Op deze pagina algemene informatie over Engeland.        

 

 

Uit Newsletter Ango-Netherlands Society maart 2005.

 

From Our English Correspondent

It takes time to learn to cherish Britain’s little annoyances, the slam-door trains, luke-warm flat beer, and the far-too-early “last orders please” in the pub.
During my first two years here I made it a point to order a lager - knowing full well that the brewed-under-licence concoction couldn’t hold a candle to a real Dutch Pils. And then that oddly archaic law requiring the publican to ring a bell at ten to eleven …
But now I am a convert to IPA, and cheerfully order my last pint just before eleven, in an attempt to extend my stay till half eleven at least. We spend the last fifteen minutes on the pavement outside the pub, and crack a joke about Westminster’s political Clown of the Day before I walk home. Nearly always do I arrive home before midnight, get in bed by one, and am up early next morning, refreshed for my round of golf.
Rather than leave well-enough alone, the powers that be have decided to abolish these time honoured closing hours. Pubs can soon determine when they’ll open and close. Aim is to bring this eigenzinnige ("obstinate") land, where driving on the left is considered driving on the right, in line with the Continent.
I fear the adverse effect of the Continental regime on my by now very British-ised lifestyle. Freed from the need to meet my regular friends before eleven, I might be tempted to watch News at Ten, followed by the intro to Newsnight (and depending on the subject all of it). So my arrival at the local Boozer may well be at half eleven.
Where thanks to my relentless efforts, all the locals can intone“Wil je nog een biertje” in a perfect Dutch accent. This will yet come to haunt me when three ‘last ones’ are offered at two a.m., so it will be half two ere my head hits the pillow. I will in future of course wake up late, and with a bursting headache. My round of golf will surely suffer, and so will my companions while I spend all morning looking to retrieve hooked and sliced shots.
British evening life may well cry out for change, and radical change at that, but why does the government unleash the exact wrong revolution?
Some annoyances have not lost their bite, not even after five years' immersion. For my taste, far too many meetings are over lunch. In spite of a reticence to invite people over to their house (“my home is my castle”, many celebrate their birthday in the pub), lunch at home is increasingly more popular.
And what a lunch it is! Not content to have you over for a nice bottle of wine in the evening, you’ll be ordered to arrive for half noon, treated to a steaming leg of lamb, wine, and that formidable prune and apricot crumble seen in a remote corner of the kitchen. The British adagio is to "breakfast like a king, lunch like an emperor, and supper like a pauper”.
One moment of weakness -I normally manage to fend off lamb, wine and crumble– invites disaster at four, when I arrive at home light-headed, and collapse onto the sofa.
Wouldn’t it be great if Prime minister Tony Blair banned lunch—with the exception perhaps of Sunday Roast to soften the blow—and thus made Great Britain resemble the civilised world without forcing the pub's locals to stay till well past midnight?

Peter de Waard

Peter de Waard has been London correspondent for Dutch daily de Volkskrant since the year 2000. He has written a guide to living and working in Britain and getting along with the English published by Bert Bakker, ISBN 9035127935, price 15 euro.

 

Uit de Volkskrant van 4 juni 2005.

 

Het Vervolg

AAN TRADITIES GEEN GEBREK

EEN EIGENZINNIG KONINKRIJK

Door Peter de Waard

Nederlanders denken de Engelsen te kennen, omdat ze hun humor waarderen en hun taal verstaan. In werkelijkheid zijn de Engelsen veel gecompliceerdere wezens.

Britten zijn het best gekleed als ze een uniform dragen, zoals op Eton (pandjesjas), Ascot (jacquet) of tijdens de jacht (rode of zwarte jas). Het volk mist de elegantie en sociale vaardigheid om ook informeel goed gekleed te gaan.

Engelsen hebben wereldwijd de reputatie dat ze zich niet kunnen kleden. Maar de paradox is dat ze op veel terreinen het modebeeld in de wereld hebben bepaald.

Er zijn modegebieden waarop de Engelsen leidinggevend zijn: met name eersteklas herensnit, sporten plattelandskleding, ceremoniële kleding en vooral vernieuwende en trendy-straatkleding.

Zo gauw de Engelsen formele regels voor kleding hebben, kunnen ze zich uitstekend aanpassen. Wie ooit in de Royal Enclosure van Ascot wordt uitgenodigd, ziet de chicste rokken en hoeden. Maar als ze zich mogen kleden zoals ze willen, zien ze er meteen niet uit. 'Britten kunnen zich niet casual kleden', stelde Michael Portillo, een voormalig politicus die zich graag in gifgroene of vale rode overhemden op de televisie toont. 'Dat geldt zowel voor dames als heren.'

'Het probleem is dat Britse mannen zich slecht kleden als er geen regels voorgeschreven zijn', zegt antropologe Kate Fox. 'Ze willen zich niet stijlvol kleden. Iemand die in zijn vrije tijd te goed gekleed is, wordt ervan verdacht homofiel te zijn. Engelse mannen willen correct en passend gekleed gaan, niet stijlvol.'

Beau Brummell, de stijlgoeroe van de upper class, zei dat mensen wier kleding zo onberispelijk zit dat ze niet wordt opgemerkt, als het best gekleed beschouwen.

Eind jaren negentig van de twintigste eeuw introduceerden Amerikaanse banken in Londen de dress-down Friday of casual Friday, waarop de medewerkers van de bank niet langer een stropdas hoefden te knopen en hun kostuum in de kast konden laten hangen. Al na een jaar kwamen sommige banken hierop terug. De Engelsen voelden zich er hoogst ongelukkig door.

Engelsen kleden zich in de eerste plaats om zich te beschermen tegen koude en regen en in de tweede plaats om niet voor gek te lopen. Uit een onderzoek naar de ingezonden brieven naar de moderubriek van The Independent bleek dat de schrijvers niet vroegen of iets stijlvol of mooi was, maar of het sociaal acceptabel was. 'Is het goed als ik dit bij dat draag?' 'Kan ik zoiets aantrekken voor een huwelijk?'De BBC zendt het programma What Not To Wear? uit, waarin twee bazige tantes vrouwen aankleden op een manier waardoor ze zich niet meer hoeven te schamen over de omvang van hun bum en boobs (billen en borsten).

