Op deze pagina de rede van Bolkestein.

 

Speech Frits Bolkestein 25 januari 2006 op Citylunch in Nederlandse Kerk in Londen

De Europese Economie en haar toekomst

Netherlands City Lunches

 

Het tijdvak 1945-1973 was uitzonderlijk. De economische groei was hoog door de inhaalvraag en de stimulering die uitging van het ontstaan van de Europese Economische Gemeenschap, nu Europese Unie. De Navo, dwz. hoofdzakelijk de Amerikanen, zorgde voor onze verdediging. Wat dat betreft, was het tijdvak van de Koude Oorlog buitengewoon stabiel. De Fransen hebben er een uitdrukking voor : “Les trente glorieusses”. Joop den Uyl zei: “Die tijd komt nooit meer terug”en hij had gelijk.
Er was toen geen concurrentie. Het Oostblok deed nauwelijks mee op de wereldmarkt. Latijns Amerika exporteerde
grondstoffen en hield zich overigens onledig met politieke verwikkelingen. Het Midden-Oosten exporteerde olie en dacht nog niet aan fundamentalisme. In Azië was het alleen de opkomst van Japan die de gemoederen bezighield. De wereldmarkt was hoofdzakelijk in handen van West Europa en Noord Amerika.

BRICs

De toestand is nu geheel anders. De concurrentie komt nu van alle kanten op ons af. Goldman Sachs heeft zich gewaagd aan een lange termijn voorspelling, zich concentrerend op de BRICs. Dit zijn Brazilie, Rusland, India en China. Die landen ontwikkelen zich snel. In een paar jaar tijd is de Chinese economie groter dan de Britse en Duitse en over tien jaar is zij groter dan de Japanse. India komt wat later op gang maar zal tegen 2025 een grotere economie hebben dan Frankrijk en Duitsland. De belangrijkste voorwaarde voor deze voorspelling is dat de BRICs hun groeizame economische beleid voortzetten en politieke strubbelingen van zich af weten te houden. Overigens kojmt deze voorspelling van Goldman Sachs overeen met die van de Amerikaanse National Intelligence Council (december 2004).

Ik kan niet nalaten hier een kort commentaar op te geven. In de eerste plaats ten aanzien van Rusland. Dat land is in hoge mate corrupt. Dit blijkt o.a. uit het proces tegen de voormalige CEO van de oliemaatschappij Joekos. Dat proces was doorgestoken kaart. Maar ook andere investeerders hebben met corruptie te maken gehad. Dat is een slecht teken.

Onlangs heeft Putin’s adviseur Andrei Illarionov ontslag genomen. “Toen ik de baan aannam, zei hij tegen Time Magazine (31/12/05)” spraken wij af dat een liberale economische politiek zou worden gevolgd. Nu ontwikkelt de staat zich in een geheel andere richting:”. Volgens hem kenschetste Freedom House (NY) Rusland zes maanden eerder als een “partly unfree” maar nu als “completely unfree”.

Ten tweende ten aanzien van China. Er zijn twee aspecten van dat land die ik zorgelijk vind. Zij betreffen de grote verschillen die aan de dag treden tussen kust en binnenland en tussen rijk en arm. Die verschillen zijn een gevolg van de globalisering en kunnen alleen maar groeien. Zijn kunnen politieke spanningen veroorzaken. Verder is er een 1-kind politiek. Door de echografie en de mogelijkheid van abortus zal die leiden tot meer jongens dan meisjes. Er zal dus een groeiend aantal jongens zijn die nooit een vrouw zullen kennen – afgezien van prostitutie. Jongeren zonder geld en zonder vrouw hebben de neiging balorig te worden. Dat ziet men ook in de Arabische wereld. Dit zijn mijn twee caveats.

Afgezien hiervan is het duidelijk dat de erfgenamen van het Westerse revolutionaire kapitalisme nu in Azië wonen. Wat  kan Europa stellen tegenover die Aziatische dynamiek?

