Op deze pagina de voorpublicaties en recensies van de biografie van Blair       

 

 

Publiciteit tot nu toe rond nieuwe boek 'Tony Blair' – Opkomst en ondergang van een politieke held

  

10-5: Peter de Waard geïnterviewd door BNR Radio en NCRV op Radio 2

11-5: Voorpublicatie boek als Voorkant van de Volkskrant plus ankeiler op buitenlandpagina

19-5: Boek vermeldt in column J. van Doorne in dagblad Trouw

20-5: Peter de Waard geïnterviewd voor Met Het Oog op Morgen op Radio 1

24-5: Voorpublicatie over ontstaan boek in rubriek De Schepping in vakblad ‘De Journalist’

31-5: Peter de Waard geïnterviewd door IKON tijdens paneldiscussie over biografieën.

 1-6: Peter de Waard geïnterviewd door RTL Boulevard

22-6 Peter de Waard in talkshow Wat Heet! VARA op Nederland 3 - 19.30 en 23.00 uur

23-6 Paginagroot verhaal met aankeiler voorpagina in Het Nederlands Dagblad

24-6 Peter de Waard geïnterviewd door John Jansen Van Galen in Met Het Oog op Morgen

26-6 Peter de Waard over het boek in RTL Boulevard

26-6 Peter de Waard een uur lang geïnterviewd in BNR Laat

27-6 Paginagroot verhaal in Het Reformatorisch Dagblad

 

Peter bij NOVA (11 juli 2007)
Peter is te horen van 0.01 tot 0.09, 2.47 tot 3.45 en van 4.03 tot 4.33

Peter bij het radioprogramma BNR (26 juni 2007)                     Hier gaat het gesprek verder                                    Hier gaat het gesprek verder
Dit gesprek duurt 6 minuten.                                                         Dit gesprek duurt 6 minuten.                                     Dit gesprek duurt 7 minuten.

Peter in RTL Boulevard (26 juni 2007)

Peter bij Met het oog op morgen (24 juni 2007)
Peter is te horen van 27.16 tot 38.32 minuten.

Peter in Wat Heet (22 juni 2007)
Peter is te horen van 35.00 tot 45.14 minuten.

Peter in RTL Boulevard (1 juni 2007)

Peter bij het radioprogramma Desmet (donderdag 31 mei 2007)

Peter bij Met het oog op morgen (20 mei 2007)
Peter is te horen van 32.49 tot 43.23 minuten.

 

 

Uit Binnenlands Bestuur - oktober nummer

 

TONY BLAIR Opkomst en ondergang van een politieke held”

 

Door Peter de Waard

 

Tony Blair was nog maar net afgetreden of Peter de Waard, correspondent voor de Volkskrant in Londen van 2000-2007, had zijn over hem boek al klaar. Het verklaart zijn journalistieke passie voor “hoe dan ook de meest fascinerende leider van de afgelopen decennia”. Een Nederlandse’ biografie’ – als dat al het goede woord is – over een buitenlands politiek leider is geen alledaags verschijnsel in en het is op zich al te loven dat de Waard zijn kennis en observaties en kennis ten aanzien van Blair en de Britse politiek, die hij al die jaren intensief heeft gevolgd, heeft opgeschreven. En het uitvoerige feitenrelaas neergelegd in maar liefst 500 pagina’s leert ons dat hij zijn zaakjes kent.

 

Heel feitelijk, zonder al teveel opsmuk en verschoond van diepgaande quasi-wetenschappelijke analyses beschrijft de Waard het fenomeen Tony Blair. Het is ondoenlijk hier een opsomming te maken van al zijn wapenfeiten – en bovendien zullen de meesten de belangrijkste wel kennen – maar het boek, kan ik U verzekeren, bevat ze allemaal.

 

Blair, de man die Labour weer salonfähig wist te maken en de partij in 1997 een monsteroverwinning bezorgde, Blair met zijn fameuze woorden ‘’the people’s princess” bij de dood van Diana, Blair als de morele – zeer gelovige! - kruisridder en wereldverbeteraar (het liep goed af in Kosovo maar slecht in Irak), als vredesstichter (Noord-Ierland), bewonderaar van “celebrities” en maatje van lieden als Bob Geldoff en Bono. Maar bovenal was Blair de enige echte grootmeester van de redenaarskunst: die met zijn woorden en optreden oprecht overkwam, ontroerde, overtuigde. Of was het acteren? Misschien is het wel daarom dat het Britse volk na tien jaar genoeg had van dit ‘theater’; zijn vertrek was heel wat minder triomfantelijk dan zijn uitbundige aantreden.

 

Het boeiende en met veel vaart en humor geschreven boek verhaalt niet alleen over Tony Blair maar biedt tegelijkertijd een interessante blik in de Britse politieke geschiedenis van de laatste vijftien jaar. Ook al daarom is “Tony Blair: opkomst en ondergang van een politieke held” een aanrader.

 

 

 

 

Recense:

Beste Marianna,

Dank je wel voor de toezending van het boek Tony Blair, door Peter de Waard. Ik ben pas op pagina 219, maar heb er toch een stukje aan gewijd op mijn blog op de website van Coolpolitics.
Ik denk niet dat je er heel veel extra exemplaren door verkoopt, maar ik besteed graag aandacht aan zaken die ik de moeite waard vind. Ik vind het een leuk en inspirerend boek.

Vriendelijke groet,

Jaap Spreeuwenberg
 

 

 

Uit de Volkskrant van 6 juli 2007

 

Het verschil tussen God en Blair

Peter Brusse

Voormalig Volkskrant-correspondent Peter de Waard was gefascineerd door het fenomeen Tony Blair, de grootste politieke acteur op het wereldpodium. Hij schreef een spannend boek over hem.