In mode is er nog altijd een scherp klassenonderscheid. Vrouwen met te veel sieraden (vooral gouden), te veel make-up, te opgemaakt haar, overdreven versierde kleding en strakke oncomfortabele hoge hakken zijn meestal omhoog gevallen lower class of chav. Ook een bruine zonnebanktint zoals Rose in de serie Keeping Up Appearances wordt als vulgair beschouwd.

Lower class-vrouwen deinzen niet terug voor strakke broeken, krapzittende shirts en korte rokken, ook als ze daarvoor niet het figuur of de benen hebben.

Middle class-vrouwen kleden zich naar het voorbeeld van Margaret Thatcher. Ze voelen zich het meest comfortabel in stijve helderblauwe mantelpakjes, blouses en bijpassende tasjes en schoenen.

Mannen gaan in overgrote meerderheid naar het werk in een pak - en meestal allemaal in hetzelfde kostuum als je op een forenzenstation rondkijkt. Daaronder worden zwarte schoenen gedragen. Bruine schoenen zijn alleen toegestaan in de countryside. Ook bij mannen onthult het zichtbare vlees de klasse. Vergeknoopte overhemden, een singlet (Onslow in Keeping Up Appearances), een replicavoetbalshirt met de naam van Beckham of Bergkamp achterop, een ontbloot bovenlichaam (behalve in het zwembad of aan strand) of een korte broek is erg lower class. Hogere klassen geven de voorkeur aan een overhemd of polo boven een T-shirt, stropen bij warme dagen hun mouwen niet op tot boven de ellebogen en dragen alleen een korte broek in de eigen tuin. Het principe is dat upper middle classmannen in de zomer en winter hetzelfde gekleed gaan - grijze, blauwe of krijtstreepkostuums in de stad en bruine en groene kostuums van Harris-tweed met bijpassende pet in de countryside.

***

Mannen onder elkaar

De ouderwetse gentlemenclubs zijn niet langer uit de mode. Ze zijn zelfs weer een beetje trendy geworden. In deze clubs die zich vooral achter de neoclassicistische gevels in de wijk St. James bevinden, komen al eeuwenlang de great & good bijeen: zakenlieden, literatoren, journalisten, politici, kunstenaars, topambtenaren en zelfs geestelijke gezagsdragers. De clubs tellen ruimten, waaronder meestal een bibliotheek en een wijnkelder en soms ook sauna's of Turkse baden. De dresscode is een grijs kostuum. Onder het genot van een sigaar en een glas sherry of cognac wordt in diepe fauteuils de toekomst van de wereld besproken en wordt bedisseld hoe politieke tegenstanders beentje kan worden gelicht.

In Londen zijn nog vijftig van deze besloten clubs, die bijna allemaal in de Victoriaanse tijd zijn opgericht. Het zijn mannenbolwerken. Maar veel clubs laten, om niet van discriminatie beschuldigd te worden, inmiddels ook vrouwen als lid toe.

De meest gereputeerde clubs zoals de White's, Brooke's en Boodle's hebben een lange wachtlijst en een zeer strenge ballotagecommissie. Ook het lidmaatschapsgeld - vaak duizend pond of meer per jaar - is een barrière.

De 170 jaar oude Reform Club - waar Phileas Fogg in Jules Vernes roman zijn reis van tachtig dagen rond de wereld begon - was een van de eerste die vrouwen toeliet. De Athenaeum Club, opgericht in 1824 voor gentlemen die zich hebben onderscheiden als liberale beschermers van wetenschappen, letteren of kunsten en die de schrijvers Charles Dickens en Anthony Trollope tot zijn leden mocht rekenen, hief in 2001 het verbod op het lidmaatschap van vrouwen op. De Carlton Club - waar veel politieke kopstukken van de Conservatieve Partij bijeenkomen - kent echter maar een vrouwelijk lid: Margaret Thatcher. De Garrick & Savile Club - ooit het dranklokaal van literaire grootheden als H. G. Wells en W. B. Yeats - is de favoriete stek van journalisten en schrijvers.

***

Een lang weekend

Heaven. Beyond. Fire. Drie woorden, die voor veel hedendaagse homoseksuelen als muziek in de oren klinken. Het zijn drie Londense clubs waar duizenden homoseksuele mannen en lesbische vrouwen plus een verdwaalde hetero elke zaterdagavond tot en met zondagavond vertier vinden. Een avondje stappen in het weekend is bijna volmaakt als voor alle cafébezoek deze clubs in precies die volgorde worden aangedaan.

Heaven opent de deuren nabij het Charing Cross station om elf uur en sluit om vijf uur zondagochtend. Net iets voor die sluitingstijd steekt een grote menigte de Theems over om naar Vauxhall te gaan om verder te swingen. Beyond is een van de populairste clubs. Opzwepende muziek van top-dj's haalt iedereen naar de dansvloeren. Het is er zo warm dat iedereen met ontbloot bovenlijf danst. Zonder stimulerende drugs, zoals xtc of cocaïne, slaagt niemand erin het tot zondagmiddag twaalf uur vol te houden. De diehards lopen daarna een blokje terug om tot in de zondagse avonduren in Fire door te bewegen.

Maar de keuze is uiteraard groter. Action, ook in Vauxhall, is zeer gewild. En later op zondagavond dtpm. Zonder enige overdrijving kan gesteld worden dat het weekend in Londen op donderdagavond begint en pas maandagmiddag ophoudt. De Britse hoofdstad is met kop en schouder de Gay Capital of Europe.

De homowereld van Londen bruist zelfs zeven dagen in de week. Zoals heteroseksuelen na hun werk een pint pakken in de pub om de hoek van het werk of in hun woonbuurt, zo doen ook alle in Londen wonende homoseksuelen dit. Geschat wordt dat er ongeveer 800 duizend homoseksuelen wonen. Niet alleen Britten, maar ook veel buitenlanders. Het barst van de koffiehuizen, cafés, pubs, restaurants en discotheken. Daarbij is er voor iedereen wat wils. De jonge gays gaan bijvoorbeeld naar de g-a-y Bar in het hart van het gaydistrict in Soho, Old Compton Street, de gay-club of naar de ku Bar in Charing Cross.