Europagebied

Het laatste rapport van de OESO voor het europagebied is somber. Sinds het midden van de jaren 90 is het eurogebied achtergebleven bij de top van de OESO. De economische groei is minder dan het geschatte potentieel van 2% p.j. In 2005 wordt de groei 1.25%. De raming van het IMF van 1.3% voor 2005 komt hiermee overeen. En de werkloosheid blijft hoog: gemiddeld 8.75% in 2006. Deze lage cijfers worden deels veroorzaakt door Italie, waarvan de economie dit jaar zal krimpen met 0.3%.

Voorspellingen voor de lange termijn stemmen niet optimistisch. Het potentiële BBP van het eurogebied zal volgens de OESO groeien met 2% over de periode 2005-2010; en met 1% per jaar daarna. Deze percentages blijven 1% achter bij die van de V.S. De achterstand van de Europese Unie t.o.v. de VS wordt aldus groter, terwijl de ambitie van de z.g.n. Lissabon agenda van de EU juist was, in 2010 de meest concurrerende economie ter wereld te hebben.

Geen wonder dat The Economist noteert: “In global economics, Europeans either contradict one another or have little to say, and almost no influence to boast of. When it comes to the world economy, Europe is a case of over-representation but under-achievement,”(Charlemagne, 10-12-2005).

Demografie

Een belangrijke oorzaak van deze krimpende groeipercentages is de verandering van de demografie. In alle 42 landen van Europa zijn de vruchtbaarheidspercentages lager dan het vervangingsniveau van 2.1 kind per vrouw. In 24 landen als Italië, Spanje, Duitsland en Oostenrijk zal de bevolking in omvang dalen. De gevolgen daarvan zijn nu al voelbaar. De ontwikkeling in Rusland kan niet anders dan dramatisch worden genoemd. Daar krimpt de bevolking met 1 miljoen personen per jaar. Deze demografische ontwikkeling heeft natuurlijk gevolgen voor de groei van de productie. Maar ook voor de innovatie want gemiddeld genomen zijn jonge mensen inventiever en flexibeler dan oudere.

De bevolking van Amerika groeit en wordt jonger, die van Europa krimpt en wordt ouder.

De demografie is niet makkelijk te beïnvloeden. Andere facturen liggen eerder binnen het bereik. Ik beperk mij nu tot drie:

  1. De muntunie
  2. Het dienstenverkeer
  3. Het protectionisme.

Muntunie

De muntunie is het natuurlijke complement van de interne markt want zij maakt concurrerende devaluaties binnen het euro-gebied onmogelijk. Dit schept problemen voor Italie. Dat land verliest ieder jaar een beetje concurrentiekracht. Vroeger compenseerde Italie dat verlies door zo nu en dan de lire te devalueren. Dit is nu onmogelijk. Italië staat dus voor de noodzaak, herstructureringen in de reële economie door te voeren, wat op grote politieke bezwaren stuit.

De basis van de muntunie is het Verdrag van Maastricht. Maar het Stabiliteitspact is minstens zo belangrijk. Zonder Stabiliteitspact was de muntunie er niet gekomen. Het belangrijkste element van dat Pact is de verplichting voor lidstaten, te streven naar een overheidstekort dat “dicht bij het evenwicht is of een overschot vertoont”, en in ieder gavl niet hoger is dan 3%. Dat Pact wordt nu met voeten getreden. Toen Gerrit Zalm aandrang op het in acht nemen van de overeengekomen criteria werd hij smalend door Jean-Claude Juncker, MP van Luxemburg en voorzitter van de Ecofin Raad een eurfundamentalist genoemd.

Nu moet u weten dat het Stabiliteitspact destijds unaniem is aangenomen de de plechtige verklaring dat de lidstaten er strikt de hand aan zouden houden. Bij de behandeling in de Tweede Kamer zei MP Wim Kok dat deze verklaring in marmer gebeiteld boven zijn bed hing. Het heeft niet mogen baten. De lidstaten, vooral de grote, gaan gewoon hun gang. Dit is een algemeen probleem in de Europese Unie.

De demografische verandering zal, zoals gezegd, genadeloos toeslaan. Landen als Italië die geen kapitaalsdekkingstelsel hebben en hun lage pensioenleeftijd dus met een omslagstelstel moeten financieren, zullen door politieke druk genoopt worden meer te lenen en hun overheidstekort te laten oplopen met alle gevolgen voor de rente en inflatie vandien. De echte test voor de euro is dus niet nu maar over een jaar of tien. Aan de overlevingskansen van de Euro op de lange termijn mag dus mijns inziens worden getwijfeld.

