Vorig jaar kwamen er 25 duizend Nederlanders, 19 procent meer dan in 2001, meer dan uit welk ander land op het continent. De populariteit is opmerkelijk. Derry/Londonderry is bijna synoniem voor de troubles, die Noord-Ierland dertig jaar teisterden. In deze stad hielden katholieken op 5 oktober 1968 een mars voor gelijke burgerrechten die wordt gezien als het begin van de troubles. In deze stad werd voor het eerst het Britse leger ingezet nadat de politie in juli 1969 de ongeregeldheden niet meer de baas kon. En in deze stad barricadeerden de katholieken in augustus 1969 hun wijk Bogside en doopten die om in Free Derry. Drie jaar lang was dit gebied een no-go area. En Derry was ten slotte ook het toneel van Bloody Sunday, 30 januari 1972, toen Britse paratroopers dertien betogers voor burgerrechten doodschoten – de gebeurtenis die het diepste litteken in Noord-Ierland heeft veroorzaakt.

Gids Tommy Carlin wijst de plek op de zestiende-eeuwse vestigingwallen aan waar het Britse leger de sluipschutters die dag had geposteerd. Ze hadden een perfect uitzicht op Bogside, de katholieke wijk in het dal waar de demonstranten op dat moment hun vredesmars hielden. 'Daar waar nu die witte auto staat geparkeerd, werden alleen al zes mensen doodgeschoten.' Boven de wallen steken nog altijd de gebarricadeerde wachttorens van het leger uit. 'Ze zouden al opgeruimd moeten zijn, maar de ontmanteling duurt langer dan verwacht', zegt Carlin, zelf een katholiek. 'In de jaren zeventig gingen hier op een normale dag twee bommen af. En dat is geen grap. Er waren dagen dat er vier of vijf enorme autobommen ontploften. Binnen de stadswallen werd driekwart van alle gebouwen beschadigd.'

Londonderry is al lang geen slagveld meer. De laatste rel dateert uit 1996. Nu gaan protestanten en katholieken in vrede met elkaar om, zij het dat ze in gescheiden wijken wonen. De stad telt 110 duizend inwoners, van wie 70 procent katholiek is. Maar de oude binnenstad is voor 95 procent katholiek, omdat de protestanten zich tijdens de burgeroorlog concentreerden in een nieuwe woonwijk aan de andere kant van de rivier Foyle. Nu proberen de katholieke stadsbestuurders de protestanten terug te lokken naar het centrum. De bedreigde protestantse basisschool heeft vorig jaar zelfs een nieuwe onderkomen gekregen.

Londonderry wil zich graag positioneren als toeristenparadijs. Het is niet alleen een uitvalsbasis voor de natuurgebieden van Donegal, net over de grens met de Ierse republiek, maar heeft zelf ook veel te bieden. Het is een oude stad met een tumultueuze historie van oorlog en belegeringen. De naam Derry is, zo vertelt Carlin, afgeleid van het Ierse woord voor eiland met eikenbomen. In de zesde eeuw werd hier een monnikenklooster gebouwd. In de zeventiende eeuw vestigden zich hier anglicanen uit Engeland en presbyterianen uit Schotland. Zij bouwden de stadsmuur om zich te beschermen tegen de katholieken. De vier tot twaalf meter hoge muur heeft de eeuwen overleefd en geldt als de meest complete vestingwal van Groot-Brittannië. Binnen de wallen bevindt zich het historische centrum. De bomcampagne heeft bijna geen pand onbeschadigd gelaten, maar alles is in oude staat hersteld. Luxe modewinkels en prestigieuze warenhuizen hebben er zaken geopend. Dit jaar gingen twee nieuwe exclusiebroodve hotels open. Het Tower Museum biedt een permanente overzichtstentoonstelling over de burgeroorlog - een linkerwand voor katholieken en een rechterwand voor protestanten.

Pronkstuk is de St. Columbs Kathedraal, een protestantse enclave in de binnenstad die zelfs de IRA altijd heeft ontzien. In de kathedraal hangen de vaandels van bevanroemde veldslagen en historische oorlogen (de Napoleontische oorlogen, de Krimoorlog, de Boerenoorlog en de beide wereldoorlogen). Ook zijn er talrijke herinneringen, waaronder portretten, van stadhouder/koning Willem en zijn echtgenote Mary.St. Columbs Kathedraal was de domicilie van bisschop Hervey - de Earl of Bristol - een van de meest excentrieke geestelijken uit de kerkgeschiedenis. Hij liet eind achttiende eeuw de eerste brug over de Foyle bouwen om zijn maiˆtresses aan de overkant te kunnen bezoeken. De brug werd door Amerikaanse ingeniers ontworpen, in delen ook in de VS gebouwd en over de oceaan gesleept. Hervey was een protestant, maar reisde niettemin elk jaar naar Rome. Hij heeft zijn naam gegeven aan een hotelketen - Bristol - en een likeur - Hervey Bristol Cream.

In de kathedraal bevindt zich ook het zogenoemde conflictkruis dat is gemaakt uit materiaal van het dak van de door de Luftwaffe platgebombardeerde twaalfde-eeuwse kathedraal van Coventry. Het orgel van mahoniehout is gebouwd uit wrakstukken van de in 1588 vergane Spaande armada. Volgend jaar zal in de stad, dat nog eens extra herdenken dan het Spaanse Aramade Museum geopend. Hoewel de stad nu bijna paradijselijk oogt, heeft Londonderry niet geheel kunnen delen in de opbloei van de welvaart in Noord-Ierland. De werkloosheid onder de katholieke mannelijke bevolking bedraagt nog altijd 17 procent, 'de hoogste in de hele EU', aldus Carlin. Er hebben zich Amerikaanse computerbedrijven gevestigd, maar die hebben het verlies aan banen in de textielindustrie niet ongedaan kunnen maken. Veel katholieke gezinnen zijn kinderrijk – 40 procent van de bevolking in Derry/Londonderry is onder de 25 jaar – en slechts 4 procent gaat naar de universiteit. Maar hun woonsituatie is aanzienlijk verbeterd. De verpauperde katholieke wijken zijn gerenoveerd. De stad ziet er beter uit dan de meeste provinciesteden in Engeland of Schotland.

Er is veel geld gestoken om van Londonderry een juweeltje te maken. Soms hebben problemen ook hun voordelen.

TIPS

Vluchten

Er zijn geen rechtstreekse vluchten van Nederland naar Londonderry. Ryanair vliegt van Londen Stansted naar Londonderry, maar die vlucht sluit niet aan op de Ryanair-vlucht van Eindhoven naar Stansted. Een goedkopere mogelijkheid is een vlucht van Amsterdam naar Belfast, en daar verder per bus. Airporter biedt een directe busverbinding met Londonderry, eens per twee uur. Een retourticket bij Easyjet voor volgend weekeinde kost zo'n 120 euro.

(31-1-2004) 

 

UIT DE SCHADUW VAN DE NACHT

ER ZIJN LIEFST VEERTIG JACK DE RIPPER-WANDELINGEN IN HET LONDENSE WHITECHAPEL. MAAR DE BERUCHTE WIJK WAAR DE SERIEMOORDENAAR PROSTITUEES IN STKKEN HAKTE, IS NIET MEER GEVAARLIJK. TOCH TREKKEN, ELKE AVOND IN HET DONKER, AL DIE GROEPEN EROP UIT OM TE GRIEZELEN

'Een Amerikaan is niet in Londen geweest als hij de Jack The Ripper-tocht niet heeft gemaakt.

En waarom? Ik zou het eigenlijk niet weten. Misschien uit verveling. Amerikanen gaan anders al om acht uur naar bed.' Tom Brazil lacht om zijn eigen grap. Hij is een gepensioneerd politie-rechercheur die nu als blue badge-gids wandeltochten in Londen organiseert en de Jack de Ripper-wandeltour door de East End doet. Hij is niet de enige. Elke avond stroomt de wijk vol met tientallen gidsen met groepen luidruchtige wandelaars die op zoek zijn naar spanning en sensatie, aangelokt door folders met wervende teksten: 'Hij kwam in stilte uit de schaduw van de nacht: kijkend en speurend en slachtte verpauperde en dronken prosituees af'.

Naast Brazil houden nog liefst veertig organisaties Jack the Ripper-wandelingen in Whitechapel, de beruchte armenwijk van de Londense East End waar honderdtwintig jaar geleden 's werelds meest beroemde seriemoordenaar actief was. 'Jaarlijks trekken de Jack the Ripper-tochten honderdduizenden bezoekers – meer dan alle andere Londense wandelingen samen', zegt Brazil. Als seriemoordenaar was The Ripper eigenlijk maar een kleine jongen. Hij vermoordde tussen 31 augustus en 9 november 1888 vijf prostituees in Whitechapel. 'In hetzelfde jaar vond in Austin in de Amerikaanse staat Texas een seriemoord plaats met aanzienlijk meer slachtoffers, waarvan niemand meer iets weet. Onlangs bracht een seriemoordenaar in Mexico tweehonderd mensen om het leven. Die zaken zijn nog niet eens een berichtje in een Engelse krant waard', betoogt Brazil.

Over de seriemoord van Jack the Ripper zijn daarentegen meer dan vierhonderd boeken geschreven. Elk jaar wordt er zelfs een groot congres aan hem gewijd, dat dit jaar om onverklaarbare redenen in Baltimore plaatsvindt. De Jack the Ripper-mythe fascineert nog altijd vele mensen. Mogelijk omdat zijn moorden zo gruwelijk waren - hij hakte zijn slachtoffers aan stukjes - of misschien omdat hij nooit gepakt is. Tom Brazil zegt te weten wie Jack the Ripper was, maar maakt het op zijn wandeltours niet bekend. 'Ik heb bij Scotland Yard gewerkt en het politiedossier gezien. Weet je hoe Scotland Yard werkt? Men kiest een verdachte en zoekt er daarna de bewijzen bij. Dat is in honderdtwintig jaar niet veranderd. De clou voor de oplossing van deze seriemoord is eigenlijk simpel: Waarom stopte Jack the Ripper na vijf moorden, terwijl bekend is dat seriemoordenaars nooit stoppen?'

De Jack the Ripper-wandeltochten beginnen bijna allemaal na zonsondergang op Tower Hill, naast de Tower of Londen waar ook al zoveel gruwelijke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. De deelnemers moeten op die wijze opgewarmd worden voor een enge tocht door armoedige en Dickensiaanse buurten. Honderdtwintig jaar geleden was East End inderdaad een desolate achterbuurt, waar bedelaars, hoerenlopers en misdadigers zich concentreerden. Het was nog een havenwijk. 'Nu zie je hier bij de Tower Bridge nog amper een schip. Maar tot 1914 was dit gebied de grootste haven ter wereld. Je kon over de scheepsdekken naar de andere oever van de Theems lopen', vertelt Brazil. 'En waar veel zeelieden zijn, zijn ook veel prostituees.'

Er is weinig van die tijd terug te vinden. De buurt is armoedig noch eng. De vroegere pakhuizen hebben plaatsgemaakt voor kantoorkolossen. Er zijn trendy café's gekomen en winkels met avantgardistische spullen. Op Spitfalfields Market worden exotische producten aangeboden als kangeroe-vlees. De Londense 'roze buurt' bevindt zich al lang niet meer in de East End, tegenwoordig houden de prostituees zich op rond Shepherds Market en achter Kings Cross. De East End is wel een immigrantenwijk gebleven. Na de joden en Hugenoten streken hier de Bengalen neer. Zij hebben zich geconcentreerd in de omgeving rond Brick Lane. Maar de yuppies rukken langzaam maar zeker op – als een enorme bulldozer. Projectontwikkelaars kopen de oude vervallen panden op en verbouwen ze tot luxe appartementen.

'De locatie ligt dicht bij de City en de metrostations en is dus veel geld waard. Van wat je nu nog ziet, zal over enige tijd ook weinig meer over zijn. Misschien wordt de laatste Jack the Ripper-tocht wel over vijf jaar gehouden', voorspelt Brazil. Maar nu is de wandeltocht eigenlijk het geld al niet meer waard. De enig overgebleven moordplek is Mitre Square. Hier sneed Jack the Ripper Kate Eddowes aan stukken. Om onbekende redenen ontdeed hij haar daarna van haar schort en nam het van bloed druipende kledingstuk mee. De politie kon daardoor een spoor volgen tot Goulston Street, waar The Ripper de schort achterliet en met krijt een cryptische zin op de muur schreef: 'The Juwes are the men that will not be blamed for nothing'. Boekwerken zijn alleen al volgeschreven over de interpretatie van deze mededeling.

Omdat de prostituees geen eigen huizen hadden - ze huurden kamertjes om hun klanten mee naartoe te nemen - is er voor de rest niets authentieks van de moordpartij over, afgezien van de pub The Ten Bells die in 1888 gefrequenteerd werd door de prostituees. The Ten Bells haakte in 1976 in op de toeristeninvasie, herdoopte zich in 'Jack the Ripper' en begon T-shirts met zijn naam te verkopen. Maar na felle protesten van de feministische beweging – die de romantisering van een seriemoord op vrouwen niet op prijs stelde – werd de oude naam weer in ere hersteld. Nu zijn de deelnemers aan de Jack the Ripper-tochten hier niet eens meer welkom, omdat de voortdurend in-en uitgaande groepen te veel stamgasten wegjoegen. 'Er is niets en we weten eigenlijk niets', stelt Tom Brazil aan het einde van de tocht vast. 'En sorry als het ook niet eng is geweest. Maar voor uw tien pond deelnemersbijdrage bied ik u wel een pint aan.'