De titel is simpel en direct: Tony Blair ''Opkomst en ondergang van een politieke held". Even simpel en direct is de opzet: gewoon het verhaal vertellen, zonder opsmuk, als de ouderwetse verslaggever; ambachtelijk op pad met potlood en opschrijfboekje. Geef je ogen en oren de kost, neem een kijkje achter de coulissen and Bob is your uncle: alles komt voor elkaar.

Inderdaad, ruim vijfhonderd pagina's dik, maar als je er eenmaal aan begint, kun je niet stoppen en wil je weten hoe het afloopt. Dwaas, want ook het slot “Blair treedt op 27 juni 2007 af' is geen geheim. Maar Peter de Waard, tot voor kort Volkskrant-correspondent in Londen, houdt de spanning erin met laconieke observaties, heerlijke anekdotes en drama in Britse stijl.

De Waard is geen wetenschapper die wil analyseren en becommentariëren. 'Het boek', zegt hij, '˜is geschreven zonder de vooringenomenheid van mateloze verering voor of grote weerzin tegen Tony Blair.'  Nee, de Waard was gefascineerd door het fenomeen: de grootste politieke acteur op het wereldpodium; de man die de sociaal-democratische beginselen van gelijkheid en herverdeling overboord gooide; bevriend was met de Italiaanse oud-premier Silvio Berlusconi; een land achterliet met een record aantal miljardairs; de moderne imperialist en diep gelovige christen die de wereld wilde verbeteren, vijf oorlogen voerde, waarvan één te veel.

Hij haalde inspiratie bij Margaret Thatcher en Pontius Pilatus, de prefect van Judea, die Christus liet kruisigen; zette George Bush en prinses Diana op een voetstuk; dacht dat hij over water kon lopen en hielp Jan Peter Balkenende uiteindelijk meer dan zijn eigen Wouter Bos. Boeiend zoals De Waard de ontmoetingen met de Nederlandse kopstukken beschrijft, heel feitelijk, heel verhelderend. Op de avond van de verkiezingsnederlaag van Wouter Bos in november 2006 kwam er al een briefje van Downing Street met de tekst: '˜TB wants to know why Wouter lost.''

De Waard begint bij het begin, dat lijkt op een aflevering van Coronation Street: Blairs vader Leo was een onwettig kind, zoon van een acteur en zangeres, opgevoed bij pleegouders in Glasgow. Hij werd van marxist-leninist overtuigd Conservatief en kon als geslaagd advocaat zijn zoon naar een dure kostschool sturen. Als student (rechten) in Oxford zong Tony bij de Ugly Rumours, was nooit dronken en in politiek nauwelijks geïnteresseerd. Zijn moeder sterft als hij 16 is, zijn zusje is langdurig ziek. Het gezin zal bij Blair altijd op de eerste plaats komen. Maar dat gezin zal hij ook schaamteloos gebruiken in zijn toespraken en verkiezingscampagnes. Ook Tony wordt advocaat en trouwt met zijn slimmere collega Cherie Booth, dochter van een dronken B-acteur.

Tony is serieus, komt in aanraking met christen-socialisten, en met overtuiging vertelt De Waard hoe Blair, ondanks zijn Conservatieve achtergrond, toch lid van Labour wordt, een verscheurde partij waar hij weinig liefde voor koestert. Maar het is de enige partij waar hij zijn utopische ideeën over een betere samenleving in praktijk kan brengen. Het 'aardige kostschooljongetje'  wordt gewantrouwd, en De Waard laat zien hoe hij met vallen en opstaan, handig en bezield, in 1983 zijn parlementszetel wint. Hij raakt bevriend met Gordon Brown, die betere papieren heeft om de top te bereiken.

Zes jaar later spreekt hij voor het eerst het Labour-congres toe, 'geschoold in alle trucs van de retoriek, als een leadzanger in een pakkende popsong'. Bambi Blair wordt in '94 partijleider en gaat ogenblikkelijk in de aanval. Hij durft de beruchte marxistische '˜Clause IV', het nationaliseren van de productiemiddelen, te schrappen.

En, bijna even gedurfd: Blair stuurt zijn zoon ook naar een particuliere katholieke school, geen openbaar onderwijs, zoals van een sociaal-democraat met zijn geloof in gelijke kansen wordt verwacht. Dat zet veel kwaad bloed in eigen kring, maar charmeert de middenklasse waarvan hij het hebben moet. Zijn vrouw Cherie neemt voor vijfduizend pond per maand een voormalig toplessmodel van softpornobladen in dienst om haar imago op te vrolijken. Tony wint in 1997 na een onwaarschijnlik gelikte, militair georganiseerde campagne de verkiezingen: '˜Een nieuwe dageraad is aangebroken', zegt de overwinnaar. En als hij vier maanden later bij de dood van prinses Diana spreekt over the People's Princess is hij, schijnbaar voor iedereen, 'the People's Prime Minister. Het is zijn Finest Hour.

Tot aan zijn verkiezing was hij niet in het buitenland geïnteresseerd, maar binnen een jaar is Blair de populairste politicus ter wereld, Hij is de politieke magiër. In Washington wordt hij als een Hollywood-ster ontvangen. Als de grote verlosser zegt hij: '˜Wij willen onze waarden van democratie en vrijheid naar alle mensen in de wereld brengen.' ˜Het lijkt' schrijft De Waard nuchter, 'een vrijbrief om overal in te grijpen.'