Geheel in het algemeen merk ik op dat waar deze plechtige bijeenkomst waar strikt te hand aan zou worden gehouden, na luttele jaren wordt geschonden, men zich mag afvragen welke overeenkomst dan wel zou worden gehandhaafd.

Diensten

Het tweede punt dat ik noemde, is het diensten verkeer. Het Verdrag van Rome, de basis van de Europese Unie, kent vier fundamentele vrijheden. Vrijheid van verkeer van goederen, personen, kapitaal en diensten. Dat de diensten hierbij worden genoemd, is belangrijk. Onze economieën bestaan nu voor 70% uit diensten. Maar door allerlei bureaucratische obstakels wordt slechts 20% over de grenzen verhandeld. Zeer veel diensten worden door kleinere bedrijven geleverd. Daar kan veel werkgelegenheid ontstaan. Vandaar het belang van de dienstenrichtlijn, waarvoor ik verantwoordelijk ben en die begin 2004 unaniem door de Europese Commissie is aanvaard.

Het is belangrijk te zeggen op wie de dienstenrichtlijn niet slaat. Om te beginnen op zwarte arbeid. Die is een taak voor de politie. Werknemers vallen er ook buiten. Poolse slagers die voor een Duits abattoir gaan werken, moeten volgens de vigerende CAO worden betaald. Is er een vestiging van een buitenlands bedrijf in het ontvangende land, dan moet die vestiging ook de locale CAO volgen. Uitgezonden personeel moet volgens de normen van het ontvangende bedrijf worden betaald. De dienstenrichtlijn slaat dus vooral op vrije beroepsbeoefenaren en onafhankelijke werkende ambachtslieden zoals de befaamde Poolse loodgieter. De franse hysterie over de “dumping social” is dus schromelijk overdreven. Meer concurrentie is juist wat we nodig hebben.

Martin Schultz, President van de Europese Socialistische Partij in het Europees Parlement in Straatsburg, heeft gezegd dat als de dienstenrichtlijn ongewijzigd wordt aanvaard, het de vernietiging van het Europese sociale model zou betekenen. Hoe sociaal is een model dat 12% werkloosheid veroorzaakt als in Duitsland of 10% als in Frankrijk?

Gelukkig is de eerste stemming in de Commissie voor de Interne Markt van het Europees Parlement niet ongunstig uitgevallen. Maar de Plenaire Vergadering kan nog een hoop roet in het eten gooien.

President Chirac, die eerder de Oost-Europese nieuwkomers heeft gesommeerd hun mond te houden over Irak, spreekt geringschattend over de Brits banengroei. Die bestond volgens het uit “petits boulots”: kleine baantjes. Maar werklozen verkiezen een klein baantje toch zeker boven een uitkering?

Onlangs was ik verwikkeld in een discussie in Parijs. Ik merkte toen op dat een klein baantje toch te verkiezen was boven een uitkering. Tot mijn verbazing was lang niet iedereen dat met mij eens. Een klein baantje moest eerst en vooral aan allerlei eisen voldoen. Zo neen, dan toch liever de uitkering. Dat is natuurlijk de verkeerde instelling.

Protectionisme

Het derde punt dat ik noem is het protectionisme. Date is nog verre van verslagen. De Franse regering, maar ook de Beierse President Edmund Stoiber, heeft nationale kampioenen hoog in het vaandel. Ik houd van kampioenen maar dan vooral van Europese. Bovendien moeten die kampioenen uit de markt ontstaan en niet door overheidsingrijpen, want dat is tegen de Europese wet.

De Fransen willen Danone beschermen tegen overname door een buitenlandse onderneming. De Duitse regering wil hetzelfde ten aanzien van Volkswagen. De president van de Italiaanse Bank Antonio Fazio wilde de Italiaanse banken beschermen tegen buitenlandse overnames. Allemaal tegen de Europese wet. Gelukkig is de overname van de bank Antonveneta door ABN-Amro nu een feit, wat een felicitatie waar is.