De meer welgestelden in de Londense homoscène zoeken hun heil in Rupert Street, The Sanctuary, Shaun & Joe, The Yard, Shadow Lounge of het in een vroegere striptent gehuisveste Two Too Much. Wie van het wat ruigere kroegvolk houdt, gaat naar de - ooit door een spijkerbom verwoeste - Admiral Duncan, Compton's of Barcode.

De tijden zijn in vergelijking met Oscar Wilde drastisch veranderd. De tijd dat homoseksualiteit tijdens zijn smaadprocessen in 1895 voor de rechtbank van de Old Bailey werd omschreven als The love that dare not speak its name hebben de Britten ver achter zich gelaten. Zeker sinds de Labour-regering van Tony Blair in 1997 het stokje heeft overgenomen van de Conservatieve regering van premier John Major zijn de veranderingen immens.

Tien jaar geleden was de leeftijd om seks te hebben nog verschillend tussen homo's en hetero's, bestond de alom verafschuwde Sectie 28 nog die homoseksuele voorlichting aan tieners verbood, bestonden er geen samenlevingscontracten, mochten homoseksuelen niet in het leger dienen en mocht op de werkvloer zonder problemen worden gediscrimineerd. Al die zaken zijn veranderd. De decriminalisatie van homoseksualiteit in Groot-Brittannië leidde in 1967 tot de omwenteling in het denken. Was het tien jaar geleden onbestaanbaar dat de politie als deelnemer meeliep in de jaarlijkse Gay Pride, nu fronst niemand de wenkbrauwen daar nog over. Niemand schaamt zich meer over zijn homoseksuele geaardheid. De helft van de Britse Navy zou homofiel zijn. Een Britse vrouw ontdekte niet zo lang geleden dat ze zowel een homofiele man als een homofiele zoon had.

Het homoleven in Londen is niet te vergelijken met andere Britse steden. Laat staan met het platteland. Manchester, Liverpool, Newcastle, Birmingham, Brighton en Edinburgh hebben weliswaar redelijke homo-uitgaanscentra, maar vooral door de week kunnen deze steden niet tippen aan Londen. Met de homoscène op het platteland is het droevig gesteld. Geen wonder dat de meeste homo's en lesbo's hun heil in de internationale hoofdstad zoeken. Daar is de beau monde te vinden met de daarbij behorende cultuur van museumbezoek, theater, ballet, opera, galeries en beroemde restaurants.

Niet dat de emancipatie is voltooid . Huwelijken tussen homoseksuelen worden noch door de staat noch door de kerk erkend, hoewel sommige vooruitstrevende vicars er niet moeilijk over doen. De anglicaanse kerk accepteert homoseksuele voorgangers, maar ze kunnen nog niet tot het hoge ambt van bisschop worden geroepen.

***

Liever geen vrouwen met ambitie

Nadat de Engelse bladen in 2004 hadden onthuld dat stervoetballer David Beckham een affaire zou hebben met de Spaans/Nederlandse Rebecca Loos, was niet Beckham zelf maar zijn echtgenote Victoria de gebeten hond.

Zij zou er schuldig aan zijn dat hij vreemd was gegaan, omdat ze te vaak van huis was voor haar eigen zangcarrière.

Engelsen houden niet van ambitieuze vrouwen, tenminste ambitieuze moeders. De twee meest impopulaire vrouwen in het land zijn Victoria Beckham alias Posh Spice en Cherie Blair. De echtgenote van de premier is First Lady en moeder van vier kinderen, maar heeft daarnaast ook nog een eigen carrière als advocaat.

Wie als vrouw niet hoeft te werken uit financiële noodzaak - zoals Posh Spice of Cherie Blair - hoort thuis voor de kinderen te zorgen en hoort elke avond de pantoffels klaar te zetten voor de man.

Het zijn van een huisvrouw - veelbetekenend Lady in leisure genoemd- is in Engeland echter een luxe die alleen is voorbehouden aan de upper class. Zeven van de tien vrouwen in Engeland werkt, vaak uit bittere financiële noodzaak. De massale inschakeling van vrouwen in het arbeidsproces is begonnen tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen vrouwen het werk van de, naar de loopgraven verbannen mannen moesten overnemen.

Is het moeilijk voor vrouwen om werk te vinden? Ja en nee. Overheidsinstellingen moeten een verplicht percentage vrouwen in dienst nemen en zijn dankbaar voor iedere vrouwelijke sollicitant. Een organisatie als de BBC is zelfs een vrouwenbolwerk geworden. In winkels, supermarkten en in de horeca kunnen vrouwen gemakkelijk aan de slag - met name in deeltijd. Maar veel van deze functies worden slechtbetaald.

In het particuliere bedrijfsleven komen vrouwen veel moeilijker voor topfuncties in aanmerking, ook als ze over dezelfde capaciteiten beschikken als hun mannelijke collega's. Hier heerst vaak nog een door mannen gedomineerde machocultuur. De overheid probeert het zogenoemde jobs for the boysklimaat aan te pakken, maar tot nu toe hebben de talrijke campagnes weinig opgeleverd.

Veel bedrijven zijn huiverig vrouwen topbanen te gunnen, omdat ze bang zijn voor langdurige afwezigheid wegens zwangerschapsen ouderschapsverloven. Daarnaast is er in de top van het particuliere bedrijfsleven grote aversie tegen deeltijdwerk. Hierdoor worden vrouwen nog steeds achtergesteld .

Vrouwen verdienen gemiddeld 20 procent minder dan mannen. Niet alle vrouwen leggen zich gelaten bij ongelijke beloning en seksuele discriminatie neer. Zij zijn zich als eenentwintigste-eeuwse suffragettes te weer gaan stellen. In de City heeft de discriminatie van vrouwen al tot een aantal opzienbarende rellen geleid die de geschiedenis zijn ingegaan als de Sexism in the City-zaken.

Cultuurwijzer

Drie termijnen van Margaret Thatcher en Tony Blair hebben Engeland herschapen, maar het volk niet veranderd, constateert Peter de Waard in Een eigenzinnig koninkrijk. De Waard, sinds 2000 correspondent voor de Volkskrant in Groot Brittannië, noemt het boek dat op 13 juni verschijnt, een 'portal voor wonen, werken, zakendoen, studeren, reizen en sport in het Verenigd Koninkrijk'. Peter Brusse, zelf 21 jaar correspondent in Groot Brittannië, stelt in het voorwoord dat anglofielen niet kunnen aarden Engeland. 'Menig enthousiast Engelandvaarder heb ik zien verzuren en verpieteren om ten slotte in wanhoop de laatste boot terug naar de beschaving te nemen.' Op deze pagina een voorpublicatie, met medewerking van Willem Kool.