Londen Toptien

Er zijn honderden verschillende georganiseerde wandelingen door Londen: wandelingen over kerkhoven en langs verloren paleizen, wandelingen ter ere van schrijvers en van wereldveroveraars. De tien meest populaire:

1. Jack the Ripper

2. Along The Thames

3. Old Westminster

4. Shakespeare & Dickens

5. Historic Greenwich

6. Old Kensington

7. Old Jewish Quarter

8. Beatles Magical Mystery Tour

9. Old Hampstead Village Pub Walk

10. Haunted London Walk

TIPS

Organisatie van de Jack the Rippertochten: meer dan veertig, waaronder Original London Walks, 00-44-20-76251932, en Tom Brazil & Daughters, 00-44-20-89528348. Prijzen vanaf vijf pond.

Literatuur: Neem nou Londen, Peter Brusse, Van Reemst Uitgeverij, A 13,55. ISBN 90-410-2264-3.

(29-11-2003)

PELGRIMAGE DOOR DE TUIN VAN ENGELAND

DE PILGRIMS WAY EN NORTH DOWNS WAY, TWEE PARALLEL AAN ELKAAR LOPENDE WANDELROUTES IN ENGELANDS SOFT SOUTH, LOPEN DOOR GEBIEDEN VAN UITZONDERLIJKE SCHOONHEID.

Misverstanden over wandelen in Groot-Brittannië: Engelsen zijn fanatieke lange-afstandswandelaars. En gestresste managers zijn zich na New Age massaal gaan bezinnen tijdens een pelgrimage. Na honderd mijl wandelen over de befaamde Pilgrims Way van Winchester naar Canterbury en de parallel daaraan gelegen North Downs Way zijn we hoogstens een handvol andere voetgangers tegen het lijf gelopen - en die waren niet bezig met een lange wandeling of pelgrimstocht, maar lieten slechts de hond uit. De Old Road - zoals de Pilgrims Way ook wel wordt genoemd omdat de route al bestond voordat Canterbury zich tot het christendom bekeerde en Thomas Beckett hier werd vermoord - is mijlenlang volledig verlaten. Alleen een enkele fourwheeldrive beneemt de illusie dat hier nog een Romeinse Centurion te paard zou kunnen spoken.

Dat trekkers om onduidelijke redenen de route mijden en de bankiers de hectische City niet willen inruilen voor een voetreis in toga, zal door echte pelgrims als een zegen worden beschouwd. Pelgrims houden niet van groepen. 'De pelgrim is een alleengaande eenzame reiziger op weg naar de redding of de verlossing van de persoonlijke verdoemenis', zo worden ze door de 17de eeuwse Engelse dichter Thomas Campion beschreven. Pelgrims willen stilte en verblijven in sobere herbergen - waarvan er langs deze route nog opvallend veel te vinden zijn, zij het dat vervallen tegenwoordig een beter woord is dan sober.
De Pilgrims Way en de hoger over de heuvels lopende North Downs Way - downs staat voor heuvelrug - voeren door de lieflijke graafschappen Surrey en Kent. In tegenstelling tot de ruige landschappen van Cornwall en Devon in het westen van Engeland - die door veel grotere aantallen toeristen worden belopen - zijn hier geen grote wouden of kale rotsen. Het landschap is groen en geaccidenteerd, met in het dal pittoreske dorpjes die Engeland de soms weinig prijzenswaardige bijnaam hebben gegeven van een permanent openluchtmuseum.

Langs de wandelroute bevinden zich vier kathedralen - niet alleen die van Winchester en Canterbury zelf, maar ook van Guildford en Rochester - , acht kastelen, vier paleizen en talrijke buitenhuizen, waar de groten uit de Britse geschiedenis hebben gewoond, zoals Churchill, Darwin en Hendrik VIII. Charles Dickens, die in verschillende boeken naar dit landschap verwees, karakteriseerde het stuk tussen Rochester en Maidstone als 'een van de mooiste wandelingen van Engeland'. Ook andere schrijvers, zoals Lewis Caroll en Jane Austen ('Emma was nooit naar Boxhill geweest, ze wilde zien wat ieder ander zo bezienswaardig vond'), werden geïnspireerd door wat nu officieel twee Gebieden van Uitzonderlijke Schoonheid -Areas of Outstanding Natural Beauty (AONB's) - zijn.

De variatie in planten en dierensoorten is dankzij de krijtstructuur van de bodem enorm. Er wordt gezegd dat in de downs in één uur evenveel verschillende planten en dieren zijn te zien als in Schotland in een jaar. Een plaatselijke bioloog beweert in een enkel uur al vijftien verschillende soorten vlinders te hebben waargenomen. Charles Darwin had bij zijn woning Down House zijn eigen 'denkpad', waar hij onder het gezang van vogels de evolutietheorie overdacht. De contrasten zijn groot. Kent geldt als de 'tuin van Engeland'. Maar naast tuinen zijn er weilanden, geelgekeurde velden met koolzaad, roodgekleurde met papavers, historische boerderijen en hophuizen. Surrey biedt vergezichten over schitterende golfcourses en - ja heus - wijngaarden, maar kent ook prachtige tochten door beuken-, essen-en eikenbossen, met jeneverbesstruiken en taxussen langs de rand van de wandelpaden. De schilder Turner legde hier de feestende pelgrims vast die terugkwamen van hun tocht naar Canterbury. De zon en wolken vormen tegen de heuvels wisselende patronen die veel kunstenaars hebben aangetrokken. Het museum van de Victoriaanse schilder George Fredrick Watts bevindt zich langs de North Downs Way. Beelden en beeldentuinen zijn er te over. De surrealistische beeldhouwer Nigel Hobbins: 'Als je hier gewandeld hebt, ga je de dingen op een speciale manier zien.'

Beide graafschappen zijn doorsneden door rustieke riviertjes. Winchester - het begin van de Pilgrims Way - ligt aan de Itchen. Een deel van de tocht voert door de vallei van de rivier Wey, op een andere plek moet de Mole overgestoken worden via stapstenen. De dorpjes Wrotham, Otford en Kemsing worden de juwelen van Kent genoemd; Shere en Puttenham, gelden als de parels van Surrey. Maar tegelijkertijd is de grote stad nergens ver weg. De beide routes slingeren zich tussen de zuidelijke grens van Londen en de grote Londense randwegen. Vanaf verschillende heuveltoppen zijn de contouren van Canary Wharf en andere hoge gebouwen in de hoofdstad te zien. Op grote delen van de routes klinkt op de achtergrond het geruis van het voortsnellende verkeer op de M25.

De rust heeft de North Downs Way en Pilgrims Way gevrijwaard van de erosieverschijnselen die zich op andere drukke wandelroutes voordoen. Maar een aantal Engelsen lijkt de rust te misbruiken door ongezien afval te dumpen. Uitgebrande autowrakken zijn net zo gewoon langs de route als reeën en dassen. Vlak voor de Medway Bridge naar het historische stadje Rochester wordt de uit de graanvelden opgedoken wandelaar verrast met een door een illegale vuilnisbelt geblokkeerd voetgangerstunneltje. Als er over de Engelsen misverstanden uit de weg moeten worden geruimd, dan mag ook één vooroordeel worden bevestigd: ze behoren tot de grootste rotzooimakers van Europa.

David Hiscock, projectmanager van de North Downs Way, onderkent het probleem. 'Sinds bedrijfjes in Engeland moeten betalen voor het storten van grof vuil, is dit een grote zorg geworden. Ik ben de helft van mijn tijd alleen al kwijt om iets te doen aan de situatie in de omgeving van de rivier Medway, waar door de bouw van bruggen en tunnels talloze doodlopende weggetjes en paden zijn ontstaan.' Niet ver van Canterbury ligt zowel op de North Downs Way als Pelgrims Way het dorpje Hollingbourne. De Dirty Habit pub - 'gewijd'aan St. James, de patroon van de pelgrims, stond bekend als de rustplaats van de pelgrims. De bedevaartgangers die vanuit de richting van Rochester of Londen kwamen, daalden uiteindelijk de heuvel van het dorp Harbledown af naar de ommuurde stad Canterbury, waar de majestueuze kathedraal bovenuit torent. De enige resterende poort in deze muur is de West Gate.

Hier is het met de stilte gedaan. Men kan slechts de indrukken en geluiden proberen op te nemen die de pelgrims ervoeren - het geschreeuw van marktkooplieden, de lokroep van herbergiers en het gezang en muziek van artiesten in de smalle straatjes en steegjes. Het door de 14de-eeuwse schrijver Geoffrey Chaucer in de Canterbury Tales beschreven gezelschap verbleef in de Chequers of The Hope. De kathedraal met de graftombe van Thomas Becket is het eindpunt. 'Canterbury is na Rome het belangijkste gedenkteken van het Christendom', noteerde de schrijver Hilaire Beloc. De Pilgrims Way is hier ten einde, maar wie tijd en zin heeft, kan nog de North Downs Way vervolgen naar Dover en daar over de krijtrotsen uitkijken naar de overkant.

TIPS:

Pilgrims Way

Lengte: Winchester-Canterbury 130 mijl (208 kilometer).

Historie: Een van de oudste handelsroutes - Old Road - van west- naar oost-Engeland. Vermoedelijk al gebruikt in de prehistorie. Augustinus toog over deze route om de Britten te kerstenen. Winchester werd in 862 na de dood van een van zijn meest geliefde bisschoppen Swithun een pelgrimsplaats.

Driehonderd jaar later - op 29 december 1170 - werd aartsbisschop Thomas Becket in Canterbury vermoord. Pelgrims van heinde en verre - velen staken vanaf het continent over naar Southampton - liepen daarna de lange route van Winchester naar Canterbury, hopend op een wonder op de eindbestemming. De avonturen van 29 pelgrims, die de route overigens vanuit Londen liepen, werden vastgelegd in Chaucers beroemde boek Canterbury Tales.

De naam Pilgrims Way werd voor het eerst in 1769 aan delen van de Old Road gegeven. Hilaire Beloc en Julie Cartwright beschreven aan het einde van de 19de eeuw de hele Pilgrims Way, zodat een groot deel ontsproten is aan hun fantasie. Dat de route oud is, lijdt echter geen twijfel.

Voordelen: Wandelen in de voetstappen van oude Kelten, Romeinse legioenen en miljoenen pelgrims. Route loopt over vlak terrein, waarvan grote delen zijn geasfalteerd. Vergezichten doen vaak niet onder voor die van hoger gelegen parallelroute North Downs Way. De wandeling voert door de Soft South, hetgeen betekent dat het weer meestal goed is en er geen gevaarlijke afgronden zijn.

Nadelen: Enkele stukken zijn hoofdweg geworden en kunnen niet meer worden gelopen, zodat omleidingen moeten worden gezocht. Een groot deel voert over B-weggetjes, maar auto's zijn daar niet verbannen. De bewegwijzering is slecht; ook wordt de route niet echt onderhouden.

North Downs Way

Lengte: Farnham-Dover 156 mijl (251 kilometer)

Historie: North Downs Way werd in September 1978 na vijftien jaar praten en onderhandelen geopend door de toenmalige aartsbisschop van Canterbury. Route loopt over de Surrey Hills en Kent Downs en voert voor een deel over de oude Pilgrims Way. Ten zuiden van Canterbury, bij het dorpje Bouthton Lees, splitst de weg zich in twee richingen. Via het ene deel kan men naar Canterbury lopen, via het andere naar Folkestone.

Dankzij de splitsing is een 90 kilometer lange wandelronde door Kent gecreëerd voor wandelliefhebbers die geen tien tot twaalf dagen de tijd hebben om de hele route te lopen. Vanaf bijna elke plaats zijn ook zogenoemde circular walks uitgezet van vijf tot zeven mijl.

Voordelen : Route voert door prachtig natuurgebied en kent adembenemende vergezichten over de Kent Weald. Wandelpaden zijn autovrij. Route is uitgezet via het bekende 'eikeltjes-symbool' en wordt onderhouden, hoewel er soms het een of ander op aan te merken is. De bewegwijzering is redelijk goed. Helaas halen souvenirjagers soms bordjes weg, zodat de wandelaar oplettend moet blijven om niet te verdwalen. Onvergetelijk zijn de doorsteekjes over akkers en weilanden tussen grazende schapen, paarden en runderen.

Nadelen : Veel klauteren en klimmen. Lange broek (manshoge brandnetelvelden) en schoenen met dikke zolen (veel kiezels op paden) aan te raden. Bij regen kunnen de onverharde paden veranderen in modderbaden. Langs de route liggen driehonderd pubs en tweehonderd winkels, maar dorpjes in het dal zijn vaak niet makkelijk te bereiken. Rugzak en kompas zijn geen overbodige luxe.

Boeken en kaarten

Zoals het Pieterpad het verlengstuk is van de E2 naar de Middellandse Zee, zo is de North Downs Way een deel van de Angelsaksische aanlooproute van het E(uropa) pad naar Nice. De Pilgrims Way is geen officieel Long Distance Path. Dat de North Downs Way veel bekender is geworden, ligt onder meer aan de beschikbaarheid van wandelgidsen. Van A guide to the Pilgrim's Way and the North Downs Way (Constable, € 21,50) is de editie uit 1993 nog beperkt leverbaar.

De North Downs Way (Aurum Press, € 26,65) is een mooi uitgevoerde wandelgids. De kaartjes van Ordnance Survey zijn gedetailleerd en in kleur. Adressen van accommodaties staan niet vermeld. Maar de Stilwell's National Trail Companion (Stilwell, € 16,50) biedt uitkomst: pubs, bed & breakfast-adressen en hostels langs 46 wandelroutes in Groot-Brittannië en Ierland. Handig zijn de twee kaarten waarop de NDW staat (Harveys, per stuk € 19,95).

