Engelse voetbalamateurs spelen tussen de dertig en zestig wedstrijden per seizoen. In de laagste klassen is zelfs een kleedkamer een onbetaalbare luxe. Peter de Waard maakte een rondgang door de onderste voetbalregionen van Kent.
LAAG, LAGER, LAAGST

Is dit het allerlaagste niveau?
‘Ja, u zit hier goed. Dit is de lowest of the low’, lacht aanvoerder Warren Boswell die vanmiddag vlagt.
De lange rondtocht langs de amateursclubs in Kent eindigt in de diepste kelder.
Riverhead United speelt tegen Hildenborough Athletic op de dorpsweide waar normaal de kinderen van de omwonenden ravotten en honden worden uitgelaten. Boswell heeft vanmorgen zelf de lijnen getrokken. Daarna is hij met twee andere spelers over het veld gegaan om de hondendrollen weg te scheppen. De beide teams moeten direct helpen de twee doelen uit het schuurtje verderop te halen en de netten vast te knopen.
Behalve dat de kantine een clubhouse heet en het bier in pints in plaats van per meter wordt geserveerd zijn er nog andere cultuurverschillen tussen het Nederlandse en Engelse recreatievoetbal. De Engelse ouders staan niet zo mal te schreeuwen langs de lijn als hun zoontjes in de under 7’s de bal wild naar voren schieten. De scheidsrechters hebben meer autoriteit. Supporters mogen af en toe vele fucks over er de grasmat schreeuwen, de spelers houden zich in. Mogelijk zijn er daardoor in Engeland nog altijd elk weekeinde 26 duizend scheidsrechters beschikbaar – hetzelfde aantal als tien jaar geleden – terwijl in Nederland het aantal referees is gehalveerd tot 6.500. Er wordt in Engeland door amateurvoetballers veel meer gespeeld – tussen de 30 en 60 wedstrijden per seizoen – en de contributie wordt per wedstrijd afgerekend – net zoals in Nederland voor de oorlog. Er zijn veel clubs, maar ze zijn meestal kleiner dan de gemiddelde Nederlandse voetbalverenigingen. En de accommodaties zijn soberder. De spelers kleden zich om in bouwketen in plaats van fraaie bakstenen gebouwen.
Wie als journalist vooral het professionele voetbal in Engeland bezoekt, moet even wennen aan de omstandigheden waarin de pretvoetballers hun hobby uitoefenen. Er staat geen koffie, curry en fish & chips klaar zoals op Stamford Bridge. Er is niet eens een kop koffie of een Marsreep verkrijgbaar op het complex van Riverhead United.
De club voetbalt ook niet in de Premiership maar in de derde klasse van de lokale league. Het heeft geen suikeroom als Roman Abramovitsj die honderden miljoenen op tafel legt om internationale sterren aan te trekken. De enige sponsor was ooit missus Olive, een bedlegerige vrouw van bijna negentig die elke week vanuit het slaapkamerraam aan Chipstead Lane naar de wedstrijd keek. Na haar dood liet ze uit dank voor de geboden ontspanning haar hele kapitaal van elfduizend pond na aan de club. Hiermee kon de oude schuilkelder zonder stromend water waarin normaal werd omgekleed, worden vervangen door een kleedruimte met douches.
Riverhead United staat ook heel ver af van het professionele voetbal. De club zou zestien keer achterelkaar kampioen moeten worden om tegen Chelsea te kunnen spelen. In Nederlandse verhoudingen speelt de club in de veertiende klasse KNVB.
Het voetbal is in Engeland minder centraal georganiseerd. Riverhead United is niet geregistreerd bij de Engelse voetbalbond Football Association. De competitie met vier divisies wordt helemaal lokaal bestuurd. Daarboven zitten de countyleagues en pas dan zijn er regionaal ingedeelde nationale competities.
Niemand bij Riverhead United weet hoe ver de club afstaat van de betere amateurcompetities waar spelers niet hoeven te betalen maar worden betaald. Op zaterdagmiddag is er wel iets terug te vinden van de oude voetbalromantiek. Het niveau valt eigenlijk mee. De spelers zijn geen dikbuikige veteranen maar atletische jongeren die hard werken en fel tacklen.