Zoals Blair politieke munt sloeg uit de dood van Diana, zo grijpt hij ook 11 september 2001 aan om Groot-Brittannië weer op de wereldkaart te zetten. Hij reist de wereld rond, maar, zo gaat de grap, er blijft verschil tussen God en Blair. God is overal, Blair is overal, behalve in Groot-Brittannië. Fascinerend zoals Blair zich met hulp van zijn spindoctor Alastair Campbell voorbereidt op de oorlog tegen Irak: uit diep politieke, bijna religieuze overtuiging, vanzelfsprekende solidariteit met Amerika en historische plicht, maar ook met weergaloos opportunisme en een zweem van grootheidswaanzin. En dat alles zonder steun van de Verenigde Naties, Frankrijk en Duitsland, zijn eigen Labourpartij, het Britse volk.

Het droeve verhaal van David Kelly, de wapeninspecteur die zelfmoord pleegde, en Blairs conflict met de BBC over de leugens over de massavernietigingswapens is bekend, maar De Waard zet het met treffende details in een nieuwe context.

Over Tony Blair is een boekenkast vol geschreven. Peter de Waard heeft de boeken goed gelezen. Als extra attractie biedt hij een interessante blik op de verhouding tussen de PvdA en Blairs New Labour dat lang als het grote voorbeeld gold. Ben Verwaayen, de baas van British Telecom en VVD-prominent, zegt: 'Ik denk dat de geschiedenis hem een fraai plekje zal geven.'

Ideale zomerlectuur voor wie in politiek, theater en intrige geïnteresseerd is en niet meteen zijn gelijk bewezen wil zien.

Peter Brusse

Hij is de politieke magiër. In Washington wordt hij als een Hollywood-ster ontvangen.

Tony Blair Opkomst en ondergang van een politieke held

Peter de Waard

Meulenhoff; 501 pagina's‚ 22,50 euro ISBN 978 90 290 7924 2

 

 

Uit de trouw van 30 juni 2007 

 

Uit het reformatorische dagblad van 27 juni 2007

 







 

 

Uit Het Nederlands Dagblad van 23 juni 2007

Afscheid van een anglokatholiek

Tony Blair is oprecht gelovig, dat beaamt iedereen. Maar zeker voor Nederlandse begrippen zijn daaraan een aantal paradoxen verbonden. Als je die omzet in politieke positiekeuze ten onzent, komt Blair tevoorschijn als een rekkelijke katholiek, links in het CDA. ,,Binnen de PvdA en de ChristenUnie zou Blair het niet redden'', zegt De Waard.
Ten eerste staat tegenover de bijna missionaire bevlogenheid om de 'imperatieven' van het geloof in de buitenlandse politiek en de maatschappelijke organisatie te praktiseren een hardnekkige zwijgzaamheid als het om persoonlijk geloof gaat. Dat is privé; Blair wil niet praten over bidden en kerkgang met zijn vrouw en vier kinderen, hij schokschouderde toen de BBC-rottweiler Jeremy Paxman hem in 2005 vroeg of hij ook met George Bush samen had gebeden.
Waarom?

Ten tweede staat tegenover het maatschappelijk hyperactieve christendom van Blair zijn uitermate liberale houding als het om 'ethische kwesties' gaat. Blair gaat nooit ergens heen zonder zijn eigen beduimelde handbijbel en het dito hymn book , maar hij is stil of rekkelijk bij onderwerpen als abortus, homohuwelijk en -adoptierechten, stamceltechniek of euthanasie. Hij zette de Religious Hatred Act (de wet tegen godsdienstig haat zaaien) door, ook al waren daar de liberale cultuurdragers en de christenen en de moslims in een wonderlijke monstercoalitie samen tegen.
Waarom?

Ten derde kwam hij vaak in de politieke problemen, juist als hij zijn christelijke geloof op praktisch politiek terrein bracht. Dat was al zo in 1996, toen hij in verkiezingstijd impliciet claimde dat de Bijbelse boodschap van gemeenschap en naastenliefde toch minder goed paste bij Conservatieven dan bij Labour. Zijn tegenstrever Michael Howard reageerde met een abortusvoorstel waarin de grens van 24 naar twintig weken ging en trok zo veel rechtzinnige christenen naar zich toe; tevergeefs.

Een recent voorbeeld was het optreden van Blair bij de Britse zender ITV, waar hij op 3 maart 2006 zei dat hij had gebeden en God om raad had gevraagd voordat hij de beslissing nam deel te nemen aan de oorlog in Irak. ,,Mijn Maker zal mij beoordelen.'' Die formulering kwam heel onhandig aan, in een land waarin bodybags en uitzichtloosheid het denken over die oorlog bepalen.
Waarom?

Een vierde paradox is de bijna naïeve acceptatie van andere religies door Blair, die zelf een uitgesproken christen is. Hij trok in India zonder moeite een Nehrupakje of hindoekleed aan. Hij las ook voor 11/9 in 2001 al driemaal de Koran en benadrukt steevast het vredelievende en samenbindende dat de islam biedt. ,,Hij negeert het onverdraagzame dat ook in de geschiedenis van islam en christendom zit. Kruisridders vroeger en terroristen nu zijn geen ware gelovigen volgens Blair'', zegt De Waard.

Vooral de laatste maanden van zijn bewind investeert Blair in optredens voor Britse moslims en raakt hij betrokken bij vaak nog embryonale interreligieuze clubs als de Faith Community Liaison Group en het Three Faiths Forum, dat de drie 'Abrahamitische' godsdiensten (judaïsme, islam en christendom) wil verzoenen. Soms hoor je na een breed opgezette conferentie helemaal niks meer. Ook dat is Blair.
Waarom?

Oprecht en reuze handig

Oprecht, maar ook reuzehandig. Dat was het oordeel van de man in de straat in Sedgefield, bij Durham in het noordoosten van Engeland, toen Tony Blair op 5 mei 2005 zijn derde verkiezingszege op rij boekte. Het kiesdistrict ontstond pas in 1983 en de zetel is sindsdien in handen van de man die nu - 54 jaar jong - afnokt als actief politicus.