De beste Nederlandse reisgids van het gebied waar de North Downs Way doorheen loopt, is de Odysseegids Canterbury en Zuidoost-Engeland (Unieboek, € 13,50) van Bartho Hendriksen en Leo Platvoet.

De klassieker Canterbury Tales (Penguin, € 12,95) is een verzameling sappige verhalen van een groep pelgrims uit de 14de eeuw. Meer van deze tijd is Het drijvende koninkrijk van Paul Theroux (Pandora, € 7,95), die een ontdekkingsreis langs de kust van Groot-Brittannië heeft gemaakt.

Bron: Reisboekwinkel Atlas in Tilburg.

(12-7-2003)


OXBRIDGE

OXFORD EN CAMBRIDGE BOLWERKEN VAN SNOBS EN TWEE VAN DE MOOISTE HISTORISCHE STEDEN VAN GROOT-BRITTANNIE. RIVALEN OOK DIE ELKAAR MORGEN BESTRIJDEN IN DE TRADITIONELE BOAT RACE OP DE THEEMS. TWEE NEDERLANDERS DIE IN 'OXBRIDGE' STUDEREN VERGELIJKEN DE STEDEN..

Studenten en bolhoeden

Ze wijst op de Radcliff Camera, nu onderdeel van de beroemde Bodleian Library. Met zijn enorme koepel is het een van de monumentaalste gebouwen in een stad vol monumenten. 'Toen ik voor de eerste keer in Oxford was aangekomen, zag ik hier 's avonds een eenzaam figuur op een bovenkamertje studeren bij een antiek schemerlampje. Het leek net een film. Dat vond ik geweldig. Dat wilde ik ook.' Inmiddels woont Catelijne Coopmans (26) tweeënhalf jaar in Oxford en is ze bezig met haar tweede postdoctoraal.
 
Oxford (144 duizend inwoners, 27 duizend studenten) heeft nog altijd de reputatie het symbool te zijn van het geprivilegeerde Engelse studentenestablishment. Negen na-oorlogse premiers - onder wie Thatcher en Blair - studeerden in Oxford, net als de Amerikaanse president Clinton en talrijke andere beroemdheden. De opeenstapeling van universiteitsgebouwen, de steegjes met boekenzaken en de studenten in toga doen de straten bijna geuren naar wetenschap. Het Brideshead-karakter is nog niet helemaal verdwenen, maar de studentenbevolking bestaat niet alleen meer uit in smoking geklede zonen van upperclass-ouders, die bekakt Engels praten, in kamers met lambrisering wonen, 's middags om twee uur sherry drinken en voorbestemd zijn toe te treden tot de Great en Good van de Britse politiek en het bedrijfsleven. 'Het is niet alleen Old Boys Network. Ook in Oxford zijn de mensen die zelf hun studie betalen een minderheid', zegt Coopmans.
 
Haar eigen faculteit - Said Business School - is gevestigd in een splinternieuw gebouw, maar de architecten hebben de band met het verleden proberen te handhaven door middel van een koperen torenspits. De bijnaam van de stad - City of Dreaming Spires - is hierdoor in ere gehouden. Ook de kenmerkende quadrangle ontbreekt niet: de vierkante open ruimte met het perfecte gazonnetje waar het gebouw omheen is gezet. 'Niet iedereen was even enthousiast over deze faculteit. Business is nog altijd een beetje vies in het intellectuele Oxford', merkt ze op.
 'Daarom ben ik blij dat ik in het eerste jaar een traditioneel vak heb gestudeerd: moderne geschiedenis. Dat betekent dat je echt deel wordt van de traditie. Haar college - St. Cross - is in tegenstelling tot haar faculteit gevestigd in een van de vele historisch gebouwen, waar de tijd eeuwenlang lijkt te hebben stilgestaan. In de common room staan de sherryglaasjes op traditionele wijze opgesteld. 'Na de lunch worden er twee flessen sherry neergezet: een fles droge en een een fles medium.' In de bovenkamertjes huizen twintig studenten die vanaf hun bureau - met dezelfde tafellampjes met stofkapjes als in de Bodleian - uitzicht hebben op de quadrangle.
 
In totaal telt Oxford 39 colleges, onafhankelijke instellingen die samen de universiteit vormen. Ze zijn gegroepeerd in het centrum. 'De colleges zijn de sociale ontmoetingsplaatsen. Hier eet je, soms nog in een grote zaal met de professoren op een verhoging; hier drink je je glaasje en hier kun je een kamer hebben', zegt Coopmans. 'Ze zijn ontstaan uit de kloosters en boden studenten bescherming. Vroeger bestond er grote animositeit tussen de studenten en de andere stadsbewoners - town against gown - en dan waren de colleges het veilige bastion.'
 
Het oudste college in Oxford is Merton uit 1264, het college dat J.R. Tolkien inspireerde. Het mooiste is Christ Church, het college van Lewis Carroll, de schrijver van Alice in Wonderland, met de kleinste kathedraal van Engeland en de door Christopher Wren ontworpen Tom Tower, waarvan de klok elke avond om vijf over negen 101 keer slaat als herinnering aan de stichters.
 
Bijna achthonderd jaar studentenleven heeft Oxford zeshonderd geregistreerde monumenten opgeleverd, na Londen de meeste in Groot-Brittannië. Vrijwel elk college is er een. Het Sheldonian Theatre is het eerste grote bouwwerk van Christopher Wren. Het Ashomolean Museum, met het dodenmasker van Oliver Cromwell, de lantaarn van Guy Fawkes en 's wereld duurste Stradivarius (Le Messie van twintig miljoen euro), zegt het oudste museum ter wereld te zijn.
 
Naast de historische bouwwerken maken ook de verschillende studentenrituelen en de bolhoeden - het is de enige stad in Engeland waar je ze nog vindt - van Oxford een bolwerk van traditie. 'En dan hebben we nog het oudste stukje ham ter wereld', wijst Coopmans op een slager die een hammetje uit 1894 conserveert. Oxford is behalve studentenstad ook moordstad. Het Randolph Hotel in Oxford - tegenover het Asmolean - is dankzij Colin Dexters beroemde Morse-serie een pleisterplaats voor fans van de beroemde hoofdinspecteur. Als beste hotel geldt echter de Old Bank en de meest illustere is mogelijk het zusterhotel Old Parsonage waar Oscar Wilde als student verbleef. Een beroemd restaurant is Le Petit Blanc van de Franse chef Raymond Blanc, maar er zijn in Oxford talrijke goedkope studenteneethuizen. King's Arms, een studentencafé Eagle & Child, voor Tolkienfans, en de Bear Inn, met een verzameling van vijfduizend stropdassen, zijn populaire pubs.

***

Studenten en fietsen

In Cambridge waant hij zich af en toe in de 15de eeuw. 'Als je tussen al die historische gebouwen over straat loopt, voel je je een deel van de geschiedenis. De tijd lijkt eeuwen te zijn teruggezet.' Mark van Mierle (29) studeert sinds september in Cambridge. Hij heeft bewust deze stap gemaakt. 'Ik heb voor Cambridge gekozen omdat een world-class-opleiding aangeboden wordt in een Angelsaksische omgeving. Een jaar in deze cultuur geeft daarom het sterkste leereffect.'
 
Cambridge (107 duizend inwoners, 17 duizend studenten) is niet alleen sjieker dan Oxford - een hoger percentage studenten is afkomstig uit gegoede families - maar pretendeert ook de betere universiteit te huisvesten. De Sunday Times riep Cambridge onlangs voor het vijfde achtereenvolgende jaar uit tot de beste van de 123 universiteiten in Groot-Brittannië.Van Mierle wijst naar Trinity College waar koningen, prinsen (onder wie prins Charles) en literaire grootheden (Nabokov, Byron) studeerden. De wetenschappelijke status wordt geïllustreerd met een appelboompje dat diende als inspiratiebron voor Isaac Newton. 'Hier zijn alleen al negentien Nobelprijswinnaars opgeleid', zegt Van Mierle trots.
 
Zelf vindt hij het daarnaast gelegen St. John's het mooiste college: de rode bakstenen muren, de uitbouw aan de achterkant en het majestueuze uitzicht. Maar een keuze is moeilijk te maken. De wandelroute over King's Parade en Trumpington Street is een aaneenschakeling van hoogtepunten. Naast St. John's College en Trinity College zijn ook het Fitzwilliam Museum (dat qua antiquiteiten- en kunstcollectie met het Ashmolean in Oxford kan wedijveren), het in 1284 gestichte Peterhouse (Cambridge's oudste college) en King's College aan deze route gevestigd.
 
In totaal telt Cambridge 31 colleges, vaak met dezelfde namen en fraaie onderkomens als die in Oxford, zij het dat de quadrangles hier courts heten. Net als in Oxford moet elke student eerst een lidmaatschap aan een van de colleges veroveren voordat ze in deze plaats kunnen gaan studeren. Van Mierle: 'Je hoeft niet per se in de college te wonen, maar je mag er niet verder dan zeven kilometer vandaan verblijven. De colleges maken daarna voor jou een studieprogramma op maat.'
 
Terwijl Oxford begin vorige eeuw na de komst van de Morris-autofabrieken uitgroeide tot industriestad, bleef Cambridge een marktplaats voor de boeren uit de omgeving. Cambridge is hierdoor niet alleen kleiner, het is ook compacter en lieflijker. 'Vanaf de kerktoren van St. Mary's kun je de hele stad zien', vertelt Van Mierle. 'Alles is dichtbij. De mensen noemen het de fietshoofdstad van Europa.' Cambridge is een stad in een universiteit, Oxford een universiteit in een stad, schreef Thomas Fuller.
 
Oxford telt misschien meer monumenten, maar de kapel van King's College in Cambridge, met zijn Rubens, fameuze knapenkoor en de jaarlijks door de BBC uitgezonden kerstviering, is volgens Van Mierle het mooiste monument. Ook op uitgaansgebied kan Cambridge concurreren met Oxford: Cambridge's Randolph heet de University Arms. In Cambridge zijn The Eagle - waar RAF-militairen in de Tweede Wereldoorlog het plafond beschreven - en The Anchor veelbezochte pubs. Sheene Mill van Ready Steady Cook-chef Stephen Saunders is een trendy restaurant.
 
Aan de achterkant van de colleges kabbelt het riviertje Cam. Terwijl Oxford het water (de Cherwell en de Theems) als een vijand heeft beschouwd, heeft Cambridge er een bondgenoot van gemaakt. Van Mierle: 'Vanaf het water heb je in Cambridge een prachtig uitzicht over de tuinen van de colleges.' In beide steden is punteren het traditionele tijdverdrijf van studenten tijdens lome zomermiddagen. In Cambridge wordt gepunterd vanaf een platform aan de achterzijde van de boot, in Oxford staat de punteraar nog vaak traditioneel in de boot zelf. Punteren is niet alleen genieten voor de opvarenden, ook aan de waterkant valt er veel plezier aan te beleven, zeker als de bootjes van rietkraag naar rietkraag slingeren en er eindeloze congestie op het water ontstaat.
 
De steden zijn grote rivalen. 'Dat is eigenlijk historisch gegroeid. De Universiteit van Cambridge is opgericht door een aantal studenten die in Oxford waren weggestuurd.' De concurrentie uit zich nog het meest op het sportveld. 'Oxford heeft de beste rugbyspelers, maar Cambridge de beste roeiers', stelt Van Mierle niet zonder trots.
 
Morgen vindt weer de fameuze Boat Race - de 148ste sinds 1829! - plaats tussen de roeiteams van Oxford (Dark Blues) en Cambridge (Light Blues). Oxford won vorig jaar, maar de totaalstand is in het voordeel van Cambridge: 77-70. Eén keer eindigden de boten gelijk. Over voetbal wil Van Mierle het liever niet hebben. Cambridge United komt net als Oxford United uit in de kelder van het Engelse betaald voetbal: de derde divisie. De onderlinge wedstrijd - de zogenoemde Varsity Match -- eindigde in november onbeslist in 1-1.

TIPS

Kasten vol wetenschappelijke publicaties worden elk jaar uitgegeven in Cambridge en Oxford. Beide hebben hun University Press, maar stadsgidsen zijn nauwelijks verkrijgbaar, verklaart Huib Stam van Reisboekwinkel Atlas in Tilburg. In Nederland is Bas Lubberhuizen de enige uitgever die een boek met achtergrondverhalen over beide steden in zijn fonds heeft: Oxbridge blues (17,90 euro) in de prachtige reeks Het oog in 't zeil.

De Oxford Insight City Guide (Cambium, 23,90 euro) is een uitstekende gids ter kennismaking. Er is geen Insight Guide verkrijgbaar van Cambridge. Erg beperkt en te duur, aldus Stam, is de Insight Compact Guide Cambridge & East Anglia (Insight Guides, 9,95 euro). De Blue Guide to Oxford and Cambridge (Black, 26,65 euro) is zeker voor culturele anglofielen aan te bevelen: droog, maar diepgaand. Een gids voor een groter vakantiegebied is Dominicus Centraal-Engeland (Gottmer, 19,00 euro). Dit is een goede Nederlandstalige optie. Een schitterend boek voor het hele land is de Capitoolgids Groot-Brittannië (Van Reemst, 28,99 euro). De beste praktische informatie staat in The Rough Guide to England (Rough Guides, 28,70 euro).

Groot-Brittannië is ook een geliefd wandelland. An Oxbridge Walk (Cicerone, 17,30 euro - nog beperkt verkrijgbaar) verbindt Oxford en Cambridge door een 160 kilometer lang wandelpad.

History of the University of Cambridge (Cambridge University Press, 101,75 euro - verschijnt binnenkort) wordt zeker een standaardwerk, maar is niet geschikt als reisgids.