Peter de Waard: Een eigenzinnig koninkrijk, Cultuurwijzer voor het Engelse leven. Bert Bakker; 304 pagina's; € 15,-. ISBN 90 351 2793 5

Ladies Day op Ascot, het traditionele paardensportfestival in Berkshire. FOTO SCOTT BARBOUR/GETTY IMAGES Publiek bij de Swaffham Coursing Club Meeting. BRUNO PRESS/GETTY IMAGES Homobar in Londen. FOTO BOJAN BRECELJ/CORBIS Nicholas (links), Kathryn, Leo, Tony, Cherie en Euan Blair.FOTO REUTERS

---------

Uit Met Het Oog Op Morgen woensdag 8 juni.

Nos journaal

Uit De Telegraaf zaterdag 11 juni.

 

    

Uit Noordhollands Dagblad van 13 juni  2005

 

Egmond aan den Hoef druk bezocht
van een medewerker
Egmond aan den hoef-Het hart van de dorpskern Egmond aan den Hoef was zaterdag veranderd in een drukbezochte marktplaats met 142 kramen. Op het Hanswijk presenteerden gebruikers van het dorpshuis hun artistieke kunnen. De rest van het dorp fungeerde als een onbewaakte fietsenstalling en parkeerplaats voor de vele bezoekers per auto.

De kunstmarkt op zaterdagavond kende een gezellige drukte. De organisatie van dit onderdeel van de Egmondweek had de kraampjes opgesteld in de driehoek Slotweg-Slempad-Schoolstraat. Dat was een succes. Er waren geen doodlopende uiteinden die doorgaans minder publiek trokken.

Frans Rol en Max Hofer presenteerden hun kunstproject 'Binnenwerk'. Veertien kunstenaars hadden op hun verzoek de binnenkant van tekendozen onder handen genomen. De bezoekers moesten de tentoongestelde dozen openen om zich door de kunst te laten verrassen. Een blazersensemble uit de gelederen van muziekvereniging Lamoraal van Egmont zorgde onder leiding van Alex Thijssen voor de muzikale noot.

Gebruikers van het plaatselijke dorpshuis gaven op het Hanswijk staaltjes van hun kunnen ten beste. Volgens

dorpshuisvoorzitter Bert de Leeuw had het er 's morgens vroeg door de regen nog om gespannen of er wel buitenoptredens konden plaatsvinden. Uiteindelijk waren de weergoden het evenement goed gezind. Zo konden Timber Huisman (8), Jordy Sturm (8) en Alex Hof (7) als zanger, drummer en gitarist een miniplaybackshow rond het nummer 'Because the Night' van Jan Wayne verzorgen. Theatergroep Horizon gaf enkele solisten de kans voor de eerste keer voor een groter publiek op te treden. Ook de band Yankee met gemeenteraadslid Marcel Halff in de gelederen was van de partij.

Bij hoeve Overslot had voormalig Noordhollands Dagblad-journalist Peter de Waard zijn MG uit 1971 geparkeerd.

De geboren Egmonder is bezig aan zijn laatste jaar als correspondent van de Volkskrant in Londen. Hij heeft recentelijk het boek 'Een eigenzinnig koninkrijk. Cultuurwijzer voor het Engelse leven' geschreven. De journalist vond het Hoeverdorpsfeest een leuke gelegenheid het werk aan zijn oude dorpsgenoten te presenteren. Het boek behandelt allerlei praktische zaken die je als Nederlander tijdens je verblijf in Engeland kunt tegenkomen. Bij tal van aangelegenheden als kennismaking, feestjes, zakendoen, pubbezoek blijken zich telkens weer onverwachte cultuurverschillen voor te doen.

 

Uit BM juli/augustus  2005

Engeland Zakencultuur:

Stiff upper lip versus nuchterheid


Contacten tussen Nederlanders en Britten verlopen over het algemeen goed. De meeste Nederlanders spreken Engels – of denken deze taal te beheersen. Toch zijn de verschillen in het zakendoen groot. ‘Als een Brit iets totaal niet interesseert, zegt hij: That’s interesting.’ Toch is het een interessante markt met een sterke pond en zestig miljoen consumenten.

Privé kan hij het heel goed vinden met Engelsen – Rik Mulder is zelfs met een Engelse getrouwd – maar als hij zaken wil doen, moet hij op zijn tellen passen.
De tegenstelling tussen de stiff upper lip en de Hollandse nuchterheid is veel groter dan de meeste ondernemers denken, constateert hij. ‘Het probleem is dat je de verschillen tussen de Nederlandse en de Engelse zakencultuur gemakkelijk onderschat. Ik heb zes jaar in Praag gewerkt. Daar verwacht je dat er andere gewoonten zijn. In Engeland houd je daar veel minder rekening mee. En dat is juist het grote gevaar.’
Mulder (37) heeft in Londen zijn eigen onderneming The Content Works – een dienstverleningsbureau voor uitgevers van reisgidsen. Hij stelt redactionele teams samen voor het maken van reisgidsen. ‘In het verleden hadden de uitgevers hun eigen redacties. Maar die tijd is voorbij. Ze moeten nu met freelancers werken, maar ze weten vaak niet waar ze de juiste personen kunnen vinden voor bijvoorbeeld een gids over restaurants in Frankrijk. Dat regel ik nu voor hen.’
Mulder woont al sinds augustus 2000 in Engeland en is de laatste twee jaar actief als kleine ondernemer. ‘Er is veel waardering voor entrepreneurschap. Maar als buitenlander moet je met hun eigenaardigheden kunnen omgaan.’