Grappig genoeg heeft Riverhead United een multinational als sponsor. Hamburgergigant McDonald’s heeft de shirts ter beschikking gesteld in ruil voor de medewerking van de club aan een landelijke advertentiecampagne waarbij een Engelse international wordt aangetrokken in ruil voor een cheeseburger. Dit geluk heeft de club te danken aan het feit dat de doelman bij een internationaal reclamebureau in Londen werkt.
Maar betalen doet de sponsor niet, ‘Iedere speler betaalt vijf pond per wedstrijd. Reserves hoeven maar de helft te betalen’, zegt Mike Welstead die 25 jaar in het eerste speelde en daarna nog tien jaar voorzitter was.
De club is wel eens gepromoveerd, maar hoger dan twee afdelingen kan Riverhead United niet gaan. Dan zou moeten worden gespeeld op een echt sportcomplex. ‘En dat betekent dat de omwonenden niet meer uit het raam naar ons kunnen kijken.’
St. Lawrence – een club van drie mijl verderop die twee klassen hoger speelt – dreigt dit jaar kampioen te worden. ‘Dat kan helemaal niet, want dan moeten we dertigduizend pond investeren. Geld dat we niet hebben. Er moet een apart kleedhok met douche voor de scheidsrechter worden gekomen. Er moet een afrastering rond het veld komen en het veld moeten worden verlengd. Flink worden verlengd. Ik denk dat we binnenkort maar eens moeten gaan verkiezen’, zegt manager Pip Goodwich.
Daar is het geld niet voor. Daarnaast laat de clubtrouw in het Engelse amateurvoetbal al net zoveel te wensen over als in de hoogste league. ‘We hebben nu een goede spelersgroep, maar die jongens komen allemaal van verder. Misschien gaan ze over twee jaar weer ergens anders naartoe. En dan zitten we met een duur veld.’
-----
EERSTE WEDSTRIJD
Tonbridge Angels – Leyton FC
Niveau: Level 7 – Ryman League, premier division
(ongeveer hoofdklasse, 1-ste klasse)
Datum: 7-10-2006
Weer: Zonnig. 19C
Toeschouwer: 443
Entreeprijs: 8 pond
Stadion: Longmead Stadium
Velden: een hoofdveld met trainingsveld
Uitslag: 2-5
TONBRIDGE ANGELS:
Aantal teams: twee seniorenteams en dertien jeugdteams
Oprichtingsjaar: 1949
Beroemdste speler
LEYTON FC
Aantal teams: drie seniorenteams, 1 damesteam en acht jeugdteams
Oprichtingsjaar 1868
Beroemdste speler Keeper Fred “Hookey” Walker speelde begin vorige eeuw met een houten been. Leyton FC had twee Enfelse internationals: Segar Richard Bastard (1880) en Charles Buchan (1913).
Het is begin oktober, maar de spelers hebben er al vijftien wedstrijden opzitten. ‘We spelen dit seizoen meer dan zestig wedstrijden’, zegt eigenaar/voorzitter Nick Sullivan van de Tonbridge Angels die vandaag Leyton FC treft, een club uit de East End van Londen.
Sullivan – zelf een oud-keeper van Arsenal en nu eigenaar van kozijnen- en serrefabrikant Betterview – nam de club twee jaar geleden over. Hij heeft er al flink wat geld in gestoken. Vorig seizoen promoveerden de Angels en nu staan ze derde. ‘Nog twee promoties en we zitten in de National Conference’, zegt Sullivan.
Dat hier op een hoger niveau gespeeld wordt blijkt meteen uit het gelikte programmablad, de niet misselijke toegangsprijs en de merchandising. Op een tafeltje bij de ingang – ‘ja, daar ligt onze clubwinkel’, wijst steward Adrian Love op een hoop puin – staan sjaaltjes, bekers, shirts en zelfs slabbetjes uitgestald met het opschrift Tonbridge Angels. ‘Als we voor twintig pond omzet halen is het mooi. In de winter als het koud wordt en er een aantal wedstrijd zijn verloren, verkopen we wel eens helemaal niets.’