De Road Map 8 (Ordnance Survey, 9,95 euro is een prima autokaart van zuidoost-Engeland, inclusief Londen.

(5-4-2003)

 

VAN HET ANDERE NAZARETH NAAR HET ANDERE BETHLEHEM

HET WAS IN DE TIJD DAT ELIZABETH II REGEERDE OVER HET VERENIGD KONINKRIJK EN TONY BLAIR HAAR EERSTE MINISTER WAS. SLECHTS EEN ZONDERLING REISDE VAN NAZARETH IN SNOWDONIA NAAR BETHLEHEM IN DE BRECON BEACONS. VAN EEN DESOLAAT GEHUCHT IN HET NOORDEN NAAR EEN ZIELTOGEND BOERENDORPJE IN HET ZUIDEN VAN WALES.

Er is geen B & B, laat staan een herberg. Maar het landschap is bezaaid met lege stallen. Er zijn zoveel diepe grotten dat in een ervan best een os, een ezel en een kribbe zouden kunnen huizen. Het aantal schapen op de hellingen doet vermoeden dat er ook herders zijn. En begin december zijn er voldoende Engelse wijsneuzen uit het oosten die in plaats van goud, wierook en mirre enorme stapels kerstkaarten meezeulen die ze in het dorpshuis met de hand laten afstempelen. Naast een afbeelding van een engel met een harp staat de tekst Seasons Greetings, Bethlehem Llandeilo in Engels en Welsh op de opvallende poststempel waarmee vrienden en familieleden de ogen kunnen worden uitgestoken. Tweehonderdvijftig kilometer noordelijker in Wales ligt een nog desolater oord. Hier zijn de huizen nog maar huisjes en de erven slechts erfjes. Het is Nazareth, een groezelig groepje huisjes aan de rand van Snowdonia waar sinds het vertrek van Jozef geen bouwvakker meer zijn armen uit de mouwen lijkt te hebben gestoken. Stenen wallen scheiden de perceeltjes, waarvan sommige bezaaid liggen met puin.

De kruidenierszaak annex postkantoor is veruit het mooiste gebouw. Maar hier kunnen geen kerstkaarten worden afgestempeld. 'Ach, we verdienden aan het afstempelen geen cent', zegt eigenaresse Valery Pearce. 'Die toeristen kochten voor de rest helemaal niets in onze winkel.' Als Bethlehem al niet toeristisch is, dan hebben ze in Nazareth een broertje dood aan toeristen. 'Weet je waarom de Welsh zingen over Welcomein the Hillside? Dan hoeven ze de gasten niet thuis te ontvangen', zo had een Engelse vriend me al gewaarschuwd.

Maar eigenlijk zijn de nietige gehuchten in Wales daardoor betere locaties voor het kerstverhaal dan het bijbelse Bethlehem en Nazareth. Ze zijn authentieker, minder hectisch, niet-commercieel en vooral vrediger. En ook in religieuze traditie doen ze er niet voor onder. De historische marktplaatsen rond Bethlehem beginnen hun naam allemaal met Llan - Welsh voor religieuze ontmoetingsplaats. Llandeilo ligt vier mijl verwijderd. Even verderop liggen Llandovery, Llangathen, Llandybie, Llannelli, Llandysol en nog vele andere Llans. In het begin van de 19de eeuw versplinterde de Anglicaanse Kerk in Wales in talloze protestantse religies die streng in de leer waren. Hierdoor is het westen van Wales het enige gedeelte van Groot-Brittannië waar meer kapelletjes dan pubs zijn.

In de maand december staat in de omgeving de kerst centraal. Bing Crosby's White Christmas gaat in elke gelegenheid tot vervelens toe op repeat, de kerstversiering is uitbundiger en de lichten zijn talrijker dan in de rest van Groot-Brittannie. Daarnaast heeft men de lokale kersttradities. Zo kan iedereen zijn eigen kerstboom kappen of rooien. Salem Christmas Farm rekent twee pond per foot - ongeveer negen euro per meter - voor een Noorse spar die men naar believen kan omhakken of zorgvuldig inclusief stronk kan uitspitten. Er is ook een trimloop voor kerstmannen die rechtstreeks wordt uitgezonden op de lokale televisiezender.

Bethlehem zelf is een kleine gemeenschap van 120 inwoners, die aan het begin van het natuurpark Brecon Beacons is gelegen. Tot begin vorige eeuw heette het nog Dyffryn Ceidrych, maar de Royal Mail die er toen een postkantoor opende, vond de naam in Welsh te omslachtig en het dorp werd op last van de post herbenoemd naar het kapelletje dat onder aan de heuvel lag. Sinds die tijd kent niemand Dyffryn Ceidrych anders dan Bethlehem. Dorpsbewoner Duncan Oyscouth die zijn waar uitstalt voor de zaterdagse kerstmarkt in het dorpshuis, zegt dat het dorp enkele jaren geleden nog dood leek te bloeden. De Royal Mail sloot zeven jaar geleden zelfs het postkantoor. Ook de basisschool werd opgeheven. 'Maar de gemeenschap heeft de Old School gered en nu dient het als dorpshuis. Twee ochtenden per week houdt de Royal Mail hier weer zitting. Eigenlijk hebben we in Bethlehem zelfs weer voldoende jonge kinderen om een school te openen. We hebben hier zelfs een moeder met vijf kinderen', vertelt hij bijna juichend over de kleine geboortegolf.

Wanneer de rest van toeristisch Wales in een diepe winterslaap is gesukkeld, bloeit Bethlehem heel even op. Van 1 tot 24 december is het postkantoor ineens elke dag geopend. Voor het loket vormen zich lange rijen. 'Ze komen niet alleen uit Wales, maar ook uit Engeland en Schotland. Ik heb vanmorgen nog een aantal Amerikanen geholpen die speciaal voor het poststempel naar Bethlehem waren gekomen. Eigenlijk is het vandaag nog rustig. Dinsdag is het bussendag. Dan komen er zelfs hele groepen', zegt de lokettiste. Kerkorganiste Marion Brown heeft ook een kraam op de kerstmarkt, maar ze moet om drie uur weg om de kapel waar de plaats nu naar is genoemd, in orde te maken voor de dienst van de volgende dag.

Ze toont met evenveel trots het net van een nieuw verflaagje voorziene kapelletje als een Engelse aartsbisschop zijn gotische kathedraal. 'Het is toch een prachtig gebouwtje met een grote historie. Weliswaar heeft het dorp een bijbelse naam, maar de mensen zijn helaas niet religieuzer dan in de rest van het land. We hebben als kerkgemeenschap maar vijftien leden en we knijpen onze handen al dicht als er op zondag twaalf naar de dienst komen. Alleen tijdens de nachtmis op kerstavond zit de kapel vol. Maar het is moeilijk om een eigen predikant voor Bethlehem te vinden. We moeten onze predikant nu delen met vier andere kapellen.' Maar in december doen ook de afvalligen in en rond Bethlehem mee aan de christelijke tradities. Zo wordt een week na de kerstmarkt een gesponsorde ezeltocht gehouden. Op de rug van een echte ezel kan een kleine pelgrimstocht vanaf de St. Teilo-kerk in Llandeilo naar Bethlehem worden gemaakt. De zeven kilometer lange route voert over het schilderachtige schommelbruggetje en door het glooiende landschap van het natuurpark Brecon Beacons. Op de achtergrond accentueert de Black Mountain de bijna spirituele sfeer.

Wie echt in het voetspoor van de historie wil treden, zou zijn tocht zelfs in Nazareth kunnen laten beginnen. Maar geen mens die daarover peinst. 'Nee, ik heb nog nooit iemand in ons dorp gesproken die dat heeft gedaan', zegt Duncan Oyscouth. Misschien is de afstand te lang. Als Jozef er al tien dagen over deed om de honderd kilometer van het bijbelse Nazareth naar Bethlehem te overbruggen, zou hij minimaal een maand nodig hebben om de expeditie in Wales te voltooien. De afstand is niet alleen tweeënhalf keer zo lang, de weg voert ook over een bergachtig terrein waar iedereen met grote witte letters op de weg wordt aangeraden araf (Welsh voor langzaam) te rijden.

De route voert dwars door het westen van Wales. Er zijn spectaculaire watervallen, adembenemende vergezichten en ruïnes uit de bronstijd, naast pittoreske spoorlijntjes, middeleeuwse kastelen en botanische tuinen. Dit gedeelte is de bakermat van de Welsh cultuur en taal. In Nazareth spreken de bewoners ook uitsluitend hun eigen Welsh of een onverstaanbaar dialect van het Engels. Formeel heet het dorpje ook Nasareth, omdat het Welsh de letter z niet kent. Maar op het postkantoor en het kapelletje staat gewoon Nazareth.

Het dorpje is prachtig gelegen, bovenop de heuvel met aan de ene kant het uitzicht over de Ierse Zee en aan de andere kant de bergen van Snowdonia waarvan de toppen zoals de naam al suggereert in de winter een witte kerst garanderen. Maar er is geen warm welkom. Als er al een herberg was, dan zou er geen plaats zijn. 'U kunt beter ergens anders rondkijken', luidt de binnenkomer van Valentina Pearce, de eigenaar van de kruidenierszaak annex postkantoor. 'Hier is niets voor toeristen. Nee, we hebben geen ansichtkaarten van Nazareth. Niemand zou die toch willen hebben.'

De infrastructuur van het dorp leent zich ook niet voor een toeristeninvasie. Een supersmal landweggetje leidt vanaf de hoofdweg naar het dorpje. Tegenliggers zouden voor onoverkomelijke problemen zorgen. Een bus zou er niet kunnen keren. Pearce is er niet rouwig om. 'Laat onze gemeenschap maar met rust.' Te beleven valt er niets in Nazareth. 'Weet je wat in Wales één schaap aan een lantaarnpaal is? Een prostituee. En weet je wat vijf schapen aan een lantaarnpaal zijn? Een vermaakscentrum', had een barbezoeker van de Royal Madoc Arms Hotel in het tien mijl verderop gelegen Portmadog de vorige dag nog gemeld. De nieuwe eigenaar van het hotel - een Engelsman - zei wel wat leven in de brouwerij te willen brengen. 'Van die paar mensen die nu een pint komen halen, kan ik niet leven. Ik heb nu Sky genomen met tweehonderd kanalen. Hopelijk trekt dat jongeren.'

In Nazareth is ook de hoop gevestigd op de Engelse invasie. Een vrouw uit Liverpool die in de oorlog naar het westen van Wales verhuisde en sindsdien nooit meer wegging, vindt de buitenlandse belangstelling wel reuze interessant. 'U komt toch even een kopje koffie drinken. Het is hier in de kamer wel krap met zijn vieren, maar dat vindt u niet erg', zegt ze. In Nazareth is sinds 1945 niet veel veranderd. Het postkantoor is alleen nog 's morgens open en in het kapelletje met het opschrift 'Nazareth 1823' wordt de mis niet meer wekelijks opgedragen. 'Er vindt eigenlijk alleen af en toe nog een trouwerij plaats. Er is ook een onderhoudsachterstand. Onlangs is de pastorie verkocht. Met het geld moet het kapelletje worden opgeknapt.' Maar ook zij denkt niet dat Nazareth de potentie heeft een toeristische trekpleister te worden. 'Het startpunt van een officiële pelgrimstocht naar Bethlehem? Ik denk niet dat het werkt. Dat doet alleen een zonderling.'

BOEKEN EN KAARTEN

Nazareth en Bethlehem in Wales zijn zo klein dat je ze met moeite op een kaart kunt terugvinden, als ze er al op staan, zegt Huib Stam van Reisboekwinkel Atlas in Tilburg. Voor de reisgidsen geldt hetzelfde. Er is veel geschreven over Wales en Groot-Brittannie, maar aan deze dorpen wordt geen regel gewijd.

Wales is in ieder geval een bezoek waard. Wie er heen gaat, doet er goed aan in de bibliotheek de Odysseegids Wales (Van Reemst) van Bartho Hendriksen te lenen. De gids is afgelopen jaar uit de handel genomen, terwijl het juist het interessantste reisboek van het gebied is. Een andere praktische gids is de Trottergids Engeland en Wales (Lannoo,  12,95 euro) waarin in kritische bewoordingen een goed beeld van de bezienswaardigheden, accommodatie en transportmogelijkheden wordt gegeven. Gouden Serie Midden-Engeland en Wales (ANWB, 16,95 euro) is beknopter, maar zeker zo informatief.

Wie alleen geinteresseerd is in traditioneel Engelse overnachtingsmogelijkheden, kan zijn hart ophalen met Bed & Breakfast in Engeland, Schotland en Wales (Spalder & Norvell, 22,65 euro). Voor wandelaars is er de SNP-natuurwandelgids Zuid-Engeland en Wales (Van Reemst, 15,38 euro) met dagwandelingen in Snowdonia en de Brecon Beacons. Fietsers worden ook door deze gebieden geleid met de gids Fietsen in Zuid-Engeland en Wales van Luc Oteman (Pirola, 14,75 euro).

Jan Morris publiceerde recentelijk Mijn huis in Wales (Muntinga, 17 euro) over geschiedenis en cultuur van het land. Paul Theroux doet in Het drijvend koninkrijk (Pandora,  7,98 euro) verslag van zijn treinreis door Groot-Brittannië.

De beste kaart is Roadmap 6: Wales / Cymru & West Midlands (Ordnance Survey, 9,75 euro), schaal 1:250.000.