Omheen draaien
Het grootste irritatiepunt is dat Engelsen geen ‘neen’ kunnen zeggen. Als ze iets niet willen, dan draaien ze er continu omheen. Mulder herinnert zich hoe hij een keer door een klant aan het lijntje werd gehouden. ‘Ja, ze zouden mij het contract gunnen. Ik maakte afspraken. Ik hield dia-presentaties. Maar achteraf bleek dat ze een maand eerder al met heel iemand anders in zee waren gegaan.’
Als in Nederland een manager geen tijd of zin heeft met iemand te praten, dan wordt gezegd: ‘Onze manager heeft geen gelegenheid u te ontvangen.’ Engelsen vinden dat bot. ‘Ik kan de manager niet vinden,’ luidt vaak de smoes van de secretaresse. Het gevolg is dat iemand uren voor niets wacht in de hoop dat hij alsnog wordt gevonden.
De secretaresse – of telefoniste – belooft altijd plechtig dat er wordt teruggebeld. Maar de beleefdheid beperkt zich tot de belofte. In werkelijkheid wordt er nooit teruggebeld. ‘De Engelsen zijn ook wereldleider in het niet hebben ontvangen van e-mail,’ heeft Mulder ervaren.
Buitenlanders kunnen behoorlijk gefrustreerd raken van de Britse werkethiek. ‘We hadden afgesproken dat ieder zijn deel zou doen. Na een week bleek alleen ik mijn deel te hebben gedaan,’ vertelde een Nederlander die bij een Britse bank was gaan werken.
Mulder heeft ook in Zwitserland en Duitsland gewerkt. ‘Die bedrijfscultuur staat veel dichter bij die van ons. Ze zijn nuchter en zakelijk. Problemen worden tijdens vergaderingen open op tafel gelegd en in onderling overleg wordt een oplossing gezocht. In Engeland is er veel meer een wandelgangencultuur. Zaken worden voorgekookt voordat ze worden besproken. Het gaat er vreselijk politiek aan toe.’

Verraderlijke glimlach
Nederlanders denken dat ze de Britten begrijpen, omdat ze de taal spreken, naar Britse televisieseries kijken en hun humor leuk vinden. En als de Britten in werkelijkheid complexere wezens blijken te zijn, voelen ze zich al gauw verongelijkt, zo niet bedrogen. ‘Hun glimlach is verraderlijk,’ zeggen veel zakenmensen die met Britten te maken hebben.
Nederlanders mogen zich op de borst kloppen over hun directheid, in Britse ogen is dat soms ordinaire botheid, zegt een voormalig partner van KPMG in Londen. ‘Als een Brit iets totaal niet interesseert, zegt hij: ‘That’s interesting.’ ‘Quite good’ betekent in de VS ‘heel goed’, maar in Engeland ‘waardeloos, maar we maken er geen woorden over vuil.’ Als een buitenlander wordt gevraagd ‘Would you like another coffee?’ is dat een signaal dat het gesprek is beëindigd en het beter is weg te gaan. Wie ‘lekker’ antwoordt, wordt niet-begrijpend aangestaard.
De Britse visie op Nederlanders is tamelijk paternalistisch en arrogant. Britten zien Nederlanders als good chaps die eeuwenlang zij aan zij stonden in de strijd tegen despoten, die stoer genoeg waren om hen een paar keer te verslaan, maar nu samen met hen optrekken in Bosnië en Irak. Als zakenpartners vinden Britten de Nederlanders efficiënt, professioneel en hardwerkend. Ze begrijpen de Britse humor weliswaar niet echt, maar hebben er meer waardering voor dan de Fransen en Duitsers.

Recht-door-zee
Nederlanders zijn een solide volk - goede techneuten die je projecten kan toevertrouwen - maar zijn helaas ook tamelijk bot. Britse ondernemers vinden Nederlanders koppig en weinig behulpzaam bij klachten. Nederlanders op hun beurt hebben moeite met het aangeboren acteertalent en de politieke vaardigheid van de Britten. Het ‘doen alsof’ ligt de recht-door-zee Nederlanders niet. Een bekende uitdrukking in Londen is: ‘The Dutch are too honest to be embarrassed and the English are too embarrassed to be honest’ (‘De Nederlanders zijn te eerlijk om het gênant te vinden en de Engelsen vinden het te gênant om eerlijk te zijn’).
‘Engelse managers zijn net als hun politici. Ze zijn geniepig. Ze proberen hun opponenten continu een beentje te lichten. Ze geven een gunstige draai aan ongunstige tijdingen, de spin. Ze laten zaken lekken. Ze nemen hun toevlucht tot roddel en achterklap,’ vertelde iemand die veel zaken in dit land deed. De trage respons, de besluiteloosheid en de eilandmentaliteit stuiten Nederlanders tegen de borst.
Engelsen hebben het altijd druk, zelfs als ze niets te doen hebben. ‘Ik heb al twee keer gebeld of u de videoband zou willen opsturen.’ ‘Sorry. Maar ik heb nog geen tijd gehad.’

In dit land kan beter geen druk worden uitgeoefend als iemand zijn afspraak niet nakomt. Wie boos of argwanend wordt als iemand er op het afgesproken tijdstip niet is, spant het paard achter de wagen. ‘Het werkt averechts,’ zo wordt van alle kanten gezegd.
De Engelse werkmoraal ligt ergens tussen die van de protestantse ‘het-moet-vandaag-af’-ethiek en de katholieke ‘het-kan-morgen-ook’-leer. Britten nemen hun werk serieus, maar niet te serieus. Werk is een plicht, maar geen heilige plicht. Mensen die niet werken worden met de nek aangekeken, maar ook mensen die zich te veel uitsloven. Engelsen relativeren hun werk vooral via hun gevoel voor understatement. Als iemand denkt ‘Verdorie, dat had gisteren al af gemoeten’, zegt hij: ‘Ik denk dat we een klein probleem hebben’.

Naar de pub
Mulder zegt dat sociale contacten met collega’s hier veel belangrijker zijn dan in Nederland. ‘Veel mensen gaan hier met collega’s naar de pub. Het kan tegen je werken als je daar niet aan meedoet. Je moet je flink kunnen laten gaan, ook als manager of directeur.’
Collega’s verwachten van elkaar dat ze onderhoudend gezelschap zijn en humor hebben. Grappen zijn soms subtiel maar soms ook ongewoon grof (zelfs uitgesproken seksueel getint of racistisch). Sociologen verklaren dat als uitlaatklep voor de gereserveerde en soms bekrompen omgangsvormen. In de televisiekomedie The Office – door Ricky Gervais geschreven op grond van zijn eigen ervaringen op kantoor – is David Brent een zelfvoldane bureauchef die voortdurend politiek incorrecte grappen maakt en hunkert naar waardering van zijn medewerkers.
Berucht zijn de zogenoemde Christmas Party’s. ‘Ik heb meegemaakt dat de verkoopdirecteur - een moeder van achter in de dertig - en public een sigaret rookte met ontblote borsten, waarna de stagiaire die eruit moest happen. En de volgende dag ging iedereen weer aan het werk of er niets gebeurd was.’