De spelers hebben allemaal een contract. Maar wat ze precies verdienen, wil Sullivan niet zeggen. ‘Tweehonderd pond per wedstrijd’, denkt de lokale reporter Tony Browne. ‘Maar het verschilt per speler’. Alleen de keeper Aaron Kerr – ooit Noord-Iers international onder de 21 jaar – moet ervan leven. Voor de rest is het een bijbaantje.
Hoewel in het team maar vier lokale jongens spelen heeft Tonbrige een hechte vaste aanhang. Gemiddeld zitten er vijfhonderd man op de tribune. De harde kern van de aanhang verzamelt zich achter het doel van de keeper van de tegenstander om daar anderhalf uur te schelden op de scheidsrechter. De plaatselijke notabelen die de wedstrijd sponsoren, hebben een eigen tribune waar ze in kostuum met stropdas zitten. Na de wedstrijd staat voor hen de executive suite open. De rest moet in de kantine – een grote houten keet – een biertje halen.
De transfermarkt is levendiger dan in de officiële league. Spelers wisselen soms drie of vier keer per jaar van club, als ze ergens anders vijftig of honderd pond meer kunnen verdienen. Het wel en wee van de club hangt ook erg samen met de gulheid van de eigenaren.
----
TWEEDE WEDSTRIJD
Westerham FC – FC Hall
Niveau: Level 12 – Kent County League, Western Division
(vergelijkbaar: vijfde klasse KNVB)
Datum: 14-10-2006
Weer: Zonnig. 17C
Toeschouwer: 37
Entreeprijs: -
Complex: King George V - sportcomplex
Velden: vier
Uitslag: 3-1
WESTERHAM FC:
Aantal teams: 4 seniorenteams en 11 jeugdteams
Oprichtingsjaar: 1888
Beroemdste speler John Salako (speelde in de jaren negentig voor Crystal Palace en voor Engeland
FC HALL
Aantal teams: 2 seniorenteams en 1 veteranenteam
Oprichtingsjaar 1818
Beroemdste speler Tony Cascarino, speelde ondermeer voor Chelsea, Marseille en het Ierse nationale elftal
Je kunt zo het complex oplopen. Er is geen toegangsprijs noch is er een programmablad te krijgen voor de ontmoeting tussen Westerham FC en FC Hall die beide onderaan de ranglijst van de Kent County League bungelen. ‘We zijn vorig jaar gepromoveerd en eigenlijk gaat het best goed’, zegt speler Mark Taylor die vandaag geblesseerd aan de kant zit. Normaal had op dit moment van het seizoen de omheining er moeten zijn met de reclameborden, maar door gebrek aan vrijwilligers is er een touwtje gespannen waarachter het dertig koppen tellende publiek moet plaatsnemen.
FC Halls uit de Londense wijk Dartford – geboorteplek van Mick Jagger en dartsspeler Andy Fordham – heeft drie supporters mee. Steve Poile – de enige supporter die geen wedstrijd mist – zegt dat de club het dit jaar moeilijk heeft. ‘Begin van het seizoen vertrokken vijf spelers die bij Vickers Crayford Dartford meer geld konden verdienen.’
Westerham FC is juist versterkt met vier mensen van buiten, meegekomen met de nieuwe coach. De kleedkamers liggen zo ver weg van het hoofdveld dat de manager van FC Hall besluit bij de rust zijn peptalk – It’s fucking not acceptable, If you know how much talent you have, I’m tired off it. Your passing is fucking bad – aan de zijlijn af te steken. De spelers van beide teams moeten gewoon contributie betalen. Die van Westerham dertig pond per seizoen en vijf pond per wedstrijd, die van FC Hall zeven pond per wedstrijd. Een klein deel daarvan gaat naar de scheidsrechter – een oude kalende man die 25 pond plus onkostenvergoeding krijgt. Westerham is veel sterker en wint uiteindelijk met 3-1. Als het Westerham volgend jaar lukt een klasse hoger te spelen, komen er iedere wedstrijd met de scheidsrechter ook twee grensrechters mee. ‘Ik haat vlaggen’, zegt Taylor.