(21-12-2002)


EEN PARADIJS VOOR WIND EN REGEN

DE BUITEN-HEBRIDEN - EEN VAN DE GUURSTE UITHOEKEN VAN EUROPA - WILLEN NU ZELFS TOERISTEN ZIEN BINNEN TE HALEN. VOOR WIE REGEN, WIND, HOGE PRIJZEN EN DE PRINCIPES VAN DE EIGENZINNIGE BEVOLKING OP DE KOOP WIL TOENEMEN.

Eén aspect van Lewis is heel erg on-Brits: er zijn nauwelijks pubs. Terwijl men in Groot-Brittannië normaliter over de publieke drinklokalen struikelt, is op het meest noordwestelijke eiland van de Buiten-Hebriden een expeditie nodig om er een te vinden. Ze zijn er, zo wordt gezegd, maar meestal vijftien tot twintig mijl verderop.

Alcoholica en gezelligheid zijn vakantie-ingrediënten die je kunt missen, eten niet. Maar 's zondags is er ook geen restaurant open. 'Bed, breakfast and. . . dinner?', vraagt eigenaar Alex Borthwict van de B&B in het plaatsje Leverburgh op het uiterste zuidpuntje van het eiland, dat daar als erfenis van de Schotse clancultuur ineens Harris heet. Wij staren hem verbaasd aan. 'Jullie mogen ook uit eten gaan, maar dan zul je moeten terugrijden naar Tarbert', zegt hij. Het is de lange slingerende eenbaansweg die we zonder een enkel op het asfalt ronddolend schaap te hebben geraakt nog maar net hebben bedwongen. 'Het menu is kip en we eten om zeven uur', zegt Borthwict, niet eens het antwoord afwachtend. Het diner is niet in de prijs inbegrepen. Het boutje kost vijftien pond per persoon (ruim vijftig gulden), maar je kan de man amper kwalijk nemen dat hij zijn unieke monopolie uitbuit.

Lewis is het einde van de Britse bewoonde wereld. Net zoals zoveel geïsoleerde plekken in de wereld zijn de religieuze gevoelens sterk. De zevende dag heet hier sabbath en de zondagsrust is heiliger dan in Staphorst. Pubs en restaurants zijn vanzelfsprekend dicht, net als de winkels. Uiteraard kan er niet worden gevoetbald, getennist en gegolfd. Maar ook reizen is strikt verboden, behalve heen en weer naar de kerk. Zelfs het kleinste klusje mag niet. Bezoekers moeten zorgen voor zaterdagnacht 24.00 uur in hun pension zijn en kunnen niet voor maandagmorgen 00.00 uur vertrekken, omdat de eigenaren van B&B's op zondag niet afrekenen. Er mag evenmin thuis worden gekookt, zodat op zondag de maag moet worden gevuld met een koude prak van de vorige dag.

In een ingezonden brief in de lokale krant Stornoway Gazette doet een offshore-werknemer zijn beklag over wat hij als een absoluut anachronisme ziet. Hij zegt door zijn Nederlandse baas te zijn ontslagen, omdat hij vanwege het ontbreken van openbaar vervoer op zondag niet naar zijn werk kan reizen. De meeste eilandbewoners halen hun schouders op over deze vorm van zelfmedelijden: een paar jaar geleden was het zelfs nog een doodzonde om op zondag aan werken te dénken. Tegenwoordig durven uithuizige studenten van het eiland openlijk te bekennen dat ze op het vasteland wel eens naar het zondagse televisienieuws kijken.

Maryann MacIver van het toeristenbureau laat er echter geen misverstand over bestaan dat Lewis en Harris op zondag gesloten zijn: 'Je kunt geen benzine of kranten krijgen, zorg dat je op zaterdag je tank volgooit en neem een lunchpakketje mee. Misschien kan je ergens iets te eten krijgen, maar reken daar niet te vast op.' De praktijk in de Britse bible-belt blijkt minder somber dan het geschetste scenario. Bij een nieuw hotel aan de westkant van het eiland kan op zondagmiddag een kop koffie worden gedronken, en zelfs is het mogelijk om te tanken. Maar dit hotel staat dan ook buiten het zicht van de autochtonen, heel dicht bij de belangrijkste toeristische attractie van Lewis: de staande Callanish Stones, Lewis' eigen Stonehenge.

Ook Alex Borthwict heeft liberale geloofsopvattingen. Hij is geboren in Edinburgh en geen lid van een van de vele stromingen van de Free Church, zoals de zwarte-kousenkerk op Lewis en Harris heet. Zijn vrouw Mary kokkerelt zondagavond in de keuken, terwijl hij bedient met een enthousiasme dat ver boven het gemiddelde in de rest van Groot-Brittannie uitsteekt.

Zijn enige andere gasten - een net getrouwd stel uit Preston dat dit verlaten oord heeft uitgekozen als bestemming voor de huwelijksreis - zijn even verheugd over de kwaliteit van de opgediende kip als verrast over de totale rust op het eiland. Ze zeggen vogelaars te zijn, maar ze pretenderen niet er veel verstand van te hebben: 'Als wij een adelaar zien, dan gaan we er maar vanuit dat het geen adelaar is, omdat wij hem hebben gezien', schatert hij. 'We doen het dus vooral voor de wandelingen.' Na het diner strijken ze neer op een van de banken, nippend aan een glaasje water. Borthwict mag dan een commercieel genie zijn en een broertje dood hebben aan de regels van de Free Church, hij zou het voor geen honderd gulden durven om iemand op zondagavond een glas whisky aan te bieden. Voor Bourgondische uitspattingen is het dubbeleiland Lewis/Harris niet de geëigende locatie. Maar de exploitant van de B&B heeft er geen spijt van zijn riante appartement in Edinburgh te hebben verruild voor een villa op een van de kliffen van dit eiland. Het huis biedt een majestueus uitzicht over een compleet lege oceaan die pas drieduizend kilometer verderop weer land raakt. De golven slaan met grote schuimkoppen stuk op de rotsen.

Het enige scheepvaartverkeer is de dagelijkse veerboot naar North-Uist. Borthwict zegt dat de lokale bevolking voor hem een even groot raadsel vormt als voor elke willekeurige buitenstaander. Als ze zich al niet hebben afgezonderd door hun geloof, dan toch door hun clan: de MacDonalds, de MacLeods of MacIvers. 'Een van mijn buren komt hier elke morgen om tien uur theedrinken, jaar-in, jaar-uit. Vorige week donderdag stond hij echter ineens om negen uur voor de deur. Hij moest naar een begrafenis in het vijf kilometer verderop gelegen dorp Rodel. Ik vond het maar vreemd. Als hier in Leverburgh iemand doodgaat, dan gaat het hele dorp naar de begrafenis. Maar als er in Rodel iemand sterft, dan is niemand daar erg mee bezig. De buurman kende de overledene ook niet; maar ja, het was wel een neef van de achternicht van zijn zwager, een lid van dezelfde clan. Daaruit kunnen ze zich nog steeds niet losmaken.'

De bewoners van de Buiten-Hebriden - een eilandenarchipel die zich over een afstand van ruim tweehonderd kilometer uitstrekt - zijn misschien wel de eigenzinnigste Britten in het land dat van eigenzinnigheid zijn wapenspreuk heeft gemaakt. Ze moeten niet alleen niets van de Engelsen weten, ze hebben ook weinig op met de Schotten. Tussen de verschillende eilanden is het haat en nijd en zelfs onderling op het eigen eiland lopen de spanningen af en toe hoog op.

Zo is er nog steeds verdeeldheid over het besluit om het voor Britten en buitenlanders volkomen onleesbare Gaelic tot enige officielee taal te bombarderen. Hierdoor is bijvoorbeeld het plaatsnaambordje Leverburgh vervangen door An T-ob. Borthwict: 'Het lokale bestuur heeft dat verordonneerd. Maar iedereen noemt het nog Leverburgh. Niemand weet wat An T-ob precies betekent en niemand weet hoe je het precies schrijft. Aan de noordkant staat An T-ob, aan de zuidkant An T-oib en aan de oostkant An T-obi. Zelfs de juiste spelling is blijkbaar een raadsel.' Zijn vrouw heeft van de nood een deugd gemaakt en op de BBC een televisiecursus Gaelic gevolgd. De boeken en cassettes liggen nog in de kast. Maar toen ze gewapend met haar Gaelic-kennis een dagje het zuidelijk gelegen eiland Uist bezocht, kreeg ze de kous op de kop. Uist-Gaelic bleek een heel andere taal te zijn dan BBC-Gaelic. Engels bracht tenslotte als communicatiemiddel toch nog uitkomst.

Het kunstmatig opgeworpen taalprobleem en het gebrek aan vermaak zijn echter nog maar de kleinste obstakels bij een reis over deze eilandengroep. De Buiten-Hebriden hebben eigenlijk alles tegen om een status als potentieel vakantieparadijs te verwerven: ze zijn moeilijk bereikbaar, peperduur en de kans op slecht weer bedraagt bijna 100 procent. Vliegtickets naar Lewis zijn duurder dan die naar Mallorca, de overtocht per ferry is nog prijziger: met een auto kost het zo'n 100 pond (360 gulden) om Lewis te bereiken.

Daarvoor krijg je vooral mist, regen en wind terug. De eilanden zijn zo vaak in een witte nevel gehuld dat een van de Hebriden (het eiland Skye, letterlijk vertaald: eiland in de wolken) daar zelfs naar is vernoemd. Regen en wind hebben vrij spel, omdat het eiland als gevolg van het barre klimaat voor het grootste deel vlak en zo goed als boomloos is. Op de Butt of Lewis - het uiterste noordpuntje van Lewis - bereikt de wind gemiddeld 378 uur per jaar orkaankracht. Krijsende zeevogels kunnen hier als enige hun evenwicht houden. In het dorp Ness zetten vrouwen bij de kerkgang op zondag de zwarte hoeden vast met een pen. Lewis is het enige eiland in de wereld dat een speciale op salontafels lijkende bushokjes heeft ontwikkeld die dankzij een ingenieus systeem volledige bescherming bieden tegen weer en wind. Maar zelfs deze beschutting kon de 65-jarige acteur Albert Finney onlangs niet bewegen een filmrol te accepteren, waarvan een deel van de opnames op Lewis zou moeten plaatsvinden.

Een zonnige dag is een herinnering die door iedereen wordt gekoesterd als een kostbare schat, een regenachtige dag is acceptabel omdat het wordt verwacht, zo luidt een gezegde. Minimaal regent het vijf van de zeven dagen. De BBC-weerman haalt zijn boven de eilandengroep getekende zwarte wolkje dan ook maar niet weg; volgens boze eilandbewoners zelfs niet als er wel een keer de zon schijnt. Vandaag - in Londen is het 33 graden Celsius - is zo'n dag, maar de wind is zo hard dat het onaangenaam is om lang buiten te blijven. 'Dit is de tweede mooie dag sinds mei', zegt hospita Davina MacDonald van de B&B in Stornoway, de enige stad op de eilandengroep.

Het mag een wonder heten dat op Lewis al zesduizend jaar mensen wonen. Maar deze mensen zijn eraan gewend dat de natuur veel vraagt en weinig biedt. De bodem is bedekt met een onvruchtbare veenlaag die alleen wordt onderbroken door talrijke meertjes, de beroemde lochs. 'Je zou niet verbaasd zijn als je hier een dinosaurus tegen zou komen', schreef de publicist Nigel Nicolson over het kale Hebriden-landschap. Op hun eigen stukje grond proberen de keuterboertjes zo goed en slecht als het gaat iets te verbouwen, maar het veel bekritiseerde pachtsysteem is erop gebaseerd dat geen van de pachters met de oogst in het eigen onderhoud kan voorzien. Iedereen is gedwongen daardoor bij te klussen. De black houses (de Schotse variant van de Drentse plaggenhutten) zijn alleen nog een toeristische attractie, maar het keuterboeren noch de huidige dorpen zijn veel veranderd. De huizen staan schots en scheef door elkaar, er wordt nog veelal gestookt op turf en de armoede is onverminderd groot. Het landschap ziet er nog desolater uit doordat de meeste bewoners hun turfvoorraad opslaan in oude verroeste campers en bussen die plompverloren in het land zijn neergezet.

Pogingen van de lokale overheid om deze vorm van horizonvervuiling tegen te gaan, hebben weinig opgeleverd. Een van de boeren die op zaterdag bezig is in een ijzige koude de zware turfplakken op te slaan, schudt zijn gerimpelde hoofd over dit voornemen. 'De overheid wil die bus wel gratis verwijderen, maar zet daarvoor in de plaats geen schuur neer. Waar moet ik de turf dan droog houden?' De bewoners haten iedere inbreuk op hun tradities. Lord William Leverhulme, de uitvinder van de voorverpakte Sunlight-zeep en een van de oprichters van Unilever, kocht Lewis/Harris in 1919 en wilde het met een ambitieus plan ontwikkelen tot het belangrijkste centrum voor de visserij. Hij liet de haven van Stornoway uitbaggeren, plande nieuwe kades, legde wegen aan, wilde het eiland doorkruisen met spoorverbindingen en ontwikkelde uit het niets Leverburgh. Maar de bewoners moesten niets van de plannen hebben. Ze gaven de voorkeur aan hun eigen armoedige bestaan op de crofts boven economisch welvaren in dienst van een multinational. In 1925 verkocht Lord Leverhulme totaal gedesillusioneerd Lewis/Harris.

De weg van Tolsta naar Ness die Leverhulme had willen aanleggen, loopt na een inmiddels tot Bridge to Nowhere omgedoopte oeververbinding nog altijd dood in ontoegankelijke moors. En Leverburgh heet nu An T-ob. De nieuwe suikeroom heet de EU, wiens vlag bijna elk nieuw project siert. Tussen 1994 en 1999 investeerde Brussel alleen al bijna honderdmiljoen gulden in infrastructurele projecten in de Buiten-Hebriden. Wegen werden verdubbeld, ferryverbindingen gemoderniseerd en bruggen aangelegd, vooral ter meerdere eer en glorie van de mogelijke nieuwe goudmijn: het toerisme. De vraag is of de eilandbewoners van het paradijs voor regen en wind daarvoor wel hun principes overboord willen zetten.