De Franse Minister van Financien Thierry Breton spreekt van economische patriottisme en de noodzaak strategisch belangrijke sectoren te verdedigen. Sinds wanneer is yoghurt, wat Danone maakt, strategisch? Mijn opvolger bij de Europese Commissie, Charlie McCreevy, heeft terecht gedreigd Frankrijk voor het Hof van Justitie in Luxemburg te slepen indien de Franse regering overnames door buitenlandse ondernemingen zonder afdoende rechtvaardiging zou proberen te blokkeren.

De Europese Commissie probeert sinds jaar en dag de subsidiering door overheden terug te dringen. In de jaren negentig lukte dat ook redelijk. Maar nu gaat het weer de verkeerde kant op. Regeringen van de oude 15 lidstaten besteedden in 2003 Euro 55.3 miljard aan hulp voor individuele bedrijven, Euro 56.4 miljard in 2004. Duitsland geeft het meeste hier aan  uit, gevolgd door Frankrijk en Italië. Dat is een slechte zaak, want verreweg de meeste hulp is concrrentie-vervalsend (FT, 9-12-2005).

Hervormingen

Ondertussen heeft het Duits electoraat in meerderheid tegen ingrijpende hervormingsvoorstellen gestemd hoewel de economie nauwelijks enige groei heeft laten zien over de laatste vier jaar. De meerderheid der Duitsers verkeist de status quo boven veranderingen. Franz Muntefering, voorzitter van de Duitse Sociaal Democratische Partij, noemde internationale investeerders “sprinkhanen”. Maar Duitsland heeft zulke investererders nodig. Bovendien zou jij art 56 van het Vedrag van Rome over de vrijheid van het internationaal kapitaalverkeer moeten lezen. Jij is nu vice-kanselier van de Bondsrepubliek. Wat het conservatieve Duitsland nodig heeft, is een Margaret Thatcher. Maar het is zeer de vraag of die het daar zou redden. Een ding ligt voor de hand: Een Grosse Koalition garandeert waarschijnlijk immobiliteit. Belangrijke kerndepartementen als Financien, Justitie en Buitelandse Zaken, gaan naar de SPD. Bovendien heeft Merkel moeten beloven de heilige koe van de ontslag bescherming met rust te zullen laten.

Grondwet

Ondertussen zijn er twee referenda over het grondwettelijk verdrag geweest. Het Nederlandse “neen” heeft mijns inziens drie oorzaken : (1) irritatie over de hoge betalingen aan de Europese kas ; (2) bezorgdheid over de euro; en (3) het gevoel dat “de Europese trein maar doordendert zonder dat de gewone burger er nog aan te pas komt”. Het Franse “neen” werd veroorzaakt door de vrees van mondialisering en voor de daarmee samenhangende concurrentie.

Intellectuele eigendom

Het lijdt geen twijfel dat Azie bezig is met een “race to the top, investerend in technologie, innovatie, wetenschap en vakmanschap, met vier miljoen afgestudeerden elk jaar in India en China.

Ik heb vijf jaar gewerkt aan de totstandkoming van een Gemeenschapspatent, dat met 1 klap voor alle 25 lidstaten zou gelden. Mijn pogingen zijn gestrand op de onherbergzame kust der nationale belangen. Maar het blijft een feit dat een patent in Europa vijf tot acht keer zo duur is als in Amerika of Japan. Het blijft een feit dat Chinese universiteiten nu evenveel patenten in China laten registreren als Amerikaanse universiteiten in de VS. Het blijft een feit dat 350.000 Europese wetenschappers in Amerika werken, velen voorgoed. En het blijft een feit dat de voorsprong die de Europese farmaceutische industrie eens had, is verspeeld.

De groei van de uitgaven voor R&D van Europese ondernemingen over 2004-2005 was 2%. Het was 7% in de VS en in Azië. In Zuid Korea was de groei in dat ene jaar 40%. Europese ondernemingen investeerden ongewijzigde bedragen over de periode 2001-2005 aan onderzoek. Geen groie dus over die vier jaren. In de VS was de groe 12% *FT, 24-10-2005).