De lichte kerk, met een hoge toren op een groene terp, de fish & chips -tent die het aflegt tegen de curry en de chinees, de twee pubs en het hotelletje, overal zeiden de mensen hetzelfde: weinig gezien, die Blair, al had-ie een huis in naburig Trimdon. Maar één keer herinnert iedereen zich heel goed: Bush kwam hier ook, op uitnodiging van de man die door zijn criticasters als zijn 'poedel' werd gekenschetst. Amerikaanse veiligheidsdiensten bezetten kortelings heel Sedgefield. En daar houden Britten niet van.

Blair is nu met pensioen. Hij blijft voorlopig wel lid van het Lagerhuis, met de helft van het salaris dat hij als premier genoot (127.000 pond per jaar). Wat hij gaat doen, is onderwerp van pointless speculation , zegt Peter de Waard. ,,Hij zal ongetwijfeld zijn memoires gaan schrijven. Hij zal het lezingencircuit in duiken. Maar hij is jong en ambitieus, dus ik denk dat er zeker ook iets gaat komen van bemiddelingsklussen, iets in het Midden-Oosten of in Afrika. Maar momenteel duikt zijn naam overal op.''

Politieke popster
De Waard (twee jaar ouder dan Blair) was vanaf 1999 correspondent in Londen voor de Volkskrant . Hij schreef in 2005 'Het eigenzinnig koninkrijk' en is nu bezig met een boek over Londen. Maar maandag verschijnt zijn biografie 'Tony Blair. Opkomst en ondergang van een politieke held'. Opkomst en ondergang hangt De Waard op aan een rits feiten. Zijn monsteroverwinning en de dood van people's princess Diana, toen Blair de emotie en de waardigheid vertolkte die het Britse koningshuis niet kon opbrengen, het Goede Vrijdagakkoord in Noord-Ierland en Kosovo, dat waren in 1997, 1998 en 1999 zijn wapenfeiten. De ondergang kwam drie jaar later, door Cheriegate (zijn vrouw deed zaken met een crimineel bij de aankoop van appartementen in Bristol) in 2002, de oorlog in Irak en de kwestie-Kelly (de deskundige die volhield dat er geen massavernietigingswapens waren, door media en overheid werd gevild en zelfmoord pleegde) in 2003 en zijn halve en hele leugens over die zaken daarna. De Waard beschrijft het met vaart en in de tegenwoordige tijd. ,,Blairs carrière was spannend en dynamisch, zo moet je dat ook boekstaven.''

'Politieke popster' was hem als ondertitel liever geweest, want Blair wentelde zich altijd behaagziek in de wereld van celebrities en speelde in 1972 als een kopie van Mick Jagger, met haar tot op zijn schouders en getuite zoenlippen, in zijn bandje Ugly Rumours. Maar in datzelfde jaar, vond ook een verdieping van zijn christelijk geloof plaats. ,,Ik was altijd wel kerklid en gelovige, maar in Oxford werd God voor mij een levende, aanwezige kracht.'' Die uitte zich vooral in de maatschappelijke implicaties. Blair wilde geen mensen bekeren, hij wilde de wereld veranderen, beter maken. De Waard: ,,Blair is een premier die het geloof belijdt, maar niet predikt.''

Vier mensen
Blairs vader was atheïst, zijn moeder een streng presbyteriaans opgevoede Schotse die nooit ter kerke ging, maar moreel zeer religieus bleef. Zelf hing hij erbij, totdat hij als 19-jarige 'confirmatie' deed. Dat kwam door vier mensen: de linkse bevrijdingstheologen Geoff Gallop en Peter Thomson, zijn studiekapelaan Graham Dow, maar vooral John MacMurray (1891-1975). Die laatste was een Schotse filosoof die doceerde in Londen en Edinburgh, in de jaren dertig bekend werd door radiopraatjes voor de BBC, maar na de oorlog in de vergetelheid raakte en zelf opging in mystiek.

Zijn opvattingen leverden de bouwstenen voor het religieus-maatschappelijk denken van Blair, die hem altijd als sleutel tot zijn politiek handelen aanwees, in zijn typische Blairtaal: mind-blowing stuff... immensly modern! ('adembenemend saai, ontzettend modern'). De anekdote is dat de studenten de vereerde oude professor gingen opzoeken, maar dat er slechts één naar boven mocht; de 84-jarige was te zwak. Het werd Thomson, de jonge Tony Blair bleef in de gehuurde Renault zitten.

Murray - christelijk, maar niet bij een kerk - vond dat de mens alleen tot zijn recht kwam in gemeenschap met anderen. Die notie van naastenliefde en communautair belang zette hij af tegen het liberalisme, waarin de mens als individu het hoogste heil is en tegen het marxisme, waarin de mens alleen een economisch wezen in een collectief is.

Murray en de Bijbel leverden Blair de munitie tegen de linkse fundi's binnen oud Labour, maar ook tegen Thatcher. Haar uitspraak dat Paulus leerde dat 'wie niet werkt, niet zal eten', vulde hij aan met de hulp aan weduwen en wezen, die ook door deze apostel wordt gepredikt. ,,Paulus, Petrus - de man die loog en alles fout deed en toch de rots bleek waarop de kerk werd gebouwd - en vooral Pontius Pilatus, die voortdurend moest afwegen tussen wat moreel goed en politiek opportuun was, dat zijn voor Blair inspirerende figuren'', zegt De Waard.