TIPS
GIDSEN: Het boek over de Hebriden is Jan van der Vegts Aan de rand van de zee, reizen naar de Hebriden, zegt Barend Schulenklopper van de Wandelwinkel in Deventer. Dan volgt het slechte nieuws: het is in 1988 uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar en misschien nog te krijgen in antiquariaten, maar herdrukt is het niet. En er zijn al zo weinig gidsen voor dit reisdoel. Veelzijdig en interessant qua achtergrondinformatie is Western Islands Handboek van uitgever Kittiwake (fl 42,50, euro 19,30).

Veel praktische informatie geeft de Rough Guide Highlands & Islands (fl 37,65, euro 17,10) en voor wandelaars is er Western Islands 25 Walks van HSMO (fl 36, euro 16,34). Iets om naar uit te kijken is een boek dat eind van het jaar verschijnt: Western Edge, images of the Hebrides van uitgeverij Nedil Wilson. Het zal ongeveer 85 gulden kosten (ruim 36 euro).

Om te wandelen zijn de Landranger Maps van Ordnance Survey (schaal 1:50.000). Voor de Hebriden zijn nodig de nummers 8, 13, 14, 18, 22 en 31. Ze kosten fl 23 (euro 10,45) per stuk.

Western Isles Tourist Board. tel: 00-44-1851-703088, internet: www.witb.co.uk

(8-9-2001)


GEEN BOTANISCHE TUIN, MAAR ROCK 'N ROLL

IN CORNWALL GAAT VANDAAG HET NIEUWE ARRDSE PARADIJS OPEN: HET EDEN PROJECT. SCHEPPER IS DE NEDERLANDER TIM SMIT, DOOR ZIJN OMGEVING MR. BIG GENOEMD. EDEN VERENIGT DE AMAZONE-JUNGLE, DE MALEISISCHE HOOGLANDEN, DE CALIFORNISCHE RUIGHEID EN DE AFRIKAANSE SAVANNEN. TOT VERMAAK, MAAR VOORAL TOT LERING VAN DE BEZOEKERS.

TIM SMIT is veruit de belangrijkste Nederlander op aarde: hij speelt God. In Cornwall heeft hij het nieuwe aardse paradijs geschapen: niet in zes hemelse dagen, maar in zes aardse jaren. Hij overtreft God zelfs in bevlogenheid en barmhartigheid. Hij neemt geen rustdag in acht nu zijn schepping is voltooid, noch stelt hij de mensen in zijn paradijs op de proef. Het Eden-project kent geen boom met verboden vruchten. 'Hier proef maar', zegt hij. Smit plukt een bloem van een tropische struik - de gemberachtige plant Costus die vooral in Zuid-Amerika voorkomt - en biedt die ter nuttiging aan. De bloem is eetbaar en zelfs smakelijk.In Cornwall noemen ze hem nog heel bescheiden Mr Big. Smit denkt namelijk in grote getallen. 'Ik wil de massa's hier naartoe halen. Daarom moest dit project ook tot de verbeelding spreken.'
 Het Eden-project dat vandaag voor het publiek opengaat, is even grootschalig als ambitieus opgezet. Het moet de stoutste dromen overtreffen. De jungle van de Amazone - inclusief de tropische vegetatie, de vochtige hitte, de laaghangende witte nevel en de angstaanjagende watervallen - wordt hier gecreëerd naast de romantische ruigheid van Californië, de hooglanden van Maleisië en de kusten van Cornwall zelf. De planten zijn nu nog niet groot genoeg om de bezoekers in sprookjes te laten geloven, maar dat moet over een paar maanden anders zijn. 'We gaan ook niet open omdat het helemaal klaar is. We gaan open omdat Tim het wilde', grapt zijn naaste medewerker Robin Lock.
 
Het paradijs is geschapen in een bijna ontoegankelijk stuk niemandsland, vlak bij het plaatsje St. Austell in het zuidoosten van Cornwall. In het verleden waagden zich hier slechts grondwerkers die de porseleinklei afgroeven waarmee in de beschaafde wereld het befaamde Wedgewood-servies werd gebakken. Nu moeten de massa's zich naar deze plek begeven.
 
De lokroep van de Nederlandse profeet is moeilijk te weerstaan. Niet alleen is Smit een betoverende milieugoeroe, hij is ook een handige zakenman. Tijdens de bouw organiseerde hij al rondleidingen. Hij liet treintjes met nieuwsgierigen door de bouwput rijden. In zeven maanden vergaapten een half miljoen mensen zich aan bulldozers en bouwvakkers met gele helmen, terwijl ze ondertussen luisterden naar de plannen voor het paradijs. 'Hiermee geef je de mensen het idee van deelname en betrokkenheid. Ik weet zeker dat al die bezoekers nog een keer terug zullen keren', stelt Smit.
 
Tim Smit werd 47 jaar geleden geboren in Scheveningen, maar verhuisde op zijn zesde jaar naar Engeland, 'omdat in Nederland geen scholen waren waar je ook kon slapen'. Hij werd stevig onder de duim gehouden op een particuliere kostschool en schopte het uiteindelijk tot archeoloog. Maar voordat hij de studie in de praktijk ging toepassen, stortte hij zich als rocker en platenproducer in de wereld van de popmuziek. In 1987 verhuisde hij naar Cornwall, waar hij alsnog een baan vond in zijn eigenlijke professie.
 
Hier ontdekte hij op een van de landgoederen een subliem ontworpen wilde tuin waaraan zeventig jaar niets meer was gedaan - 'net of de mensen thee waren gaan drinken en nooit meer waren teruggekeerd.' Hij besloot zijn leven te veranderen en herschiep deze tuin in de Lost Gardens of Heligan. 'Ik ben geïnteresseerd in historie. En ik denk dat die te vinden is in de kracht van planten en alles wat wij om ons heen zien', verklaart hij. De tuin trok daarna 300 duizend bezoekers per jaar. Smit schreef er een boek over (dat ook werd vertaald in het Nederlands) en was het middelpunt van een tv-documentaire.
 
Toen de Millennium Commissie naar een initiatiefnemer voor een groot tuinproject in Cornwall zocht, viel het oog op Tim Smit. Hij kreeg in 1995 de leiding, in zijn eentje 'zonder bemoeizucht van de commissies die allerlei andere millennium-projecten in Groot-Brittannië zo jammerlijk hebben doen mislukken'. Hij huurde een andere Nederlander in als conservator voor de tropische kas - de 33-jarige plantenkundige Robin Lock - en toog aan het werk. Zes jaar later is deze missie voltooid. In het verlaten landschap zijn twee futuristische doorzichtige bollen verrezen, groot genoeg om in theorie de Tower van Londen te herbergen en in de praktijk bomen tot vijftig meter hoogte te laten groeien.
 
In de grootste koepel is een tropisch klimaat gecreëerd en zijn de planten van het regenwoud, de Indonesische archipel en de Afrikaanse savannen ondergebracht. 'De minimumtemperatuur komt hier niet onder de 18 graden Celsius, ook 's nachts niet en we hopen zelfs tot 20 graden te komen. De maximumtemperatuur mag niet hoger zijn dan 35 graden', vertelt Lock. De vochtigheid wordt geregeld door 180 computergestuurde sproeiers.
 
In de ander koepel heerst een sub-tropisch klimaat. In deze kas staan bomen en planten uit het Middellandse Zeegebied, Zuid-Afrika en Californië. En tenslotte is er een grote buitentuin met vegetatie uit Chili, de Himalaya, Australië en Cornwall zelf. Het totale aantal bomen en planten in Eden bedraagt twaalfduizend.
 
Smit heeft geen volledigheid nagestreefd. 'We zijn geen botanische tuin die van elk soort een plantje wil hebben. Wij bieden een spectaculair theater dat het verhaal wil vertellen van de mensen en hun afhankelijkheid van planten.' Botanische tuinen zijn meestal het favoriete uitje voor het grijzere deel van de bevolking. Het Eden-project is volgens Smit juist een rock 'n roll-instituut.
 
Smit zegt zich echt zorgen te maken over de toekomst voor de aarde. Hij vreest een milieuramp als de mensheid niet zuiniger met de natuur omspringt en doorgaat met het verstoren van de eco-systemen. Die boodschap wil hij ook aan anderen overbrengen. 'Ik ben geen eco-ayatollah die de wereld wil terugbrengen naar het stenen tijdperk. De uitstoot van CO 2
 
is schadelijk, maar als het in de winter koud is, moet je gewoon de haard aansteken.' Hij bevecht soms even fel de onkunde bij milieufanatici als bij de argeloze middenklasse. 'Het is belangrijk dat de mensen beseffen hoe de natuur in elkaar steekt en hoe we ons voedsel krijgen dankzij het zonlicht. Weet je dat 96 procent van de kinderen van twaalf jaar niet eens weet dat bomen en planten zuurstof aanmaken?'
 
Duurzaamheid is volgens hem tegenwoordig te vaak een leeg begrip waarbij iedereen heel glazig uit zijn ogen gaat kijken. Daarom heeft hij de boodschap anders verpakt. Bij elke planten- en bomensoort in Eden moet een verhaal kunnen worden verteld: hier staat een plantje dat dezelfde geur heeft als het parfum Chanel no. 5, daar vind je bomen waarvan het hout wordt gebruikt voor de productie van papier of de fabricage van muziekinstrumenten, verderop staan bananen-, kokosnoten en ananasbomen.
 
Lock: 'Moet je deze bloem ruiken? Merk je de zoete geur? De vrucht van deze bloem is een voorloper van de huidige zoetjes.' Daarnaast is een plantje te vinden waarmee diarree kan worden bestreden. 'En hier heb je colaboom. De smaak van cola is dertig jaar geleden van deze boom gekomen. Je kan het nog terugzien in het colaflesje: die heeft de vorm van deze vrucht gekregen. In Afrika worden deze vruchten nog volop gegeten', verzekert hij. 'En hier vind je kauwgum (chicleboom), ook iets wat nu synthetisch wordt gemaakt.' Bij de rubberplantages zijn rubberbanden geplaatst - 'van vliegtuigen want die banden zijn nog altijd van het echte rubber' - zodat de bezoekers meteen weten waarvoor het product dient.
 
Lock loopt van het ene tropische werelddeel naar het andere: van het landschap van Kameroen met oliepalmen naar het bamboe-woud van Maleisië. 'Ik kan hier over vijftienhonderd planten vertellen. Maar dat zal ik niet doen. Het is al schitterend als de mensen tijdens een bezoek iets leren over veertig of vijftig planten. De volgende vijftig komen het jaar daarna wel.' Eden is vooral een educatief project, zo benadrukt ook Smit. 'Ik heb de unieke kans om mensen te beïnvloeden. Hopelijk heel veel mensen.' De locatie lijkt op het eerste gezicht niet onverdeeld gunstig om de wereld te bekeren. De bollen zijn gesitueerd in een uithoek van Groot-Brittannië, zes tot zeven uur reizen van de weggooimaatschappij in Londen.
 
Maar volgens Smit is dat juist ideaal. 'Mensen komen bewust naar deze plek. Niet even voor een uurtje, maar voor minimaal een hele dag. Ze worden even uit hun stedelijke omgeving verlost en gunnen zich hopelijk de tijd om even na te denken.' Daarnaast kent deze plek het perfecte klimaat voor het project. Omdat Eden dankzij de afgraving op zeeniveau ligt, is het warmteverlies minimaal. Daarnaast ligt het aan de zuidkant van de vallei, waardoor optimaal zonlicht wordt verkregen. De neutrale grondsamenstelling maakt het mogelijk de best mogelijke aarde te creëren voor bepaalde bomen en planten. 'Als je zover in het zuiden van Engeland ligt, heb je een ideale hoeveelheid daglicht en als je zover naar het westen ligt, beschik je over de schoonste lucht. Ik ken maar één andere plek die aan al deze voorwaarden voldoet: het zuidwesten van Ierland', betoogt Smit.
 
De kennis voor het project komt voor een groot deel uit Nederland. 'Nederland is de bakermat van de hovenierskunst. We zijn met Aalsmeer niet alleen de grootste handelaar van bloemen en planten, we zijn ook leidinggevend in de bouw van en klimaatcontrole in kassen', zegt Lock. Smit heeft volgens hem bewust de Nederlandse business-cultuur voor zijn project gebruikt. Lock: 'Britten zijn gek op het verzamelen van zoveel mogelijk plantjes. Als je hier in botanische tuinen zoals Kew Gardens in Londen of die van Edinburgh of Liverpool komt, dan is hun collectie groter dan die van elke Nederlandse botanische tuin. Als er ergens twintig plantjes van zijn, dan willen de Britten ze ook alle twintig hebben. Nederlanders kiezen juist het ene plantje dat het meest oplevert.' Heel veel van de planten die hier staan, zijn daarom ook in Nederland gekocht. 'Gewoon omdat ze goedkoper zijn, ook inclusief transportkosten. In Engeland betaal je de overhead voor twintig plantjes, in Nederland voor één plantje.'
 
Het Eden-project heeft in totaal tachtig miljoen pond gekost (300 miljoen gulden). Smit is niet bang dat het een mislukking zal worden. 'Het klinkt arrogant, maar het kan niet mislukken. Weet u waarom? Omdat het project gewijd is aan iets wat iedereen ziet als een mondiaal probleem. Wij hebben de tijdgeest mee. Daarnaast is het stijlvol opgezet. Om break-even te draaien moeten we per jaar een half miljoen bezoekers trekken. Maar ik denk persoonlijk dat we er wel een miljoen kunnen halen.'
 