----------------
DERDE WEDSTRIJD
Riverhead United – Hildenborough Athletic
Niveau: Level 17 – Derde en laagste divisie van de locale league
Datum: 11-11-2006
Weer: Grauw en bewolkt, 9C
Toeschouwer: 2
Entreeprijs: -
Complex: Dorpswei Chipstead
Velden: geen
Uitslag: 2-1
RIVERHEAD UNITED:
Aantal teams: 1 seniorenteams en 11 jeugdteams
Oprichtingsjaar: 1964
Beroemdste speler De Engelse ex-international David Platt. Hij speelde nooit voor de club en is zelfs nooit in Riverhead geweest. Maar hij werd in een McDonald’s advertentiecampagne voor een cheeseburger gekocht door Riverhead United. De advertentiecampagne voor de hamburgergigant was niet toevallig bedacht door de keeper van Riverhead United. De club kreeg hierdoor een jaar lang nationale bekendheid.
HILDENBOROUGH ATHLETIC
Aantal teams: 2 seniorenteams
Oprichtingsjaar 1951
Beroemdste speler Malcolm MacDonald, hij speelde in de jaren zeventig ondermeer voor Newcastle en Arsenal en scoorde vijf keer voor het Engelse team in een wedstrijd tegen Cyprus.
Warren Boswell (36), de veteraan van het eerste en enige elftal van Riverhead United, heeft vanmorgen de lijnen getrokken en de doelen neergezet in het stadspark. ‘Ik was hier al om half elf. Het is veel werk. Gelukkig helpen beide teams na de wedstrijd om het allemaal weer af te breken.’
Riverhead United komt uit in de derde divisie van de lokale league in Sevenoaks, de diepste kelder van het Engelse voetbal. De club zou een recordaantal van zestien promoties nodig hebben om ooit de hoogste divisie te bereiken.
Maar zelfs een promotie is nooit gelukt. ‘We doen elk jaar mee voor de promotie, maar op het laatste moment lijkt het wel nooit te lukken’, zegt Warren Boswell.
De club heeft een elftal en geen eigen veld. Maar er hoeft niet meer te worden omgekleed in een oude bunker die tijdens de oorlog diende als bescherming bij luchtaanvallen. De club heeft een echte kleedruimte – ‘geschonken door een 91-jarige vrouw die altijd vanuit haar raam naar de wedstrijden keek en na haar overleden haar kleine kapitaal aan de club naliet’.
Er is nog romantiek in het Engelse voetbal, naast het grote geld van clubs als Chelsea en Manchester United. Riverhead United heeft 18 leden, die per wedstrijd vijf pond contributie (reserves 2,50 pond) betalen om te kunnen voetballen. Een kantine is er niet, maar in de omgeving is er altijd wel een pub te vinden waar de wedstrijd nog eens kan worden geanalyseerd.
Holly Wellest is vandaag de enige supporter, met nog een supporter van de tegenpartij. ‘Ja, ik ga altijd even kijken. Dan kan ik meteen de hond uitlaten. Mijn vader heeft hier zijn hele leven gespeeld. Meestal zijn we met zijn drieën, maar Louise is op vakantie.’
In het verleden heeft Riverhead United wel eens een reserveteam gehad, maar nu zijn er net voldoende spelers voor een team. ‘We hebben nogal wat bankiers onder onze leden. En die verkassen nog wel eens naar een andere stad.’ Dit jaar is de selectie klein en laten de resultaten te wensen over. Maar vandaag wordt weer een keer een overwinning behaald. ‘We zijn nog niet kansloos. We spelen vier keer tegen elk team, dus er zijn nog een hoop wedstrijden te gaan. In april gaat het er pas echt om spannen. Dan spelen we ook doordeweeks. Te veel wedstrijden? Dertig vind ik niet zoveel.’