Het is echter niet gebruikelijk collega’s thuis uit te nodigen. Het privé-leven is een heel andere wereld dan het werk. Vaak weten collega’s niet eens van elkaar of ze getrouwd zijn of kinderen hebben. Het is ook niet fatsoenlijk ernaar te vragen.
Een voordeel van Engeland noemt Mulder de flexibele arbeidsmarkt en de grotere arbeidsmobiliteit. ‘Mensen kunnen gemakkelijker worden ontslagen, maar nemen ook zelf gemakkelijker ontslag. Het is heel normaal om hier een jaartje te werken en dan daar weer een jaartje. Als het je niet bevalt, stap je op. Nederlanders zijn toch vaak bang om te veranderen.’

Meer informatie:

EVD, Thijs de Jong, informatiemanager Verenigd Koninkrijk, (070) 778 89 58, verenigd-koninkrijk@evd.nl, www.evd.nl/verenigd-koninkrijk

Do’s en dont’s  
Doen in Engeland Niet doen in Engeland
Teamwork Constant alles zelf willen doen
Begrip hebben Druk uitoefenen
Afstand houden Te veel belangstelling voor privé-leven van collega’s
Eigen moment kiezen Punctualiteit
Humor Beledigd voelen
Houden aan dresscode Overdressed komen
Engeland roemen Engeland bekritiseren
Taalgebruik interpreteren ja of nee verwachten
Aanpassen aan groep Excentriek gedrag

Het artikel is deels gebaseerd op het boek ‘Een Eigenzinnig Koninkrijk. Cultuurwijzer voor het Engelse leven’ van Peter de Waard. Uitgeverij Bert Bakker.
Tekst: Peter de Waard


Bron: Buitenlandse Markten 2005
Nummer: 140909
Uit Volkskrant 14-7-2005

Pagina K31, Boeken: Non-fictie; Zomereditie, Recensie, Aantal woorden: 525

Drijfjacht op fietsers

Peter de Waard over Engeland en de Engelsen

Hans Bouman

'Anglofielen kunnen in Engeland niet aarden', luidt de even provocerende als treffende openingszin van Peter de Waards boek Een eigenzinnig koninkrijk. De constatering is overigens niet van De Waard zelf, maar komt uit het 'Woord vooraf' van Peter Brusse, die – hoewel al weer twintig jaar terug op Nederlandse bodem – nog steeds als onze 'oercorrespondent' uit Groot-Brittannië moet worden beschouwd. Peter de Waard, correspondent van de Volkskrant, is een van zijn opvolgers. Hoewel uit zijn 'cultuurwijzer voor het Engelse leven' niet echt duidelijk wordt of hij in 2000 als een echte anglofiel naar het eiland afreisde, blijkt dat ook hij zijn beeld van het cultuurland met zijn 'sympathieke en respectabele' inwoners hier en daar heeft moeten bijstellen. Nederlanders, stelt De Waard, hebben doorgaanste hoge verwachtingen van de Engelsen. Wij denken dat we ze begrijpen (geen taal immers die we zo goed spreken als Engels) en we waarderen hun humor. Maar wanneer we wat intensiever met ze kennismaken, willen ze nogal eens tegenvallen. Ondanks een aantal onvermijdelijke tegenvallers en lichte desillusies lijkt De Waard echter vrij vlot zijn plek in Engeland te hebben gevonden. Al snel ruilt hij in de pub het pils-equivalent lager in voor het authentiekere lauwe bitter, en hij roemt zelfs de door buitenlanders bekritiseerde openingstijden, dankzij welke hij vrijdagavond op een redelijke tijd in bed belandt om zo de volgende ochtend weer fris te zijn voor een partijtje golf. Hoewel de auteur hier en daar persoonlijke ervaringen verwerkt om zijn observaties en inzichten te illustreren, is Een eigenzinnig koninkrijk vrij zakelijk van opzet. De Waard beschrijft Engeland aan de hand van thema's als 'Stad en platteland', 'Onderwijs en opvoeding', 'Verkeer en vervoer', 'Politiek, ziekte en misdaad', et cetera. Dat levert – zoals dat hoort wanneer je over de grens kijkt – boeiende, tot relativering nopende informatie op. Wie denkt dat we in Nederland een fileprobleem hebben of dat NS en ProRail er een zootje van maken, zal in dit boek een bron van troost vinden. Ook wat de nationale gezondheidszorg betreft verdient idealisering van het Engelse systeem enige nuancering . De Waard biedt aardige achtergrondinformatie voor wie wil begrijpen waarom Tony Blair zich zo tegen het Europese landbouwbeleid verzet, maar de auteur legt ook uit waarom er op Britse begrafenissen zo weinig wordt gehuild en waarom Londen (en dus niet Amsterdam) met afstand de Gay Capital of Europe is. Vrij schokkend is zijn berichtgeving over de haat die de Engelsen jegens fietsers (Lycra louts) aan de dag leggen. Zelfs columnisten van beschaafde zondagsbladen krijgen een rood waas voor ogen als ze, achter het autostuur gezeten, een wielrijder ontwaren. Hoezo is de drijfjacht per 1 januari 2005 verboden? Een eigenzinnig koninkrijk is vooral nuttig voor wie zich in Engeland wil vestigen, en voor de meer dan gemiddeld geïnteresseerde vakantieganger. Maar ook de liefhebber van Britse films en sitcoms kan er zijn voordeel mee doen. De Waard schreef een gebruiksaanwijzing voor een volk dat er node een behoeft. Peter de Waard: Een eigenzinnig koninkrijk – Cultuurwijzer voor het Engelse leven Bert Bakker 304 pagina's € 15,-ISBN 90 351 2793 5

Copyright: Bouman, H.

--------------------------------------------------------------------------------

Uit Trouw 2-7-05

Nieuwe boeken Non-fictie, , Aantal woorden: 439

.

Peter de Waard: Een eigenzinnig koninkrijk -cultuurwijzer voor het Engelse leven. Bert Bakker, Amsterdam. ISBN 9035127935; 304 blz. € 15 Over de Britse gewoonten en zeden van heden.