Ooit hoopt hij dat Eden in één adem met Groot-Brittannië wordt genoemd. 'Je hebt natuurlijk Londen en Edinburgh. En Stonehenge plus Stratford met Shakespeare. Maar zoiets bijzonders als Eden bestaat in de hele wereld niet.' Naast toeristische attractie moet Eden volgens hem ook de 'Verenigde Naties van het Milieu' worden. De huidige twee koepelkassen zijn slechts een aanzet van wat er nog moet gebeuren. 'Eden blijft een lopend project. We willen hier mee verdergaan. Daarom zoeken we samenwerking met biologische boeren en met supermarktketens. Ik hoop hier een academisch instituut te vestigen, een conferentie-centrum en een hotel. Ik wil wereldleiders en captains of industry aanschrijven met de vraag of ze 1 procent van hun tijd willen besteden aan de zorg voor het milieu. Naast het economic forum in Davos moet er toch ook een enviromental forum komen. Hier in St. Austell', droomt hij.
 
Of hij tevreden is over het begin? 'Ik voel mij eigenlijk geen projectleider of directeur. Ik ben gewoon een fan.'

TIPS:

Eden Project, St. Austell, Cornwall, tel: 0044-172-681.19.11. Internet: www.edenproject.com. Dagelijks open 10-18 uur. Toegang 9,50 pond, kinderen vier pond.

(17-3-2001)

 

ALLES ZIEN VAN THE BEATLES. DAT KOST EEN WEEK

THE BEATLES ZIJN DE BELANGRIJKSTE TREKPLEISTER VAN LIVERPOOL GEWORDEN. ELK WOONHUIS, ELKE OPENBARE GELEGENHEID, ELK OVERHEIDSGEBOUW EN ELKE STRAAT LIJKT WEL IETS MET DE 'FAB FOUR' VAN DOEN TE HEBBEN. HET BRENGT DE STAD AAN DE MERSEY VEEL FINANCIEEL GEWIN, MAAR HET LEVERT OOK VEEL KOPZORGEN OP.

'Ik zal ze zeker herkennen. De vraag is of ze mij ook nog herkennen.' Bill Croyden (60) volgde zijn middelbare schoolopleiding aan Liverpool Institute, dezelfde school waarop ook Paul McCartney en George Harrison zaten. 'We waren geen klasgenoten, want ik was twee jaar ouder. Helaas zullen ze mij wel niet meer herkennen. Mijn uiterlijk is nogal veranderd. Ik heb geen haar meer op mijn hoofd', zegt Croyden terwijl hij zijn pet afzet.

Croyden drinkt een biertje in de Jacaranda Club aan Slater Street, ooit het favoriete etablissement van de Beatles. Hij is gewend te worden aangesproken door toeristen die hier 's avonds op hun Beatles-pelgrimstocht verzeild raken, en vertelt graag zijn eigen verhaal. Eind jaren vijftig kwam hij ook al in de Jacaranda - of de Jac zoals de club toen werd genoemd. De oorspronkelijke groepsleden van de Beatles experimenteerden met hun gitaren ondertussen sarcastische opmerkingen makend tegen de kantoormeisjes die hier tussen de middag een broodje aten. Het is lang geleden, heel lang. Vanavond speelt in de Jacaranda de band O'Zend, vijf jongens die nu even oud zijn als The Beatles in 1960. 'We zijn grote fans van de Beatles, maar we doen geen covers. We spelen alleen eigen nummers.'

O'Zend is nog niet bekend genoeg om in de even verderop gelegen Cavern Club aan Mathew Street te mogen spelen, de club waar de Beatles in 1961 met hun zegetocht begonnen. Vanhier veroverde de band eerst Liverpool en na te zijn ontdekt door Brian Epstein ook de rest van de wereld. The Cavern is voor de Beatles-fans wat Graceland is voor de aanbidders van Elvis Presley: een hoofdaltaar voor de verering. De oorspronkelijke Cavern Club is niet behouden gebleven. De 'New' Cavern is op dezelfde schaal en met behulp van de orginele bakstenen nagebouwd, zodat niemand zich bedrogen hoeft te voelen. Maar rondom de club is niets oorspronkelijks meer. De grauwe groentepakhuizen die hier begin jaren zestig stonden en de geboorteplaats vormden van de zogenoemde Merseybeat, zijn vervangen door een snel uitdijend en trendy complex waarin het erfgoed van de Beatles zoveel mogelijk wordt behouden en ook commercieel wordt uitgebuit.

Behalve de replica van de oorspronkelijke club is er ook een Cavern pub, een Wall of Fame (met de namen van alle 1800 bands die ooit in The Cavern speelden, waaronder The Rolling Stones, The Who en Jimi Hendrix), een standbeeld van John Lennon, het sjieke winkelcentrum Cavern Walk met een standbeeld van de hele groep - 'ik herken mijn eigen broer hier niet tussen', grapte Mike McCartney bij de onthulling -, de Grapes Pub (een toenmalige drinkgelegenheid van de Beatles), The Beatles-shop, de Rubber Soul-pub, de Mathew Street-galerie met de John Lennon-tekeningen en het standbeeld van Eleanor Rigby. En er zijn ook nog attracties in de maak: een A Hard Day's Night-themahotel en een Wall of Hits met de namen van alle Cavern-groepen die ooit een nummer één-hit hebben gescoord. John Lennons eerste vrouw Cynthia en Paul McCartney's broer Mike komen tijd te kort om alle openingen te kunnen verrichten.

'Wil je alles van de Beatles vandaag zien? Vergeet het maar. Dat is volstrekt onmogelijk. Zoiets kost zeker een week', zegt Edwina Swaden (48), gids op de Magical Mystery Tour, een in de oorspronkelijke kleuren geschilderde bus die iedereen in twee uur langs een aantal verder afgelegen Beatles-herinneringen voert: ondermeer de geboortehuizen van George en Ringo, het huis waar John bijna twintig jaar bij zijn tante Mimi woonde (sinds 8 december uitgerust met de blauwe English Heritage-plaquette), het huis aan Forthlin Road waar Paul vanaf 1955 woonde en samen met John de eerste Beatles-songs schreef (nu National Trust-monument), de scholen van de Fab Four en hun vrienden, de voormalige platenzaken van Brian Epstein, de gitaarwinkel van Frank Hessy, Penny Lane (korte fotostop), Strawberry Fields (eveneens korte fotostop), het ziekenhuis waarin Ringo op zijn zevende jaar met maagproblemen werd opgenomen en het College of Art waarop John en Stu Sutcliffe zaten.

Op Penny Lane zingt Edwina mee met het gelijknamige door McCartney geschreven nummer. Tegelijkertijd wijst ze naar de objecten: 'Hier is the shelter in the middle of the roundabout en daar zou je the fireman with his clean machine kunnen zien.' De shelter uit Penny Lane is nu een Sgt. Peppers-bistro, de brandweerkazerne staat er nog steeds. Ook de kapperszaak - waar the barber shaves another consumer - is gespaard gebleven. Alleen de pretty nurse die poppies verkoopt van een tray is niet te zien, zegt Edwina. 'Dan had u hier in november moeten zijn.'

Elk woonhuis, elke openbare gelegenheid, elk overheidsgebouw en elke straat lijkt wel iets met de Beatles van doen te hebben, al is het maar omdat de vriendin van de neef van Johns beste vriend Stu Sutcliffe - ook eens een Beatle - er een blauwe maandag heeft verbleven. Er zijn talloze plekjes in Liverpool aan te wijzen die de Beatles in hun composities hebben bezongen. 'Daar is het belastingkantoor. Het openingsnummer van de elpee Revolver was George Harrisons Taxman.'

Zelfs de uitzonderlijke plekjes die niets met de Beatles te maken hebben, worden getoond. 'Hier is de Philharmonic Hall. The Beatles hebben er nooit gespeeld', zegt Edwina Swaden.

Tijdens de privé-rondleiding die ze de volgende ochtend geeft, is nog niets van haar vuur voor de groep gedoofd: 'Zie je daar die eik. De boom is geplant ter ere van John Lennon. En daar heb je het gebouw van de burgerlijke stand, waar John trouwde met Cynthia. Zou je je kunnen voorstellen dat iemand zoiets over veertig jaar vertelt over de leden van Oasis? Ik denk het niet. De Kinks, de Who of de Rolling Stones hebben dit ook niet bereikt. De Beatles zijn volstrekt uniek.'

Ze heeft de Beatles zelf nooit zien spelen, maar net als Croyden en ieder ander in Liverpool heeft ze haar eigen herinneringen. 'Ik ben in het Walton Hospital geboren, hetzelfde ziekenhuis waar Paul McCartney tien jaar eerder werd geboren. Helaas was ik te jong om naar een optreden in The Cavern te gaan. Maar ik spijbelde later wel van school om ze te zien, te gillen en in zwijm te vallen toen ze op 10 juli 1964 na een tournee in Liverpool terugkeerden. Ik had mijn hele kamer behangen met posters van George Harrison. Elke avond voor het slapen gaan, kuste ik al die papieren koppen. O, wat haatte ik die vrouwen met wie George en de anderen trouwden.'

Liefdesverdriet heeft ze al lang niet meer. Ze houdt inmiddels ook heel veel van de (ex)-vrouwen van de Beatles. 'Cynthia, Yoko, Linda, Patti Boyd, Barbara Bach, Heather Mills, ze zijn mij zeer dierbaar. Ik had er nooit van kunnen dromen dat de Beatles nog eens mijn broodwinning zouden worden.' Van de vier echte Beatles heeft alleen Paul McCartney nog een huis in Liverpool: Rembrandt aan Baskervyle Road. Hij zou er zelfs af en toe nog slapen: 'Bij familiefeesten of als hij iets charitatiefs doet voor zijn oude school', zegt Swaden. Maar Paul heeft op vele plekken in de wereld huizen, net als George - 'ten zuiden van Londen, op Hawaii, in Ierland en op Hamilton-eiland in Australie', somt ze op - en Ringo - 'die heeft er zelfs zeven'. Paul laat zich echter duidelijk het meest aan zijn geboorteplaats gelegen liggen. Hij speelde in 1999 zelfs weer in The Cavern. 'George en Ringo zijn hier vrijwel nooit. Eigenlijk heb ik daar moeite mee. Je moet toch iets teruggeven aan de stad, waar je ooit geboren bent', vindt Bill Croyden.

Maar veel reden tot klagen hoeven de inwoners niet te hebben. De Beatles hebben Liverpool op de wereldkaart gezet en iedere bewoner de mogelijkheid gegeven hun verhaal uit de Beatles-tijd te vertellen. Swaden: 'We trekken dankzij de Beatles veel meer toeristen dan bijvoorbeeld Manchester. Wanneer ze hier zijn, merken de toeristen vanzelf dat de stad nog meer te bieden heeft: de Grand National, twee voetbalclubs, twee kathedralen, een Tate en een sprankelend uitgaansleven.' Liverpool hoeft niet bang te zijn dat het Beatles-vuurtje ooit dooft. De band beleeft op dit moment zelfs weer een revival. John Lennons sterfdag werd begin deze maand wereldwijd herdacht. Hun eigen luxe autobiografie The Beatles Anthology werd een heuse bestseller. En hun nieuwe cd 1 - een verzameling Amerikaanse en Britse nummer één-hits - haalde wereldwijd een topnotering.

Op de Magical Mystery Tour zitten Japanners, Amerikanen, Koreanen, Fransen en Spanjaarden; oudere jongeren, maar ook opvallend veel tieners. 'Ik ben Oasis-fan. Maar de Beatles zijn nog beter. Zij waren de inspiratiebron voor wat Oasis nu doet', zegt een 18-jarige jongen uit Schotland. Op een kaartje voor Strawberry Fields staat: 'We were not born when you passed away but we will always miss you.' Twee Noorse tieners kennen bijna alle Beatles-songs uit hun hoofd. Edwinda Swaden wordt soms moe van te fanatieke fans. 'Voor sommigen zijn de Beatles een obsessie geworden. Ze weten te veel. Laatst had ik er een in de bus die met zijn laptop op schoot voor in de bus zat en mij voortdurend corrigeerde. Ik heb hem uiteindelijk uit de bus gezet.'

Af en toe slaat de revival zelfs weer om in echte Beatle-mania. Dit jaar stonden de fans een hele nacht voor de deur van cd-zaken om als eerste de 1-verzameling te kunnen bemachtigen. Vijfduizend fans verdrongen elkaar onlangs toen Paul McCartney zijn boek signeerde. En vooral de verering van John Lennon heeft inmiddels mythische vormen aangenomen.De Beatle-mania heeft Liverpool ook enige littekens bezorgd. De bewoners die in een huis verzeild zijn geraakt dat iets met de omvangrijke Beatles-clan heeft te maken, moeten continu pottenkijkers dulden. 'Private, no admission', heeft de 80-jarige eigenaresse van een voormalig woonhuis van Lennon op het hek laten aanbrengen. Niettemin liggen er bloemen en kaarten. De straatnaambordjes op Penny Lane werden zo vaak als souvenir van de muren afgerukt, dat de naam van de straat alleen nog in witte verf op een muur staat gekalkt. Zelfs het massieve aardbeikleurige hek voor het kindertehuis op Strawberry Field werd dit jaar gestolen.