Vier lijnen
Gezaghebbend Blairbiograaf Anthony Seldon zegt dat de aftredend premier zonder zijn geloof 'eenvoudigweg niet te begrijpen' is. Toch kwam dat pas naar buiten in 1991, toen Blair in BBC's Question Time openlijk over zijn geloof sprak. Dat kon, in Labour was altijd een christelijke stroming die de Bijbel en het democratisch socialisme op elkaar legde.

Blairs voorganger John Smith zag zichzelf als 'actief en belijdend lid van de Church of Scotland'. Blair schreef in 1992 een voorwoord in een boek over geloof en politiek waarin hij sprak van een 'harde godsdienst, met de plicht om een betere maatschappij te scheppen en te oordelen over goed en slecht'.

Seldon ziet een groot verhaal in de Sunday Telegraph , op paaszaterdag in 1996 als Blairs' christelijke coming out . Hij trekt daarin vier gebieden waarin Blairs christelijke geloof, die dominant blijken te zijn in de manier van werken als premier: zijn ethiek, zijn activisme, zijn leerstellig denken en zijn politiek doen.

Opvallend is dat veel biografen de 'Blairparadoxen' verklaren uit dezelfde factoren: zijn bijna fysieke afkeer van de evangelicals, niet alleen bij de Amerikaanse christenen, maar ook die binnen zijn eigen Church of England. Blair is anglo-katholiek, hij hoort voluit bij de hoogkerkelijke kringen die de ethische issues van het gewone kerkvolk laten liggen, maar wel hechten aan een bijna roomse liturgie en het streven naar een maatschappelijk 'samen'.

Daaraan is annex dat geloof als kracht in de samenleving via de kerk gewenst is, maar het op persoonlijk vlak als een privézaak wordt beschouwd. Blair kan met vuur spreken over de Bijbelse opdracht, maar valt stil als het over Bijbellezen gaat.

Dominee en dokter
Volgens De Waard moest Blair in buiten- en binnenland in toenemende mate de 'boel bij elkaar houden'. Hij kon daarom niet te uitgesproken horen bij een kerk of richting. Hij zat samen met Bush in het atlantisch schuitje, maar moest ook rekening houden met Britse moslims, zeker na de aanslagen in Londen van 7 juli 2005. Dat betekende afstand nemen van de rechtse christenen in de VS. ,,In Noord-Ierland moest Blair overweg kunnen met protestanten én rooms-katholieken. Dat lukte.'' Naar verluidt werd ds. Paisley dit voorjaar over de streep van een coalitieregering met Sinn Fein getrokken door met hem te praten over theologische boeken en Bijbelteksten. Zelfs de antichristelijke Britse schrijver en auteur van een Jezusbiografie waarin geen heiland meer te bekennen is, A.N. Wilson, die Blair als prevelende predikant opvoerde in de roman 'His Name Is Legion' (2004) prijst de prestatie van Blair in Belfast.

De Waard trekt een hoofdstuk uit ('Dominee Blair') voor dat geloof. ,,Voor hem is dat vitaal, oprecht, een onwankelbare overtuiging. Zijn rechtlijnigheid vormt die. Hij is een diepmoralistische man, die geen grijstinten ziet als het om goed en kwaad gaat. Aan de andere kant is hij ook goed in acteren, masseren, weet hij dat marketing en spindoctoring van zijn beleid cruciaal zijn.'' Het geloof kleurt zo de methodiek van het Blairisme, een mengeling van het onversneden kapitalisme à la Thatcher en een christelijk-sociale missie, waarbij rechts en links samengaan in New Labour, of de Derde Weg.

Maar gemeten aan wat hij wilde, heeft Blair eigenlijk weinig bereikt. ,,Het Verenigd Koninkrijk is rijker geworden en mooier, maar niet gelukkiger'', zegt De Waard. ,,Blair wilde een betere maatschappij met naastenliefde als sleutel, en normen en waarden als richtsnoer. Maar de kloof tussen arm en rijk groeide verder, het individualisme neemt nog steeds toe, de Britten scheiden meer dan welk ander volk in de Europese Unie ook en jongeren lijden onder gebroken gezinnen, slechte eet- en drinkgewoontes, drugsgebruik, werkloosheid, vandalisme.''


Tony Blair. Opkomst en ondergang van een politieke held. Peter de Waard. Uitg. Meulenhoff, Amsterdam 2007. 498 blz., 24,95 euro

--------------------------------
Als Blair woensdag 27 juni aftreedt, is hij met tien jaar, een maand en 25 dagen de langstzittende premier van Labour ooit. Alleen de Conservatieve politica Margaret Thatcher zat met ruim elf en een half jaar langer op die post, van 1979 tot 1990.
Andrew Charles Lynton Blair is van 6 mei 1953. Hij groeit op in het stadje Durham, waar hij de choristers-lagere school bezoekt en later het Schotse ‘Eton in kilt’, Fettes College in Edinburgh. Zijn jeugd ziet hij als gelukkig, maar er zijn drie treurige herinneringen: de beroerte van zijn vader Leo Blair op 3 juli 1964, die van de torypoliticus en advocaat een wrak maakt, de reumatische ziekte van Still waaraan zijn jonge zusje Sarah lijdt en de dood van zijn moeder Hazel aan kanker, in 1973.
Hij studeert dan rechten aan het St. John’s College in Oxford. In 1975 wordt hij partijlid van Labour, pas in 1983 komt hij in het Lagerhuis, als protegé van Michael Foot. Hij neemt afstand van het dogmatisch socialisme en wordt na de dood van John Smith in 1994 partijleider. In 1997 is hij premier, als Labour een periode van 18 jaar Conservatief regeren beëindigt.
 