Aanpassingen

Het Europese probleem bestaat in het onvermogen zich aan te passen aan de nieuwe mondiale economie, de arbeidsmarkt te hervormen en meer producten met een hoge toegevoegde waarde voort te brengen. De Europese balans tussen solidariteit en motivatie is uit het lood. Laat mij illustreren aan de hand van de discussie rondom de Europese begroting. Op dit ogenblik besteedt de EU 0.95% van de gezamenlijke BNP. Romano Prodi, voormalig President van de Europese Commissie, wilde dit percentage verhogen tot 1.24%. Dit betekent dat de begroting van de EU twee versnellers zou krijgen: een eerste door de koppeling aan het BBP: hoe meer dat stijgt, des te hoger de begroting. Verhoging van het huidige percentrage naar 1.24% zou een tweede versneller betekenen. Als lid van de Commissie hib ik mij daartegen verzet. Waar alle lidstaten krom moeten liggen om te voldoen aan het Stabiliteits- en Groeipact, moet ook de Commissie zich beperken. Een tweede punt van belang is dat het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid ongewijzigd blijft, evenals het Regionale Fond. Deze twee fondsen nemen ongeveer 85% van de begroting in beslag. Dit betreft de verdelende rechtvaardigheid, dwz de solidariteit. Een kleine 15% blijft over voor de toekomst. De Belgische econoom Sapir heeft de begroting van de EU dan ook “an historical relic” genoemd.

Aandeelhouderskapitalisme

Als lid van de Europese Commissie heb ik geprobeerd een steentje bij te dragen aan de Europese economische groei.


Zo heb ik geprobeerd een impuls te geven aan een verandering van de wijze van financieren van Duitse ondernemingen: weg van de financiering door banken naar een financiering via de kapitaalmarkt.

In verband daarmee heb ik een richtlijn voor grensoverschrijdende overnames van ondernemingen voorgesteld, die de beslissingsbevoegdheid in de handen van de aandeelhouders legt. Zij zijn immers de eigenaren van de onderneming.

Dat voorstel is afgeketst op het corporatisme van de Bondskanselier. De Heer Schroder beschouwt ondernemingen als kastelen die moeten worden verdedigd tegen alle aanvallers, vergetende dat de belangen van de leden van de Raden van Bestuur niet altijd dezelfde zijn als die van de aandeelhouders.

Financiele Dienstverlening

Een andere ambitie die ik heb gekoesterd, is de totstandkoming van een grote geïntegreerde transatlantische markt voor de financiële dienstverlening. Dat is geen eenvoudige zaak.


Een geïntegreerde markt die twee jurisdicties bestrijkt – de Europese en Amerikaanse – loopt het risico van tegenstrijdige regelgevingen. Die risico’s kunnen alleen worden geëlimineerd als beide jurisdicties de hoofdbeginselen van reciprociteit en gelijkwaardigheid aanvaarden. Reciprociteit, dus wat voor de een geldt, moet ook voor de ander gelden, gelijkwaardigheid, dus de Europese regels zijn misschien anders dan de Amerikaanse maar toch gelijkwaardig.

Op basis van reciprociteit en gelijkwaardigheid hebben Bill McDonough, de vorige chairman van de PCAOB, en ik het probleem van de dubbele registratie van accountants opgelost. En het gesprek met de SEC is nu zover gevorderd dat convergentie van IAS en USGAAP in het verschiet ligt.

Stabiliteit

Het is natuurlijk uiterst belangrijk dat de stabiliteit van het inernationale financiele systeem verzekerd is. Jochen Sanio, het hoofd van de duitse toezichthouder Bafin, zei onlangs (FT, 23-09-05) dat hij “scared as hell” was van de dreiging van hedge funds. Hij was er zeker van dat vroeg of laat een tweede LTCM-crisis zou plaats hebben. “Het zal gebeuren. En op dit ogenblik is niemand er op voorbereid”, zei jij. Zijn Amerikaanse publiek geloofde er niet in. Ik ben benieuwd wat deze toehoorders ervan vinden.

Slot

Ik kom tot een enkele slotopmerking. De republiek Venetië “la Serenissima Republica”, heeft eeuwen van voorspoed en macht gekend. Daarvoor verwend heeft het keer op keer economisch en diplomatiek de verkeerde keuzes gemaakt. Venetie kon zich niet eer aanpassen. Laat Europa niet het Venetië van de 21e eeuw worden.

2.946 woorden.

Frits Bolkestein – januari 2006