Het is ook vechten om de laatste vrij in de handel zijnde herinneringen van de Beatles. The Beatles Story, het officiele museum dat aan de haven is gevestigd, trachtte dit jaar nog de piano te kopen, waarop John Lennon Imagine had gecomponeerd. Maar George Michael, een popster van deze tijd, bleek kapitaalkrachtiger te zijn dan het museum. Nu staat er in de befaamde White Room slechts een replica, maar het museum hoopt dat George Michael hem terug zal geven aan Liverpool. Ondanks de grote concurrentie met souvenirjagers heeft het museum niets nagelaten om de Beatles-periode van dag tot dag te laten zien: zelfs een deel van het PanAm-toestel waarmee de Beatles naar Amerika reisden, is op ware schaal nagebouwd. Manager Stephen Bailey van The Beatles Story ziet de toeristenstroom elk jaar groeien. 'En er wordt ook telkens meer verkocht. Voor het jaar 2000 waren er twee Beatles-kalenders, voor 2001 zijn er vijf.' Bill Croyden parafraseert in de Jacaranda de Beatles zelf: 'Liverpool heeft de wereld de Beatles gegeven. Nu komt de wereld naar Liverpool.'

TIPS

The Mersey Partnership, tel: 0044-151-227.27.27, internet: www.liverpool-music-city.com.

 

PRAAT LIEVER NIET OVER FAWLTY!

HOTEL GLENEAGLES IN DE BRITSE BADPLAATS TORQUAY STOND MODEL VOOR DE KLASSIEKE BBC-SERIE FAWLTY TOWERS. DE OPNAMEN VOOR DEZE TV-SERIE MET JOHN CLEESE BEGONNEN 25 JAAR GELEDEN. HOE IS HET SINDSDIEN MET HET HOTEL VERGAAN?

Op het eerste gezicht is er na vijfentwintig jaar niets veranderd. De reis van het in de ruige teennagel van Cornwall gelegen kustplaatsje St. Ives naar Torquay aan de Engelse Riviera duurde langer dan verwacht. We kunnen daardoor pas om tien over half negen aanschuiven voor het diner. Helaas, we zijn tien minuten te laat, de keuken is dicht. 'De chef is naar huis', meldt de ober die qua postuur veel doet denken aan Manuel ('he's from Barcelona') maar in werkelijkheid een keurig gecoiffeerde Engelsman is die ons heel goed begrijpt.
'Maar. . .', spartelen we tegen. 'Sorry, maar u heeft niet voor het diner gereserveerd', antwoordt hij beslist. Pas wanneer we aandringen, ontstaat twijfel. 'Ik zal even kijken', zegt hij tenslotte. Twee minuten later: 'U kunt nog een kop soep en een salade krijgen.' We willen gaan zitten, maar dat mag niet. Eerst moet de tafel worden geprepareerd. Of we maar in de bar willen wachten. Na een klein kwartier worden we verordonneerd aan tafel te gaan. Van het prepareren van de tafel is niets te merken. Het tafelkleed zit nog vol vlekken en het bestek ontbreekt. Wel is er een servet neergelegd. Maar dat gooit hij welgemikt op onze schoot, omdat het linnen plaats moet maken voor een kom lauwe tomaten-cremesoep die erg veel smaakt naar de inhoud van het Nederlandse Unox-pakje. De ene kom is maar halfvol, de ander tot over het randje gevuld.

Onze onverwachte klandizie leidt blijkbaar tot grote paniek. Obers doen ineens veel gehaaster; ze struikelen over elkaar met de bordjes en servetten die worden neergezet voor het ontbijt van de volgende ochtend. Een ober slaat zwaaiend met een servet de etensresten van de tafels. Op een daarvan sneuvelt het zoutvaatje. Het losse zout verdwijnt met een machtige servetzwaai in de atmosfeer. Nadat de soepkommen zijn weggehaald, arriveert de salade: ijsbergsla, tomaten en een kipfilet. De salade is, zoals aangekondigd, koud, net als de kipfilet. We klagen niet meer.

Gleneagles, het hotel dat model stond voor Fawlty Towers, biedt nog steeds voldoende elementen voor een comedy. Maar daarmee is het niet meteen het slechtste hotel ter wereld zoals het door een Amerikaanse gast in de televisieserie van John Cleese wordt afgeschilderd. Het doet qua service niet onder voor een gemiddeld Brits toeristenhotel. Om met de majoor, de vaste Fawlty Towers-gast te spreken: 'Nee, nee, niet de slechtste. Er is er nog een in Eastbourne.'

Van de buitenkant lijkt het hotel in de verste verte niet op Fawlty Towers. Er is geen groot bordes, er is niet eens een drempel. Voor de buitenopnamen, zo wordt ons later verteld, werd voor het gemak een inmiddels afgebrand hotelgebouw ten westen van Londen gebruikt. De toenmalige eigenaren van Gleneagles hadden de cameraploeg van de BBC waarschijnlijk ook hardhandig van hun terrein laten verwijderen als ze de buitenopnamen voor het gebouw in Torquay hadden proberen te maken.

Donald en Betty Sinclair waren trots op hun hotel. Ze lieten in 1962 een oud Victoriaans gebouw in Torquay verbouwen tot een modern hotel. Zeven jaar later logeerde het volledige team van Monty Python in dit hotel toen opnamen werden gemaakt in de badplaats. Donald Sinclair had in principe al geen hoge dunk van zijn gasten, maar vond het gedrag van de idioten van Monty Python onduldbaar. Dat waren niet de klanten die hij in huis wenste te hebben. John Cleese, op dat moment een van de Monty Python-leden, in een BBC-interview: 'Sinclair was een heel onbeschofte man. Terry Gilliam, de Amerikaan in ons team, had de gewoonte het vlees eerst door te snijden met mes en vork. Daarna verplaatste hij de vork naar zijn rechterhand en pikte de stukjes vlees op. Sinclair zag dat en liet weten: ''Zo eten we niet in Engeland''.'

Een ander voorbeeld: Eric Idle had zijn tas laten staan. Toen we 's avonds terugkwamen, was die tas niet meer te vinden. Sinclair wees naar buiten. Die tas ligt daar achter het zwembad bij de schutting, zei hij. Hij had de tas over de schutting gegooid, omdat hij iets had horen tikken en dacht dat er misschien wel een bom in zou kunnen zitten. Hij had vlak daarvoor ruzie gehad met een van zijn medewerkers.' Sinclair hanteerde strikte regels. Elke avond gingen om elf uur de lichten in het hotel uit. Met uitzondering van Cleese en zijn toenmalige echtgenote Connie Booth vertrok het Python-team al snel uit dit hotel. Cleese: 'Nadat Monty Python was ontbonden, vroeg de BBC mij of ik een comedy wilde maken. Connie en ik herinnerden ons toen dat hotel en vooral de eigenaren: de kleine Donald Sinclair en zijn veel langere vrouw. Donald was de baas in het hotel, zijn vrouw was op haar beurt de baas over Donald.'

Zij werden uitgewerkt in de karakters van Basil en Sybil Fawlty. Voordat de opnames in september 1975 begonnen, keerden Cleese en Booth nog een keer terug in Gleneagles. Ze hadden een idee over de eigenaren, maar probeerden zich ook een beeld van de gasten te vormen. Later kregen die gestalte in typetjes als de verstrooide majoor ('Zijn de kranten er al? O, al weer een staking') en de twee oude dames ('Natuurlijk, mijnheer Fawlty'). Vijfentwintig jaar later zijn deze typetjes nog steeds in het hotel terug te vinden. De gasten van Gleneagles zijn in overgrote meerderheid bejaarde Britten die elk jaar een of twee weken in Gleneagles verblijven. 'Ik kom hier al zes jaar', zegt een 72-jarige onderwijzer uit Orpington. 'En elk jaar zitten we hier met precies dezelfde acht stellen.'

Het hotel ligt een flink stuk buiten het centrum van Torquay. De meeste gasten komen het hotel amper uit. Ze lopen wat rond in de omgeving, drinken iets op het terras of slenteren rond het zwembad. 's Avonds verzorgt een duo de muziek in het hotel. Een enkeling danst, de rest kijkt verveeld toe. Behalve de muziek is er nog ander vermaak. De keuken heeft de resten van het diner buiten op een grasveld gegooid, waar het wordt weggehaald door vossen. Om elf uur zijn de meeste gasten al naar bed.

Jongeren vinden het hotel te duur (tweehonderd gulden voor een tweepersoonskamer) en te saai, buitenlanders te afgelegen en snobs niet sjiek genoeg, zodat het vooral bevolkt wordt door Britten die zich na hun pensionering een redelijk welgesteld leven kunnen permitteren. Wij vallen onmiddellijk buiten de groep. De nachtportier die de kranten 's morgens voor de deur legt, schiet de volgende ochtend mijn vrouw aan. 'Uw man is zeker een intellectueel. Hij heeft gevraagd om The Times en The Daily Telegraph. Die kranten worden hier nooit gelezen.' Wat lezen ze dan? 'Alleen tabloids. Bijna driekwart leest hier de Daily Mail.' Het is niet toevallig de krant waarin Gleneagles ook adverteert.

De vaste gasten zijn tevreden mensen. Excellent as always, Just the same as last time en Splendid as usual is te lezen in het gastenboek. 'Er komen wel eens buitenlanders', zegt Ray Marks. 'Grappig genoeg vooral Duitsers. We zitten in het programma van een Duitse reisagent', grinnikt hij. Marks is de huidige eigenaar van het hotel. Hij kocht Gleneagles vorig jaar. 'Donald Sinclair is allang weg en is een aantal jaren geleden gestorven. Sinds die tijd heeft het hotel nog twee andere eigenaren gehad. Vorig jaar heb ik het hotel gekocht.' Ray Marks (60) lijkt in geen enkel opzicht op Basil Fawlty. Hij is vriendelijk, voorkomend, tolerant (jarenlang was hij de manager van de Playboy Club in Londen) en kan als neef van de acteur Peter Sellers een grap waarderen. Zijn enorme rode Mercedes uit de 600-serie steekt eveneens nogal af tegen het stotterende koekblikje waarmee Basil in de gelijknamige serie rondrijdt.

Gleneagles loopt ook niet met zijn tv-status te koop; er is geen enkele aanwijzing in het hotel te vinden dat het ooit de inspiratiebron was voor een van de populairste komische series. Don't mention Fawlty? 'Er zijn gasten die het weten. Maar ook veel die het niet weten', zegt Marks. Het lijkt hem als nieuwe eigenaar commercieel wel interessant om er iets mee te gaan doen. 'Fawlty Towers is zo beroemd. Zelfs uit Australië komen mensen naar Torquay om te zoeken naar het bewuste hotel. Maar mijn manager Ian Kerslake betwijfelt of het goed zou zijn voor de zaak.' Er is ook nog een ander probleem. De weduwe van Donald Sinclair leeft en woont nog altijd in Torquay en luncht regelmatig in Gleneagles. 'Ze beschouwt Fawlty Towers als een belediging van haar man, een gewaardeerde luitenant-kolonel van de marine. Ik denk niet dat zij het leuk zou vinden als we hier nu foto's of andere memorabilia van Basil Fawlty ophangen.'

Gleneagles telt tweeënnveertig kamers die via een ingewikkeld labyrint van gangetjes en trappetjes - je ziet Cleese daar met zijn lange benen al lopen - met elkaar zijn verbonden. Elke kamer heeft een aparte naam gekregen: een kleur, een plant of een plaatsnaam. Het echtpaar Cleese sliep ooit in Cascade, wij in Caravelle. De barkeeper: 'De naamgeving is hopeloos onhandig. We moeten de drankjes allemaal op namen noteren. Volgend jaar krijgen de kamers gelukkig gewoon nummers.' Marks erkent deze vernieuwing te willen doorvoeren. 'Maar de namen blijven wel naast de nummers bestaan.' De kamers zijn ruim, maar kennen de gebruikelijke gebreken van Engelse hotelkamers. Het doet denken aan mevrouw Richardson die in de serie haar nood klaagt bij Basil, omdat ze het bad te klein vindt en het uitzicht waardeloos. 'Wat verwacht u dan te zien in Torquay?', reageert Fawlty met een donderpreek. 'Het operahuis van Sydney, de hangende tuinen van Babylon? Of kuddes gnoes die majesteitelijk langs paraderen?' De kamers aan de ene kant hebben in de verte een uitzicht over de zee. Wij zitten echter aan de straatkant, waar niet veel te zien is.

Het bad is zoals mevrouw Richardson opmerkte 'geschikt voor een muis' en kent geen mengkraan noch een douchegordijn. Vooral dat laatste is erg onpraktisch. Ook houdt het stopcontact de stekker van het scheerapparaat niet vast. Cleese erkent dat zijn inspanningen niet hebben geleid tot een grote verbetering van de service in het Britse hotelwezen. 'Ik was laatst in een hotel op Jersey. Dat leken de eigenaren vooral voor zichzelf te exploiteren. Vergelijk dat eens met de VS. Daar weten ze wat dienstbaarheid is.'

Maar de Britse gasten vergelijken Gleneagles alleen met Britse hotels. Zij willen van geen kritiek weten. 'Dit is the best next thing na Fawlty Towers', grapt een van de gasten.

Het hotel onderhoudt een persoonlijke band met zijn cliënten. Die traditie wordt in ere gehouden. Buiten staat een bankje, speciaal voor 'Aunt Bettie'. 'Een vrolijke herinnering aan de vele gelukkige dagen die zij hier had', vermeldt een plaquette op het houtwerk. Welke gast krijgt dat in de VS?

TIPS
Hotel Gleneagles, Asheldon Road, Wellswood, Torquay, tel: 0044-1803-29.36.37, fax: 0044-1803-29.51.06, email:
hotelgleneagles@lineone.com.

(19-8-2000)