 

Uit  De Journalist van 25 mei 2007


DJ nr.10, 25.05.2007                             

                         
Peter de Waard

‘Wouter Bos zou het voorwoord schrijven, maar vond in zijn nieuwe post mijn boek over Tony Blair bij nader inzien te kritisch over een bevriende buitenlandse politicus – zelfs nu die na 27 juni 2007 zijn regeringsloopbaan zal inruilen  voor het lucratieve lezingencircuit.
Maar eigenlijk is de drijfveer voor het boek juist pure bewondering voor Blair, tenminste voor de fenomenale acteur die hij tien jaar op het wereldtoneel is geweest. Geen politicus in de wereld kon zo ontroeren, zo overtuigen en zo oprecht overkomen als de “gewone jongen uit Noord-Engeland”. Geen politicus kan ook zo beminnelijk en tegelijkertijd zo arrogant zijn. Geen politicus kon zo prachtig vertellen hoe hij een archaïsch, fatalistisch land had getransformeerd in een moderne zelfverzekerde natie met een recordaantal miljardairs en hoe hij nu de rest van de wereld zou gaan verbeteren, desnoods met wapengekletter.
Blair is hoe dan ook de meest fascinerende leider geweest van de afgelopen decennia. Er is veel over hem geschreven, maar veel ook niet. En er is al helemaal niet uitgebreid met een Nederlandse blik naar hem gekeken, terwijl hij hier nog meer wordt bewonderd dan in eigen land.
Blair was het troetelkind van iedere journalist. Hij beschouwde de media als de echte oppositie. Hij besteedde vijf keer zoveel tijd aan de pers als aan het Lagerhuis. Zelfs voor mij als buitenlandse correspondent in Londen was het makkelijker hem een vraag te stellen dan voor een willekeurige parlementariër. Ik heb hem niet alleen zo vaak zelf van nabij meegemaakt, Britse mediabonzen en kabinetsleden wisten mij altijd de mooiste anekdotes over Blair te vertellen, vooral als we tijdens de partijconferenties in de kleine uurtjes nog aan de bar stonden.
Als ik even later in bed lag in een obscure hotelkamer in de Britse seaside resorts, stelde ik spijtig vast dat ik met al die verhalen zo weinig kon. Ze pasten niet in de context in een krantenartikel, laat staan in een klein stukje. Maar toen Blair vorig jaar aankondigde voor september 2007 op te stappen, pakte ik de kans. Ik besloot alles over Blair dat ik had opgeschreven, gehoord en gelezen te combineren tot een boek dat precies zou uitkomen op het moment van zijn aftreden.
De figuur van Tony Blair is alleen te begrijpen door zijn levensgeschiedenis in detail te vertellen: geboren in Schotland, opgegroeid in een Tory-nest, public school, Oxford, geconformeerd in de kerk en omhoog gevallen binnen een tot modernisering gedwongen partij. Hij is een beetje Churchill, een beetje Thatcher en heel veel John Cleese en Mick Jagger.
Een politieke popster misschien? Het allitereert ook zo mooi, zodat het mij een geschikte titel lijkt voor het boek: “Opkomst en ondergang van een politieke popster”. Maar uitgeverij Meulenhoff denkt dat “Opkomst en ondergang van een politieke held” beter aanspreekt. De titel is enigszins lastig als alle radiozenders die mij interviewen op de dag van de aankondiging van zijn vertrek vragen waarom “hij mijn held is?” “Eh…held…wil ik het niet noemen.”
Het verhaal over Blairs politieke carriere is ook een mooie weerslag van de veranderingen in dat land. Begin dit jaar was mijn correspondentschap ten einde. Blair had mij in dit opzicht overleefd. Maar het gaf mij tenminste de gelegenheid in Nederland de PvdA-prominenten langs te gaan voor de Nederlandse invalshoek. Wim Kok, Michiel van Hulten, Felix Rottenberg, Arend Hilhorst en René Cuperus interviewde ik over Blairs grote invloed op de Nederlandse sociaal-democratie. Een voorwoord van Bos had het compleet gemaakt.’

Peter de Waard (1955) is sinds 1988 verslaggever van de Volkskrant en is van 2000 tot 2007 correspondent in Groot-Brittannië geweest. Zijn boek ‘Tony Blair, Opkomst en ondergang van een politieke held’ verschijnt deze maand bij uitgeverij Meulenhoff.

 

 

Uit Trouw van 19 mei 2007

De presidentiële stijl van Tony Blair

van doorn

J.A.A. van Doorn

De aankondiging van Tony Blairs aftreden als premier van Groot-Brittannië heeft heel wat commentaar uitgelokt. Drie thema’s domineren: zijn verdiensten als Brits politicus, zijn charismatische kwaliteiten als redenaar en zijn medeverantwoordelijkheid voor het Iraaks debacle.

Het eerste punt is zijn voornaam-ste prestatie. Zijn ’New Labour’ heeft een ’New England’ bewerkstelligd: niet liberaal maar geliberaliseerd, niet gelijkhebberig maar zelfbewust. Zijn pogingen om het Britse volk de weg naar Europa te wijzen hebben weinig succes geboekt maar zijn verdiensten zijn er niet minder om. Zeer te prijzen is hij om zijn inspanningen ten bate van verzoening in Noord-Ierland, gelukkig met succes bekroond.

Bij zijn redenaarskwaliteit zet ik een vraagteken. Natuurlijk valt her en der het versleten woord ’charisma’ maar mij lijkt de kwalificatie van Peter de Waard in de Volkskrant te prefereren: ’de grootste showman uit de moderne politieke geschiedenis’. Een aalgladde showman bovendien, die wist te overleven als alle feiten in zijn nadeel spraken. Het zal zijn aanhangers enthousiast hebben gemaakt maar voor de onbevooroordeelde toeschouwer is zo’n prestatie nogal dubieus.