---------------------------------------------------------------------------------

Uit Metro 22-7-05

 

ENGELAND'S GEHEIME CODE

 

Volgens correspondent Peter de Waard heeft het Engelse volk meer eingenzinnigheden dan alle andere volken tezamen, maar al deze eigenzinnigheden hebben weer een andere kant. Hij schreef daar een amusant boek over.

'Een Eigenzinning Koninkrijk, uitg. Bert Bakker, 15 euro

 

----------------------------------------------------------------------------------

Uit de GPD-bladen augustus 2005

 
 Print
 BOEKRECENSIE: 'INENTEN TEGEN ENGLISHNESS IS ONMOGELIJK'
     
NIEUWE GEBRUIKSAANWIJZING VOOR HET OMGAAN MET ENGELSEN
(Van onze correspondent Esther Gotink)
LONDEN (GPD) - Engelsen delen een onbewust patriottisme en het onvermogen
logisch te denken. Ze zijn inefficiënt maar hebben gezonde instincten als
hoffelijkheid en respect voor de wetgeving. Ze zijn enorm gevoelig voor het
klassensysteem ('Ik was geboren in wat je noemt de lower-upper-middle class') en
welhaast trots op hun bekrompenheid: bijna elke Engelsman uit de working-class
vindt het verwijfd om een buitenlands woord correct uit te spreken.
Tot zover George Orwells stigmatisering van zijn eigen landgenoten. Over
Engelsen zijn al boeken vol geschreven: hoe ze spreken, welke sociale
vaardigheden ze beheersen of juist missen, welke nationale gerechten met de
meest bizarre namen ze op tafel durven zetten en hoe ze dieren tot nationale
goden hebben verheven. Weinigen weten echter vanuit een Hollands perspectief
zo'n treffende en volledige typering van onze westerbuur neer te zetten als
schrijver/journalist Peter de Waard.
Zijn nieuwe boek Een Eigenzinnig Koninkrijk is een vermakelijke encyclopedie der
Englishness, waarin niet alleen onmiskenbare elementen als pubs en eieren met
spek aandacht krijgen, maar tevens wordt uitgelegd hoe je de koningin
aanspreekt, waarom Engelsen eindeloos over het weer praten, hoe je het snelst
een brief van Engeland naar Nederland stuurt en waarom de schuld van David
Beckhams buitenechtelijke escapades bij zijn vrouw Victoria wordt gelegd.
De Britten zijn een moeilijk te doorgronden volkje, iets wat Nederlanders pas
goed merken als ze naar Engeland emigreren of, bijvoorbeeld via zakenreizen,
regelmatig met hen in contact komen. ,,Nederlanders denken dat ze de Britten
begrijpen omdat ze de taal spreken, naar Britse televisie kijken en hun humor
leuk vinden'', schrijft De Waard. ,,Als de Britten in werkelijkheid complexere
wezens blijken te zijn, voelen ze zich al gauw verongelijkt, zo niet
bedrogen.''
Hij biedt daarom een 304 pagina's tellende gebruiksaanwijzing voor het omgaan
met de Engelsman, die altijd om de waarheid heen draait (noemen ze iets 'quite
interesting' dan kan het ze geen klap interesseren), met het koningshuis spot en
je verongelijkt aankijkt als je op de vraag of je nog een kop koffie lust
werkelijk 'ja' durft te antwoorden. ,,Inenten tegen de Englishness is
onmogelijk'', weet de auteur. ,,Wie met Engelsen omgaat, moet ook met de ziekte
omgaan.''
Een Eigenzinnig Koninkrijk is geen fotoalbum in sepia. De Waard heeft niet
geprobeerd het Engelse volk en zijn gewoontes te verheerlijken. Het is een
feitengids - met praktische hoofdstukken als opvoeding en onderwijs,
kennismaking en klasse, verkeer en vervoer - waar de Engelandvaarder elementaire
informatie uit kan putten en de Engelandkenner wordt overvallen door anekdotes
of typeringen die een spontane bulderlach ontlokken.
,,Misschien heeft de keerzijde mij ervan afgehouden anglofiel te worden'',
erkent De Waard die sinds 2000 in Engeland correspondent is voor De Volkskrant.
,,Maar na vijf jaar ga je een beetje van het land houden.'' Wie zich door zijn
boek laat instrueren - en dus weet dat je een Brit niet naar zijn salaris vraagt
en een collega nooit thuis dient uit te nodigen - kan zijn verblijf in Engeland
een stuk gemakkelijker maken.
 
Peter de Waard: Een Eigenzinnig Koninkrijk, Cultuurwijzer voor het Engelse
leven. 304 pagina's. Uitgeverij Bert Bakker. € 15,-. ISBN 90 351 2793 5.
www.eigenzinnigkoninkrijk.nl
 

Uit aankondiging Broese augustus 2005

 

EEN EIGENZINNIG KONINKRIJK CULTUURWIJZER VOOR HET ENGELSE LEVEN

Auteur: WAARD, DE P.

ISBN: 9035127935

Druk: 1

Aantal pagina's: 304

Incl.Software: Nee

Genre: Reisverhalen

Versie: Nederlands

Uitgever: Prometheus Groep


 

Engeland ligt naast de deur en veel Nederlanders komen er regelmatig voor hun werk, maar wat weten we van dit land dat Europa nog steeds the continent noemt? Het is het land van onnavolgbare humor, voetballiefde, televisiekoks en rode telefooncellen. Maar dit land van pubs en countryside kent ook een nog steeds subtiel werkend klassensysteem, immer durende disputen over de vossenjacht en een levendige debating-cultuur. We're British, zo verklaren de Britten hun eigenaardigheden. Maar behalve de passie om alles tegendraads te doen, is er niets British aan de natie. Het volk is een mengelmoes van Duitsers, Vikingen, Normandiërs en andere immigranten die wonen in een gebied waarvan de geografische omvang niet eens fatsoenlijk vast te stellen is. Ondanks de Britse obsessie met het weer heeft Londen meer zon-uren dan Parijs. Niet fish & chips maar tikka massala is het nationale gerecht, en de kostscholen zijn geen dickensiaanse verschrikkingsoorden meer, maar eigentijdse Zweinsteins. Een eigenzinnig koninkrijk is de perfecte en zeer leesbare ingang tot Engeland: voor iedereen die er gaat wonen, werken of reizen.