Irak is de diepe schaduw die voorgoed over zijn premierschap zal blijven hangen. Hij heeft zonder aarzeling George W. Bush in zijn onzalig avontuur gesteund en hij is na Bush de voornaamste staatsman die zich medeplichtig mag voelen aan de grondeloze en uitzichtloze ellende die over het Iraakse volk is gebracht. Commentator Timothy Garton Ash noemde het ’de grootste ramp in de Britse buitenlandse politiek sinds de Suez-crisis van 1956’.

Uit de serie fantasievolle beweringen over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in het Irak van Saddam Hoessein bracht Blair de meest bizarre op zijn naam, in september 2002: „De biologische en chemische wapens kunnen binnen 45 minuten worden geactiveerd.”

Terwijl medio 2003, enkele maanden na de Amerikaanse inval in Irak, het bestaan van deze wapens hoogst onwaarschijnlijk was geworden, hield Blair zijn gelijk staande. Zes keer in successie verklaarde hij dat die wapens weliswaar niet waren gevonden maar wel bestonden of hadden bestaan, om pas in juli 2004 zijn ongelijk toe te geven.

Hij kwam weg met een laffe uitvlucht: hij had zich in goed vertrouwen gebaseerd op de informatie van de inlichtingendiensten die hem echter ’onvolledig, veel te stellig en voor een deel onjuist’ hadden voorgelicht. Een commissie uit het Hogerhuis viel hem bij: Blair trof geen schuld. Bovendien hield hij vol dat ook na het wegvallen van de reden van de oorlog, die oorlog een goede zaak bleef.

Daarmee is nog lang niet alles over het fenomeen Tony Blair gezegd. Wat in de recente commentaren op zijn komende vertrek genadiglijk werd verzwegen is de waslijst van corruptiezaken die zijn bewind vergezelde. Al begin 2002 meende 60 procent van de Britten dat New Labour ’te koop’ was; bij Blairs aantreden in 1997 vond slechts 19 procent dat.

En hij vergat zichzelf niet. Direct na zijn herverkiezing in 2001 verhoogde hij zijn salaris met 170.000 gulden tot 600.000 gulden, tot woede van zowel de oppositie als zijn eigen achterban. Hij kon ook voor anderen gul zijn: niet zo lang geleden kwam aan het licht dat wie de kas van zijn partij spekte, op een adellijke titel kon rekenen. Noblesse oblige – maar nu in de omgekeerde zin van het woord.

Toch zijn dit schoonheidsfoutjes vergeleken bij de eigenaardige opvatting die Blair van democratie had. Al binnen een jaar na zijn ambtsaanvaarding in 1997 verbaasden waarnemers, ook in Nederland, zich over zijn manier van politiek bedrijven. Zijn ’New Labour’ was geen vernieuwingsbeweging van onderop maar een project van politieke marketing, gebaseerd op continu menings- en image-onderzoek. ’Labourbeleid’, schreef de Volkskrant in 1997, ’wordt uitgetest als waspoeder’.

Blairs gesprekspartners waren niet zijn ministers, maar spin doctors met wie hij van dag tot dag de politieke koers uitzette. Aan het wekelijks kabinetsberaad had hij geen boodschap: het nam doorgaans niet meer dan een uur in beslag. Het behoeft geen betoog dat zijn partij, laat staan het parlement, er al helemaal niet aan te pas kwamen.

Het valt ook anders te formuleren: Tony Blair was een klassiek voorbeeld van een presidentieel opererende premier. Zijn stijl leek op de Amerikaanse en Franse wijze van politiek bedrijven, méér dan op de parlementair-democratische die – ook in Groot-Brittannië – standaard is. In die zin was hij modern. Hij was een tijdgenoot van Silvio Berlusconi en Vladimir Poetin, die dezelfde ontdekking hadden gedaan: zorg dat je alle touwtjes in handen hebt zodat je je niets behoeft aan te trekken van bemoeizuchtige partijen en parlementen.

Maar laten we royaal zijn: wat BerIusconi dankzij zijn geld en wat Poetin door zijn manipulaties lukte, kreeg Tony Blair door louter verbluffende handigheid voor elkaar. Noem het charisma – dat klinkt sympathiek. Een gladjanus, zou ik eerder zeggen.

 

 

 

 

Uit de Volkskrant van 11 mei 2007

 

Tony’s theater

 

Peter de Waard

Bescheidenheid was nooit de sterkste eigenschap van Tony Blair, die zich vanaf het begin presenteerde als groot hervormer. Tien jaar later neemt hij afscheid; vriend en vijand laten weten dat ze zijn aanwezigheid op het wereldtoneel zullen missen. ‘Hij heeft enorm veel op de agenda gezet.

 

 Door Peter de Waard

De hypnotiserende, wat loensende ogen die wild heen en weer schieten, de Halloween-achtige grijns, de theatrale handgebaren. Elke zin is een slogan, elke klemtoon briljant, elke pauze perfect getimed. De woorden klinken spontaan – terwijl ze van tevoren op een goudschaaltje zijn afgewogen.

Als de veelgelauwerde film The Queen nu zou worden gemaakt, in plaats van twee jaar geleden, had Tony Blair zijn eigen rol bij de dood van prinses Diana kunnen spelen. Hij beheerst het acteren tot in de perfectie. Hij weet niet alleen als geen andere politicus successen te verkopen, zoals de vrede in Noord-Ierland deze week, maar ook fiasco’s als successen te verpakken. Zijn speeches zijn een bijna hallucinerende ervaring. Tijdens zijn grote conferentiespeeches pinkten zelfs zijn grootste vijanden uiteindelijk een traantje weg.

Op 27 juni sluit de grootste showman uit de moderne politieke geschiedenis zijn bestuurlijke carrière af. Hij is een moderne Machiavelli genoemd, een huichelaar, bedrieger en ordinaire oorlogsmisdadiger, maar ook een visionair, idealist, dominee, prediker, een nieuwe Mozes en zelfs de reïncarnatie van Jezus Christus.

Maar iedereen is het erover eens dat Blair een mediagenie is geweest die, zeker in het theatrale Groot-Brittannië, door vriend en vijand al zal worden gemist voordat hij zijn laatste bestuursdaad heeft verricht. Een decennium lang was hij het gezicht van een natie die haar zelfverzekerdheid herwon. En hij – een toch wat wereldvreemde public schoolboy die tot zijn 18de jaar maar één keer in Londen was geweest en die in zijn eerste verkiezingscampagne maar een enkele speech aan buitenlandse problemen wijdde – heeft zich in die tijd ontpopt tot de meest charismatische politicus op het wereldtoneel.

Tony Blair zal hoe dan ook de geschiedenis ingaan als een politieke kolos. Hij heeft langer geregeerd dan grote Britse premiers als Lloyd George en Churchill. Hij is de enige Labour-premier geweest die drie landslides (monsteroverwinningen) op rij heeft behaald.

Hij heeft bijna zonder enige tegenwerking Labour kunnen transformeren van een partij van de arbeid tot een partij van het kapitaal. In zijn tomeloze ambitie de partij weer salonfähig te maken, heeft hij zonder gewetenswroeging beginselen van de sociaal-democratie als herverdeling en gelijkheid opgeofferd. Hij is vijf oorlogen begonnen – in veel gevallen tegen de wens van de meerderheid van zijn eigen volk, zijn partij en de weifelende wereld – zonder dat iemand er een stokje voor heeft kunnen steken.

Met zijn Conservatieve achtergrond en Labour-hart voelde hij zich in 1997 de ideale leider – iemand die Thatcheriaanse veranderingen koesterde in een meer zorgzame samenleving. Hij is de man van de ‘Nieuwe Dageraad’ en het ‘Nieuwe Millennium’.

Bescheidenheid is nooit zijn sterkste eigenschap geweest. Blair heeft zich vanaf het begin gepresenteerd als een ‘groot hervormer’ – een man die, zoals Winston Churchill het ooit uitdrukte, ‘het weer bepaalt’. Hij voelt zich voorbestemd een meer heroïsche rol in de Britse geschiedenis te spelen dan iemand die alleen op de winkel zal passen.

Een door zijn christelijke geloof ingegeven rechtlijnigheid sterkt hem in die overtuiging. Hij schildert het land en de wereld met brede penseelstreken. Het is zwart of wit. Hij gaat voorop in de strijd van goed tegen kwaad: nationaal de meerderheid van hardwerkende burgers tegen de wetteloze vandalen, internationaal de westerse democratieën tegen de tirannen en despoten. Hij denkt heel simpel dat, als je het kwade verdrijft, automatisch het goede zal zegevieren. Voor hem bestaan er geen grijze tinten.

Uiteindelijk kreeg hij het idee dat hij over water kon lopen. Zijn ambities werden ook elk jaar groter: het opnieuw moraliseren van de Britse samenleving; het herdefiniëren van de welvaartsstaat; het presenteren van Groot-Brittannië als een baken van verlichting in de wereld; het hervormen van de EU; het brengen van vrede in de wereld; het oprichten van een coalitie van landen die despoten van hun troon stoot; het totaal elimineren van alle armoede in de wereld. Blair heeft de Britse grootheidswaanzin uit de hoogtijdagen van het imperium in een nieuwe vorm teruggebracht.

Twee dramatische gebeurtenissen hebben Blairs carrière gemaakt en gebroken. De eerste tragedie – de dood van prinses Diana, drie maanden na zijn aantreden – plaatste hem op een huizenhoog voetstuk. Een andere gebeurtenis – ‘11 september’ – luidde uiteindelijk zijn ondergang in. De aanslagen in New York en Washington betekenden voor hem het startsein voor het ultieme gevecht tussen goed en kwaad. Goed kan het gevecht alleen winnen met hulp van de machtigste natie ter wereld. Het dreef Blair in de armen van een neo-conservatieve Texaanse cowboy met wie hij zelf weinig gemeen heeft en die door het Britse volk wordt gewantrouwd. Blair werd daarop afgeschilderd als het schoothondje van de Amerikaanse president.

In zijn ongeduld sloeg Blair waarschuwingen van zijn eigen ministerie van Buitenlandse Zaken over gecompliceerde verhoudingen in Irak in de wind. Het kostte hem zijn populariteit. Maar dat interesseerde hem weinig: Blair streefde niet naar kortstondige affectie, maar naar een plaats in de geschiedenis.

Uiteindelijk zal die worden bepaald door hoe de situatie in Irak en de rest van het Midden-Oosten er over tien tot twintig jaar zal uitzien. Is de invasie van Irak uiteindelijk het begin van een vredesproces in het Midden-Oosten die leidt tot een overwinning van de gematigde moslims? Of is het de opmaat van een langdurig en fataal conflict tussen het Westen en extremistische moslims?

Hoe dan ook: pas dan zal duidelijk zijn of Blair tien jaar lang niet meer is geweest dan een groot performer in Tony’s theater, of dat hij daadwerkelijk in de voetsporen is getreden van zijn grote voorbeelden William Gladstone (liberaal), Clement Attlee (Labour) en Margaret Thatcher (Conservatief).

Dit artikel is gebaseerd op het boek Tony Blair, opkomst en ondergang van een politieke held, dat begin volgende maand verschijnt als Volkskrant-publicatie bij uitgeverij Meulenhoff; ISBN 9789029079242.