 

Uit Alkmaars Weekblad 25 augustus 2005

Uit Alkmaarsche Courant 27 augustus 2005

 

 

 

Uit de Kennemer woensdag 26 oktober 2005 

Uit Newsletter Ango-Netherlands Society oktober 2005.

Country Reports

Two books reviewed by Reinier Salverda

 

An idiosyncratic kingdom, a monarchy with a mind of its own, or a headstrong, obstinate and wilful people and their culture – that is how we may variously interpret the title of the new book on the English and their culture that was recently published in Amsterdam by the Dutch journalist Peter de Waard, who has been the London correspondent of de Volkskrant newspaper since 2000.

The classic example of the genre is, of course, Sir William Temple’s great ’Observations upon the United Provinces of the Netherlands’ of 1673. Since then, many other British diplomats, travellers, merchants, writers, painters, soldiers, politicians and journalists have found their way to the Low countries and left us their reports, such as for example James Boswell, who went to Utrecht in 1763-64 to improve his French. But once there, he began to woo the famous Dutch wit and feminist Belle van Zuylen, who, however, turned him down because, as she said, Í have no subaltern talents’. Conversely, there have been many Dutch writers, travellers, traders, diplomats, artists, women and sailors who have left us their impressions of the British isles. Here one of the most interesting contributions is ‘The English Are they Human?’, a question to which one of my predecessors at University College London, the historian Gustave Renier, devoted an amusing and still highly readable monograph in 1931. Following on in this long and interesting tradition of looking in on each other from the outside, the opening shot of de Waard’s lively and well-written country report is refreshingly direct:

~You do not choose England for the weather , you want it for its people. But almost immediately he has to confess how totally baffling he found the people he meets. In this he is not alone. As he explains, like many other Dutch people he came, expecting the English to be sympathetic and respectable, decent citizens and not without humour, people one can talk to because they speak the same language. And then, when you meet them, they turn out to be a strange and impenetrable lot, arrogant, ignorant and xenophobic, distant, and always talking about the weather so as to avoid more serious subjects. De Waard thus finds his initial expectations thoroughly confounded by the natives. But these stereotypical reactions do not last long, and once his initial culture shock is over, the author relaxes, smiles, began to engage with the people he meets, and ends up liking them as the most idiosyncratic people in the world. In twelve chapters he gives a thorough review of contemporary Britain. Its class system and the continuing importance of the countryside are contrasted with trends and New Labour policies in the field of housing, education, work, leisure and transport. At a more personal level, he also explores the central role of pubs, the changing world of food and fashion, the fiercely tribal allegiances one can observe in the world of sports, but also the high participation of the British in culture. Then the three great unmentionables in polite conversations: politics, religion and sex. And in the closing chapter he takes a look at the English language and its global importance. The book has a thorough bibliography, and an annexe with statistical information to underpin his analyses and interpretations of contemporary Britain in the main body of the text. The book is well worth reading, and not just for the wealth of information it contains. De Waard writes as a cultural anthropologist and takes us, with a well-informed light touch and humour, through the habits, peculiarities and complexities of this island race. Quite a few of them may initially be shy, reserved and distant, but on closer contact they melt, and turn out to be endearing, charming, funny and gregarious. And very good sparring partners in conversation too. In the course of his book de Waard himself is clearly turning from a newspaper correspondent into something like a live-guest. It is this

human dimension and the way in which he engages with the people he writes about, which constitute the most attractive features of the book. Indeed, it makes one wonder how, upon completion of his stint in London, he will ever be able to return to the Netherlands and how he could possibly readjust to the rather different ways of the Dutch. Difference is the key word here. De Waard throughout applies a very productive technique of pointing out in what ways the English are different from the Dutch, and this outside perspective enables him to see things that are often taken for granted by the English themselves. Bust as he notes, for all the eccentrics he meets, England is definitely not a country for Anglophiles. I believe that it is precisely through this critical perspective that the book will improve and modernise the image of the British in the Netherlands, by dispelling all kinds of myths, stereotypes, misperceptions and unrealistic expectations which it is only fair to say, often still abound on the other side of the North Sea.

The Waard’s book also makes a valuable contribution in the wider context of the comparative sociology of contemporary world culture as advocated by Professor Geert Hostede, the author of Culture’s consequences (2001), who also came to London in June to give a talk for the Dutch Church’s monthly City Lunch. Critical comparisons of different cultures may give us a better understanding of other people- and ultimately of ourselves as well. In this context, it is only fair to compare De Waard’s view of the English with the opposite, but equally interesting view of the Dutch presented in a new book by the Flemish journalist Geert van Istendael. His my Holland, also published earlier this year, is organised as a lexicon in 58 alphabetically arranged, short and perceptive, well-written and often cutting pieces on subjects from Allochtonen, Almere and Amsterdam, through English, Frisian, Identity, Dutch, Qwerty, and Cigars, to Xenophobia, Ice-free and Zouaves. Of particular interest is that – in the very year when the Belgians are celebrating that, 175 years ago, they seceded from the Dutch to found their own Kingdom – its author expresses a strong regret that in 1830 Belgium and the Netherlands went their separate ways. As he notes, Belgium and the Netherlands today are two small countries, but if they had stayed together, they would now be a substantial and respected middle-sized European country with 27 million inhabitants, amongst the richest and most productive of the EU. And their cultural and political history would have been very different indeed. But here too, and just like de Waard, the author is quickly disabused of his dreams concerning the people he is writing about. What remains, and what constitutes the real value of his book, is that, taking stock of the recent political turmoil and upheavals in Dutch society, it offers one of the most perceptive portraits of the Dutch nation that I have read for many years. And, strangely enough, it turns out that the Dutch are not a jot less idiosyncratic, open, headstrong, cultured, penny-pinching, surprising, tolerant, rude, decent, xenophobic and complicated than the English.

 

 

Peter de Waard (2005). Een eigenzinnig koninkrijk. Cultuurwijzer voor het Engelse leven. Amsterdam: Bert Bakker, 304 pp.

 

Uit het Dagblad Kennemerland donderdag 3 november 2005

 

 

 

Handtekeningensessies in Den Haag Handtekeningensessies in Beverwijk